GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH Afdeling civiel recht zaaknummer HD 200.094.531/01 arrest van 19 maart 2013 in de zaak van [de man] , wonende te [woonplaats], appellant, advocaat: mr. B. van Meurs te Heerlen, tegen Stichting Trajekt, gevestigd te [vestigingsplaats], geïntimeerde, advocaat: mr.drs. C.A.H. Lemmens te Heerlen, als vervolg op het door het hof gewezen tussenarrest van 15 november 2011 in het hoger beroep van de door de rechtbank Rechtbank Maastricht, sector kanton, locatie Maastricht, onder zaaknummer 374450 CV EXPL 10-1678 gewezen vonnissen van 19 mei 2010, 29 september 2010 en 15 juni 2011. 5 Het tussenarrest van 15 november 2011 Bij genoemd arrest heeft het hof een comparitie na aanbrengen gelast en is iedere verdere beslissing aangehouden. 6 Het verdere verloop van de procedure 6.1 De comparitie heeft op 2 december 2011 plaatsgevonden. Daarvan is proces-verbaal opgemaakt. Partijen zijn niet tot een regeling gekomen en de zaak is naar de rol verwezen voor memorie van grieven. 6.2 Bij memorie van grieven heeft [appellant] twaalf grieven aangevoerd en geconcludeerd tot vernietiging van de vonnissen waarvan beroep en, kort gezegd, tot het alsnog toewijzen van zijn vorderingen zoals ingesteld in eerste aanleg, voor zoveel nodig met veroordeling van Trajekt tot terugbetaling van hetgeen hij ter uitvoering van de bestreden vonnissen aan haar heeft voldaan, te vermeerderen met de wettelijke rente, een en ander met veroordeling van Trajekt in de proceskosten van beide instanties. 6.3 Bij memorie van antwoord met één productie heeft Trajekt de grieven bestreden. Voorts heeft zij incidenteel appel ingesteld. Zij heeft daarbij één grief aangevoerd en geconcludeerd tot vernietiging van de vonnissen waarvan (ook) in principaal appel is geappelleerd voor zover daarin is bepaald dat dient te worden uitgegaan van het aantal verlofuren zoals door [appellant] is gesteld en tot het alsnog geheel afwijzen van de vorderingen van [appellant], met veroordeling van [appellant] in de proceskosten van beide instanties. 6.4 [appellant] heeft bij memorie van antwoord in het incidenteel appel de grief van Trajekt bestreden. 6.5 Hierna hebben partijen nog schriftelijk gepleit overeenkomstig de inhoud van de respectieve pleitnota's. 6.6 Partijen hebben daarna de gedingstukken overgelegd en uitspraak gevraagd. 7De gronden van het hoger beroep Voor de tekst van de grieven wordt verwezen naar de memories van grieven. 8De verdere beoordeling In principaal en in incidenteel appel 8.1 Het gaat in deze zaak om het volgende. 8.1.1 [appellant] is op 1 september 2007 op basis van een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd in dienst getreden bij Trajekt als algemeen directeur-bestuurder voor 36 uur per week. Op de arbeidsovereenkomst hebben partijen de CAO Welzijn & Maatschappelijke Dienstverlening (verder te noemen: de cao) van toepassing verklaard. Tijdens het dienstverband van [appellant] golden na elkaar de cao 2007-2008 (tot 1 mei 2008) en de cao 2008-2011 (vanaf 1 mei 2008). In beide cao’s is bepaald dat voor sommige bepalingen een andere ingangsdatum kan gelden. In dat geval wordt dit bij de desbetreffende cao-bepaling aangegeven. Voorts zijn interne regelingen en bepalingen van toepassing verklaard. [appellant] had op jaarbasis recht op 170 uur basisverlof en 36 uur leeftijdsverlof. 8.1.2 In de cao (2007-2008) staat in artikel 10.1 lid 2 het volgende opgenomen: “2. De vakantie wordt in het desbetreffende kalenderjaar opgenomen, tenzij werkgever en werknemer in overleg daarvan besluiten af te wijken.” In de cao (aangegaan voor het tijdvak van 1 mei 2008 tot en met 31 december 2012) is het volgende opgenomen: “7.2 Opname vakantieverlof 1 De vakantie moet in de regel in het desbetreffende kalenderjaar worden opgenomen, tenzij werkgever en werknemer in overleg besluiten daarvan af te wijken. (…)” 8.1.3 Blijkens de brief d.d. 21 augustus 2007 van Trajekt aan haar medewerkers (productie 8 bij cva ) gold binnen Trajekt ten aanzien van het overschrijven van verlof naar 2008 het volgende: “- verlof overschrijven naar 2008 is toegestaan tot een maximum van 36 uur op basis van een fulltime dienstverband; (…) - medewerkers die méér dan het toegestane verlof willen overschrijven dienen hiertoe vóór 1 oktober 2007 schriftelijk een - met reden omkleed - verzoek in te dienen (via hun leidinggevende) bij hun manager. (…)” Blijkens de brief d.d. 25 augustus 2008 van Trajekt aan haar medewerkers (productie 9 bij cva ) gold binnen Trajekt ten aanzien van het overschrijven van verlof naar 2009 het volgende: “(…) verlof overschrijven naar 2009 is toegestaan tot een maximum van 36 uur op basis van een fulltime dienstverband; (…) medewerkers die méér dan het toegestane verlof willen overschrijven dienen hiertoe vóór 1 oktober 2008 schriftelijk een - met reden omkleed - verzoek in te dienen (via hun leidinggevende) bij hun manager. (…)” 8.1.4 Artikel 3.1 van de cao 2008-2011 bevat bepalingen over de arbeidsduur. Voor zover relevant voor dit geschil luidt het artikel: “1. De arbeidsduur van de werknemer met een volledig dienstverband bedraagt gemiddeld 36 uur per week. Vanaf 1 januari 2010 geldt het volgende: De arbeidsduur bedraagt voor de werknemer met een volledig dienstverband 1872 uur per jaar (52 weken maal 36 uur). 2. (…) 3. (…) 4. (…) 5. (…) De werkgever moet de werknemer in staat stellen om in het betreffende kalenderjaar de voor hem voor dat jaar vastgestelde uren werken. a. (…) b. (…) c. (…) d. Als op 31 december blijkt dat de werknemer teveel uren heeft gewerkt in het betreffende kalenderjaar dan worden deze uren uitbetaald volgens het voor de werknemer geldende uursalaris. 7. a. (…) b. (…) 8.1.5 Bij beschikking van de rechtbank Maastricht, sector kanton, locatie Maastricht, van 23 juli 2009 is de arbeidsovereenkomst tussen partijen ontbonden per 1 augustus 2009. Het salaris van [appellant] bedroeg toen € 7.818,00 bruto per maand, te vermeerderen met vakantiebijslag. 8.2 Bij inleidende dagvaarding van 26 maart 2010 heeft [appellant] onderhavige procedure aanhangig gemaakt bij de rechtbank Maastricht, sector kanton, locatie Maastricht. Hij heeft gevorderd Trajekt te veroordelen tot betaling van bedragen van € 11.396,59, € 32.036,85 en € 6.651,50 - telkens bruto - ter zake van plusuren (inclusief vakantiebijslag) over de jaren 2007 tot en met 2009 en € 5.690,10 bruto (inclusief vakantiebijslag) ter zake van 105,12 verlofuren, alles te vermeerderen met de wettelijke verhoging en een en ander te vermeerderen met de wettelijke rente, alsmede tot betaling van een bedrag van € 1.785,00 inclusief BTW ter zake van buitengerechtelijke incassokosten. Daarnaast heeft hij gevorderd Trajekt te veroordelen tot het verstrekken van een bruto/netto-loonspecificatie/eind- afrekening en haar te veroordelen in de proceskosten. 8.3 De kantonrechter heeft, kort weergegeven, achtereenvolgens een compariti partijen gehouden, een bewijsopdracht aan [appellant] gegeven en getuigen gehoord en uiteindelijk bij eindvonnis van 15 juni 2011 de vorderingen van [appellant] afgewezen met veroordeling van [appellant] in de proceskosten.n 8.4 Beide partijen hebben de door de kantonrechter gewezen vonnissen bestreden. Tegen het tussenvonnis van 19 mei 2010 is door geen van partijen een grief gericht, zodat beide partijen in het beroep daarvan niet-ontvankelijk zijn. (niet-genoten) vakantie-uren: 8.5 Partijen hebben in eerste aanleg gedebatteerd over de vraag of de regeling (zie hierboven onder 8.1.2/8.1.3) strijdig is met artikel 7:642 BW (althans met de tot 1 januari 2012 geldende versie van dat artikel). De kantonrechter heeft bij tussenvonnis van 29 september 2010 onder meer overwogen dat, zelfs al zou sprake zijn van strijdigheid van de cao/interne regeling met artikel 7:642 BW, [appellant] dan nog in redelijkheid geen beroep op vernietiging zou toekomen, omdat het niet zo kan zijn dat een regeling, waarvoor hij als algemeen directeur/bestuurder verantwoordelijkheid droeg, wel wordt toegepast op alle andere werknemers binnen Trajekt en niet op hem. In verband met het beroep van [appellant] op een van de interne regeling afwijkende afspraak met de heer [voormalig voorzitter van de Raad van Toezicht], (destijds) voorzitter van de Raad van Toezicht, - welke afspraak, indien vaststaand, er volgens de kantonrechter toe zou moeten leiden dat Trajekt alsnog niet genoten verlofuren zou moeten vergoeden - is [appellant] bij tussenvonnis van 29 september 2010 toegelaten tot bewijs. Bij eindvonnis van 15 juni 2011 heeft de kantonrechter [appellant] niet geslaagd geacht in het bewijs van bedoelde afspraak en (onder meer) de vordering tot betaling van 105,12 verlofuren afgewezen. 8.6 De grief 1 (en de grieven 2 en 8 tot en met 10) - van [appellant] - en de incidentele grief - van Trajekt - zien (deels mede) op de kwestie van de (niet-genoten) vakantie-uren. Deze grieven lenen zich in zoverre voor gezamenlijke behandeling. 8.7 [appellant] maakt op grond van artikel 7:641, eerste lid, BW aanspraak op uitkering in geld tot een bedrag van € 5.690,10 bruto (inclusief vakantiebijslag) van opgebouwde maar niet-genoten vakantie-uren. Hij heeft aangevoerd dat hij vanwege de drukte op het werk niet in staat is geweest om alle vakantie-uren op te nemen. Per einde dienstverband was sprake van in totaal 141,12 (33,12 over 2007 en 108 over 2008) niet-genoten vakantie-uren, waarvan door Trajekt 36 uren zijn vergoed, zodat een saldo van 105,12 uren resteert. [appellant] stelt primair dat artikel 7:642 BW (waarbij volgens [appellant], gezien artikel 7:645 BW dwingendrechtelijk, is bepaald dat een vordering op basis van artikel 7:641 BW eerst na verloop van vijf jaren na afloop van het jaar van ontstaan van de aanspraak verjaart) zich verzet tegen een interne regeling met als inhoud dat slechts vijf verlofdagen per jaar mogen worden meegenomen naar het volgend jaar. [appellant] betwist dat zijn vakantieaanspraken zouden zijn vervallen. De recuperatiefunctie van het verlof doet aan een en ander volgens [appellant] niet af. Aan een bewijsopdracht aan hem met betrekking tot de gestelde, van de regeling afwijkende, afspraak hoeft niet te worden toegekomen, aldus [appellant]. In reactie op de incidentele grief heeft [appellant] voor wat betreft de bewijslast terzake van het eventueel in geld uit te betalen aantal uren aangevoerd dat, bij gebrek aan uit de administratie blijkende gegevens, sprake is van onvoldoende gemotiveerde betwisting van de kant van Trajekt. 8.8 Het verweer van Trajekt in principaal appel houdt in dat de vakantieaanspraken zijn komen te vervallen op basis van de cao, althans op basis van de interne regeling van Trajekt. Die regeling doet recht aan de recuperatiefunctie van vakantie en is niet in strijd met de artikelen 7:640 tot en met 7:642 BW. Van een verzoek van [appellant] om meer dan 36 verlofuren mee te mogen nemen naar het volgende kalenderjaar of enige anders (dan de regeling) luidende afspraak is geen sprake. Volgens Trajekt heeft [appellant] steeds voldoende verlof opgenomen. Zij stelt in incidenteel appel dat de bewijslast ter zake het gevorderde aantal verlofuren bij [appellant] ligt, in het bijzonder ook gelet op zijn grote zelfstandigheid in zijn functie als algemeen directeur/bestuurder. [appellant] heeft nagelaten inzichtelijk te maken op welke wijze hij deze uren heeft berekend, aldus Trajekt. 8.9 Het hof overweegt ten aanzien van de gevorderde uitbetaling van vakantie-ur volgt.s 8.9.1 De verjaring van vakantieaanspraken is geregeld in artikel 7:642 BW. Deze aanspraken verjaren na verloop van vijf jaren na de laatste dag van het kalenderjaar waarin de aanspraak is ontstaan. Op grond van artikel 7:645 BW kan van artikel 7:642 BW (zoals deze laatste bepaling gold tot 1 januari 2012) niet ten nadele van de werknemer worden afgeweken. De meerbedoelde regeling van de cao c.q. de interne regeling, op grond waarvan Trajekt stelt dat de vakantieaanspraken van [appellant], voor zover deze meer dan 36 verlofuren betreffen, zijn vervallen, omdat overschrijven naar een volgend jaar slechts is toegestaan tot een maximum van 36 uur (op basis van een fulltime dienstverband), is - ook indien moet worden aangenomen dat de CAO voor een dergelijke interne regeling al ruimte liet - naar het oordeel van het hof dan ook niet rechtsgeldig. [appellant] heeft zich terecht beroepen op de vernietigbaarheid ervan. In verband hiermee is - in het kader van de vordering inzake verlofuren - de door [appellant] ter onderbouwing van zijn vordering nog gestelde nadere afspraak met de heer [voormalig voorzitter van de Raad van Toezicht] dan ook niet (meer) van belang, zodat bewijs daarvan als niet ter zake doende achterwege kan blijven. Dat de interne regeling zou samenhangen met de recuperatiefunctie van vakantie doet aan bovenstaande niet af. Een werkgever kan (in verband met die functie en gelet op de eis van goed werkgeverschap) trachten de werknemer te bewegen zijn aanspraak op vakantie te realiseren, maar – nu het per 1 januari 2012 ingevoerde artikel 7:640a BW gezien artikel 225 Overgangswet Nieuw Burgerlijk Wetboek (Stb 2011,318) op de onderhavige aanspraken niet van toepassing is - bij einde van de arbeidsovereenkomst geldt het uiteindelijke saldo met inachtneming van de verjaringstermijn van artikel 7:642 BW. De niet genoten vakantie-uren over 2007 en 2008 zijn - gezien de in 2007 tot en met 2009 van toepassing zijnde wetgeving - niet vervallen. In het bijzonder grief 1 van [appellant] slaagt. 8.9.2 [appellant] vordert de betaling in geld van 105,12 niet genoten vakantie-uren. Trajekt stelt dat [appellant] voldoende verlofuren heeft genoten en betwist derhalve dat aan [appellant] nog verlofuren toekomen. Naar het oordeel van het hof zal [appellant], indien de betwisting door Trajekt voldoende gemotiveerd te achten is, het door hem gestelde tegoed aan niet genoten vakantie-uren moeten bewijzen. Bij beantwoording van de vraag of de betwisting voldoende gemotiveerd is, speelt het bepaalde in artikel 7:641, lid 2 BW, een rol. In dit artikellid wordt ervan uitgegaan dat de werkgever verplicht is een administratie bij te houden van de door werknemer genoten vakantiedagen. Dit brengt mee dat Trajekt in beginsel haar betwisting mede moet motiveren aan de hand van de uit een dergelijke administratie blijkende gegevens die dan ook door haar in het geding moeten worden gebracht. Echter van een voldoende motivering van de betwisting kan ook sprake zijn indien concrete omstandigheden worden gesteld waaruit kan volgen dat de werkgever niet over gegevens kán beschikken met betrekking tot het aantal opgenomen verlofuren in verband met de wijze waarop partijen aan de arbeidsovereenkomst invulling hebben gegeven (Hoge Raad 12 september 2003, LJN AF8560). Het betoog dat Trajekt uiteindelijk blijkens haar pleitnotitie tot uitgangspunt heeft genomen, te weten dat het pas nádat de werknemer zijn aanspraak heeft onderbouwd en aangetoond/bewezen (hetgeen volgens Trajekt bij [appellant] uitdrukkelijk niet het geval
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.