← Nederland

ECLI:NL:GHSHE:2013:3157

GERECHTSHOF ‘s-HERTOGENBOSCH Wrakingskamer registratienummer wraking: 187-09-2013datum beslissing: 17 juli 2013 beslissing op het verzoek als bedoeld in artikel 36 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering in de zaak met zaaknummer HV 200.113.032/01 (hierna: de hoofdzaak) van [appellante], wonende te [woonplaats], appellante, advocaat: mr. P.M.J. Graus, hierna te noemen: verzoekster, tegen: Raad voor de Kinderbescherming, regio Zuidoost Nederland, locatie Maastricht, geïntimeerde, hierna te noemen: de raad, en de volgende door het hof als zodanig aangemerkte belanghebbenden: a. Stichting Bureau Jeugdzorg Limburg, gevestigd te Roermond en mede kantoorhoudende te Sittard, hierna te noemen: de stichting, b. [de vader], laatstelijk wonende te [woonplaats], hierna te noemen: [de vader], c. [het kind], kind van verzoekster en [de vader], wonende bij verzoekster te [woonplaats], hierna te noemen: [het kind], strekkende tot wraking van de mrs. O.G.H. Milar, M.C. Bijleveld-van der Slikke, C.E.M. Renckens en H.J. Witkamp, raadsheren bij de afdeling civiel recht, team familie van het gerechtshof te ’s-Hertogenbosch. 1Het procesverloop 1.1. Op 10 juni 2013 is ter griffie van dit hof een door mr. P.M.J. Graus, advocaat te Heerlen, namens verzoekster ingediend wrakingsverzoek – gedateerd op 7 juni 2013 - ontvangen. Het wrakingsverzoek is gericht tegen het hof c.q. de raadshe(e)r(

  1. en)die het verzoek van verzoekster tot uitstel van de mondelinge behandeling in de hoofdzaak op 11 juni 2013 hebben afgewezen en/of de raadshe(e)r(
  2. en)die de hoofdzaak moet(
  3. en)beoordelen. Mr. Graus heeft het hof namens verzoekster verzocht zo spoedig mogelijk de naam/namen van de betrokken raadshe(e)r(
  4. en)kenbaar te maken, zodat verzoekster haar wraking kan onderbouwen. 1.2. Het wrakingsverzoek is nader toegelicht bij brief van mr. Graus, namens verzoekster aan de wrakingskamer van het gerechtshof (hierna: de wrakingskamer) d.d. 17 juni 2013. In deze brief wordt aangegeven dat de wraking zich richt tegen de door het hof op verzoek van mr. Graus genoemde vier raadsheren de mrs. Milar, Bijleveld-van der Slikke, Renckens en Witkamp. 1.3. De mrs. Milar, Bijleveld-van der Slikke, Renckens en Witkamp hebben niet in de wraking berust. De mrs. Milar en Bijleveld-van der Slikke hebben ieder een schriftelijke reactie op het wrakingsverzoek aan de wrakingskamer toegezonden. Deze reacties zijn op voorhand aan verzoekster, aan de raad en aan de belanghebbenden toegezonden. De mrs. Renckens en Witkamp hebben de wrakingskamer laten weten geen gebruik te maken van de gelegenheid om schriftelijk te reageren op het wrakingsverzoek anders dan door te verwijzen naar en zich aan te sluiten bij de inhoud van de schriftelijke reactie van hun kamervoorzitter mr. Bijleveld-van der Slikke. 1.4. De wrakingskamer heeft het wrakingsverzoek tijdens een besloten zitting op 2 juli 2013 behandeld. De mrs. Milar, Bijleveld-van der Slikke, Renckens en Witkamp, die hebben laten weten geen gebruik te willen maken van de gelegenheid om op het wrakingsverzoek te worden gehoord, zijn ter zitting niet verschenen. Namens verzoekster is mr. Graus ter zitting verschenen en gehoord. Verzoekster zelf is niet ter zitting verschenen. De raad en de stichting zijn met bericht van afwezigheid niet ter zitting verschenen. De oproep aan [de vader] om ter zitting te verschijnen is met mededeling van vertrek door de wrakingskamer retour ontvangen. 1.5. Na de mondelinge behandeling heeft de voorzitter het onderzoek gesloten en medegedeeld dat de wrakingskamer op 17 juli 2013 uitspraak zal doen. 2Het standpunt van verzoekster Voor het standpunt van verzoekster verwijst de wrakingskamer naar het wrakingsverzoek van 7 juni 2013, de nadere toelichting daarop bij brief d.d. 17 juni 2013 en ter zitting van de wrakingskamer d.d. 2 juli 2013. Kort gezegd komt dit standpunt hierop neer dat bij haar de indruk van partijdigheid is gewekt, nu: in de hoofdzaak eenzijdig door het hof een datum voor een zitting is bepaald op 11 juni 2013; op 24 april 2013 mr. Milar in een brief aan mr. Graus afwijzend heeft beslist op het verzoek van verzoekster om uitstel van de zitting in de hoofdzaak te verlenen; mr. Milar zijn beslissing (op dat moment) niet heeft gemotiveerd; de mrs. Bijleveld-van der Slikke, Renckens en Witkamp zich aan de beslissing van mr. Milar hebben geconformeerd. 3De ontvankelijkheid van het verzoek 3.1. Met betrekking tot de ontvankelijkheid van het verzoek tot wraking overweegt de wrakingskamer het volgende. 3.2. Op grond van artikel 37 lid 1 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) moet een verzoek tot wraking worden gedaan zodra de feiten en omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden aan de verzoeker bekend zijn geworden. 3.3. Zoals uit het hiervoor onder r.o. 2 kort weergegeven standpunt van verzoekster blijkt, is het wrakingsverzoek ingegeven door de afwijzing van haar verzoek om uitstel van de zitting in de hoofdzaak. De gronden voor het onderhavige wrakingsverzoek waren derhalve reeds op of daags na 24 april 2013 bij verzoekster bekend. 3.4. Verzoekster heeft echter eerst bij brief gedateerd op 7 juni 2013, derhalve ruim zes weken later een verzoekschrift tot wraking van de betrokken raadsheren aan het hof doen toekomen. Naar het oordeel van de wrakingskamer is hierdoor niet aan de eis van artikel 37 Rv voldaan. Het verzoek tot wraking is derhalve te laat ingediend. De toelichting namens verzoekster ter zitting van de wrakingskamer d.d. 2 juli 2013, dat zij door diverse tussenkomende omstandigheden eerst na verloop van tijd na de afwijzing van haar uitstelverzoek tot de overtuiging is gekomen dat wraking noodzakelijk was, rechtvaardigt niet dat zij tot 7 juni 2013 heeft gewacht met de indiening van het verzoek daartoe. 3.5. Ten overvloede overweegt de wrakingskamer nog dat de afwijzing van een uitstelverzoek in het onderhavige geval niet leidt tot de conclusie dat sprake is van vooringenomenheid dan wel van de schijn van vooringenomenheid. 4Conclusie Op grond van hetgeen hiervoor is overwogen komt de wrakingskamer tot de conclusie dat verzoekster in haar verzoek tot wraking van de mrs. Milar, Bijleveld-van der Slikke, Renckens en Witkamp niet ontvangen kan worden. 5De beslissing Het hof: verklaart verzoekster niet-ontvankelijk in haar wrakingsverzoek; bepaalt dat het proces in de hoofdzaak wordt voortgezet in de stand waarin deze zich bevond ten tijde van het wrakingsverzoek; beveelt de onverwijlde toezending van deze beslissing aan:  verzoekster,  geïntimeerde in de hoofdzaak;  belanghebbenden sub a. en b. in de hoofdzaak;  de raadsheren mrs. Milar, Bijleveld-van der Slikke, Renckens en Witkamp. Deze beslissing is gegeven door mrs. J.W.J. Huige, J.C.A.M. Claassens en P.A.G.M. Cools, in tegenwoordigheid van mr. C.J.G. Streutjes als griffier en in het openbaar uitgesproken op 17 juli 2013.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.