Afdeling strafrecht Parketnummer : 20-000887-13 Uitspraak : 12 september 2013 TEGENSPRAAK Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof 's-Hertogenbosch gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Oost-Brabant van 7 maart 2013 in de strafzaak met parketnummer 01-845199-12 tegen: [verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum], wonende te [woonplaats], [adres], thans gedetineerd in de PI Arnhem - HvB Arnhem Zuid. Hoger beroep Bij vonnis waarvan beroep is de verdachte ter zake van poging tot doodslag (ten laste gelegd onder 1) en zware mishandeling (ten laste gelegd onder 2 primair) veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 4 jaren, met aftrek van voorarrest, en is de verdachte ter zake van voornoemde feiten de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen ontzegd voor de duur van 3 jaren. Voorts is de vordering van de benadeelde partij gedeeltelijk toegewezen, met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. De verdachte heeft tegen dit vonnis hoger beroep ingesteld. Onderzoek van de zaak Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep, alsmede het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg. Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht. De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het beroepen vonnis zal vernietigen en, opnieuw rechtdoende, bewezen zal verklaren dat verdachte het onder 1 en 2 primair ten laste gelegde heeft begaan en verdachte zal veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van 5 jaren, met aftrek van voorarrest, en verdachte de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen zal ontzeggen voor de duur van 3 jaren. Ten aanzien van de vordering van de benadeelde partij heeft de advocaat-generaal zich op het standpunt gesteld dat het hof deze volledig dient toe te wijzen, met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. De verdediging heeft primair vrijspraak bepleit. Subsidiair heeft de verdediging betoogd dat, in het geval het hof tot een bewezenverklaring van één of meer feiten komt, voor wat betreft feit 2 sprake is geweest van noodweer dan wel noodweerexces en voor wat betreft feit 1 van noodweerexces, bijgevolg waarvan verdachte ten aanzien van beide feiten ontslagen dient te worden van alle rechtsvervolging. Uiterst subsidiair heeft de verdediging een strafmaatverweer gevoerd en betoogd dat het hof de door de rechtbank opgelegde straf en maatregel dient te matigen. Ten aanzien van de vordering van de benadeelde partij heeft de verdediging zich primair op het standpunt gesteld dat het hof de benadeelde partij hierin niet-ontvankelijk dient te verklaren dan wel de vordering dient af te wijzen en subsidiair dat het hof de hoogte van het toe te wijzen bedrag aan schadevergoeding dient te matigen. Vonnis waarvan beroep Het beroepen vonnis zal worden vernietigd omdat het hof (op ondergeschikte onderdelen) tot een andere bewezenverklaring komt dan de rechter in eerste aanleg. Tenlastelegging Aan verdachte is ten laste gelegd dat: 1. hij op of omstreeks 17 juni 2012 te Grave ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om opzettelijk [aangever 1] van het leven te beroven, met dat opzet meermalen, althans eenmaal, met zijn, verdachtes, auto met hoge/verhoogde snelheid naar die [aangever 1] is toe gereden en/of (vervolgens) tegen die [aangever 1] is aangereden en/of (vervolgens) (terwijl die [aangever 1] op de motorkap van de auto lag) is doorgereden en/of die [aangever 1] heeft meegesleurd en/of (vervolgens) met zijn, verdachtes, auto heeft geremd (waardoor die [aangever 1] op de grond gleed/viel) en/of (vervolgens) achteruit is gereden en/of (vervolgens) met zijn, verdachtes, auto vooruit over (het lichaam van) die [aangever 1] is heengereden, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid; 2. hij op of omstreeks 17 juni 2012 te Grave aan een persoon genaamd [aangever 2] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel (te weten: een gebroken onderbeen/enkel) heeft toegebracht, door opzettelijk met zijn, verdachtes, auto tegen de/het enkel/been, althans het lichaam, van die [aangever 2] aan te rijden; subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden, dat: hij op of omstreeks 17 juni 2012 te Grave ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan een persoon genaamd [aangever 2] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met dat opzet met zijn, verdachtes, auto tegen de/het enkel/been, althans het lichaam, van die [aangever 2] aan heeft gereden, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid. Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten of omissies voorkomen, zijn deze verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging. Bewezenverklaring Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder 1 en 2 primair ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande, dat: 1. hij op 17 juni 2012 te Grave ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om opzettelijk [aangever 1] van het leven te beroven, met dat opzet met zijn, verdachtes, auto met verhoogde snelheid naar die [aangever 1] is toe gereden en vervolgens tegen die [aangever 1] is aangereden en vervolgens (terwijl die [aangever 1] op de motorkap van de auto lag) is doorgereden en vervolgens met zijn, verdachtes, auto heeft geremd (waardoor die [aangever 1] op de grond viel) en vervolgens met zijn, verdachtes, auto vooruit over (het lichaam van) die [aangever 1] is heengereden, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid; 2. hij op 17 juni 2012 te Grave aan een persoon genaamd [aangever 2] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel (te weten: een gebroken onderbeen/enkel) heeft toegebracht, door opzettelijk met zijn, verdachtes, auto tegen het lichaam van die [aangever 2] aan te rijden. Het hof acht niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard, zodat hij daarvan zal worden vrijgesproken. Door het hof gebruikte bewijsmiddelen De beslissing dat het bewezen verklaarde door de verdachte is begaan berust op de feiten en omstandigheden als vervat in de hierna weergegeven bewijsmiddelen, in onderlinge samenhang beschouwd. 1 Op 17 juni 2012 is[getuige 1] door de politie als getuige gehoord. Daarbij heeft [getuige 1] – zakelijk weergegeven – onder meer het volgende verklaard: Ik was gisteren, 16 juni 2012, als barman werkzaam in [café] gelegen aan de[straat 1] te Grave. Ik zag die avond een persoon, die zei dat hij uit Nijmegen was. Ik zag dat hij een roze shirt aan had. Ik bemerkte dat deze persoon ruzie had met een groep jongens. Mijn bazin, [getuige 2] [het hof begrijpt: de [getuige 2]] en ik zijn naar die ruzie toegelopen. We hebben toen die ruzie gesust. Ik zag toen dat even later die ruzie weer opnieuw begon. Ik zag dat die man in het roze shirt opnieuw naar die groep jongens liep en met hen begon te bekvechten. Ook zag en hoorde ik dat hij tegen een zekere [aangever 1][het hof begrijpt: aangever [aangever 1]] en een bekende van ons begon te bekvechten. Ik hoorde dat [aangever 1]zei: “ga naar buiten en naar huis”. Ik zag toen dat hij die persoon beetpakte bij zijn arm en hem naar buiten begeleidde. [getuige 2] en ik liepen met hen beiden mee en wij bleven in de deuropening staan van de achteringang. Ik zag toen dat de mij bekende [manspersoon 1] ook buiten erbij aanwezig was. Ik zag wel dat de man in het roze shirt een vriend van hem was. Ik zag dat er een klein groepje buiten bleef staan, waaronder [getuige 3], de vriendin van [aangever 1][het hof begrijpt: de [getuige 3]], [aangever 1]zelf, [aangever 2] en [getuige 7]. Ik zag toen vanuit het café dat er op straat werd gevochten. We deden de achterdeur open en zagen dat [manspersoon 1] en de persoon in het roze shirt aan het vechten waren met een groepje Gravenaren. Ik zag duidelijk dat [getuige 7] en [aangever 2] met [manspersoon 1] en de man in het roze shirt aan het vechten waren. Vervolgens zag ik dat [manspersoon 1], zijn vriend in het roze shirt en een vrouw naar hun auto liepen. Deze auto was een zilverkleurige VW Polo welke links stond aan de[straat 1]. Ik zag dat [aangever 2]erg kwaad was. Ik zag toen dat hij een stoel van het terras van [restaurant] [het hof begrijpt: [restaurant]] oppakte en ik zag dat hij richting die Polo liep en die stoel tegen de voorruit van die polo gooide. Op het moment dat hij gooide zag en hoorde ik dat die man in het roze shirt in de Polo gas gaf en [aangever 2]aanreed. Ik zag dat [manspersoon 1] naast de bestuurder, de man in het roze shirt, voorin de Polo zat. Ik zag toen dat [aangever 2]aangereden werd en op de motorkap van de Polo terecht kwam. Ik zag dat de Polo richting een terras reed en ik zag dat hij remde of ergens tegenaan reed. Ik zag toen [aangever 2]op het terras liggen. Ik zag dat die Polo een stukje achteruit reed en vervolgens zag en hoorde ik dat die Polo vol gas gaf en vooruit reed en daarbij [aangever 1]aanreed die op het kruispunt met de [straat 2] liep. Ik zag toen dat [aangever 1]op de motorkap van de Polo terecht kwam en ongeveer tien tot twaalf meter werd meegesleurd [het hof begrijpt: op de motorkap van de auto werd meegenomen]. Ik zag toen dat hij van de motorkap afviel en op de [straat 2] terecht kwam. Ik zag duidelijk dat die auto over hem heen reed. Ik zag duidelijk dat de auto omhoog kwam en toen hoorde en zag ik dat de bestuurder vol gas gaf en tegen het verkeer de [straat 2] uitreed waarbij de VW Polo ook nog met de achterkant over het lichaam van [aangever 1]reed. 2 Op 19 juni 2012 is[getuige 3] door de politie als getuige gehoord. Daarbij heeft [getuige 3] – zakelijk weergegeven – onder meer het volgende verklaard: Op zaterdag 16 juni 2012 om 19.00 uur zijn [aangever 1][het hof begrijpt: aangever [aangever 1]] en ik naar een verjaardag gegaan. Omstreeks 20.30 uur ben ik naar huis gegaan. [aangever 1]heeft zich toen laten afzetten bij het [café] te Grave. Zelf ben ik die avond om 21.10 uur naar het [café] gefietst. Vanaf 02.00 uur die nacht ging langzaam iedereen naar huis. [aangever 1]en ik besloten toen eigenlijk ook om naar huis te gaan. [aangever 1]kwam toen aan de bar in gesprek met die jongen die hem later aan zou rijden. Inmiddels weet ik dat hij [verdachte] heet. Ik zag die [verdachte] richting de toiletten lopen. Daar in de nabijheid stond een grote groep jongens rond een bartafel. Bij die bartafel stond ook [manspersoon 1]. Ik zag en hoorde dat daar bij die tafel een woordenwisseling ontstond tussen die [verdachte] en die jongens die daar al stonden. Het kan ook zijn dat het in eerste instantie [manspersoon 1] was die daar een woordenwisseling kreeg. Ik zag dat [getuige 2], de café-eigenaresse [het hof begrijpt: de [getuige 2]], en de barman [getuige 1] daar naar toe gingen om de zaak te sussen. Op enig moment zag ik dat [aangever 1]daar ook bij stond. [getuige 2] heeft toen de achterdeur geopend waarna eenieder naar buiten is gelopen. Ik ben samen met [aangever 1]naar buiten gelopen. Ik heb toen [manspersoon 1] bij zijn arm gepakt en heb hem gezegd dat hij nou echt weg moest gaan en naar hun auto moest gaan. Ik heb hem naar mijn weten tot bijna bij hun auto begeleid. [verdachte] was met [manspersoon 1] en mij op gelopen in de richting van hun auto. Ik ben toen met [manspersoon 1] en [verdachte] bij de auto van hen uitgekomen. Dat was een kleine zilvergrijze auto. Die auto stond geparkeerd op de hoek[straat 1]-[straat 3]. Die auto stond op een ongebruikelijke plek, geen officiële parkeerplek. Die auto stond met de voorzijde in de richting van de [straat 2]. Ik zag dat [verdachte] die auto opende en achter het stuur plaats nam. [manspersoon 1] ging op de bijrijdersstoel zitten. Ik wees hem nog de weg en zei hem daarbij: “nu hier de bocht om en wegwezen”. Daarbij wees ik hem de [straat 3] in. Ik hoorde toen, toen die portierdeuren nog geopend waren, vanuit die groep jongeren roepen: “politie bellen!”. Pas nadien bleek mij dat er gevochten was waarbij een jongen mogelijk een gebroken neus had opgelopen. Ik hoorde dat de motor door [verdachte] gestart werd. Ik ben toen zelf opgestaan. Ik zag toen in mijn ooghoek een tuinstoel [het hof begrijpt: een terrasstoel]. Ik heb niet gezien wie die tuinstoel vast had maar zag wel dat die tuinstoel in de richting van de voorruit van [verdachtes] auto bewoog, waaruit ik begreep dat iemand middels die tuinstoel op [verdachtes] auto wilde slaan. Ik hoorde dat [verdachte] toen gelijk gas gaf en die jongen die kennelijk met de stoel heeft geslagen aanreed. Ik zag die jongen, waarvan ik nadien heb gehoord dat hij [aangever 2]heet, op de motorkap van [verdachtes] auto liggen toen [verdachte] vol gas richting een terras reed. Die jongen viel van de motorkap af, het terras op. Daarna zag ik [verdachte] met zijn auto achteruit rijden. Dat achteruit rijden ging vol gas en met piepende banden. Toen [verdachte] vervolgens weer in zijn vooruit schakelde hoorde ik een hoog toerental en zag ik die auto vol gas richting [straat 2] rijden. Ondanks dat hij die [straat 2] niet in mocht vanwege eenrichtingsverkeer, koos hij er toch voor om die straat in te rijden. Ik stond op dat moment op het terras bij [restaurant] nabij die aangereden jongen. Ik hoorde [verdachtes] auto dus met piepende banden en vol gas de [straat 2] in rijden. Ik hoorde een klap vanuit de [straat 2]. Ik besefte dat die auto toen met iets in aanraking was gekomen doch besefte op dat moment niet dat hij daar weer iemand had aangereden. Direct daarop hoorde ik weer piepende banden en toen ik weer in die richting keek was die auto weg, de [straat 2] in. Ik stond nog met mijn telefoon in mijn handen om melding te maken van een en ander toen ik vast gepakt werd door [getuige 1] die mij vertelde dat mijn man [aangever 1]op de [straat 2] door die auto was aangereden. 3 Op 18 juni 2012 is [getuige 4] door de politie als getuige gehoord. Daarbij heeft[getuige 4] – zakelijk weergegeven – onder meer het volgende verklaard: Zondag 16 juni 2012 [het hof begrijpt: 17 juni 2012] heeft er een voorval plaatsgevonden. Ik kwam van een feestje af. Dit was in Grave. Wij liepen richting de [straat 4]. Hierop kwam er geschreeuw uit het café genaamd het [café]. Daarna liepen wij door richting de [straat 5]. Ik hoorde dat de ruzie doorging en alleen maar geschreeuw. Ik zag nog wel slaande bewegingen. Dit kwam van de twee ruziënde mensen af. Hierop zag ik personen richting een auto lopen. Als ik me niet vergis was het een Volkswagen Polo. Ik zag twee jongens in de auto stappen. Ik zag vanaf het [café] een persoon aan komen lopen. Deze had een stoel vast bij de twee poten boven zijn hoofd. Ik zag dat hij richting de auto rende. Ik zag dat hij ongeveer een meter voor de auto stond en gooide de stoel richting de auto. Ik hoorde en ik zag dat de stoel de voorruit raakte. Op dat moment hoorde ik hem de auto starten. Ik hoorde dat de auto een hoog toerental opbouwde en ineens naar vorenschoot. Hierop zag ik dat de persoon op de motorkap viel en daarna hoorde ik een behoorlijke klap. Hierop reed de auto twee meter naar voren. Vanaf de bestuurder gezien stuurde hij hierna naar links. Na ongeveer drie meter kwam de auto tot stilstand tegen een behoorlijk verhoogde terrasrand. Hierop zag ik de persoon die op de motorkap lag het terras op vliegen waarna hij hard neerkwam. Hierop zag ik dat de auto achteruit reed. Hierop zag ik dat de auto de [straat 4] [het hof: de [straat 4] ligt in het verlengde van de [straat 2]. Het hof begrijpt, mede gelet op de overige bewijsmiddelen, dat hier is bedoeld de [straat 2] in plaats van de [straat 4]] inreed met een hoog toerental. Ik zag iemand. De persoon liep daar op straat en ik zag dat de auto doorreed tegen het verkeer in. Ik zag en hoorde dat de auto de persoon raakte. De persoon kwam ook tegen de voorruit aan en ik zag dat deze daarna ten val kwam. De persoon kwam dus feitelijk ten val op de motorkap en bleef daar op liggen. De bestuurder reed nog door met de persoon op de motorkap, waarna de bestuurder remde en tot stilstand kwam. Daardoor viel dus de persoon van de motorkap af. Ik zag dat de persoon gedeeltelijk met zijn bovenlichaam onder de auto lag en met de benen voorbij de auto. Hierop hoorde ik de auto een hoog toerental opbouwen en met vanaf de bestuurderskant gezien met zijn rechtervoorwiel over het bovenlichaam van de persoon heen rijden. Hierop kwam die auto nagenoeg tot stilstand. Daarna hoorde ik de auto weer een hoog toerental opbouwen en ik zag dat de auto met zijn rechterachterwiel over het bovenlichaam van de persoon heen reed. Ik zag dat hierop de auto wegreed door de [straat 4] [zoals hiervoor overwogen begrijpt het hof: de [straat 2]] tegen het verkeer in. 4 Op 18 juni 2012 is [getuige 5] door de politie als getuige gehoord. Daarbij heeft[getuige 5] – zakelijk weergegeven – onder meer het volgende verklaard: Afgelopen zaterdag 16 juni 2012 was ik in [café] te Grave. Omstreeks 20.30 kwam [manspersoon 1] ook in het [café]. [manspersoon 1] zei dat hij [verdachte] op ging halen. Ik ben de hele avond en nacht bij het [café] gebleven. Later op de avond, ik schat rond één uur à half twee zag ik dat [manspersoon 1] samen met een andere jongen naar het [café] kwam. Ik nam aan dat die andere jongen dus [verdachte] zou zijn, omdat [manspersoon 1] had gezegd dat hij die op zou gaan halen. Om 02.30 uur ging de bar dicht en werd iedereen naar buiten gewerkt. Wij zaten nog buiten voor het [café] aan een tafel en toen kwam die [verdachte] samen met [manspersoon 1] bij ons staan. Ik zag dat [aangever 2][het hof begrijpt: aangever [aangever 2]] opstond en dat [verdachte] en [aangever 2]elkaar vastpakten en een paar keer op het gezicht sloegen bij elkaar. Ik zag dat [getuige 7] voor [aangever 2]opkwam en [manspersoon 1] voor [verdachte]. Er werd nog wat over en weer geschreeuwd, maar het vechten was voorbij. Ik zag dat [getuige 3] [het hof begrijpt: de [getuige 3]], de vrouw van [aangever 1] [het hof begrijpt: aangever [aangever 1]] naar die [verdachte] toe liep en [verdachte] naar zijn eigen auto toe stuurde. Dit deed ze ook met [manspersoon 1]. Ik zag dat [manspersoon 1] en [verdachte] vervolgens naar hun auto toe liepen. Ik zag dat deze stond geparkeerd op de hoek [straat 3]-[straat 1]. Ik zag dat dit een zilverkleurige Volkswagen Polo was. [aangever 2]had een bloedneus en stond voor het terras van de [café] op straat. Ik zag dat [aangever 2]op een gegeven moment kwaad werd en richting de Polo liep. Ik hoorde [aangever 2]nog iets roepen van dat hij dit niet zomaar over zijn kant zou laten gaan. Vervolgens hoorde ik ineens piepende banden en toen ik weer keek zag ik [aangever 2]over de motorkap van die Polo liggen. Ik zag dat die Volkswagen Polo vervolgens tegen een boom tot stilstand kwam en ik zag dat [aangever 2]doorschoof tussen de terrasstoelen. Ik ben gelijk die kant op gelopen en toen ik keek zag ik dat die [aangever 1] vlak naast mij stond, ik denk dat er een metertje of twee à drie tussen ons in was. Ik zag toen dat die Volkswagen Polo achteruit reed en vervolgens mijn kant op kwam gereden. Ik ben, toen de Polo mij op een meter of vier/vijf genaderd was, achter de lantaarnpaal gesprongen en ik zag dat die Polo toen naar rechts stuurde, in de richting van [aangever 1]. Ik zag dat [aangever 1] door die Volkswagen werd aangereden en op de voorruit en motorkap terecht kwam. Ik schat dat die Polo een snelheid had van 30 à 40 à 50 km/u. Het was zeker geen zacht tikje. Ik zag dat die [verdachte] achter het stuur van deze Volkswagen Polo zat en dat [manspersoon 1] op de passagiersstoel naast [verdachte] zat. Ik zag dat die Volkswagen Polo vervolgens remde en dat [aangever 1] aan de voorkant van die Polo afgleed en dat hij voor de auto terechtkwam. Ik zag dat de Polo stilstond. Ik zag dat de Volkswagen Polo ineens weer aanreed, over [aangever 1] heen. Ik zag dat de Volkswagen Polo vervolgens de [straat 2] inreed, tegen het verkeer in, richting de [straat 4]. Dit bovenstaande gebeurde allemaal op een behoorlijke snelheid. Ik hoorde en zag dat die Volkswagen Polo steeds behoorlijk accelereerde. 5 Op 19 juni 2012 is[getuige 2] door de politie als getuige gehoord. Daarbij heeft [getuige 2] – zakelijk weergegeven – onder meer het volgende verklaard: Ik ben eigenaar van het [café]. Ik was afgelopen zaterdag [het hof begrijpt: 16 juni 2012] in de zaak. Verder was [getuige 1] in de zaak als barkeeper. In mijn beleving is die [verdachte]ongeveer 45/60 minuten voor sluitingstijd binnen gekomen. Vervolgens heeft [verdachte] met [aangever 1][het hof begrijpt: aangever [aangever 1]] staan praten. Toen was het sluiting van het café om half drie. Ik merkte dat [verdachte] een beetje moeilijk begon te kijken. Ik gaf op enig moment aan dat [verdachte] ook beter kon gaan. Ik gaf aan dat we gingen sluiten en dat iedereen moest gaan. [aangever 1]heeft [verdachte] ook nog vastgepakt om hem te bewegen naar buiten te gaan. Uiteindelijk is iedereen gegaan. Ik zag [getuige 3] [het hof begrijpt: de [getuige 3]] met [verdachte] en [manspersoon 1] [het hof begrijpt: [manspersoon 1]/[manspersoon 1]] lopen in de richting van de [straat 6]. Het ging in de trant van: meelopen jullie. Hierna zag ik iemand met een stoel richting een auto rennen en op de auto komen. Ik zag dat [aangever 2][het hof begrijpt: aangever [aangever 2]] geschept werd op de motorkap en dat de auto met hem op die kap vol tegen een boom reed. Die auto moest een bocht maken om tegen de boom te rijden. Hierna zag ik dat de auto achteruit reed en weer vooruit reed en afboog en daarbij [aangever 1]schepte. Ik zag dat de auto al bobbelend over hem heenreed. Ik zag dat dit alles met een rotsnelheid ging. Ik zag dat de auto grijs was. Ik zag dat [verdachte] de bestuurder was en [manspersoon 1] bijrijder was. Ik heb ze zien instappen. Van [verdachte] wist ik pas later dat hij[verdachte] heet. 6 Op 18 juni 2012 heeft [aangever 2] in het Canisius Wilhelmina ziekenhuis te Nijmegen aangifte gedaan. Daarbij heeft [aangever 2] – zakelijk weergegeven – onder meer het volgende verklaard: Op zaterdag 16 juni 2012 ben ik voetbal gaan kijken bij de [café] [het hof begrijpt: [café]] in Grave. Aan het einde van de avond, dit was zondag 17 juni 2012, omstreeks 02.15 uur, ging de kroeg sluiten. Iedereen werd naar buiten gestuurd. [verdachte], de jongen die mij later heeft aangereden, ken ik. Ik weet dat hij [verdachte] heet en de naam[verdachte] heb ik later gehoord. [verdachte] en [manspersoon 1] kwamen rond 24.00 uur de kroeg binnen. Vrijdag word ik geopereerd. 7 Op 15 januari 2013 is aangever [aangever 2] bij de rechter-commissaris als getuige gehoord. Daarbij heeft [aangever 2] – zakelijk weergegeven – onder meer het volgende verklaard: U vraagt mij hoe het met mijn been gaat. Op 17 juni jl. is door het voorval [het hof begrijpt: de aanrijding tussen de door verdachte bestuurde auto en aangever te Grave op 17 juni 2012] mijn linkerbeen gewond geraakt. Ik ben daaraan geopereerd, er is een plaat en een aantal schroeven in gezet. Vervolgens zijn op enig moment twee schroeven weer operatief verwijderd. Het is genezen, ik heb nog steeds wel een beetje last van mijn linkerbeen na lange dagen werken. Mijn linkerbeen is ook niet zo flexibel meer, het strekken en flexen van de voet gaat met mijn linkerbeen minder goed dan met mijn rechterbeen. Ik was op 16 juni 2012 met een aantal vrienden in het [café]. Ik stond buiten op het terras. Die jongen die mij later heeft aangereden is op enig moment naar buiten gekomen, nadat hij binnen ruzie had gehad. Die jongen kwam scheldend naar buiten. Hij was iedereen aan het uitschelden. Op enig moment stond hij achter mij en ik draaide mij om. Hij sloeg mij toen tegen mijn neus aan. Mijn neus bloedde en daar was ik een tijdje mee bezig. Toen het bloeden was opgehouden ben ik achter die jongen, ik weet dat hij [verdachte] heet, aan gegaan. Ik ben achter hem aan gelopen. [verdachte] was samen met [manspersoon 1]. Toen ik er aan kwam stapte [verdachte] in een auto aan de bestuurderskant. Ik hoorde dat [verdachte] de auto startte en dat hij heel veel gas gaf. De auto kwam echter niet vooruit. Hij gaf opnieuw gas en toen reed de auto wel. De auto kwam op mij af. De auto van [verdachte] stond aan de zijkant op de weg genaamd[straat 1] geparkeerd. Je mag daar niet parkeren, maar de auto van [verdachte] stond daar toch. De neus van de auto stond in de richting van het [café]. Ik kwam gelopen vanaf het terras van het [café]. Er stonden geen auto’s voor zijn auto geparkeerd. Er stonden mensen op de[straat 1] ter hoogte van het terras van het [café]. Op enig moment dat ik richting de auto liep heb ik [verdachte] gas horen geven. [verdachte] is recht op mij af gereden. 8 Op 17 juni 2012 is [aangever 2] medisch onderzocht. In een ‘aanvraagformulier medische informatie’ van 3 juli 2012 is door een arts met betrekking tot het letsel van [aangever 2] – zakelijk weergegeven – onder meer het volgende gerelateerd: Datum onderzoek: 17-6-12 Uitwendig waargenomen letsel: enkelfractuur waarvoor operatie 9 Uit de inhoud van de bij het ‘schade-onderbouwingsformulier’ van de benadeelde partij [aangever 2] gevoegde ‘registratielijsten ziekenhuisopname’ (bijlage 11) leidt het hof af dat [aangever 2] gedurende een periode van vijf nachten in het ziekenhuis opgenomen is geweest, te weten van 17 juni 2012 tot en met 22 juni 2012. De bijlage houdt – zakelijk weergegeven – onder meer het volgende in: Patiënt: [aangever 2] Behandeling Heelkunde Klinisch Trauma Eerste contact 17-6-2012 22-6-2012 ontslag 10 Op 15 januari 2013 is aangever [aangever 1] bij de rechter-commissaris als getuige gehoord. Daarbij heeft [aangever 1] – zakelijk weergegeven – onder meer het volgende verklaard: Mij wordt gevraagd waar ik naar toe ging toen ik op 17 juni 2012 het [café] verliet. Mijn vrouw en ik gingen naar huis toe. Toen ik buiten was hoorde ik dat een auto met volle vaart tegen een boom aan reed. Ik heb dat ook gezien. [manspersoon 1] en die [verdachte] zaten in die auto. We zijn blijven kijken wat er gaande was. Ik zag toen dat de auto achteruit wegdraaide. De auto reed met volle vaart de weg in waar ik stond. Ik heb de auto helemaal niet zien aankomen. Er stonden daar meer mensen bij mij. Later heb ik gehoord dat [getuige 5] naast mij heeft gestaan en dat [getuige 5] opzij is gesprongen, waardoor hij niet is aangereden. Ik heb de auto niet gevoeld toen hij mij aanreed. U vraagt mij naar mijn letsel en mijn huidige toestand. In het ziekenhuis zeiden ze tegen mij dat ik acht ribben had gebroken, maar dat bleken er naderhand nog meer te zijn, ook aan de rugzijde had ik gebroken ribben. Verder was mijn sleutelbeen links op twee plekken gebroken en had ik een halve klaplong. Zeven of acht weken na de aanrijding is er in het ziekenhuis ter hoogte van mijn sleutelbeen/schouder een stalen plaat gezet met schroeven. Die stalen plaat en schroeven zitten er nu nog in. Ze willen de plaat en schroeven laten zitten als ik geen last van die plaat en schroeven heb. Ik moet u zeggen dat ik nog steeds last heb van mijn linkerschouder. Ik ben nu wel weer 100% aan het werk, maar ondervind last aan mijn schouder. Mij wordt gevraagd of het druk was op straat die avond. Op het terras van het [café] stond zo’n dertig man. Toen [verdachte] met zijn auto op een boom knalde gingen er mensen naar toe, dus vanaf dat moment stonden de mensen wel op straat. [verdachte] had niet eens de weg in mogen rijden waar ik stond. Het was namelijk een eenrichtingsweg. 11 Op 19 juni 2012 is door de verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 2], beiden forensisch onderzoeker, een forensisch onderzoek naar sporen verricht aan de in beslag genomen personenauto Volkswagen Polo. Daarbij is door de verbalisanten – zakelijk weergegeven – onder meer het volgende bevonden en waargenomen: Het voorspatscherm aan de bestuurderszijde was op diverse plaatsen gedeukt. De voorruit was ter hoogte van de binnenspiegel versplinterd. Aan de bestuurderszijde van het voertuig werd op de motorkap door ons vermoedelijk bloed aangetroffen. Dit bloedspoor werd door ons bemonsterd op DNA. De bemonstering werd veiliggesteld en voorzien van SIN-nummer AAEQ9758NL. Tevens werd door ons vermoedelijk bloed aangetroffen op de buitenzijde van de voorruit, aan de bestuurderszijde. Dit bloedspoor werd door ons bemonsterd op DNA. De bemonstering werd veiliggesteld en voorzien van SIN-nummer AAEQ9759NL. 12 De foto’s van de auto zoals weergegeven in het ambtsedig proces-verbaal VerkeersOngevalAnalyse van 25 juni 2012 op pagina’s 117 en 118 van het politiedossier, met als onderschrift van de verbalisant [verbalisant 3]: (onder de foto’s op dossierpagina 117) Bovenstaande opnamen geven, middels rode pijlen, de aangetroffen veegsporen, kennelijk bloedsporen, op de motorkap van het voertuig weer. (onder de foto’s op dossierpagina 118) Bovenstaande opnamen geven, middels gele pijlen, de aangetroffen veegsporen, kennelijk bloedsporen, op het linker gedeelte [het hof begrijpt: de bestuurderszijde] van de voorruit van het voertuig weer. 13 De bemonsteringen zijn door een deskundige van het Nederlands Forensisch Instituut, L.H.J. Aarts, onderzocht en onderworpen aan een DNA-onderzoek. Daarbij is door de deskundige – zakelijk weergegeven – onder meer het volgende bevonden en gerapporteerd: Overzicht te onderzoeken materiaal: SIN Omschrijving AAEQ9758NL een bemonstering AAEQ9759NL een bemonstering RAAN6435NL een referentiemonster wangslijmvlies van het slachtoffer [aangever 2] Bemonsteringen AAEQ9758NL en AAEQ9759NL: De bemonsteringen zijn onderzocht op de aanwezigheid van bloed. In beide bemonsteringen is bloed aangetroffen. De bemonsteringen zijn veiliggesteld als AAEQ9758NL#01 en AAEQ9759#01 voor een DNA-onderzoek. DNA-onderzoek: Het ontvangen referentiemateriaal en de veiliggestelde bemonsteringen zijn onderworpen aan een DNA-onderzoek. Uit de resultaten van het vergelijkend DNA-onderzoek wordt het volgende geconcludeerd: Van het DNA in de bemonsteringen AAEQ9758NL#01 en AAEQ9759#01 zijn DNA-profielen verkregen van een man. Deze DNA-profielen matchen met elkaar en met het DNA-profiel van het slachtoffer [aangever 2] RAAN6435NL. Dit betekent dat het bloed in deze bemonsteringen afkomstig kan zijn van het slachtoffer [aangever 2]. De berekende frequentie van het DNA-proef van het bloed in deze bemonsteringen is kleiner dan één op één miljard. Ofwel, de kans dat het DNA-profiel van een willekeurig gekozen man matcht met deze DNA-profielen is kleiner dan één op één miljard. 14 De verdachte heeft op de terechtzitting in eerste aanleg van 21 februari 2013 – zakelijk weergegeven – onder meer het volgende verklaard: Ik was op 17 juni 2012 in het [café] in Grave. Tegen sluitingstijd werd ik naar buiten gestuurd. Ik ben naar buiten gegaan. Daar stond een grote groep personen. [manspersoon 1] [het hof begrijpt: [manspersoon 1]/[manspersoon 1]] en ik zijn in de auto gaan zitten. Ik ben achter het stuur gaan zitten en heb de auto gestart. Ik zag iemand op mijn auto af komen rennen van het terras waar ik vandaan kwam. De auto stond aan de overkant van dat terras in de bocht. Het klopt dat de auto aan de linkerkant van de[straat 1] stond, gezien vanuit het [café], op de plek zoals weergegeven in het dossier op pagina 123 en 124. De afstand tussen het terras en de plaats waar de auto stond was ongeveer 15 tot 20 meter. Ik zag iemand aan komen lopen met een stoel hoog voor zich. Die man sloeg de stoel door de voorruit heen. Ik stond met de neus van de auto naar [café]. Toen ben ik weggereden, inderdaad via de[straat 1] rechtdoor de [straat 2]/[straat 4] in. Ik voelde toen ik door die straat reed wel iets. Ik reed in een zilverkleurige VW Polo. In de rijrichting van de auto stonden veel mensen. Ik heb gemerkt dat ik ergens over heen ben gereden. 15 De foto’s van de situatie ter plaatse zoals weergegeven in het ambtsedig proces-verbaal VerkeersOngevalAnalyse van 25 juni 2012 op pagina’s 123 en 124 van het politiedossier, met als onderschrift van de verbalisant [verbalisant 3]: (onder de foto op dossierpagina 123) Bovenstaande opname geeft, middels bord 1, de plaats weer waar het voertuig, merk Volkswagen, kennelijk geparkeerd heeft gestaan. (onder de foto’s op dossierpagina 124) Bovenstaande opnamen geven, middels blauwe pijlen, de vermoedelijke rijrichting van het voertuig, merk Volkswagen, weer. Bord 1 geeft de plaats weer waar het voertuig kennelijk geparkeerd had gestaan. Bijzondere overwegingen omtrent het bewijs De verdediging heeft ten aanzien van zowel het onder 1 als het onder 2 ten laste gelegde vrijspraak bepleit. Daartoe is het volgende aangevoerd. Ten aanzien van [aangever 2] (ten laste gelegd onder 2): De verdediging heeft betoogd dat uit de getuigenverklaringen en bevindingen van de politie niet (zonder meer) kan blijken dat [aangever 2] op de motorkap van de auto is terechtgekomen. Op de motorkap en de voorruit van de auto zijn weliswaar bloedsporen aangetroffen die naar alle waarschijnlijk afkomstig zijn van [aangever 2], doch deze bloedsporen kunnen op de motorkap zijn terechtgekomen op het moment dat [aangever 2], die een bloedneus had, over de auto heeft moeten buigen om met de terrasstoel tegen de voorruit van de auto te kunnen slaan. De getuigen [getuige 1],[getuige 4] en [getuige 3] hebben aanvankelijk bij de politie verklaard dat [aangever 2] op de motorkap van de auto is terechtgekomen, doch zij hebben deze verklaring bij de rechter-commissaris niet herhaald. Aangever [aangever 2] heeft zelf verklaard dat hij niet is gevallen en dat hij is blijven staan. Ook de getuige [getuige 6] (zijnde de vriendin van [aangever 2]) en de getuige[getuige 7] (zijnde een goede vriend van [aangever 2]) hebben niet verklaard dat [aangever 2] op de motorkap van de auto is terechtgekomen. De verdachte heeft verklaard dat hij een man met een stoel aan zag komen lopen en dat die man de stoel door de voorruit heen sloeg. Op dat moment wilde de verdachte zich aan de situatie onttrekken en probeerde hij de auto te keren. Volgens de verdediging is het onmogelijk om vast te stellen waar [aangever 2] precies heeft gestaan op het moment dat de verdachte trachtte te vluchten, zodat niet kan worden vastgesteld of het wegrijden de aanmerkelijke kans op het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel met zich bracht. Bovendien is, aldus de verdediging, bij de verdachte van enig bewustzijn geen sprake geweest, laat staan dat de verdachte bepaalde gevolgen welbewust zou hebben aanvaard en/of op de koop zou hebben toegenomen. De verdachte heeft dienaangaande verklaard dat hij in paniek raakte, hetgeen volgens de verdediging niet onaannemelijk is op het moment dat de voorruit van de auto met een terrasstoel kapot werd geslagen. De verdachte wilde zich onttrekken aan de situatie en is zich geen moment bewust geweest van de mogelijkheid dat hij daarbij aan een ander zwaar lichamelijk letsel zou (kunnen) toebrengen. Daarbij dient volgens de verdediging in aanmerking genomen te worden dat het incident zich zal hebben afgespeeld in een tijdsbestek van enkele seconden. De verdediging heeft geconcludeerd dat aldus niet wettig en overtuigend kan worden bewezen dat de verdachte (voorwaardelijk) opzet heeft gehad op het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel bij [aangever 2]. Voorts heeft de verdediging betoogd dat niet wettig en overtuigend kan worden bewezen dat bij aangever [aangever 2] sprake is geweest van zwaar lichamelijk letsel. In hoger beroep is door [aangever 2] een verklaring van een fysiotherapeut ingebracht, waarin is opgenomen dat als gevolg van het trauma ook een standsverandering in de voet is opgetreden. Uit niets blijkt, aldus de verdediging, op grond van welk onderzoek de fysiotherapeut tot deze diagnose en conclusie is gekomen. Een dergelijke medische conclusie zouden volgens de verdediging niet door een fysiotherapeut maar door een arts moeten worden getrokken. Bovendien hebben noch de huisarts noch de specialisten in het ziekenhuis melding gemaakt van een standsverandering die het gevolg is geweest van de enkelfractuur. Volgens de verdediging kan een enkelfactuur onder omstandigheden worden aangemerkt als zwaar lichamelijk letsel, doch dan dient meer informatie beschikbaar te zijn over de aard en ernst van het letsel, de aard van het medisch ingrijpen en de duur van het herstel. In het geval van [aangever 2] moet het er voor worden gehouden, aldus de verdediging, dat kennelijk sprake is geweest van een tamelijk eenvoudige breuk waarvoor [aangever 2] een operatie heeft moeten ondergaan. Uit de verklaring van de fysiotherapeut, wat daar ook van zij, kan niet volgen hoe lang het herstel naar aanleiding van de enkelfractuur precies heeft geduurd. Voor het geval het hof (mede) op grond van de verklaring van de fysiotherapeut toch tot een bewezenverklaring van zwaar lichamelijk letsel zou komen, heeft de verdediging verzocht dat de fysiotherapeut ([naam fysiotherapeut]) als getuige zal worden gehoord. Ten aanzien van [aangever 1] (ten laste gelegd onder 1): De verdediging heeft betoogd dat niet kan worden vastgesteld dat de verdachte zich bewust is geweest van het bestaan van de aanmerkelijke kans dat [aangever 1] door zijn, verdachtes, gedragingen zou komen te overlijden, laat staan dat zou kunnen worden vastgesteld dat de verdachte die aanmerkelijke kans bewust zou hebben aanvaard. Volgens de verdediging kan niet in rechte worden vastgesteld dat het niet anders kan zijn dan dat de verdachte [aangever 1] heeft gezien, omdat niet met voldoende mate van zekerheid kan worden uitgesloten dat de verdachte in paniek, onder invloed van angst en/of door omstandigheden buiten hem gelegen, zoals het belemmerde zicht door de kapotte voorruit en de defecte achteruitkijkspiegel, [aangever 1] niet dan wel niet tijdig heeft gezien. Dat zich rond het moment van de aanrijding meerdere personen op de [straat 2] bevonden, zoals door de rechtbank is overwogen, volgt, aldus de verdediging, niet uit de door de rechtbank gebezigde bewijsmiddelen. De verdediging heeft geconcludeerd dat aldus niet wettig en overtuigend kan worden bewezen dat de verdachte (voorwaardelijk) opzet heeft gehad op de dood van [aangever 1]. Het hof overweegt hieromtrent als volgt. Het hof neemt bij het vaststellen van de feiten tot uitgangspunt de verklaringen van de getuigen [getuige 1], [getuige 3],[getuige 4],[getuige 5] en [getuige 2] die zij bij de politie hebben afgelegd. Deze verklaringen zijn kort na de beide aanrijdingen afgelegd en zij komen voor wat betreft de kern van de gebeurtenissen – namelijk de aanrijding van [aangever 2] en later de aan- en overrijding van [aangever 1] – met elkaar overeen. Dat getuigen op bepaalde – ondergeschikte – detailpunten verschillend hebben verklaard, acht het hof niet verwonderlijk. Het is een feit van algemene bekendheid dat getuigen in de regel niet alle details in gelijke zin (kunnen) waarnemen, zeker niet als het gaat om gebeurtenissen die zich in een kort tijdsbestek afspelen. Het hof heeft bij de waardering van het bewijs dan ook gelet op de punten waarop de getuigenverklaringen elkaar ondersteunen. Bij de waardering van de verklaring van de getuige[getuige 4] heeft het hof nog acht geslagen op de omstandigheid dat[getuige 4] reeds direct na de beide aanrijdingen ter plaatse tegen de politie overeenkomstig heeft verklaard, zoals blijkt uit het proces-verbaal van bevindingen op pagina 82 van politiedossier. Punten waarop de gebezigde bewijsmiddelen van elkaar afwijken, zijn
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.