GERECHTSHOF ‘s-HERTOGENBOSCH Sector civiel recht zaaknummer HD 200.094.571 arrest van 25 september 2012 in de zaak van INDALO VASTGOED B.V., gevestigd te [vestigingsplaats], appellante, hierna te noemen: Indalo, advocaat: mr. J.T.M. Palstra, tegen: HEINEKEN NEDERLAND B.V., gevestigd te [vestigingsplaats], geïntimeerde, hierna te noemen: Heineken, advocaat: mr. Ch.Y.M. Moons, als vervolg op het door het hof gewezen tussenarrest van 22 november 2011 in het hoger beroep van het door de rechtbank Middelburg, sector kanton, locatie Terneuzen onder zaak-/rolnummer 215179/11-268 gewezen vonnis van 29 juni 2011. 5. Het tussenarrest van 22 november 2011 Bij genoemd arrest heeft het hof een comparitie na aanbrengen gelast en is iedere verdere beslissing aangehouden. 6. Het verdere verloop van de procedure 6.1.De comparitie heeft op 16 december 2011 plaatsgevonden. Daarvan is proces-verbaal opgemaakt. Partijen zijn niet tot een regeling gekomen en de zaak is naar de rol verwezen voor memorie van grieven. 6.2. Bij memorie van grieven heeft Indalo drie producties overgelegd, twee grieven aangevoerd, haar eis vermeerderd en geconcludeerd tot vernietiging van het vonnis waarvan beroep en, kort gezegd, tot toewijzing van haar vorderingen. 6.3.Bij memorie van antwoord, tevens antwoord vermeerdering eis, heeft Heineken de grieven bestreden. 6.4. Partijen hebben daarna de gedingstukken overgelegd en uitspraak gevraagd. 7. De gronden van het hoger beroep Voor de tekst van de grieven wordt verwezen naar de memorie van grieven. 8. De verdere beoordeling 8.1. Het gaat in deze zaak om het volgende. i. Heineken is op of omstreeks 1 juni 1984 huurder geworden van de bedrijfsruimte aan de [vestigingsadres] te [vestigingsplaats]. Aanvankelijk huurde zij van een van de rechtsvoorgangers van Indalo, sinds 21 augustus 2003 van Indalo. ii. Ingaande 1 februari 1995 is tussen de toenmalige verhuurder en Heineken een nieuwe huurovereenkomst met betrekking tot de bedrijfsruimte van kracht geworden. iii. Het gehuurde mag volgens de huurovereenkomst uitsluitend worden gebruikt als restaurant of cafébedrijf. Heineken heeft het gehuurde onderverhuurd met dezelfde bestemming. iv. Op de huurovereenkomst zijn van toepassing de Algemene bepalingen huurovereenkomst winkelruimte en andere bedrijfsruimte ex artikel 7A:1624 BW, gedeponeerd bij de griffie van de rechtbank ’s-Gravenhage onder nummer 18/1994 (hierna: AB). v. Artikel 15.5 AB luidt als volgt: “Overige belastingen, lasten, heffingen, premies enz. (…) 15.5 Indien in verband met de aard of uitoefening van het beroep of bedrijf van huurder voor het gehuurde, dan wel het gebouw of complex waarvan het gehuurde deel uitmaakt, een hogere dan normale premie van brandverzekering voor opstal of inventaris en goederen aan verhuurder of andere huurders van het gebouw of complex in rekening wordt gebracht, zal huurder het meerdere boven de normale premie aan verhuurders of die andere huurders vergoeden. Verhuurder en andere huurders zijn vrij in de keuze van de verzekeringsmaatschappij, de bepaling van de verzekerde waarde en de beoordeling van de redelijkheid van de verschuldigde premie. Onder “normale premie” wordt verstaan de premie die verhuurder of huurder, bij een te goeder naam en faam bekend staande assuradeur kan bedingen voor het verzekeren van het gehuurde respectievelijk zijn inventaris en goederen, tegen brandrisico op het moment direct voorafgaande aan het afsluiten van deze huurovereenkomst, zonder daarbij rekening te houden met de aard van het door huurder in het gehuurde uit te oefenen bedrijf of beroep, alsmede – gedurende de duur van de huurovereenkomst – elke aanpassing van deze premie, die niet een gevolg is van een verandering van de aard of omvang van het verzekerde risico.” vi. Het huurcontract uit 1984 bevatte een vergelijkbare bepaling. vii. De premie van de brandverzekering van het pand, waarvan het gehuurde deel uitmaakt, wordt in rekening gebracht aan de VvE, die de premie doorberekent aan haar leden, waaronder (thans) Indalo. 8.2.De kantonrechter heeft in eerste aanleg de vordering van Indalo tot veroordeling van Heineken op de voet van artikel 15.5 AB tot betaling van € 9.596,52 over de jaren 2006-2011 afgewezen. Volgens de kantonrechter brengt een redelijke uitleg van artikel 15.5 AB met zich dat in dit geval als normale premie wordt aangemerkt de premie die verschuldigd is voor het gebruik van het gehuurde als restaurant of cafébedrijf en is niet gebleken dat het gebruik van het gehuurde als pizzeria leidt tot een hogere dan normale premie. 8.3.Indalo kan zich met het vonnis niet verenigen en is ervan in hoger beroep gekomen. Zij heeft twee grieven geformuleerd, die er in de kern op neer komen dat de kantonrechter een onjuiste uitleg heeft gegeven aan artikel 15.5 AB. Daarnaast heeft Indalo haar eis in hoger beroep vermeerderd met een vordering om voor recht te verklaren, dat de voorgeschreven huurovereenkomst Heineken verplicht tot betaling aan Indalo van de meerpremie, bedoeld in artikel 15.5 AB, die de opstalverzekeraar aan Indalo in rekening brengt in verband met de aard van de bedrijfsuitoefening in de aan Heineken verhuurde bedrijfsruimte. 8.4. Partijen hebben hun geschil toegespitst op de vraag welke uitleg moet worden gegeven aan het begrip “normale premie” als bedoeld in artikel 15.5 AB. Volgens Indalo is daarmee bedoeld de premie voor een brandverzekering bij een neutraal gebruik van de bedrijfsruimte, zonder verhoogd brandrisico. In de visie van Indalo dient Heineken de hogere dan normale premie van de brandverzekering aan haar te vergoeden. Heineken meent echter dat met “normale premie” wordt bedoeld de premie voor een brandverzekering bij een gebruik van de bedrijfsruimte als restaurant of cafébedrijf. In de visie van Heineken is er geen sprake van een hogere dan normale premie en hoeft zij niks aan Indalo te vergoeden. 8.5. Aan de orde is de uitleg van een bepaling uit de algemene voorwaarden bij een huurcontract, terwijl na het sluiten van het contract de verhuurster door een volgende verhuurster is opgevolgd. Nu partijen over de bepaling niet hebben onderhandeld, is de uitleg ervan met name afhankelijk van objectieve factoren, zoals de bewoordingen waarin de desbetreffende bepaling is gesteld. De tweede volzin van artikel 15.5 AB bepaalt expliciet: “Onder “normale premie” wordt verstaan de premie die verhuurder of huurder, bij een te goeder naam en faam bekend staande assuradeur kan bedingen voor het verzekeren van het gehuurde respectievelijk zijn inventaris en goederen, tegen brandrisico op het moment direct voorafgaande aan het afsluiten van deze huurovereenkomst, zonder daarbij rekening te houden met de aard van het door huurder in het gehuurde uit te oefenen bedrijf of beroep, alsmede – gedurende de duur van de huurovereenkomst – elke aanpassing van deze premie, die niet een gevolg is van een verandering van de aard of omvang van het verzekerde risico.” De in deze zin gebruikte bewoordingen “op het moment direct voorafgaande aan het afsluiten van deze huurovereenkomst, zonder daarbij rekening te houden met de aard van het door huurder in het gehuurde uit te oefenen bedrijf of beroep” wijzen duidelijk op de juistheid van het door Indalo verdedigde standpunt. Omdat partijen niet over de bepaling hebben onderhandeld, zijn er onvoldoende aanknopingspunten voor een ander oordeel. Het enkele feit dat de verhuurder gedurende een aantal jaren geen beroep heeft gedaan op het uit het artikel voortvloeiende recht op vergoeding van meerpremie, is onvoldoende voor een andere uitleg van het artikel. 8.6. Voor onderhavige zaak betekent deze uitleg het volgende. Op het moment vlak voor de verhuur van de bedrijfsruimte aan Heineken heeft Indalo een premie voor het verzekeren tegen brandrisico van bedrijfsruimte kunnen bedingen. Deze premie heeft te gelden als de normale premie in de zin van artikel 15.5 AB. Het standpunt van Heineken dat onder normale premie dient te worden verstaan de premie voor het gebruik van de bedrijfsruimte als restaurant of cafébedrijf is dan ook naar het oordeel van het hof onjuist. 8.7.Het voorgaande betekent dat de grieven van Indalo slagen. 8.8.Vervolgens dient het hof (in het kader van de devolutieve werking van het hoger beroep) de volgende verweren van Heineken te beoordelen:
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.