GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH Wrakingskamer registratienummer wraking Wr 190-12-2012 HV200.126.759/01 datum beslissing 15 augustus 2013 beslissing op het verzoek als bedoeld in artikel 36 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering in de zaak met zaaknummer HV200.126.759/01 van [verzoeker], wonende te [woonplaats], en [verzoekster], wonende te [woonplaats], appellanten, advocaat: mr. A. Elias hierna te noemen: verzoekers, tegen: Stichting Bureau Jeugdzorg Noord-Brabant, gevestigd te Eindhoven en mede kantoorhoudende te Tilburg, geïntimeerde, hierna te noemen: de stichting, en de volgende door het hof als zodanig aangemerkte belanghebbende: Raad voor de kinderbescherming Tilburg, hierna te noemen: de raad, strekkende tot wraking van mr. J.H.J.M. Mertens, mr. C.D.M. Lamers en mr. C.E.M. Renckens. 1Het procesverloop Op 17 juli 2013 hebben verzoekers zich door middel van een brief in persoon tot het gerechtshof gewend met het verzoek tot wraking van mr. J.H.J.M. Mertens, mr. C.D.M. Lamers en - naar het hof begrijpt - mr. C.E.M. Renckens, behandelend raadsheren van de hierboven gemelde lopende (verzoekschrift)procedure. De behandeling van die zaak is vervolgens geschorst en de uitspraak in die zaak is aangehouden. Bij brief van het hof van 18 juli 2013 is geconstateerd dat het verzoekschrift niet is ondertekend door een advocaat en zijn verzoekers in de gelegenheid gesteld dat verzuim te herstellen. Op 20 juli 2013 hebben verzoekers hierop per e-mail gereageerd met het verzoek om een toelichting. Op 23 juli 2013 heeft de griffier zowel per e-mail als per brief de gevraagde toelichting gegeven. Op 14 augustus 2013 hebben verzoekers per e-mail laten weten dat het niet is gelukt om het wrakingsverzoek door een advocaat te laten tekenen. 2De ontvankelijkheid van het wrakingsverzoek In zaken waarin verplichte procesvertegenwoordiging geldt, dient een schriftelijk ingediend verzoek om wraking te worden ondertekend door een advocaat (HR 18 december 1998, NJ 1999/271). Nu de wraking een verzoekschriftprocedure is in de zin van artikel 261 Rv geldt verplichte procesvertegenwoordiging. Derhalve dient het wrakingsverzoek op grond van artikel 278 lid 3 Rv te worden ondertekend door een advocaat. De wet maakt met betrekking tot het doen van een verzoek om wraking geen uitzondering op de verplichte procesvertegenwoordiging. Verzoekers hebben geen gebruik gemaakt van de hun geboden gelegenheid dit verzuim te herstellen. Nu het wrakingsverzoek niet door een advocaat is ondertekend, kunnen verzoekers niet worden ontvangen in hun wrakingsverzoek. De slotsom is dat het verzoek tot wraking reeds om die reden niet ontvankelijk wordt verklaard. 3De beslissing Het hof: verklaart verzoekers in hun verzoek niet ontvankelijk; bepaalt dat het proces in de hoofdzaak wordt voortgezet in de stand waarin het zich bevond ten tijde van de indiening van het wrakingsverzoek; beveelt de onverwijlde mededeling van deze beslissing aan: verzoekers; de stichting; de raad; de raadsheren mr. J.H.J.M. Mertens, mr. C.D.M. Lamers en mr. C.E.M. Renckens. Deze beslissing is gegeven door mrs. N.J.M. van Etten, J.W.J. Huige en A.J.M. van Gink en in het openbaar uitgesproken op 15 augustus 2013.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.