GERECHTSHOF 's-HERTOGENBOSCH Afdeling civiel recht Uitspraak: 5 september 2013 Zaaknummer: HV 200.126.716/01 Zaaknummer eerste aanleg: 875579 BM VERZ 13-252 in de zaak in hoger beroep van: [appellant] namens de Stichting IZ Advies , woonplaats gekozen hebbende ten kantore van zijn advocaat, appellant, hierna te noemen: [appellant], advocaat: mr. G.J.P.C.G. Verheijen. Als belanghebbende in deze zaak wordt aangemerkt: -[belanghebbende], hierna te noemen: [belanghebbende]. 1Het geding in eerste aanleg Het hof verwijst naar de beschikking van de rechtbank Oost-Brabant, sector kanton, locatie ’s-Hertogenbosch, van 4 maart
- 2Het geding in hoger beroep 2.
- Bij beroepschrift met producties, ingekomen ter griffie op 2 mei 2013, heeft [appellant] verzocht voormelde beschikking te vernietigen en, opnieuw rechtdoende, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad het verzoek om Stichting IZ Advies tot beschermingsbewindvoerder van [belanghebbende] te benoemen toe te wijzen. 2.
- De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 1 augustus
- Bij die gelegenheid zijn gehoord: - [appellant], bijgestaan door mr. Verheijen. Het hof heeft de advocaat van [appellant] op voorhand laten weten dat tijdens de mondelinge behandeling slechts de ontvankelijkheid van het hoger beroep aan de orde zal worden gesteld. 2.2.
- [belanghebbende] is, hoewel behoorlijk opgeroepen, niet ter zitting verschenen. 2.
- Het hof heeft voorts kennisgenomen van de inhoud van: - het proces-verbaal van het kennismakingsgesprek met de kantonrechter in eerste aanleg d.d. 11 februari
- 3De beoordeling 3.
- Bij de bestreden beschikking heeft de kantonrechter bepaald dat [appellant] dan wel de Stichting IZ Advies niet bij de rechtbank Oost-Brabant als bewindvoerder benoemd zullen worden en dat voor [belanghebbende] een andere bewindvoerder gezocht en benoemd zal worden. 3.
- [appellant] kan zich met deze beslissing niet verenigen en hij is hiervan in hoger beroep gekomen. 3.
- [appellant] voert met betrekking tot de ontvankelijkheid kort samengevat het volgende aan. Bij de kantonrechter is de benoeming van de stichting IZ Advies afgewezen op grond van privé-omstandigheden van [appellant] uit het verleden, terwijl het ging om de bewindvoering van [belanghebbende]. [appellant] is van mening dat hij in deze zaak belanghebbende is, nu hij - en daarmee de stichting IZ-advies - door de kantonrechter feitelijk op non-actief is gesteld. Als in deze zaak in hoger beroep niet geoordeeld wordt, dan blijven alle lopende verzoeken tot onderbewindstelling waarin [appellant] namens de stichting IZ Advies verzoekt tot bewindvoerder te worden benoemd, aangehouden. [appellant] moet worden aangemerkt als een afgeleide belanghebbende. Het gaat niet om zijn persoonlijk belang, maar om het belang van de stichting. 3.
- Het hof overweegt als volgt. Uit de stukken maakt het hof op dat het inleidend verzoek tot onderbewindstelling is gedaan door [belanghebbende]. Gelet op artikel 1:432 lid 1 van het Burgerlijk Wetboek behoren [appellant] noch de Stichting IZ Advies tot de limitatief opgesomde personen, die een verzoek tot instelling van een bewind over [belanghebbende] kunnen doen. [appellant] dan wel de stichting zijn door de kantonrechter derhalve ten onrechte als verzoeker aangemerkt. Nu [appellant]/de Stichting IZ Advies geen verzoek tot onderbewindstelling van [belanghebbende] konden indienen, staat voor hen ook niet de mogelijkheid van hoger beroep open. [appellant]/de Stichting IZ Advies kunnen dan ook niet in het hoger beroep worden ontvangen. 3.
- Het vorenstaande leidt tot de volgende beslissing. 4De beslissing Het hof: verklaart appellant niet-ontvankelijk in zijn verzoek in hoger beroep. Deze beschikking is gegeven door mrs. E.F.G.M. Gelderman, C.D.M. Lamers en C.E.M. Renckens en in het openbaar uitgesproken op 5 september 2013.