← Nederland

ECLI:NL:GHSHE:2013:BZ8912

Afdeling strafrecht Parketnummer : 20-001507-12 Uitspraak : 26 april 2013 TEGENSPRAAK Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank ‘s-Hertogenbosch van 10 april 2012 in de strafzaak met parketnummer 01-849226-10 tegen: [verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1985, thans verblijvende in P.I. Vught - Nieuw Vosseveld 2 HVB te Vught, waarbij: - verdachte ter zake van o doodslag, vergezeld of voorafgegaan van een strafbaar feit en gepleegd met het oogmerk om de uitvoering van dat feit gemakkelijk te maken, of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf hetzij straffeloosheid hetzij het bezit van het wederrechtelijk verkregene te verzekeren, o diefstal, voorafgegaan en vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, o afpersing, en o handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie werd veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 25 jaar met aftrek overeenkomstig artikel 27 van het Wetboek van Strafrecht; - aan de verdachte werd opgelegd de schadevergoedingsmaatregel ex artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht tot een bedrag van € 6.000,00 subsidiair 65 dagen hechtenis; - de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 3] werd toegewezen tot een bedrag van € 6.000,00; - een aantal in het vonnis nader genoemde in beslag genomen voorwerpen werd teruggegeven aan verdachte. Hoger beroep De verdachte heeft tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld. Onderzoek van de zaak Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep, alsmede het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg. Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht. De vordering van de advocaat-generaal houdt in dat het hof het beroepen vonnis zal vernietigen en opnieuw rechtdoende: - de verdachte zal vrijspreken van het onder 1. primair ten laste gelegde; - de verdachte voor de onder 1. subsidiair, 2., 3. en 4. ten laste gelegde feiten zal veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van 25 jaren met aftrek overeenkomstig artikel 27 van het Wetboek van Strafrecht; - aan de verdachte zal opleggen de schadevergoedingsmaatregel ex artikel 36f Wetboek van Strafrecht tot een bedrag van € 6.000,-- subsidiair 65 dagen hechtenis; - de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 3] zal toewijzen tot een bedrag van € 6.000,--; - de in beslag genomen voorwerpen zal teruggeven aan de verdachte. De verdediging heeft zich gerefereerd aan het oordeel van het hof ter zake feit 4 en heeft voorts bepleit: - primair dat verdachte zal worden vrijgesproken van het hem onder 1., 2. en 3. ten laste gelegde; - subsidiair dat aan verdachte een aanmerkelijk lagere straf zal worden opgelegd dan in eerste aanleg is opgelegd. Vonnis waarvan beroep Het beroepen vonnis zal worden vernietigd omdat het hof tot een andere bewezenverklaring komt dan de eerste rechter. Tenlastelegging Aan verdachte is – na een nadere opgave van de feiten ter terechtzitting in eerste aanleg – ten laste gelegd dat: 1. primair hij op of omstreeks 29 maart 2010 te Velp, althans in Nederland, opzettelijk en met voorbedachten rade [slachtoffer 1] van het leven heeft beroofd, immers heeft/is hij, verdachte, met dat opzet en na kalm beraad en rustig overleg, - (met een vuurwapen en/of een bivakmuts) de woning van die [slachtoffer 1] binnengedrongen en/of binnengegaan en/of - die [slachtoffer 1] vastgepakt en/of mee naar de slaapkamer gesleurd en/of - die [slachtoffer 1] dreigend de woorden toegevoegd: “Geld, geld anders schiet ik je kapot” en/of “Ja, ik schiet je kapot, geld, geld”, althans woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking en/of - met een vuurwapen drie, althans een of meer kogel(

  1. s)in de richting van die [slachtoffer 1] afgevuurd, door welke kogel(
  2. s)die [slachtoffer 1] in het lichaam is getroffen, tengevolge waarvan voornoemde [slachtoffer 1] is overleden; subsidiair hij op of omstreeks 29 maart 2010 te Velp, althans in Nederland, opzettelijk [slachtoffer 1] van het leven heeft beroofd, immers heeft/is hij, verdachte, met dat opzet - (met een vuurwapen en/of een bivakmuts) de woning van die [slachtoffer 1] binnengedrongen en/of binnengegaan en/of - die [slachtoffer 1] vastgepakt en/of mee naar de slaapkamer gesleurd en/of - die [slachtoffer 1] dreigend de woorden toegevoegd: “Geld, geld anders schiet ik je kapot” en/of “Ja, ik schiet je kapot, geld, geld”, althans woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking en/of - met een vuurwapen drie, althans een of meer kogel(
  3. s)in de richting van die [slachtoffer 1] afgevuurd, door welke kogel(
  4. s)die [slachtoffer 1] in het lichaam is getroffen, tengevolge waarvan voornoemde [slachtoffer 1] is overleden, welke vorenomschreven doodslag op of omstreeks 29 maart 2010 te Velp, althans in Nederland, werd gevolgd, vergezeld en/of voorafgegaan van enig strafbaar feit, te weten het met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening wegnemen uit de woning van die [slachtoffer 1] van een portemonnee (met een geldbedrag) en/of een of meerdere sieraden (te weten een of meer horloge(
  5. s)en/of een of meer ring(
  6. en)en/of een of meer armband(
  7. en)en/of een of meer ketting(en)) en/of twee, althans een (foto)camera(‘s), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2], in elk geval aan een ander of anderen dan aan hem, verdachte, en welke doodslag werd gepleegd met het oogmerk om de uitvoering van dat feit voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf straffeloosheid en/of het bezit van het wederrechtelijk verkregene te verzekeren; meer subsidiair hij op of omstreeks 29 maart 2010 te Velp, althans in Nederland, opzettelijk [slachtoffer 1] van het leven heeft beroofd, immers heeft/is hij, verdachte, met dat opzet - (met een vuurwapen en/of een bivakmuts) de woning van die [slachtoffer 1] binnengedrongen en/of binnengegaan en/of - die [slachtoffer 1] vastgepakt en/of mee naar de slaapkamer gesleurd en/of - die [slachtoffer 1] dreigend de woorden toegevoegd: “Geld, geld anders schiet ik je kapot” en/of “Ja, ik schiet je kapot, geld, geld”, althans woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking en/of - met een vuurwapen drie, althans een of meer kogel(
  8. s)in de richting van die [slachtoffer 1] afgevuurd, door welke kogel(
  9. s)die [slachtoffer 1] in het lichaam is getroffen, tengevolge waarvan voornoemde [slachtoffer 1] is overleden, 2. hij op of omstreeks 29 maart 2010 te Velp, althans in Nederland, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een portemonnee (met een geldbedrag) en/of een of meerdere sieraden (te weten een of meer horloge(
  10. s)en/of een of meer ring(
  11. en)en/of een of meer armband(
  12. en)en/of een of meer ketting(en)) en/of twee, althans een (foto)camera’s), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 1], in elk geval aan een ander of anderen dan aan hem, verdachte, welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen [slachtoffer 2], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of bij betrapping op heterdaad aan zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(
  13. en)dat hij, verdachte, - (met een vuurwapen en/of een bivakmuts) de woning van die [slachtoffer 2] is binnengedrongen en/of binnengegaan en/of op die [slachtoffer 2] is afgelopen en/of - (dreigend) tegen die [slachtoffer 2] heeft geroepen/gezegd: “Geld, geld” en/of - die [slachtoffer 2] (bij haar keel) heeft (vast)gepakt en/of - tape op/over de mond van [slachtoffer 2] heeft geplakt en/of - de handen van die [slachtoffer 2] heeft vastgebonden en/of - die [slachtoffer 2] bij haar (boven)arm heeft (vast)gepakt; 3. hij op of omstreeks 26 januari 2010 te Ravenstein, althans in Nederland, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen, een geldbedrag (van ongeveer 10.160 euro, althans een groot geldbedrag), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan EMTE supermarkt, in elk geval aan een ander of anderen dan aan hem, verdachte, welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen [slachtoffer 3], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of bij betrapping op heterdaad aan zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren en/of hij op of omstreeks 26 januari 2010 te Ravenstein, althans in Nederland, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(
  14. en)wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer 3] heeft gedwongen tot afgifte van een geldbedrag (van ongeveer 10.160 euro, althans een groot geldbedrag), in elk geval van enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan EMTE supermarkt, in elk geval aan een ander of anderen dan aan hem, verdachte, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(
  15. en)dat hij, verdachte, - (dreigend) tegen die [slachtoffer 3] heeft geroepen/gezegd: “Dit is een overval. Hek open en naar de kluis”, althans woorden van gelijke aard en/of strekking en/of - die [slachtoffer 3] een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, heeft voorgehouden en/of op die [slachtoffer 3] heeft gericht en/of - die [slachtoffer 3] (met kracht) in de rug heeft getrapt en/of - met (de loop van) een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, tegen/op het (achter)hoofd van die [slachtoffer 3] heeft geslagen en/of - (dreigend) tegen die [slachtoffer 3] heeft geroepen/gezegd: “Ik schiet je voor je kop, naar de kluis, ik moet geld”, althans woorden van gelijke (dreigende) aard en/of strekking en/of - met (de loop van) een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp in het gezicht van die [slachtoffer 3] heeft geslagen en/of - (dreigend) tegen die [slachtoffer 3] heeft geroepen/gezegd: “Schiet op, schiet op, ik schiet je voor je kop, lul” en/of “Klootzak, ik schiet je voor je raap, voor je kloten, voor je kop”, althans woorden van gelijke (dreigende) aard en/of strekking en/of - (met kracht) een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, in de zij van die [slachtoffer 3] heeft gepord/geduwd; 4. hij op of omstreeks 1 februari 2011 te Oss, althans in Nederland, munitie van categorie III, te weten 50 kogelpatronen (Sintox, Action 1, kaliber 9mm centraalvuur) voorhanden heeft gehad. Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten of omissies voorkwamen, zijn deze verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging. Ten aanzien van het onder 1., 2. en 3. ten laste gelegde Het bewijs 1. Het proces-verbaal van bevindingen van [verbalisant 14], voor zover inhoudende – zakelijk weergegeven – als volgt: In dit proces-verbaal is uitgewerkt een bij de alarmcentrale 112 op 29 maart 2010 te 10:38:58 uur binnengekomen melding. W: = [slachtoffer 2] C: = Centralist 112 C: 112 alarmcentrale, wie wilt u spreken, politie, brandweer of ambulance? W: Ja [slachtoffer 2] uit Velp , een overval, mijn man hebben ze doodgeschoten. C: In welke plaats bent u mevrouw? W: [adres] Velp. Na dit gesprek wordt de melder kennelijk telefonisch doorverbonden. Uit onderzoek blijkt vervolgens het navolgende gesprek te zijn gevoerd: Een bij de meldcentrale op 29 maart 2010 te 10:39:36 uur binnengekomen melding. Het betreffende gesprek is door mij beluisterd en als volgt verwerkt: C: Meldkamer politie W: Ja [slachtoffer 2] uit Velp...hier is een overval...mijn man hebben ze doodgeschoten...ik ben overvallen. C: Waar is dat mevrouw? W: [adres] in Velp C: Wat is er gebeurd mevrouw? W: Ja een man met een geweer die vroeg om geld C: U bent alleen thuis? W: Ja mijn man.... C: Met uw man? W: Ligt dood half op bed....de dokter moet komen misschien is hij nog te redden. C: Die ligt op bed? W: Hij ademt nog wat C: En wat is er gebeurd? W: Een overval. C: En die mensen die dat gedaan hebben, waar zijn die gebleven? W: een man is te voet gevlucht, hij ging hier achter de schuur weg. C: Hoeveel personen waren dat, was hij alleen? W: een W: Hij heeft het hele huis overhoop gehaald. C: Hele huis overhoop gehaald, wanneer is dat gebeurd, zojuist? W: Ja W: ik heb 3 schoten gehoord. C: Oke.... en hoe is hij binnengekomen hebt u daar enig idee van? W: De deur stond hier achter...wij wonen op een boerderij...is achter binnengekomen.... C: U hebt een boerderij W: Ik heb het altijd op slot als ik alleen thuis ben, maar nou was mijn man erbij en die was bij de paarden...en dachten ze dat hij paarden verkocht had. C: Die dader mevrouw hebt u daar iets van gezien. Wat had hij voor kleding aan hebt u dat gezien? W: Ja zwart zwart met een bivakmuts...en een geweer....zwarte kleren C: Het geweer hebt u dat gezien? W: Ja...gezien...het was zwart ....zo’n klein geweer.. C: Was het een klein of een hele grote net zoiets als een jachtgeweer of een heel kleintje? W: Nee een kleine nee een kleintje . C: Een kleintje en u hebt hem zien schieten of niet? W: Nee ik zat in de kamer met mijn mond dichtgeplakt C: Hij heeft uw mond dichtgeplakt? W: Ja en de handen geboeid. C: En bent u nu los of niet? W: Ja. W: Mijn man was buiten bij de paarden W: Mijn man kwam binnen en dat hoorde ‘die’ en toen pakte ‘die’ die aan en toen moest ‘ie’ geld geld ..en toen zei niet hebben..kennen jou ik heb gezien dat jullie paarden verkocht hebben en toen schoot ‘ie’ hem dood toen mijn man zei dat hij niks had en tegen mij was ‘ie’ rustig, ik deed net of we geen geld hadden en toen werd ‘tie rustig rustig rustig..en hij zei ..hij legde mij op de grond en toen moest ik naar de slaapkamer, en toen zei ik ‘ik kan niet overeind want ik heb ook een nieuwe heup’ en toen hielp ‘ie’ mij , ‘ja rustig vrouwke’ ...hielp ‘ie’ mij overeind. 2. Het proces-verbaal van bevindingen van verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 2], voor zover inhoudende – zakelijk weergegeven – als volgt: Op 29 maart 2010, omstreeks 10.40 uur, kregen wij de melding om te gaan naar de [adres] te Velp in verband met een overval waarbij geschoten zou zijn. Omstreeks 10.50 uur waren wij op de Voskeschestraat. Wij zijn doorgereden naar de woning aan de [adres]. Wij zagen dat de voordeur van de woning open stond. Wij zijn via de voordeur naar binnen gegaan alwaar we uitkwamen in de hal van de woning. Wij zagen dat aan de linkerzijde van de hal een deur naar de woonkamer was, welke open stond. Wij zagen dat in de woonkamer een deur was richting de slaapkamer. Wij zagen op het bed in de slaapkamer het slachtoffer bewusteloos op bed liggen. Wij zagen links naast het slachtoffer een vrouw, naar later bleek de echtgenote van het slachtoffer, op bed zitten. Ik, [verbalisant 1], ben begonnen met reanimeren. Omstreeks 11.05 uur werd de reanimatie gestopt en werd de dood door de arts [naam arts] vastgesteld. 3. Het proces-verbaal Sporenonderzoek plaats delict [adres], voor zover inhoudende – zakelijk weergegeven – als volgt: Het slachtoffer [slachtoffer 1] bleek bij aankomst van ons, verbalisanten [verbalisant 3], [verbalisant 4] en [verbalisant 6] inmiddels te zijn overleden en zijn lichaam bevond zich in de woonkamer van de woning. Het lichaam van het slachtoffer [slachtoffer 1] werd door mij, [verbalisant 4], in beslag genomen. Beschrijving plaats delict [adres] te Velp De boerderijwoning met inpandige stal was gelegen aan de [adres] te Velp. De Voskeschestraat is gelegen in het buitengebied van Velp. Gezien vanaf de openbare weg, de Voskeschestraat in de richting van de Kranenhofscheweg (noordelijke richting), was perceel [adres] gelegen aan de linkerzijde van de rijbaan. Gezien vanaf de rijbaan van de Voskeschestraat in de richting van de voorgevel van de woning bevond de woning zich aan de linkervoorzijde op het erf. De boerderijwoning bestond uit een woongedeelte aan de voorzijde en een stal aan de achterzijde. Tegen de achtergevel van het stalgedeelte bevond zich een open schuur. Aan de rechterzijde van de woning bevond zich een toegang/inrit naar het erf de woning/boerderij. Aan de rechterzijde van de toegang/inrit stond halverwege op het erf een garage. Ter hoogte van de zijgevel van de garage (straatzijde) bevond zich, parallel aan de zijgevel een betonnen pad. Het pad leidde richting een weiland en een schuur. Aan de achterzijde stond op het erf een vervallen stal. De stal stond ongeveer haaks op de toegang/inrit. Aan de rechterzijde van de stal stond een vervallen schuur. De schuur stond ongeveer haaks op de stal (in de lengte richting parallel aan de toegang/inrit). Tussen de stal en de schuur bevond zich een (door)gang met een geschatte breedte van ongeveer 70 cm. Via deze doorgang konden vanaf het erf de aan de noord-west zijde gelegen weilanden worden bereikt. Gezien vanaf de straatzijde in de richting van de voorgevel van de woning bevonden zich aan de linkerzijde in de voorgevel van de woning twee ramen. De ramen behoorden bij de woonkamer. Rechts naast de ramen bevond zich de voordeur. Rechts naast de voordeur bevond zich een raam behorend bij een “opkamer”. Achter de voordeur bevond zich een gang. In de gang bevond zich aan de rechtervoorzijde een deur die toegang gaf tot de keuken. Gezien vanuit de deuropening van de keuken stond aan de linkerzijde in de keuken een keukentafel. Aan de rechterzijde bevond zich in de keuken een deur die toegang gaf tot een zogenaamde opkamer. In de opkamer bevond zich een inbouwkast en er stonden onder andere een koelkast en een voorraadkast. Woonkamer (opgedeeld in voor- en achterkamer): Aan de linkervoorzijde bevond zich in de gang een deur die toegang gaf tot de woonkamer. Gezien vanuit de deuropening stond in de woonkamer links, tegen de scheidingsmuur met de gang, een houten buffetkast. Voor de kast stond ter hoogte van het raam / de voorgevel, parallel aan de voorgevel van de woning, een eetkamertafel. Aan de lange zijde van de tafel, aan de zijde van de voorgevel, stonden onder de tafel twee stoelen. Tevens stonden er twee stoelen aan de korte zijde aan de zijde van de buffetkast. De rugleuning van deze stoelen stonden in de richting van voorgevel van de woning gekeerd. Aan de andere lange zijde van de tafel, aan de zijde van de woonkamerdeur, stond onder de tafel één stoel. De voorzijde van de stoel stond in de richting van de voorgevel van de woning. Aan de andere korte zijde van de tafel stond voor de tafel een stoel. De voorzijde van de stoel was in de richting van de woonkamerdeur gekeerd. Naar later bleek was dit waarschijnlijk de stoel waarop [slachtoffer 2] vastgebonden / vastgetaped was geweest. Direct rechts achter de deur naar de woonkamer stond een deels open houten kast. Links naast deze kast bevond zich een schouw. Links naast de schouw bevond zich een inbouwkast. Links naast de inbouwkast bevond zich haaks op de scheidingsmuur van de woonkamer een deur die toegang gaf tot de slaapkamer van de bewoners. Het hiervoor beschreven gedeelte van de woonkamer zal hierna in dit proces-verbaal worden aangehaald als “achterkamer”. Slaapkamer: Gezien vanuit de deuropening stond aan de rechterzijde tegen een scheidingsmuur een tweepersoonsbed. Aan de linker- en rechterzijde van het bed stond een nachtkastje met in de onderste helft een deurtje en in de bovenste helft een lade. Recht tegenover de deuropening naar de slaapkamer stond tegen de buitenmuur (linkerzijgevel woning) een houten ladekastje. Het kastje was voorzien van vijf laden. Gezien vanuit de deuropening van de slaapkamer bevonden zich aan de rechterzijde, direct achter de deuropening twee inbouwkasten. Bijkeuken: Aan het einde van de gang bevond zich een deur naar de bijkeuken. Aan de rechterzijde bevond zich in de buitengevel (rechterzijgevel) een buitendeur. De deur was voorzien van een staldeur sluiting en een schuifgrendel. Sporenonderzoek erf: Door mij, [verbalisant 4], werd het erf rondom de woning nader onderzocht. Volgens verklaring van [slachtoffer 2] had zij de draden waarmee zij om de polsen gebonden was geweest en het stuk tape wat over de mond was geplakt, weggegooid op het erf bij de garage. Aan de zijkant van de garage zag ik in het zand twee aan elkaar gemaakte zwarte kabelbinders liggen. Daarbij lag ook een stuk grijze duct-tape. Schoensporen: Op het erf, tussen de linkerachterzijde van de garage/werkplaats en de vervallen stal, zag ik schoenindrukken in het zand (gaande en komende) in de richting van de vervallen schuur rechts achter op het perceel. - Schoenindruk AABU9807NL stond op een afstand van ongeveer 1 meter achter de achterzijde van de garage/werkplaats. De voorzijde van de schoen stond in de richting van de Voskeschestraat, (naar woning toe). - Schoenindruk AABU9808NL stond op een afstand van ongeveer 1,5 meter achter de achterzijde van de garage/werkplaats. De voorzijde van de schoen stond in de richting van de vervallen stal, (van woning af). - Schoenindruk AABU9809NL stond op een afstand van ongeveer 4 meter achter de achterzijde van de garage/werkplaats. De voorzijde van de schoen stond in de richting van de Voskeschestraat, (naar woning toe). - Schoenindruk AABU9810NL stond op een afstand van ongeveer 5 meter achter de achterzijde van de garage/werkplaats. De voorzijde van de schoen stond in de richting van de Voskeschestraat, (naar woning toe). Ik zag dat de bovengenoemde 4 schoenindrukken allen eenzelfde soortgelijk profiel hadden. Ik zag dat er meer soortgelijke schoenafdrukken op het erf aanwezig waren. De bovengenoemde 4 schoensporen waren van goede kwaliteit, de overige waren beduidend minder. De schoensporen vormden een loopspoor tussen de achterdeur van de boerderij en het weiland achter het perceel. Soortgelijke schoenafdrukken trof ik ook aan in de vervallen schuur. Deze schuur was vrij toegankelijk vanuit het weiland en vanaf het erf. Er bevonden zich geen deugdelijke deuren meer in deze schuur. Later werd door een speurhondgeleider een loopspoor aangetroffen door de weilanden heen tot aan een parkeerplaats op de Venstraat waar een gestolen Volkswagen Vento was aangetroffen. Ik zag dat de door hem aangetroffen schoensporen (in het loopspoor door de weilanden) een soortgelijk profiel hadden als de schoenafdrukken waarvan ik op het erf gipsafvormingen had gemaakt. Ik kwam tot de conclusie dat er waarschijnlijk slechts één persoon verantwoordelijk was voor het loopspoor door de weilanden naar het erf van de boerderij en/of retour. Slachtoffer [slachtoffer 1] Wij zagen dat in de woonkamer ter hoogte van de inbouwkast een man lag. Uit verkregen informatie bleek dat het slachtoffer door de hulpverleners vanuit de slaapkamer in de woonkamer was neergelegd. Gezien vanaf de huid droeg het slachtoffer op het bovenlichaam: een wit onderhemd, een grijs overhemd, een blauwe spencer en een zwart jack. Schotresten - Schotbeschadiging 1: Aan de linkerzijde van de romp zagen wij een beschadiging / perforatie van de huid. Rond de beschadiging was de huid zwart gekleurd. De verkleuring had een ovale vorm. Het ovaal bevond zich diagonaal op het lichaam. Vanaf de borst (bovenzijde ovaal) schuin naar beneden richting de rug/bil. De beschadiging bevond zich in de bovenste helft van het ovaal. De beschadiging werd met schotrestfolie bemonsterd op schotresten (AAAP3068NL) - Schotbeschadiging 2: Op de linkerborst zagen wij een beschadiging / perforatie van de huid. Aan de onderzijde van de beschadiging (voetwaarts) was de huid zwart gekleurd. De beschadiging werd met schotrestfolie bemonsterd op schotresten (AAAP3067NL) - Schotbeschadiging 3: Ter hoogte van het linkersleutelbeen zagen wij een beschadiging / perforatie van de huid. De huid rond de beschadiging was paars/rood gekleurd. De beschadiging werd met schotrestfolie bemonsterd op schotresten (AAAP3066NL). Kleding Het slachtoffer werd ter plaatse ontdaan van zijn bovenkleding. De kleding werd los geknipt van het slachtoffer en afzonderlijk verpakt voor eventueel later sporenonderzoek aan de kleding. Bij het ontkleden van het slachtoffer zagen wij dat vanuit de jas een kogelpunt op de vloer viel. De kogelpunt werd voor nader sporenonderzoek veiliggesteld (AABR6453NL). Het volgende spoor werden in het belang van de bewijsvoering en/of nader onderzoek veiliggesteld: Object : Kleding (Trui) Aantal/eenheid : 1 Spencer Kleur : Blauw SIN : AABS3002NL Bijzonderheden : Van [slachtoffer 1] 4. Het rapport van het Nederlands Forensisch Instituut, voor zover inhoudende – zakelijk weergegeven – als volgt: Bij de sectie op het lichaam van [slachtoffer 1], geboren op [geboortedatum] 1934, is het navolgende gebleken: Er waren links voor aan het lichaam drie ronde perforatieopeningen van circa 1 cm in diameter met het aspect van een inschotopening, aangegeven met A, B en C. Er was links in de flank een spleetvormige huidperforatie van 1 x 0,2 cm met het aspect van een uitschotopening, aangegeven met D. Er waren in relatie met de inschotopeningen A, B en C in het lichaam schotkanalen te herleiden. In relatie met A was er een schotkanaal van links boven naar linksonder en links zijwaarts dwars door de borstkas met perforatie van de borstkas boven, de linkerlong bovenkwab, de borstkas links zijwaarts en het onderhuidse spierweefsel in de flank links. Er was een witmetalen kogel in het spierweefsel. In relatie met B was er een schotkanaal van linksboven naar linksonder en links zijwaarts met perforatie van de borstkas linksboven, de linkerlong onderkwab, het hartzakje, het hart in de rechterhartkamer, het middenrif, de maag, schampen van de milt en perforatie van de buikwand links zijwaarts ter plaatse van D. Er was circa 100 ml bloed in het hartzakje en circa 1200 ml bloed in de linkerborstholte. De linkerlong was samengevallen. In relatie met C was er een schotkanaal van linksboven naar linksonder in de borstkas, buiten de borstholte, met perforatie van het spier en vetweefsel van de romp. Er was een witmetalen kogel in het spierweefsel. Voorafgaande aan de sectie waren er bij röntgendoorlichting twee voor kogel verdachte voorwerpen in de flank links te zien. Er bleken twee schotkanalen dwars door de linkerborstholte te verlopen. In de schotkanalen waren de linkerlong en het hart in de rechterhartkamer geraakt. Het derde schotkanaal verliep in de weke delen van de romp links onder de huid, er was begeleidende bloeduitstorting. Er was een uitschotopening links zijwaarts en er waren in het spierweefsel in de flank links twee kogels aanwezig. Er was veel bloed in de linkerborstholte en er was bloed in het hartzakje. Er waren bleke bloedarme inwendige organen. Het overlijden is veroorzaakt door het massale bloedverlies en door opgetreden functieverlies van het hart en de linkerlong als gevolg van de schotletsels door de borstkas. Het onderhuids verlopende schotkanaal heeft aan het bloedverlies, en daarmee aan het overlijden, bijgedragen. [slachtoffer 1], 76 jaar oud geworden, is overleden als gevolg van het oplopen van meermalen toegebracht perforerend geweld (schotletsels) op het lichaam. 5. Het proces-verbaal betreffende het forensisch onderzoek naar aanleiding van een gewelddadige dood in een woning aan de [adres] te Velp, voor zover inhoudende – zakelijk weergegeven – als volgt: Op 30 maart 2010 vond aan het Nederlands Forensisch Instituut de sectie op het slachtoffer [slachtoffer 1] plaats. Bij de sectie werden de navolgende sporen/goederen veiliggesteld: AABU4965NL Projectiel nr. 2 in lichaam [slachtoffer 1] aangetroffen bij sectie AABU4964NL Projectiel nr. 1 in lichaam [slachtoffer 1] aangetroffen bij sectie 6. De verklaring van [slachtoffer 2], voor zover inhoudende – zakelijk weergegeven – als volgt: [slachtoffer 1], mijn man maakt meestal de groene brede deur aan de zijkant van het huis open. Gezien vanaf de kant van de weg is dat de deur rechts naast de keuken. Dit is de deur die wij als achterom altijd gebruiken, iedereen komt door die deur naar binnen. Mijn man heeft samen met mij brood gegeten in de keuken. Na het brood eten ging mijn man naar de woonkamer en hij is daar de krant gaan lezen. Ik denk dat hij dat tot ongeveer 10.00 uur heeft gedaan. Mijn man is toen naar buiten gegaan. Hij liep via de achterdeur naar buiten. Ik ging toen naar de kamer om de krant te lezen. Ik ben aan de eettafel gaan zitten in de woonkamer. Ik zat aan het uiteinde van de tafel die vlak voor het raam staat. Ik had mijn bril op toen ik de krant aan het lezen was. Ik schat dat ik ongeveer 15 minuten de krant had zitten lezen toen ik iemand binnen hoorde komen via de achterdeur. De deur van de woonkamer stond een klein eindje open en ik zag een man via de gang de kamer in komen. Die man zag ik pas toen hij in de deuropening van de woonkamer stond. Ik zag dat die man op me af kwam lopen. Hij liep niet zo heel erg snel. Ik hoorde die man zeggen van overval of iets. In ieder geval hoorde ik dat hij zei “Geld, geld.” Ik schrok heel erg. Die man pakte mij met zijn andere hand vast bij mijn keel. Ik zei tegen die man:”Ik heb geen geld”. Hij had een muts op. Ik zag alleen zijn ogen. Zo’n muts die je op TV weleens ziet, zo’n masker waarbij je alleen de ogen nog ziet. Ik zag dat die man een pistool of geweer in zijn rechterhand had. Het was een kort breed pistool, met een kort pijpke. Ik zag een handvat in de hand van die man. Alles van dat pistool was zwart. Ik weet het verschil niet tussen een pistool of revolver. Ik zag dat die man tape bij zich had. Hij trok een stukje van een rolletje af. Hij vroeg nog aan “Zit het niet te strak vrouwke”. Ik hoorde hem zeggen: “Rustig, rustig, dan doe ik oe niks, geld, geld.” Toen hij later de kast doorzocht zag ik dat die man spullen vanuit de kast in zijn jas stopte. Ik zag dat die man de tape en handboeien uit zijn jaszak pakte. Die tape trok hij van een rolletje af en plakte dat over mijn hele mond heen. Hij boeide mij. Hij had een soort snoertje. Het waren twee zwarte dunne snoertjes naast elkaar. Ik moest mijn handpalmen tegen elkaar aandoen en toen knupte hij mijn handen tegen elkaar aan. Ik zat toen nog steeds op dezelfde stoel waar ik eerder op zat toen ik de krant las. Hij vroeg weer: “geld, geld”. Ik werd bang en wees naar de slaapkamer. De man pakte mij toen aan mijn linker bovenarm vast. Ik kon niet zo snel opstaan en viel op de grond op mijn linkerzijde. Ik hoorde dat die man zei: “ Kom maar ik help oe overeind. Rustig, rustig vrouwke”. Hij hielp me overeind. De man pakte mij vast aan mijn linkerarm en nam mij mee naar de slaapkamer en ik moest van hem op het bed gaan zitten. Hij zette me zo neer en zei iets van : “ Hier zitten, blijven zitten”. Op de slaapkamer zag ik dat die man naar de linnenkast ging. Ik zag dat hij de deur een klein stukje open maakt. Ik zag dat hij in de kast graaide en dat hij iets in zijn jaszak stopte. In die kast, op een plank, achter een stapel ondergoed, lag de portemonnee van [slachtoffer 1]. Er zat wel wat geld in die portemonnee. Ik schat 100 Euro en vaak zit er geld in voor de kinderen, die krijgen bijvoorbeeld 25 Euro als ze jarig zijn of zo. Terwijl die man in de linnenkast rommelde bleef ik op het bed zitten. Die linnenkast heeft twee deuren tegen elkaar aan en toen hij de deuren open maakte riep hij weer: Geld, geld. Ik zei hem dat ik geen geld had. Ik zag dat die man aan de andere kant van de linnenkast rommelde. Toen hij zag dat er mooie kleding en pakken hingen, deed hij de deur dicht. Ik zag dat hij toen het nachtkastje aan de rechterkant open trok. In dat nachtkastje lag een oud blinkend doosje met een tekening van paardjes. Ik heb straks gezien dat dat nachtkastje nog open stond en dat het blikje er ook nog was maar dat blikje was leeg. In dat blikje had ik 3 gouden ringen liggen en een goudkleurig horloge. De ringen zal ik omschrijven: - een gouden zegelring van mijn moeder met daarin de [letters] gegraveerd - een gladde gouden ring met bovenop een gouden balkje, horizontaal. Dat is een ring van mijn zuster die in het klooster zat. - een gouden ring met een ovale paars/rode steen, rondom de steen zat een gekartelde stervormige rand, - een gouden horloge, de band was tenminste goudkleurig en de wijzerplaat was rond met zwarte wijzers. Dat horloge is wel 50 jaar oud. Ik zag dat die man daarna de dekens van het bed afhaalde en hij tilde de matrassen op om er onder te kijken. Ik moest er toen van af en naar de kamer gaan. Er was weinig plek in de slaapkamer en ik moest naar de woonkamer. Ik ben toen in de woonkamer gaan zitten aan de tafel, wel op een andere stoel. Ik zag dat de man ook de woonkamer in kwam en in de grote kast keek die daar staat. In de kamer staat een kast met serviesgoed en papieren. Ik zat half met mijn rug naar die kast en kon niet goed zien wat die man deed maar hoorde wel dat hij in de kast rommelde. Ik hoorde en merkte dat die man de kamer uitging. Ik hoorde dat de man achter bij de opkamer wat rommelde of in de keuken en hoorde ook de trap kraken. Ik hoorde toen dat die man terug kwam. Ook hoorde ik [slachtoffer 1], mijn man, aankomen. [slachtoffer 1] trekt de klompen altijd uit bij de achterdeur en dat hoorde ik, maar die man waarschijnlijk ook. Ik hoorde dat [slachtoffer 1] via de gang naar de woonkamer kwam en toen zag ik opeens [slachtoffer 1] en die man samen de woonkamer binnen komen. Ik zat nog steeds op een stoel aan de tafel. Ik zag dat die man [slachtoffer 1] vast had en dat hij zei: “geld, geld”. Ik zag dat ging met geweld, ik bedoel dat hij [slachtoffer 1] mee sleurde. Die man sleurde [slachtoffer 1] mee naar de slaapkamer. Ik zag dat die man [slachtoffer 1] de slaapkamer in duwde. Ik hoorde die man tegen [slachtoffer 1] zeggen: Geld, geld anders schiet ik je kapot of dood. Zoiets, zulke woorden gebruikte die man. Ik hoorde [slachtoffer 1] zeggen: “Ik heb geen geld.” Die man zei weer: “Ja, ik schiet je kapot, geld, geld”. De deur van de slaapkamer was een beetje dicht en ik kon niet zien wat er gebeurde. Ik hoorde alleen praten. Nadat die man “Geld” had gezegd hoorde ik schoten. Het waren drie schoten die kort na elkaar klonken. Na die schoten, toen de man nog bij [slachtoffer 1] was, ben ik opgestaan en ik ben weggevlucht naar buiten. Mijn handen zaten nog aan elkaar gebonden. Ik ben via de achterdeur, die brede deur, naar buiten gegaan. Buiten ben ik naar de zijkant van de schuur gegaan, die naast onze woning staat. Omdat het snoer niet zo strak zat om mijn handen kon ik mijn handen lostrekken. Ik heb het tape van mijn mond gehaald. Dat snoer en die tape moeten nog bij die schuur liggen. Ik wou naar achteren vluchten, naar een hoekje. Toen ik die kant op liep, ik liep aan de rechterkant langs die schuur, en bij de achterkant aan kwam zag ik opeens die man staan op de hoek. Ik ben meteen weer terug gerend naar voren. Ik zag alleen de rug van die man. Er zijn daar stroomdraden van de paarden. Ik herkende hem aan zijn postuur en hij stond met zijn rug naar mij toe. 7. Het proces-verbaal van bevindingen van verbalisanten [verbalisant 10] en [verbalisant 11], voor zover inhoudende – zakelijk weergegeven – als volgt: Door ons en [slachtoffer 2], die daarbij werd bijgestaan door haar dochter [getuige 1] en de ter plaatse zijnde medewerkster van slachtofferhulp en de familierechercheur, werd de woning betreden. Op 31 maart 2010 te 14:20 uur betraden wij die woning. Wij liepen naar de slaapkamer. [slachtoffer 2] vertelde dat de man in de inbouwkast had gekeken die zich uiterst links van de slaapkamer aan de wand met de deur naar de woonkamer bevond. Voorts dat in die kast op de tweede plank van boven een oude antieke bruine knipportemonnee van [slachtoffer 1] had gelegen, met in het midden een vouw. Hierin zat hoogstens 150 euro en wat kleingeld. Deze portemonnee met inhoud blijkt te zijn weggenomen. In de bovenste lade van het nachtkastje aan de rechterzijde van het bed, gezien in de richting van het hoofdeinde, stonden twee doosjes met een zilverkleurige deksel. Uit een daarvan was ‘goud’ weggenomen. [slachtoffer 2] gaf aan dat dit ‘goud’ een gouden horloge, twee gouden ringen en een broche betrof. Voorts enkele kettinkjes en sieraden van weinig waarde. Vervolgens valt het [slachtoffer 2] op dat uit het ladekastje aan de linkerzijde van de slaapkamer, gezien in de richting van het raam, twee fototoestellen zijn weggenomen. Dit betreffen een digitaal toestel van het merk Olympus en een gewoon rolletjes toestel. 8. De verklaring van [getuige 1], voor zover inhoudende – zakelijk weergegeven – als volgt: Ik ben in de slaapkamer geweest en ik heb in het kistje gekeken een vierkant met zilver deksel. Allebei de kistjes waren leeg. De kistjes lagen in de bovenste lade van het nachtkastje aan mijn vaders kant. Ik vermis nu: - een gouden horloge met gouden band en met een veiligheidsslot met kettinkje - een gouden ring met steen langwerpig roze/lila kleurig ingelegd in goud en facetgeslepen - een gouden ring met plaatje inscriptie [letters] - een gouden trouwring inscriptie in binnenkant: In liefde met God verbonden. Deze ring is van de zusters van liefde uit Schijndel. - een halsketting dun goud met hanger met robijnrode steen - een armband gemaakt van een oude horlogeband van opa, de sluiting is kapot - een halsketting met blauwe druppelvormige hanger, Paouschelp, afkomstig uit Nieuw Zeeland - een zilveren armband met turquoise stenen afkomstig uit India - een gouden fantasie broche. 9. De verklaring van [getuige 1], voor zover inhoudende – zakelijk weergegeven – als volgt: Volgens mijn moeder zijn er nog 2 sieraden weg. Het ene is een gouden armband en het andere is een bijoutje. V. Beschrijf het eerste sieraad eens. A. Moeder geeft aan dat het een gouden armband met schakels is. V: Beschrijf het tweede sieraad eens. A. Het is een halsketting. Het is van kunststof. Het is van groene kraaltjes. Tussen de groene kraaltjes zitten een soort van bruine hoorntjes bevestigt. De lengte is ongeveer een 40 cm. V. Waar bevonden deze sieraden zich in de woning? A. Volgens mij in het sieradenkistje bij de andere spullen op de slaapkamer. 10. Het proces-verbaal van bevindingen met betrekking tot weggenomen sieraden bij overval te Velp, voor zover inhoudende – zakelijk weergegeven – als volgt: [getuige 1] deelde mij mede dat zij een week eerder was gehoord over weggenomen sieraden in de woning van haar ouders ten tijde van de overval. Getuige vertelde dat ze bij dat verhoor een vergissing had gemaakt. Ze had namelijk gesproken over nog twee sieraden die waren weggenomen, namelijk een gouden armband met schakels en een “bijoutje”. Ze gaf aan dat het “bijoutje” wel klopte, maar dat de gouden armband met schakels niet weg was. In plaats daarvan was een andere gouden armband weggenomen, waarvan ze de volgende omschrijving gaf: De armband die weg is, is een ronde armband die de vorm heeft van een fietsvelg, dus met de bolle kant naar binnen en de holle kant naar buiten. Er zit een scharnier aan zodat deze open kan en een inschuifsluiting waardoor hij naadloos aansluit / rond is. Er zit een veiligheidsslot op bestaande uit een kettinkje dat vastzit aan beide zijde van de opening/sluiting. De holle buitenkant is aan de binnenzijde versierd met krasjes, een soort van vlammetjes. Getuige vertelde dat er in totaal dus twee gouden armbanden waren weggenomen. De andere gouden armband had ze al eerder opgegeven. 11. Het proces-verbaal Sporenonderzoek, voor zover inhoudende – zakelijk weergegeven – als volgt: Door mij werd op 29 maart 2010 omstreeks 12.00 uur mevrouw [slachtoffer 2] bemonsterd op mogelijk aanwezige sporen. De kleding van mevrouw [slachtoffer 2] werd veiliggesteld en in beslag genomen. Haar trui werd gewaarmerkt met SIN AABU4950NL. 12. Het proces-verbaal betreffende het forensisch onderzoek naar aanleiding van een gewelddadige dood in een woning aan de [adres] te Velp, voor zover inhoudende – zakelijk weergegeven – als volgt: Op 21 juni 2010 ontving ik een tweetal sigarettenpeuken gewikkeld in een papieren servet. Deze peuken waren op 18 juni 2010 door een lid van het Observatie Team in beslag genomen. Ze waren afkomstig van [verdachte], geboren op [geboortedatum] 1985 te [geboorteplaats]. De 2 sigarettenpeuken werden door mij gemerkt met de Sin-nummers AACO8287NL en AACO8288NL. Op 4 februari 2011 werd [verdachte] op wangslijm bemonsterd teneinde zijn DNA profiel te kunnen vaststellen. Dit wangslijm werd aan het NFI verzonden ter vaststelling van het DNA van [verdachte]. RAAP5056NL Wangslijmbemonstering [verdachte] 13. Het rapport van het Nederlands Forensisch Instituut, voor zover inhoudende – zakelijk weergegeven – als volgt: Sigarettenpeuken [AAC08287NL] Het betreft twee tissues met daarin een shagpeuk en een los vloeitje. Het vloeitje van de shagpeuk en het losse vloeitje zijn in hun geheel veiliggesteld als respectievelijk [AACO8287NL]#01 en #02 voor een DNA-onderzoek. Van het DNA op/in de vloeitjes [AACO8287NL]#01 en #02 zijn DNA-profielen verkregen van een man. Deze DNA-profielen matchen met elkaar. Dit betekent dat het celmateriaal op/in de vloeitjes [AACO8287NL]#01 en #02 afkomstig kan zijn van één en dezelfde onbekende man (onbekende man A). 14. Het rapport van het Nederlands Forensisch Instituut, voor zover inhoudende – zakelijk weergegeven – als volgt: Overzicht te onderzoeken materiaal Identiteitszegel Omschrijving AABU4950NL een trui van het slachtoffer [slachtoffer 2] Overzicht eerder onderzocht materiaal Identiteitszegel Omschrijving AACO8287NL#01 en #02 een vloeitje van een shagpeuk en een los vloeitje (in de interpretatie en conclusie van het rapport van 30 juli 2010 gekoppeld aan onbekende man A) AABZ9476NL een referentiemonster bloed van het slachtoffer [slachtoffer 1] (geboren op [geboortedatum] 1934) RAAK5138NL een referentiemonster wangslijmvlies van het slachtoffer [slachtoffer 2] (geboren op [geboortedatum] 1932) Trui AABU4950NL van [slachtoffer 2] De linker- en rechtermouw van de trui AABU4950NL zijn bemonsterd ter hoogte van de bovenarmen en de polsen. Op deze plaatsen kunnen zich biologische contactsporen bevinden van diegene(
  16. n)die op deze plaatsen met de trui in contact is (zijn) geweest. De bemonsteringen zijn als volgt veiliggesteld voor een DNA-onderzoek: - AABU4950NL#04 (buitenzijde van de linkermouw ter hoogte van de bovenarm). Van het DNA in de bemonstering AABU4950NL#04 van de trui is een complex DNA-mengprofiel verkregen dat DNA-kenmerken bevat van minimaal vier personen. De DNA-profielen van de slachtoffers [slachtoffer 2] en [slachtoffer 1] en van de onbekende man A matchen met dit DNA-mengprofiel. De volgende twee hypothesen zijn beschouwd, waarbij de aanname is gemaakt dat de slachtoffers [slachtoffer 2] (zijnde de drager van de trui) en [slachtoffer 1] (zijnde de partner van [slachtoffer 2]) celdonoren zijn van een deel van het celmateriaal in deze bemonstering: Hypothese I: De bemonstering bevat celmateriaal van de slachtoffers [slachtoffer 2] en [slachtoffer 1], de onbekende man A en minimaal één andere onbekende persoon. Hypothese II: De bemonstering bevat celmateriaal van de slachtoffers [slachtoffer 2] en [slachtoffer 1] en minimaal twee onbekende personen (en geen celmateriaal van de onbekende man A). De resultaten van het DNA-onderzoek zijn waarschijnlijker als hypothese I juist is, dan als hypothese II juist is. Dit betekent dat de resultaten van het DNA-onderzoek waarschijnlijker zijn als de bemonstering AABU4950NL#04 celmateriaal bevat van de slachtoffers [slachtoffer 2] en [slachtoffer 1], de onbekende man A en minimaal één andere onbekende persoon dan als de bemonstering celmateriaal bevat van de slachtoffers [slachtoffer 2] en [slachtoffer 1] en minimaal twee onbekende personen. 15. Het rapport van het Nederlands Forensisch Instituut, voor zover inhoudende – zakelijk weergegeven – als volgt: Het DNA-profiel van [verdachte] RAAP5056NL matcht met de DNA-profielen van het celmateriaal op de vloeitjes AAC08287NL#01 en #02 (gekoppeld zijn onbekende man A). Dit betekent dat het celmateriaal op dit sporenmateriaal afkomstig kan zijn van [verdachte]. De berekende frequentie van de DNA-profielen van het celmateriaal op de vloeitjes AAC08287NL#01 en #02 is kleiner dan één op één miljard. Ofwel, de kans dat het DNA-profiel van een willekeurig gekozen man matcht met deze DNA-profielen is kleiner dan één op één miljard. Bovenstaande betekent tevens dat in alle eerdere rapportages in deze zaak het celmateriaal dat gekoppeld is aan de onbekende man A afkomstig kan zijn van de verdachte [verdachte]. 16. Het proces-verbaal van bevindingen van [verbalisant 14], voor zover inhoudende – zakelijk weergegeven – als volgt: In dit proces-verbaal is uitgewerkt een bij de politie telefooncentrale 0900-8844 op 29 maart 2010 te 10:27:38 uur binnengekomen melding. T: Goedemorgen, politie Brabant Noord, [centralist] waar kan ik u mee helpen? H: Met [getuige 2] goedemorgen. H: Er staat bij mij een auto geparkeerd in de Venstraat. H: Dat is in Grave. H: Of Velp. T: Ja. H: En daar staat een auto even kijken...[kenteken] H: Een Vento GL, een Volkswagen. H: En die deur staat open. H: Het deurslot is eruit startslot is eruit gebroken. T: Hij staat in de Venstraat ter hoogte van waar? H: Ter hoogte van [adres]. 17. Het proces-verbaal van bevindingen van [verbalisant 14], voor zover inhoudende – zakelijk weergegeven – als volgt: In dit proces-verbaal is uitgewerkt een bij de politie telefooncentrale 0900-8844 op 29 maart 2010 te 10:33:16 uur binnengekomen melding vanaf telefoonnummer [telefoonnummer]. NN: Melder [het hof begrijpt, gelet op het hierna weergegeven bewijsmiddel: [getuige 3]] T : Telefoniste NN: Bij mij in de straat daar staat een auto. T: Ja NN: En die staat er eigenlijk al een tijdje...en die staat er eigenlijk een beetje raar geparkeerd zo tussen dat hout en nou had ik door de ramen gekeken en zit geen contactslot of niks in. T: En wat is het kenteken?. NN: [kenteken]. T: Waar staat die? NN: Die staat in de Vensteeg...een zandweg is dat in Velp bij Grave. NN: Dat is een zandweggetje dat is van de Heistraat een dwarsstraat. 18. Het proces-verbaal verhoor getuige, voor zover inhoudende – zakelijk weergegeven – als volgt: Gegevens getuige: Naam : [naam getuige 3] Voornamen : [voornamen getuige 3] Telefoon : [telefoonnummer] Noot verbalisant: Vanaf dit punt verklaart getuige iets over zijn eigen waarnemingen. Ik ging maandag [het hof begrijpt: 29 maart 2010] rond 09.00 uur lessen. Ik reed even langs de Venstraat en zag de auto staan. Het voertuig was zo geparkeerd dat hij niet opviel. Rond 10.15 uur reed ik door de Heistraat richting de Venstraat. Toen zag ik de auto staan en reed richting de Volkwagen Vento, blauw van kleur. Ik stapte uit en zag dat het een auto was met een schuifdak. De ijzeren plaat die normaal om de ruit zit was eraf. Ik liep langs de auto af en keek in de auto. Ik zag dat het contactslot van de auto er helemaal uitlag. De kabels lagen zo dat als je ze tegen elkaar zou houden de auto zou kunnen starten. Ik heb vervolgens het kenteken van de auto genoteerd, dit was [kenteken 1]. Ik ging hierop naar huis en heb vervolgens de politie gebeld. 19. Het proces-verbaal van bevindingen van verbalisanten [verbalisant 16] en [verbalisant 17], voor zover inhoudende – zakelijk weergegeven – als volgt: Op maandag 29 maart 2010, omstreeks 10.38 uur, ontvingen wij de melding dat er op de Heistraat ter hoogte van [huisnummer] te Velp een personenauto zou staan, welke van diefstal afkomstig zou zijn. De auto was een Volkswagen Vento, kleur blauw, voorzien van kenteken [kenteken 1]. Op het moment dat wij onderweg waren naar de bovengenoemde locatie ontvingen wij omstreeks 10:39 uur een nieuwe melding. Hierbij kregen wij het verzoek om te gaan naar de [adres] te Velp. Op het moment dat wij ter plaatse waren op de Voskenschestraat kregen wij van een medewerker van de regionale meldkamer het verzoek om alsnog te gaan kijken bij de Volkswagen Vento, welke op de Heistraat zou staan. Wij waren omstreeks 11:00 uur terplaatse op de Heistraat. De Heistraat loopt parallel aan de Voskenschestraat. Wij zagen dat er ter hoogte van [huisnummer] een onverhard pad lag. Wij zagen dat dit de Venstraat betrof. Wij zagen dat de eerder genoemde Volkswagen Vento niet op die locatie stond. Op het moment dat wij ter plaatse waren op de Heistraat, spraken wij de bewoner van [huisnummer], genaamd [getuige 2]. Wij hoorden dat hij aan ons vertelde dat: - de blauwe Volkswagen Vento ongeveer 20 minuten eerder was vertrokken; - hij omstreeks 09:30 uur zag dat deze Volkswagen op de Venstraat stond en dat de voorzijde van de auto in de richting van de Heistraat stond; - hij tussen 10:00 en 10:10 uur vanaf zijn woning naar de auto is gelopen; - hij zag dat het contactslot kapot gebroken was en de onderdelen lagen op de grond bij de stoel van de bijrijder; - de auto aan de buitenkant geen beschadigingen had; - de portierdeuren niet afgesloten waren; - het dakraam niet goed bevestigd was; - hij niet gezien had dat de auto aan kwam rijden; - hij zag dat de auto vanaf het pad rechts af sloeg; - er 1 manspersoon in de auto zat. Wij zagen dat er sporen zichtbaar waren op het onverharde pad. Wij zagen dat dit bandensporen van een voertuig waren. Hierop ben ik, [verbalisant 17], via een onlogische route het pad ingelopen. Dit om te kijken of er meer bruikbare sporen aanwezig waren verderop in het pad. Ik, [verbalisant 17], zag dat er verderop aan het einde van het pad meerdere verse bandensporen stonden in het zand. Vervolgens ben ik, [verbalisant 17], verder gelopen. Ik zag dat er aan het einde van het pad een dennenbosje stond. Ik ben het dennenbosje voorbij gelopen. Ik zag dat er achter het dennenbosje een groot stuk land lag. Ik zag dat er gras op dit stuk land stond. Ik zag dat er in het gras een duidelijk spoor liep. Ik zag dat dit spoor diagonaal over het land leidde in de richting van de boerderij waar de overval heeft plaatsgevonden, gelegen aan de [adres]. Ik zag dat dit spoor ongeveer 40 centimeter breed was. 20. De verklaring van [getuige 2], voor zover inhoudende – zakelijk weergegeven – als volgt: Ik heb gezien dat ‘die’ auto er stond en die kwam mij op een of andere manier een beetje verdacht voor. Hij stond een beetje raar, ik kwam van het koffiedrinken af, ik had hem al wel gezien, maar toen nog eigenlijk geen aandacht aan geschonken. V: Wanneer was dat? A: Ik denk om half 9, het kan ook kwart voor 9 geweest zijn. En toen ben ik half 10 koffie gaan drinken bij de buurvrouw. Toen ben ik teruggekomen en toen stond die auto er nog. Hij stond een beetje scheef op de weg. Hij stond eigenlijk een beetje blokkerend, dat kon ik van afstand zien. Ik ben er naartoe gewandeld. Ik zag dat er iets niet klopte. Het contact was er uit op een of andere manier. Ik ben toen naar huis gewandeld. Ik heb op een gegeven moment een krant gepakt en een pen en toen ben ik er weer naar toe gewandeld. Ik heb toen het kentekennummer opgeschreven en eventueel dingen die ik zo zag, type van de auto. Ik heb naar het stuur gekeken en het stuurslot was eruit gebroken. Ik zag dat de auto achter een wieldop miste. V: Dus u bent eerst hier thuis en op een gegeven moment ziet u ‘die’ auto staan en in wat voor situatie zag u dat? A: Ik ging eerst de krant uit de brievenbus halen. Ik keek en die auto viel mij op. V: Waar stond die auto? A: In de Venstraat, het pad recht voor mijn woning. Ik zag alleen de voorkant en ik vond het een rare plek. V: Hoe ver stond die auto het pad in? A: Van hieraf 100 meter, 60 a 70 schat ik. V: Stond die auto met de achterzijde of met de voorzijde naar de weg toe? A: Met de voorzijde. Dus met de voorzijde richting mijn huis. V: Wat voor een auto was het? A: Een Volkswagen Mento (het hof begrijpt: Vento). Ik zag meteen toen ik de eerste keer in de buurt van die auto kwam dat het een Volkswagen was. V: Wij begrijpen dat u koffie bent gaan drinken bij de buren. A: Dat is rond half 10. Ik ben daar half 10 naar toe gegaan en dan ben ik iets voor 10 uur weer terug. Het betreft de buurvrouw op [huisnummer] waar ik koffie ga drinken. V: Wij begrijpen dat u dan tegen 10 uur terug gaat naar huis en wat ziet u dan? A: Ik ben naar huis gelopen en toen viel het mij echt op dat die auto daar zo raar stond. Ik ben toen naar de auto toegelopen. De auto was niet verplaatst, er was ook niemand in de buurt van de auto te zien. Ik ben naar de auto toegelopen en heb gekeken. Ik heb door het raam gekeken en zag dat al de draden eruit lagen. Ik overwoog toen de politie te bellen. Ik ben terug gelopen naar huis. Ik heb daar een krant gepakt om een stukje papier te hebben. (noot verbalisanten: getuige toont ons een krant, waarop de tekst geschreven is Volkswagen Vento GL [kenteken 1]) V: Wat voor kleur was de auto? A: Donker blauw. V: U noteert wat op de krant staat en wat ziet u nog meer aan die auto? A: Dat de wieldop eraf was. Ik heb de deur los gemaakt, die was niet op slot aan de bestuurderskant. Ik zag dat de radio er nog in zat. Ik zag dat alles intact erin zat, alleen van het stuur was het slot eraf gebroken. Ik zag dat er een dakraam in zat, maar het was geen origineel dakraam. Ik zag dat het niet bij elkaar paste. Het was net of dat eruit gedrukt was en dat de rand van metaal zichtbaar was. Het was alsof er onder iets tegenaan geplakt was. V: Wat hebt u na het noteren gedaan? A: Ik ben de politie gaan bellen. V: Wat bent u toen gaan doen? A: Ik ben de tuin ingegaan. Ik zag op een gegeven die auto wegrijden. Ik zag dat er één man in de auto zat. Vanaf de tijd dat ik de politie gebeld heb en dat de politie ook arriveerde is de auto weggegaan, zeg maar een kwartier erna, na het melden bij de politie. 21. De verklaring van [getuige 2], voor zover inhoudende – zakelijk weergegeven – als volgt: Ik keek van buitenaf op het dak van het voertuig. Daarbij viel mij iets op. Ik zag dat het voertuig was voorzien van een ‘open dak’. Ik zag daaraan wel iets vreemds. Het plaatwerk dat aanwezig zou moeten zijn zoals normaal in de kleur van de auto was volgens mij niet aanwezig. Het was echter niet mogelijk het voertuig in te kijken. Ik dacht dat het ‘open gat’ in het dak was afgesloten door een soort ventilatiedoek of de hemelbekleding van de binnenzijde van de auto. 22. Het proces-verbaal onderzoek met speurhond naar menselijke geur ten behoeve van technische recherche, voor zover inhoudende – zakelijk weergegeven – als volgt: Ik kwam op 29 maart 2010 omstreeks 13.15 uur ter plaatse. In overleg met collega [verbalisant 4] begaf ik mij naar de Venstraat te Velp. De Venstraat te Velp (een onverharde weg) was gelegen tegenover pand [adres] te Velp. Aldaar aangekomen deelde collega [verbalisant 17] mij het volgende mede. Naar aanleiding van een melding over het aantreffen van een vermoedelijk ontvreemd voertuig was zij met haar collega naar de Venstraat te Velp gereden. Aldaar aangekomen troffen zij geen voertuig op de Venstraat aan. Vervolgens had zij met de melder gesproken en deze had haar de plaats aangewezen alwaar het voertuig had gestaan. Deze melder/getuige had gezien dat het voertuig, een blauwe Volkswagen, voor de komst van de politie via de Heistraat was weggereden. Nabij (ongeveer 25 meter) de plaats waar het voertuig had gestaan, was een perceel grasland gelegen. Toen de collega’s ter plaatse kwamen, zagen zij een (vermoedelijk) loopspoor vanaf de Venstraat in de richting van de boerderij aan de Voskeschestraat. Op aanwijzing van collega [verbalisant 17] voornoemd zag ik op het grasland een vaag loopspoor wat dwars over het grasland in de richting van de Tweehuizerweg liep. Bij nader onderzoek zag ik nagenoeg evenwijdig aan dit loopspoor nog een vaag loopspoor in de richting van de Tweehuizerweg. Dit was gezien vanuit de Venstraat in de richting van de boerderij aan de Voskeschestraat. Doordat de vermoedelijke loopsporen nog vaag zichtbaar waren en mede door de aanwijzingen van collega [verbalisant 17] heb ik deze sporen op het zicht gevolgd over het grasland in de richting van de Tweehuizerweg. Het was voor mij niet vast te stellen in welke richting de persoon, die de sporen had gemaakt, had gelopen. De sporen waren niet door een voertuig veroorzaakt. De sporen liepen diagonaal over het grasland in de richting van de verharde weg de Tweehuizerweg. De Tweehuizerweg vormt een verbinding tussen de Voskeschestraat en de Heistraat te Velp. De afstand, over het grasland, tussen de Tweehuizerweg en de plaats waar het ontvreemde voertuig had gestaan bedroeg ongeveer 375 meter. Op de plaats waar het loopspoor het grasland verliet en op de verharde weg de Tweehuizerweg uitkwam, was aan de andere zijde een akker gelegen. Links van de akker, gezien vanaf de Tweehuizerweg, tussen de Tweehuizerweg en de boerderij [adres] was een paardenwei gelegen. Deze paardenwei en deze akker grensden aan de achterzijde van de boerderij aan de [adres]. Tussen de paardenwei en de akker was een afrastering welke bestond uit gaas met daarboven een prikkeldraad (schrikdraad). Op deze akker was een vers loopspoor (schoenindrukken in het zand) zichtbaar. De looprichting van de persoon die deze indrukken had achtergelaten was vanuit de boerderij in de richting van het grasland waar ik zojuist vandaan kwam. Nadat ik enkele schoenindrukken had gemarkeerd, heb ik de speurhond Beau op dit loopspoor een geurspoor op laten pikken. Ik zag dat Beau kennelijk menselijke geur waarnam en dit loopspoor ging volgen in de richting van de achterzijde van de boerderij. Het spoor liep evenwijdig aan de afrastering tussen de akker en de paardenwei. Ter hoogte van de eerste opstal achter de boerderij speurde Beau linksaf naar de afrastering (tussen de akker en de opstallen achter de boerderij) toe. Ik zag dat hier een houten afrasteringpaal in de afrastering scheef stond. Bij nader onderzoek zag ik dat de paal los stond. Doordat deze paal scheef stond was er een ruimte ontstaan tussen het afrasteringgaas en de prikkeldraad. De prikkeldraad was hier niet aan de paal bevestigd. Nadat Beau door deze opening was gekropen, zag ik dat zij verder speurde in de richting van een deuropening van een vervallen stal. De afstand tussen de Tweehuizerweg en deze stal bedroeg ongeveer 170 meter. Deze stal (ongeveer 10 meter x 5 meter) was kennelijk niet meer in gebruik. Het dak was gedeeltelijk ingezakt. In deze stal waren op de bodem in het losse zand diverse verse schoenindrukken zichtbaar. Ik zag dat aan de andere zijde van deze stal een deuropening was die uitkwam op het erf van de boerderij. Ik zag dat een wand van deze stal (aan de zijde van het erf) bestond uit planken en glas. Ik zag dat een aantal van deze planken vers afgebroken waren en in de stal op de grond lagen. Via de ontstane opening kwam men ook uit op het erf van de boerderij. Gezien vanuit deze stal kon men over het erf tussen andere stallen door het woongedeelte van de boerderij bereiken. Op het erf trof ik nog een aantal verse schoenindrukken aan waarvan het profiel overeenkwam met het profiel van de schoenindrukken op de akker. Op het erf tegenover de achterdeur van de boerderij trof ik in het zand een stukje grijze plakband (duck-tape) en twee zwarte tie-ribs aan. Ik zag dat deze tie-ribs met de uiteinden aan elkaar waren bevestigd zodat er een lus was ontstaan. 23. Het proces-verbaal aantreffen gesignaleerd motorvoertuig, voor zover inhoudende – zakelijk weergegeven – als volgt: Op 29 maart 2010 te 15.35 uur, zag ik dat een Object : Personenauto Merk/type : Volkswagen Vento 66 Kw E2 Kleur : Blauw Kenteken : [kenteken 1] geparkeerd stond op de Habsburgstraat te Oss in de gemeente Oss. Ik zag dat genoemde personenauto, gezien vanuit de Bourgondiestraat te Oss geparkeerd stond aan de rechterzijde van de weg aldaar, in een parkeervak. Ik zag dat dit parkeervak was gelegen tegenover woningen, gelegen aan de Habsburgstraat nr 17 en 19. Ik zag dat het parkeervak tevens grensde aan een woning gelegen aan een hofje, aan de Karel de Vijfdestraat nr 2 te Oss in de gemeente Oss. Ik zag dat genoemde personenauto geparkeerd stond met de voorzijde in de richting van de Orseleindstraat te Oss. 24. Het proces-verbaal van bevindingen van [verbalisant 9], voor zover inhoudende – zakelijk weergegeven – als volgt: De Karel V straat te Oss ligt tussen de Habsburgstraat en de Philips de Schonestraat. De Karel V straat is alleen vanuit de richting Philips de Schonestraat bereikbaar voor gemotoriseerd verkeer. Vanuit de Habsburgstraat is de Karel V straat alleen bereikbaar voor voetgangers en fietsers. 25. De aangifte van [betrokkene 1], voor zover inhoudende – zakelijk weergegeven – als volgt: Op 24 maart 2010, omstreeks 22.15 uur, parkeerde ik mijn personenauto, merk Volkswagen type Vento, kleur blauw en voorzien van het kenteken [kenteken 1] in een parkeervak, gelegen aan de Granietstraat te Oss. Aldaar had ik mijn auto rondom afgesloten, middels centrale deur vergrendeling. Op 25 maart 2010, omstreeks 11.30 uur, toen ik terug kwam bij mijn auto zag ik dat deze was weggenomen. In mijn auto zat mijn JVC cd-radio. 26. Het proces-verbaal van bevindingen van verbalisanten [verbalisant 21] en [verbalisant 22], voor zover inhoudende – zakelijk weergegeven – als volgt: In het kader van het buurtonderzoek hebben wij op 29 maart 2010 aangebeld bij alle woningen in de [straat] te Oss en de bewoners om bijzonderheden gevraagd. Samengevat werden door ons de volgende bijzonderheden vastgesteld. [adres] Oss: [getuige 4] had de afgelopen 2 dagen de Volkswagen Vento, die in de middag van 29 maart 2010 omstreeks 16.30 uur door de politie was meegenomen vanuit de Habsburgstraat te Oss [het hof begrijpt: gezien]. Die auto stond in een parkeervak aan de kopsekant van de Karel V straat te Oss. Op 28 maart 2010, omstreeks 19.00 uur en op 29 maart 2010, omstreeks 08.00 uur, had hij de auto daar nog geparkeerd gezien. [adres] Oss: [getuige 5] had op donderdagavond 25 maart of vrijdagavond 26 maart 2010 een donkere, antracietkleurige auto, soort Volkswagen type Vento, voor [perceel] Oss zien staan. Die auto stond met de voorzijde in de richting van [perceel] geparkeerd. Op die donderdag- of vrijdagavond had hij samen met zijn buurman van [huisnummer] op het stoepje voor zijn huis [huisnummer] gezeten en hadden ze het samen over de Vento gehad. Zaterdagmiddag, 27 maart 2010, voetbalde jeugd in de straat. Omdat hij zag dat de bal op de motorkap van die auto terechtkwam verzocht [getuige 5] de jeugd niet bij die auto te voetballen. Op zondagavond, 28 maart 2010, had hij die auto daar nog geparkeerd zien staan. [getuige 5] had met de bewoner van [adres] nog over de auto gepraat. Het was een hun onbekende auto die kennelijk niet van een bewoner uit hun straat was. Tijdens ons buurtonderzoek in de [straat] te Oss werden wij op de [straat] te Oss door een man aangesproken. Hij wenste zijn personalia niet op te geven. Desondanks verklaarde hij [het hof begrijpt, gelet op het hierna weergegeven bewijsmiddel: [getuige 6]] ons het volgende. “In de nacht van donderdag 25 op vrijdag 26 maart 2010, omstreeks 01.00 uur lag ik op bed te computeren. Mijn slaapkamer bevindt zich op de eerste etage aan de voorzijde van mijn woning, [adres] te Oss. Ik had mijn rolluiken half openstaan. Op genoemd tijdstip hoorde ik een auto aankomen die voor mijn woning stopte waarna ik een autodeur dicht hoorde slaan. Ik ging uit bed en keek door het slaapkamerraam naar buiten. Ik zag dat in een parkeervak voor mijn woning een donkerkleurige Volkswagen Vento stond. Ik zag dat rechts naast die auto een witte c.q. lichtkleurige Opel Vectra, model 1997-1998 met ontstoken verlichting stilstond. Ik weet dat die auto niet in onze straat thuishoort. Ik zag dat die Vectra vervolgens rustig wegreed door de Karel V straat, langs de oneven percelen in de richting de Philips de Schonestraat te Oss. Op vrijdag 26 maart 2010 zag ik dat die Volkswagen Vento er nog steeds stond. Ik ben rond die auto gelopen en zag daarbij dat in de auto een JVC-radio in het dashboard stak. Ik heb toen nog met de buurman van [huisnummer] over die auto gesproken. Die Vento hoorde niet in onze straat. Ook mijn buurman van [huisnummer] kende die auto niet. Vanmorgen, 29 maart 2010, omstreeks 10.00 uur, zag ik dat die Volkswagen Vento, niet meer voor mijn woning stond.” 27. Het proces-verbaal Zaaksdossier overval Velp, voor zover inhoudende – zakelijk weergegeven – als volgt: [Getuige 5], [adres] te Oss, verklaarde dat hij over de Volkswagen Vento had gesproken met zijn buurman van [huisnummer], terwijl ze samen op het stoepje voor [huisnummer] zaten. De onbekende man verklaarde dat hij met zijn buurman van [huisnummer] over de Volkswagen Vento had gesproken, terwijl ze op het stoepje van [huisnummer] zaten met een biertje er bij. Uit bovenstaande is op te maken dat de onbekende getuige de bewoner van perceel [adres] te Oss betreft. Blijkens bevraging bij de gemeentelijke basis administratie staat op het [adres] te [woonplaats] ingeschreven: [getuige 6], geboren te [geboorteplaats], op [geboortedatum] 1980. 28. Het proces-verbaal verhoor, voor zover inhoudende – zakelijk weergegeven – als volgt: Op 3 mei 2011 hoorden wij [getuige 6]. Verbalisanten lezen de uitwerking van de melding voor van een gesprek tussen een persoon die zich kenbaar maakt als [getuige 6] en een medewerkster van het meldcentrum van de regiopolitie Brabant-Noord. Hieronder de letterlijke uitwerking van dit gesprek. G: Goedenavond met Politie Brabant Noord u spreekt met [centralist] wat kan ik voor u doen? B: Goedenavond met [getuige 6]...ik bel in verband met die auto die gevonden is vanmiddag.... G: Ja.... B: In de van Habsburgstraat.... G: Ja B: Ik woon in de [straat] dat is net een straat waar de auto gevonden is...zegmaar uhhh hoe moet ik dat zeggen....die grenst daar aan zeg maar.... G: Ja B: Nou heb ik bij mij voor de deur....drie vanaf donderdagnacht tot vannacht heeft er een Vento voor de deur gestaan.... G: Oke...uhhh en uw woonadres is?.... B: [adres] B: Maar ik heb ze ‘s nachts gezien B: Ja niet echt die mensen maar ik heb gezien in wat voor een auto ze overstapte... G: En wanneer was dat? B: Als ik mijn eigen goed kan herinneren was dat donderdagnacht B: Donderdag of vrijdagnacht....maar hij het hier het hele weekend gestaan en vanmorgen viel mij op toen ik ging werken...toen was het n uurtje of tien denk ik dat ik weg ging....toen was die weg...dat viel mij eigenlijk op G Oke en donderdagnacht zou u ze dan ook..die mensen hebben gezien...die uhhhh over.... B: Ja ik zeg al ik heb niet echt die mensen gezien maar ik heb wel gezien dat ze overstapte..want normaal zijn mijn rolluiken altijd dicht boven en toevallig die avond niet en het was best laat.... G: En dan vanuit die Vento in een andere auto? B: Ja vanuit die vento in een andere auto...toen het die vento hier het hele weekend gestaan bij mij pal voor de deur.. V: Wij hebben een aantal hiaten in het verhaal zitten en jou verklaring kan ons hierin duidelijkheid verschaffen, met name het overstappen dat jij hebt gezien. A: Donderdagavond. Ik heb normaal mijn rolluik dicht echter nu niet. Ik hoorde een auto stoppen. Ik hoorde autodeuren en hoorde een andere auto. Ik zag een VW Vento staan en een Opel Vectra die naast de Vento stond. Die Vectra reed vervolgens achteruit weer weg. Die Vento is toen blijven staan het hele weekend. Die Vento stond normaal nooit in de straat. Ik ben die maandag gaan werken en toen was de Vento weg. Ik zag iemand achter in die Vectra zitten. V: Jij zegt dat jij die Vento nooit eerder hebt gezien in de straat? A: Nee dat klopt, ik heb deze auto nog nooit eerder gezien, daarom viel het op. V: Heb jij iemand vanuit de Vento zien overstappen in de Vectra? A: Nee dat niet, maar ik hoorde een auto aan komen rijden autodeuren slaan, weer een auto aankomen rijden en weer autodeuren slaan.. Die Vectra had een draaiende motor en die Vento stond ernaast. 29. De verklaring van [getuige 7], voor zover inhoudende – zakelijk weergegeven – als volgt: Op 29 maart 2010 omstreeks 08.00 uur kwam ik thuis. Ik zag toen dat er een onbekende auto op de parkeerplaats stond waar ik normaal mijn auto parkeer. Dat is het eerste parkeervak naast het trottoir recht voor mijn voordeur. Ik zag dat de auto van mijn man naast die onbekende auto stond, rechts daar naast. Ik was op 28 maart 2010 omstreeks 21.50 uur naar mijn werk gereden. Mijn auto stond gewoon op mijn parkeerplaats waar ik dus de volgende ochtend die Opel aantrof. Ik weet van die onbekende auto dat het een lichtkleurige Opel was. De kleur was zo’n beetje beige/grijs. Mijn man zei later nog dat het een Vectra was. Ik wist dat het een Opel was, omdat ik dat zag aan het embleem achterop. Ik had de Opel daarvoor nooit eerder gezien en die hoorde ook niet thuis in onze straat. 30. Het proces-verbaal van bevindingen van verbalisanten [verbalisant 25] en [verbalisant 26], voor zover inhoudende – zakelijk weergegeven – als volgt: Op 14 april 2010 werd gehoord [getuige 7] in verband met een geparkeerd staande lichtkleurige Opel Vectra, welke voor haar woning stond op 29 maart 2010 omstreeks 08.00 uur. Naar aanleiding van deze eerder afgelegde verklaring van getuige [getuige 7], werd in aanvulling daarop aan haar op donderdag 15 april 2010 te 18.00 uur, drie afbeeldingen getoond van een personenauto, merk Opel en type Vectra. Kort en zakelijk weergegeven verklaarde zij daarbij onder andere dat het model en de kleur van de auto op de getoonde afbeeldingen overeen kwam met de auto die voor haar woning geparkeerd stond op 29 maart 2010 omstreeks 08.00 uur. 31. Het proces-verbaal van verhoor van [getuige 8], voor zover inhoudende – zakelijk weergegeven – als volgt: De getuige verklaarde: Ik weet waarover u mij wenst te horen en dat heeft te maken met het aantreffen van een, mij onbekende, auto die bij ons in de [straat] te Oss geparkeerd heeft gestaan. Volgens mij was het een Opel Vectra, model sedan, het was een voertuig met een kofferbak. Ik weet nog dat die Opel ‘champagne/grijs’ van kleur was. U vraagt mij wanneer ik die auto bij ons in de straat heb zien staan maar dat weet ik niet meer precies. U geeft aan dat mijn vrouw tegenover de politie heeft verklaard dat dit maandagmorgen 29 maart 2010 betrof. Dat zal dan wel op die dag zijn geweest. Mijn vrouw kwam die morgen uit de nachtdienst en die Opel Vectra stond toen ‘s morgens in het parkeervak geplaatst waar mijn vrouw normaliter haar voertuig neer zet. Ik ben omstreeks 08.15 uur, die dag, naar mijn werk gegaan. Ik heb toen wel die Opel Vectra zien staan maar heb daar verder geen aandacht aan geschonken. Op 15 april 2010 werd op het [adres], aan [getuige 8], getoond een drietal afbeeldingen van een personenauto, merk Opel, type Vectra. De getuige verklaarde: U toont mij drie afbeeldingen van een personenauto en hierop staat eenzelfde voertuig afgebeeld als waar ik zojuist over heb verklaard. Het betreft hier een Opel, type Vectra en voorzien van een kofferbak en ook de kleur komt overeen met de kleur die ik al eerder heb beschreven namelijk champagne/grijs. 32. Het proces-verbaal Zaaksdossier overval Velp, voor zover inhoudende – zakelijk weergegeven – als volgt: Op 14 april 2010 werd [getuige 8], wonende te [woonplaats], [adres], als getuige gehoord. Aan getuige werden drie foto’s getoond van een Opel Vectra met het kenteken [kenteken 2], welke in beslag werd genomen bij [autobedrijf] te Oss. Getuige verklaarde dat de afgebeelde Opel Vectra een zelfde voertuig betrof als waarover hij verklaarde. De kleur en het model kwamen overeen. Naar aanleiding van het verhoor van de getuige [getuige 7], werden haar op 15 april 2010 drie foto’s getoond van een Opel Vectra met het kenteken [kenteken 2], welke in beslag werd genomen bij [autobedrijf] te Oss. Getuige verklaarde dat het model en de kleur van de auto overeenkwamen met de auto die zij op maandag 29 maart 2010, omstreeks 08.00 uur, voor haar woning zag staan. Door het onderzoeksteam TGO Meeuw werd nagegaan of er een relatie was te leggen tussen [verdachte] en de blauwe Volkswagen Vento of de lichtkleurige Opel Vectra. Blijkens gegevens van de Rijksdienst voor het Wegverkeer had [verdachte], [adres] te Oss, sinds 22 september 2008 een personenauto, merk Opel, type Vectra, kleur grijs, voorzien van het kenteken [kenteken 2], op naam. De datum van eerste afgifte van het kentekenbewijs is 22 april 1998. Uit opgenomen telecommunicatie van [verdachte] blijkt dat [verdachte] op 2 april 2010 te 12.02 uur wordt gebeld door zijn broer [broer verdachte]. [verdachte] zegt dat hij zijn auto ingeruild heeft. [verdachte] zegt dat hij ‘m ingeruild heeft tegen een Mitsubishi Galant. [verdachte] zegt dat ie ‘m heeft ingerolen bij [autobedrijf]. Hierop werd opnieuw een bevraging gedaan bij de Rijksdienst voor het Wegverkeer, waarbij bleek dat de genoemde Opel Vectra, kenteken [kenteken 2], op 1 april 2010 te 16.52 uur op naam was gesteld van [eigenaar autobedrijf], [adres] te Oss. Op genoemd adres bleek een autohandel, genaamd [autobedrijf], te zijn gevestigd. 33. Het proces-verbaal van bevindingen van [verbalisant 15], voor zover inhoudende – zakelijk weergegeven – als volgt: Op 7 april 2010 bevond ik mij op het terrein van [autobedrijf], gevestigd aan de [adres] te Oss. Ik nam op het bedrijfsterrein perceel [adres] te Oss, een personenauto, merk Opel, type Vectra, kleur grijs en voorzien van het kenteken [kenteken 2] in beslag. [eigenaar autobedrijf] als zijnde eigenaar van [autobedrijf] werd gehoord. Kort samengevat verklaarde [eigenaar autobedrijf] dat hij op 1 april de auto had ingeruild van een persoon genaamd [achternaam verdachte]. Hij had deze auto ingeruild tegen een Mitsubishi Galant. 34. Het proces-verbaal Sporenonderzoek Volkswagen Vento [kenteken 1], voor zover inhoudende – zakelijk weergegeven – als volgt: Door ons werd een forensisch onderzoek naar sporen aan een voertuig verricht. Omschrijving voertuig Merk: Volkswagen Type: Vento Kenteken: [kenteken 1] Kleur: blauw Het bestuurdersportier en de kofferbak waren niet afgesloten. De cilinder van het slot van het bestuurdersportier was defect. Kennelijk kon het bestuurdersportier niet meer van buitenaf door een sleutel worden afgesloten, enkel door in het voertuig met gesloten portier het portierknopje in te drukken. In het dak van het voertuig bevond zich een opening, waarin een kanteldak (zonnedak) heeft gezeten. Aan de rand van de carrosserie van het dak waar het kanteldak inviel, bevond zich braakschade. Vermoedelijk is het kanteldak losgewrikt, waarna door deze opening het voertuig ingeklommen kon worden. In het voertuig werden door ons monsters gezogen om alle haren en vezels veilig te stellen. De monsters werden genomen vanaf: - de hoofdsteun en rugzitting van de bestuurdersstoel [AABA2563NL]; - de vloer voor de bestuurdersstoel [AABA2568NL]. Door ons werden bemonsteringen gedaan op aanwezigheid van schotresten. Het monster werd genomen vanaf de versnellingspook [AABA2561NL]. 35. Het rapport van het Nederlands Forensisch Instituut, voor zover inhoudende – zakelijk weergegeven – als volgt: Het opgezogen materiaal vanaf de hoofdsteun en de rugleuning van een bestuurdersstoel [AABA2563NL] is onderzocht op de aanwezigheid van haren. De hierbij aangetroffen op haren gelijkende sporen zijn veiliggesteld als [AABZ8529NL]. 36. Het rapport van het Nederlands Forensisch Instituut, voor zover inhoudende – zakelijk weergegeven – als volgt: Tabel 1 Overzicht ontvangen referentiemateriaal haren Referentiemonsters haar van [verdachte] (geboren [geboortedatum] 1985) AAC00385NL Referentiemonsters gekamd, getrokken en geknipt hoofdhaar Tabel 2 Overzicht referentiemateriaal betrokken bij het DNA-onderzoek SIN Omschrijving RAAP5056NL een referentiemonster wangslijmvlies van [verdachte] (geboren op [geboortedatum] 1985) Tabel 3 Overzicht eerder veiliggestelde haarsporen SIN Omschrijving AABA2568NL haren veiliggesteld uit opgezogen materiaal van de vloer voor de bestuurderstoel AABZ8529NL haren veiliggesteld uit opgezogen materiaal AABA2563NL vanaf hoofdsteun en rugleuning bestuurdersstoel De hoofdharen aangetroffen in het sporenmateriaal AABA2568N en AABZ8529NL zijn microscopisch vergeleken met de ontvangen referentiemonsters hoofdhaar AAC00385NL van [verdachte] Tabel 4 Resultaten vergelijkend morfologisch haaronderzoek Onderzoeksmateriaal Haarcodering Type haar Resultaat vergelijkend haaronderzoek past/past niet in ontvangen referentiemonster hoofdhaar AAC00385NL van [verdachte] Haar(wortel) veiliggesteld voor een mtDNA-onderzoek als: Haren AABZ8529NL van de hoofdsteun en rugleuning van de bestuurdersstoel AABA2563NL a1 een hoofdhaar past AABZ8529NL#01 Opgezogen materiaal van de vloer voor de bestuurdersstoel AABA2568NL p1 een hoofdhaar past AABA2568NL#02 Uit de resultaten van het morfologisch vergelijkend haaronderzoek wordt het volgende geconcludeerd: Haren AABZ8529NL van de hoofdsteun en rugleuning van de bestuurdersstoel AABA2563NL De hoofdhaar gecodeerd a1) past in het ontvangen referentiemonster hoofdhaar van [verdachte]. De bewijskracht van deze bevinding wordt uitgedrukt door voor de hoofdhaar de volgende hypothesen te beschouwen: Hypothese 1: De hoofdhaar is afkomstig van [verdachte]. Hypothese 2: De hoofdhaar is afkomstig van een willekeurig gekozen persoon. De bevindingen van het vergelijkend haaronderzoek zijn gezien de waargenomen morfologische overeenkomsten (kleur, pigmentverdeling, lengte) iets waarschijnlijker wanneer de hoofdhaar afkomstig is van [verdachte], dan wanneer de hoofdhaar afkomstig is van een willekeurig gekozen persoon. Opgezogen materiaal van de vloer voor de bestuurdersstoel AABA2568NL De hoofdhaar gecodeerd p1) past in het ontvangen referentiemonster hoofdhaar van [verdachte]. De bewijskracht van deze bevinding wordt uitgedrukt door voor de hoofdhaar de volgende hypothesen te beschouwen: Hypothese 1: De hoofdhaar gecodeerd p1) is afkomstig van [verdachte]. Hypothese 2: De hoofdhaar gecodeerd p1) is afkomstig van een willekeurig gekozen persoon. De bevindingen van het vergelijkend haaronderzoek zijn gezien de waargenomen morfologische overeenkomsten (kleur, pigmentverdeling, lengte) iets waarschijnlijker wanneer de hoofdhaar gecodeerd p1) afkomstig is van [verdachte], dan wanneer de hoofdhaar gecodeerd p1) afkomstig is van een willekeurig gekozen persoon. Van alle aan een mtDNA-onderzoek onderworpen referentiemonsters van slachtoffers, verdachten en betrokkenen zijn mtDNA-profielen verkregen. Van de haarsporen AABZ8529NL#01 en AABA2568NL#02 zijn mtDNA-profielen verkregen. Deze mtDNA-profielen zijn met elkaar en met de mtDNA-profielen van de onderzochte referentiemonsters vergeleken. Resultaten, interpretatie en conclusie vergelijkend mtDNA-onderzoek Haarspoor en SIN nummer Celmateriaal van de haar kan afkomstig zijn van haarspoor AABZ8529NL#01 verdachte [verdachte] haarspoor AABA2568NL#02 verdachte [verdachte] 37. Het rapport van het Nederlands Forensisch Instituut, voor zover inhoudende – zakelijk weergegeven – als volgt: Overzicht te onderzoeken materiaal SIN Omschrijving FTO Omschrijving NFI AABS3002NL spencer een spencer van [slachtoffer 1] AAAP3066NL Schotrestfolie lichaam thv sleutelbeen een schotrestenfolie waarmee de verwonding ter hoogte van het sleutelbeen bij het slachtoffer [slachtoffer 1] is bemonsterd AAAP3067NL Schotrestfolie lichaam thv hartstreek een schotrestenfolie waarmee de verwonding ter hoogte van het hartstreek bij het slachtoffer [slachtoffer 1] is bemonsterd AAAP3068NL Schotrestfolie lichaam thv linkerzij een schotrestenfolie waarmee de verwonding ter hoogte van de linkerzij bij het slachtoffer [slachtoffer 1] is bemonsterd AABA2561NL Stub-bemonstering VW Vento versnellingspook een stub waarmee de versnellingspook van de VW Vento is bemonsterd Met betrekking tot de spencer [AABS3002NL] van [slachtoffer 1] zijn de in tabel 4 vermelde conclusies getrokken ten aanzien van de aard van de beschadigingen en de schootsafstanden. De schootsafstanden zijn bepaald op de spencer [AABS3002NL] in combinatie met de schotrestenfolies (AAAP3066NL tot en met AAAP3068NL]. Tabel 4 Conclusies aard beschadiging/schootsafstand nr. locatie aard beschadiging opmerking/schootsafstand 1. voorzijde, links ter hoogte van borst waarschijnlijke inschotbeschadiging In combinatie met de schotrestenfolie [AAAP3066NL] zijn er sporen aangetroffen die wijzen op een schootsafstand tussen 0 en 150 centimeter 2. voorzijde, links ter hoogte van het middenrif waarschijnlijke inschotbeschadiging In combinatie met de schotrestenfolie [AAAP3067NL] zijn er sporen aangetroffen die wijzen op een schootsafstand tussen 0 en 150 centimeter 4. voorzijde, links ter hoogte van de buik waarschijnlijke inschotbeschadiging In combinatie met de schotrestenfolie [AAAP3068NL] zijn er sporen aangetroffen die wijzen op een schootsafstand tussen 0 en 150 centimeter Het onderzoek heeft een vrijwel zekere relatie aangetoond tussen de stub [AABA2561NL], waarmee de versnellingspook van de VWVento is bemonsterd, en een schietproces. Uit het vergelijkend schotrestenonderzoek tussen de bemonstering van de VW Vento en de beschadigingen in de spencer van het slachtoffer kan het volgende worden geconcludeerd: het palet van de deeltjes op de bemonstering van de VW Vento kan passen bij het palet van de deeltjes aangetroffen op de bemonsteringen van de beschadigingen in de spencer [AABS3002NL] van [slachtoffer 1]. 38. Het rapport van het Nederlands Forensisch Instituut, voor zover inhoudende – zakelijk weergegeven – als volgt: Kogels [AABR6453NL, AABU4964NL en AABU4965NL] Deze drie lodenkogels hebben een massa van respectievelijk 5,42, 5,46 en 5,40 gram. Gezien deze massa’s en de uiterlijke kenmerken passen de kogels het best bij de kalibers .32 Smith &Wesson (.32 S&W) en .32 Smith &Wesson Long (.32 S&W Long). Gezien de uiterlijke kenmerken passen de kogels bij patronen van het merk Fiocchi. Voor de drie kogels zijn de volgende hypothesen beschouwd: Hypothese 1: De kogels zijn afgevuurd uit één en dezelfde loop. Hypothese 2: De kogels zijn afgevuurd uit twee of meer lopen van hetzelfde kaliber en met dezelfde systeemkenmerken. Tijdens het vergelijkend onderzoek tussen de sporen in de kogels is gebleken dat de kraslijnen in de groeven voor een deel aansluitingen vormen. De waarneming dat de kraslijnen tussen de kogels deels aansluiten past goed bij de hypothese dat zij afgevuurd zijn uit dezelfde loop (hypothese 1). Op basis van de structuur van de kraslijnen en de mate van overeenkomst zijn deze sporen als kenmerkend voor de loop van het gebruikte vuurwapen beoordeeld. Er is daarom slechts een kleine kans om deze mate van aansluiting waar te nemen als de kogels zijn afgevuurd uit twee of meer lopen (hypothese 2). De bevindingen van het vergelijkend kogel onderzoek zijn waarschijnlijker wanneer hypothese 1 juist is, dan wanneer hypothese 2 juist is. 39. Het proces-verbaal van [verbalisant 27], voor zover inhoudende – zakelijk weergegeven – als volgt: Op 22 februari 2010 werd mij ter beoordeling een voorwerp voorgelegd dat op 21 februari 2010 door medewerkers van de regiopolitie Brabant-Noord werd in beslag genomen onder de verdachte [getuige 9]. Het onder voornoemde verdachte in beslag genomen voorwerp is een holster, bruin van kleur, met daarin een revolver. Op het holster zit een apart tasje voor munitie. In dit tasje bevinden zich 10 kogelpatronen en twee hulzen. 1.Revolver: Het voorwerp is een revolver in Rusland vervaardigd, van het merk Nagant, model 1895, kaliber 7.62mm Nagant, centraalvuur. Naast het kaliber 7,62mm Nagant kan men er ook de kalibers .32 S&W long en .32 H&R Magnum mee verschieten. 2. Munitie: Het had een totaal van 12 stuks munitie en/of munitiedelen, te weten: • 10 stuks kogelpatronen van het merk GFL, kaliber .32SW, centraalvuur, • 2 stuks hulzen van het merk GFL, kaliber .32 SW, centraalvuur. De 10 stuks bovenomschreven kogelpatronen zijn geschikt om te worden verschoten met bovenomschreven vuurwapen. 40. Het proces-verbaal betreffende het forensisch onderzoek naar aanleiding van een gewelddadige dood in een woning aan de [adres] te Velp, voor zover inhoudende – zakelijk weergegeven – als volgt: Bij [getuige 9] werd een revolver (merk Nagant) met bijbehorende munitie in beslag genomen. Op verzoek van het tactisch team werd de munitie behorende bij dit wapen naar het NFI verzonden teneinde te laten onderzoeken of dit overeenkwam met de munitie waarmee het slachtoffer werd doodgeschoten. Op 1 juni 2010 werd het NFI verzocht te onderzoeken: SIN Omschrijving van stukken van overtuiging AABS3871NL 10 patronen .32 uit zaak 22-02-2010 IBG [getuige 9] 41. Het rapport van het Nederlands Forensisch Instituut, voor zover inhoudende – zakelijk weergegeven – als volgt: Patronen [AABS3871NL] Deze tien patronen zijn voorzien van het bodemstempel `G.F.L. 32 S.W’. Gezien dit bodemstempel en de afmetingen zijn de patronen van het kaliber .32 Smith &Wesson (.32 S&W). De letters ‘G.F.L.’ duiden op het munitiemerk Fiocchi. De patronen [AABS3871NL] zijn voorzien van een loden rondkop kogel. Eén van de patronen is gedemonteerd ontvangen. De massa van de kogel van deze patroon is 5,5 gram. De afmetingen, vorm en kenmerken van kogels [AABR6453NL, AABU4964NL en AABU4965NL] komen overeen met de kogels van de patronen [AABS3871NL]. Gezien het overeenkomen van de uiterlijke kenmerken zijn de kogels afkomstig van hetzelfde kaliber, merk en type patronen. Om te onderzoeken of de afvuursporen in de kogels [AABR6453NL, AABU4964NL en AABU4965NL] beter passen bij de afvuursporen van een Nagant M1895 revolver of een .32 S&W revolver worden de proefschoten vergeleken met de kogels [AABR6453NL, AABU4964NL en AABU4965NL]. De volgende hypothesen werden beschouwd: Hypothese 1: De kogels [AABR6453NL, AABU4964NL en AABU4965NL] zijn afgevuurd uit een loop van een Nagant M1895 revolver. Hypothese 2: De kogels [AABR6453NL, AABU4964NL en AABU4965NL] zijn afgevuurd uit een loop van een .32 revolver. Het verschieten van de patronen [AABS3871NL] met de Nagant M1895 revolver vertoonde afvuursporen die licht afwijken van een gebruikelijk afvuursporenbeeld. De groeven in de kogel tekenen niet overal even scherp af en er bevind zich vaak een groot slipspoor aan de voorzijde van de groeven. De afvuursporen in de kogels verschoten uit de .32 S&W revolvers vertonen een gebruikelijk afvuursporenbeeld. Duidelijk afgetekende groeven en soms een kort slip spoor. De afvuursporen in de kogels [AABR6453NL, AABU4964NL en AABU4965NL] lijken meer op de sporen in de kogels verschoten uit de Nagant M1895 revolver dan op die uit de .32 S&W revolvers. De waargenomen mate van slip in de kogels [AABR6453NL, AABU4964NL en AABU4965NL] past beter bij de proefkogels verschoten met de Nagant M1895 revolver dan bij die uit de .32 S&W revolvers. De resultaten geven dan ook meer steun aan hypothese 1 dan aan 2. In de kogels [AABR6453NL, AABU4964NL en AABU4965NL] zijn vier naar rechts draaiende groeven met een breedte van ongeveer 2,0 mm aangetroffen. Deze systeemkenmerken komen overeen met Nagant M1895 revolvers bekend bij NFI. Op het NFI zijn de systeemsporen bekend van circa 300 .32 revolvers. Het betreft verschillende merken en modellen. Hier zit geen revolver bij met vier naar rechts draaiende trekken en velden, met een veldbreedte van ongeveer 2,0 mm. Ook dit resultaat geeft meer steun aan hypothese 1 dan aan hypothese 2. 42. Het rapport van het Nederlands Forensisch Instituut, voor zover inhoudende – zakelijk weergegeven – als volgt: Het lood van de drie kogels [AABR6453NL, AABU4964NL en AABU4965NL], van de overval in Velp en de tien kogels van de patronen [AABS3871NL], uit het bezit van [getuige 9], is onderzocht. De onderzochte chemische kenmerken van de kogels [AABU4964NL, AABU4965NL en/of AABR6453NL] van de overval in Velp komen overeen met zeven van de tien kogels van de patronen [AABS3871NL], uit het bezit van [getuige 9]. Het chemisch onderzoek vormt een bevestiging van de bevindingen van het eerdere munitieonderzoek dat de drie kogels van het kaliber .32 S&W en het merk Fiocchi zijn. In het rapport van 29 juni 2010 is met betrekking tot het gebruikte wapen geconcludeerd dat de bevindingen aan de kogels [AABR6453NL, AABU4964NL en AABU4965NL] waarschijnlijker zijn als gebruik is gemaakt van een Nagant revolver dan als gebruik is gemaakt van een .32 revolver. Hier is nader onderzoek aan verricht. Het NFI beschikt over gegevens van 585 verschillende wapens waarmee .32 S&W patronen kunnen worden verschoten. In deze database wordt één wapen genoemd waarmee .32 S&W patronen kunnen worden verschoten en dat dezelfde systeemsporen heeft als een Nagant revolver. Het zou gaan om een semi-automatisch pistool van Russische makelij. Een dergelijk wapen is voor zover bekend nog nooit op het NFI ter onderzoek aangeboden. Het bestaan ervan kon ook niet met andere documentatie van het NFI bevestigd worden. Dit is een indicatie dat het bewuste pistool zeldzaam is. Het is ook mogelijk dat het bewuste wapen niet bestaat en het een foutieve invoer in de database betreft. Verder passen de sporen in de kogels [AABR6453NL, AABU4964NL en AABU4965NL] beter bij een revolver dan bij een semi-automatisch pistool. Ook het feit dat geen hulzen na de overval zijn aangetroffen past beter bij een revolver dan bij een semi-automatisch pistool. Gezien de combinatie van de resultaten van het eerder verrichte onderzoek naar de uiterlijke kenmerken en van het chemisch onderzoek zijn de kogels [AABR6453NL, AABU4964NL en AABU4965NL], naar mijn stellige overtuiging, afkomstig van patronen van het kaliber .32 S&W, merk Fiocchi. Ook ben ik er stellig van overtuigd dat de kogels zijn verschoten uit een Nagant revolver. De bevindingen van de gecombineerde onderzoeken kunnen daarom worden samengevat als: “Naar mijn stellige overtuiging zijn de kogels [AABR6453NL, AABU4964NL en AABU4965NL] van het kaliber .32 S&W, merk Fiocchi en verschoten met een Nagant revolver”. 43. De verklaring van [getuige 10], voor zover inhoudende – zakelijk weergegeven – als volgt: We praten over [verdachte]. Er is mij ooit eens iets gevraagd volgens mij en volgens mij heb ik dat op internet op moeten zoeken over een oud wapen wat vrij was. Of dat het binnen de wapenwet of dat het onder geregistreerde wapens of onder de wapens viel waar geen verlofplicht op zat. Daar staat me iets van bij dat het een Nagant was. V: Die vraag werd aan jou gesteld? A: Ja V: Wie vroeg dat jou? A: Dat heeft [verdachte] mij volgens mij eens gevraagd. 44. De verklaring van [getuige 11], voor zover inhoudende – zakelijk weergegeven – als volgt: Wij gaan wel eens om met [getuige 12] en [getuige 13]. [getuige 12] woont samen met [getuige 13]. Ik ken [verdachte]. U houdt mij voor dat [verdachte] mij vuurwapens heeft aangeboden en dat [getuige 9] dit heeft verklaard. Ik kan zeggen dat ik in de woning van [getuige 12] en [getuige 13] was waar zij beiden ook bij waren. Hier was [verdachte] ook. In deze woning daar heeft [verdachte] mij een rol te koop aangeboden. Met een rol daar bedoel ik een revolver mee. 45. De verklaring van [getuige 13], voor zover inhoudende – zakelijk weergegeven – als volgt: [verdachte] is bij mij thuis geweest. Toen [getuige 9], [getuige 12] en [getuige 11] en [verdachte] bij mij in huis zaten is er over vuurwapens gesproken, door [verdachte], [getuige 9] , [getuige 11] en mijn vriend [getuige 12]. Ik weet dat het ging over het kopen van vuurwapens. 46. Het proces-verbaal Zaaksdossier overval Velp, voor zover inhoudende – zakelijk weergegeven – als volgt: [getuige 11] wordt ook wel [getuige 11] genoemd. 47. Het hof bezigt dit bewijsmiddel en het hierna onder 48. opgenomen bewijsmiddel in verband met het hierna opgenomen OVC-gesprek (bewijsmiddel 83) waarin gesproken wordt over kettinkjes en “toch niks naar Bels gebracht gehad daarvan”. Het proces-verbaal observeren, voor zover inhoudende – zakelijk weergegeven – als volgt: Op 26 mei 2010, omstreeks 13.08 uur, zag ik, verbalisant nummer 08, dat de Galant wegreed vanaf het woonwagencentrum gelegen aan de [straat], alwaar ook [huisnummer] gelegen is. Ik zag dat [verdachte] als bestuurder en [vriendin verdachte] als passagier in voornoemde Galant zaten. Omstreeks 14.55 uur zag ik, verbalisant nummer 169, dat de Galant werd geparkeerd op de Maria Theresialei te Antwerpen. Ik zag dat [vriendin verdachte] uit stapte. Tevens zag ik dat [verdachte] en 2 kinderen uit stapten. Omstreeks 15.29 uur zag ik, verbalisant nummer 43, dat [vriendin verdachte], [juweliersbedrijf], gevestigd op het [adres] te Antwerpen binnen liep. Omstreeks 15.30 uur zag ik dat ook [verdachte] en de 2 kinderen voornoemde winkel binnen liepen. Omstreeks 15.31 uur zag ik dat [vriendin verdachte] in gesprek was met een verkoper, gekleed in een blauwe trui. Ik, zag dat de witte handtas van [vriendin verdachte], geopend op de balie stond en dat ze iets kleins aan het bekijken was. Omstreeks 15.33 uur zag ik, verbalisant nummer 39, dat de verkoper een goudkleurige ring aan [vriendin verdachte] geeft en dat [vriendin verdachte] gelijktijdig een andere goudkleurige ring aan de verkoper gaf. Ik, verbalisant nummer 39, zag dat de verkoper met de blauwe trui een loep voor zijn oog had en deze ring goed bekeek, tevens zag ik dat hij een tangetje pakte en kennelijk het steentje van deze ring op ging meten. Omstreeks 15.39 uur zag en hoorde ik, verbalisant nummer 20, dat [verdachte] in gesprek was met de verkoper met de blauwe trui. Ik, verbalisant nummer 20, zag dat er 3 a 4 ringen en een goudkleurige ketting op de balie lagen. Omstreeks 15.40 uur zag ik, verbalisant nummer 39, dat [verdachte], [vriendin verdachte] en de 2 kinderen uit [het winkelpand] te Antwerpen kwamen. Omstreeks 15.50 uur zag ik, verbalisant nummer 08, dat [verdachte] als bestuurder, [vriendin verdachte] als passagier en de 2 kinderen op de achterbank in de Galant stapten waarna deze wegreed. 48. De verklaring van [juwelier], voor zover inhoudende – zakelijk weergegeven – als volgt: U spreekt mij van gisteren 26/5/2010 en vraagt mij of ik dan goud of juwelen heb ingekocht. Ik herinner mij dat er gisterennamiddag, zeker na 14.00 uur, een koppel met 2 kinderen zijn langsgeweest. Het waren Nederlanders en ze vertelden dat ze uit Oss kwamen. Ze vroegen of ik een paar oorbellen had. Ik heb hen een gelijksoortig paar verkocht. Ze moesten daarvoor normaal 130 euro betalen. Ze hebben betaald met een oorbel en nog een paar oorbellen. Eigenlijk was dat in waarde teveel, zodat ik nog een klein bedrag in cash aan hen heb terugbetaald. Ik heb 70 euro terugbetaald. Ze hebben dus betaald in gewicht aan goud. Het was 14 karaat goud. 49. Het proces-verbaal van bevindingen van verbalisanten [verbalisant 31] en [verbalisant 32], voor zover inhoudende – zakelijk weergegeven – als volgt: Op 26 januari 2010 omstreeks 06.56 uur kregen wij de opdracht te gaan naar het Keurvorstenplein 12 te Ravenstein, alwaar een Emte supermarkt is gevestigd, in verband met een overvalalarm. Omstreeks 07.10 uur kwamen wij ter plaatse. Wij reden naar het Keurvorstenplein via de Grotestraat te Ravenstein. Wij reden langs de ingang van het magazijn van de Emte en vervolgens langs [kledingwinkel] naar de voorzijde van de Emte. Wij stapten uit. Vervolgens liepen wij langs [kledingwinkel] in de richting van de Grotestraat. Ik, [verbalisant 32], zag op dat moment een witte auto staan op de parkeerplaats tegenover [kledingwinkel] . Ik zag dat de auto geparkeerd stond achter een lage heg, met de achterzijde in de richting van [kledingwinkel] . Ik scheen met mijn lamp in de richting van de auto. Ik zag dat het portier aan de bestuurderszijde openstond. Ik zag een silhouet van een persoon aan de bestuurderszijde van de auto. Ik zag dat er een witte kentekenplaat aan de achterzijde van de auto zat. Wij liepen verder in de richting van de achterzijde van de Emte, zijnde het magazijn. Wij zagen dat de poort naar het magazijn openstond. Wij zagen dat de roldeur van het magazijn gedeeltelijk geopend was. Wij zijn het pand binnengegaan via de roldeur. Vanuit het magazijn zijn wij de winkel binnen gegaan. Achter in de winkel zagen wij een man en twee vrouwen. Wij zagen dat de man een bebloed hoofd had. Ik [verbalisant 32], hoorde dat de man zei dat hij zojuist was overvallen door een man met een geweer en dat de overvaller hem meerdere malen met dit geweer op zijn hoofd had geslagen. Wij zagen dat de man een buil op zijn achterhoofd en op zijn rechterslaap had. Op zijn rechterslaap waren twee ronde afdrukken zichtbaar. Ik, [verbalisant 32], zag op de rugzijde van de jas van de man twee schoenafdrukken. Ik hoorde dat de man zei dat hij door de overvaller in zijn rug was getrapt. Ik hoorde dat de man zei dat hij bedrijfsleider was. Ik hoorde dat hij zei dat hij buiten de winkel was opgewacht door de overvaller, die plotseling achter een aantal broodkratten tevoorschijn kwam en hem onder bedreiging van een geweer naar binnen dwong. Ik hoorde dat hij zei dat de overvaller de gehele inhoud van de kluis had weggenomen. Ik hoorde dat de buit in een gecamoufleerde tas was gedaan die van de overvaller was. Ik hoorde dat de man zei dat de overvaller vlak voor onze komst was weggegaan. 50. De aangifte van [slachtoffer 3], voor zover inhoudende – zakelijk weergegeven – als volgt: Ik ben bedrijfsleider van de EMTE supermarkt te Ravenstein gevestigd Keurvorstplein 12. Op 26 januari 2010 kwam ik met mijn auto bij de supermarkt. Ik heb mijn auto geparkeerd. Ik was om 06.51 uur bij de supermarkt. Ik ben toen de oprit opgelopen aan de achterzijde daar waar de supermarkt bevoorraad wordt. Het brood was al geleverd. Ik wilde het plastic van de broodkratten verwijderen. Ik liep naar het afgesloten hek en op dat moment kwam de overvaller van achter de containerwagen met de broodkratten erop vandaan en hij riep “Dit is een overval. Hek open en naar de kluis” of woorden van gelijke strekking. Ik zag dat de overvaller dreigde met een geweer met een dikke loop. Hij hield het voor zijn gezicht en richtte naar mij. Doordat hij mij bedreigde met het geweer, maakte ik middels een sleutel het hek open. De man bleef het geweer op mij gericht houden. Ik heb het hek geopend en liep naar de rolluikdeur van het magazijn. Daar zit nog een kleine deur in en deze heb ik met de sleutel geopend. Ik moet dan het alarmkastje bedienen. Normaal tik ik de juiste code in om het alarm uit te schakelen. Nu had ik mijn overval code ingetoetst. De overvaller zei “Geen overval alarm in drukken, naar de kluis naar de kluis”. Dit had hij wel tien keer gezegd. Hij had haast. Ik was dus binnen met de overvaller, die steeds achter mij was. We liepen door het magazijn en ongeveer halverwege voelde ik dat hij mij in mijn rug trapte. Ik voelde een harde trap in mijn rug. Ik voelde een pijnscheut in mijn rug. Direct hierop voelde ik dat hij met de loop tegen mijn achterhoofd sloeg. Ik voelde dat ik daardoor ging bloeden. Ik veegde met een hand over de pijnlijke plek en zag dat ik bloed aan mijn hand had. Hij zei :”Ik schiet je voor je kop, klootzak op schieten. Ik knal je voor je kop, naar de kluis, ik moet geld”. We liepen via het magazijn naar de winkel naar de servicebalie, die naast de slijterij is. Ik zei dat ik er niet in kon en liet zien dat de deur niet openging naar de kluisruimte. Hij zei “jawel je hebt sleutels”. Ik zei dat ik dan eerst naar boven moet omdat daar de sleutels lagen. Toen gaf hij met de loop een klap in mijn gezicht, waardoor ik veel pijn voelde aan de rechter zijde. Ik heb daardoor ook een flinke zwelling gekregen. Hij bleef mij in mijn rug porren met de loop, terwijl ik de trap opliep naar boven. Ik ben het kantoor ingegaan en heb sleutels uit de bovenste la gepakt. Die sleutels zijn onder andere van de deur van de kluisruimte. We liepen naar beneden, weer naar de kluisruimte. Beneden kwam ik er achter dat ik niet de juiste sleutels had. Ik zei dat we weer naar boven moesten. Hij zei: “Schiet op, schiet op, ik schiet je voor je kop, lul”. Wij weer naar boven en ik pakte nog een bos sleutels uit de la en we gingen weer naar beneden. Beneden stootte hij weer met de loop in mijn gezicht en zei steeds:”Schiet op, schiet op”. We liepen naar de kluisruimte. Ik moest daarvoor het rolluik openen. Hierna moest ik nog een rolluik openen om in de slijterij te komen, waar ook de deur naar het kluiskantoor is. Toen kreeg ik de deur van de kluisruimte niet open. We moesten weer naar boven om de juiste sleutels te pakken. Ik had mijn sleutelbos op het bureau laten liggen. We gingen in versnelde pas naar boven en toen weer naar beneden. Ik kon toen de deur van het kluiskantoor openen en kwamen we in de kluisruimte. Ik heb toen de kluiscode ingetoetst. Toen moesten we drie minuten wachten. Ik had een kluissleutel van de kluisdeur. Aan die sleutel zat geen baard en ik kon de baard niet vinden. De sleutel bestaat uit twee delen. Ik kon er dus niet in. De overvaller gaf mij toen een lege rugzak. Het was een camouflage rugzak met zwarte hengsels en hij zei: “Doe hier het geld in”. Ik zei “ik kan er niet in ik moet weer naar boven”. Wij weer naar boven om daar de reserve sleutel die in de kast lag te pakken en vervolgens weer naar beneden. Die reserve sleutel was kapot daar was de voorzijde vanaf. Ik bedacht dat en liep het kantoor in om een tang te pakken. Die tang had ik nodig om de sleutel te kunnen draaien. Dus toen gingen we weer naar beneden naar de kluisruimte. Ik moest opnieuw de code in toetsen en we moesten weer drie minuten wachten. Onderwijl keek hij naar buiten. Hij zei:” schiet op”. Hij zei “Ze staan al binnen, personeel, ik moet geld, geld”. en hij werd zenuwachtig. Ik deed de reserve sleutel erin maar het lukte niet. Ik bedacht toen dat ik nog een keer de code in moest drukken ter bevestiging. Ik deed dit en toen ging de kluis open. De overvaller zei :”Doe al het geld in de tas”. Ik heb eerst alle rolletjes met munt geld erin gedaan, omdat dat behoorlijk zwaar was. De overvaller zag een kassalade die in de kluis stond open staan en zei: “Dat geld ook”. Dat was een kassalade met de omzet van maandag. Ik heb daaruit alleen de bankbiljetten gepakt. De overvaller zag ook de dichte kassaladen staan en zei die ook. Ik zei dat ik daar geen sleutels van had. Hij zei; “Daar heb je geen sleutels voor nodig”. Hij porde met zijn geweer in mijn linker zij, tegen mijn ribben en ik heb daar nu ook pijn. Ik heb toen de laden, 5 of 6 stuks, geopend en daar ook de biljetten uit gehaald en die in de rugzak gedaan. Hij heeft de maandag omzet, de rolletjes muntgeld en de bankbiljetten een bundeltje met 5 euro bankbiljetten. Ruw geschat vermoed ik dat hij 20.000 euro buit heeft gemaakt. Het geld is eigendom van de EMTE Supermarkt. Wij liepen de kluisruimte uit. We liepen samen door de winkel door het magazijn naar de roldeur. Toen de roldeur omhoog was vroeg hij of het hek los was. Ik zei:”Ik denk van wel”. Ik liep nog mee, maar het hek was open en de overvaller liep weg. Hij heeft mij steeds onder schot gehouden. De overvaller droeg een zwarte bivak muts, katoenachtig met twee gaten erin. Hij droeg een bruine donkere korte jas en een camouflage broek in de kleuren zwart, groen bruin. Hij droeg zwarte gebreide handschoenen en zwarte zware legerschoenen. Hij had een camouflage rugzak met zwarte hengsels bij hem. Het wapen was een geweer, lengte ca 60 centimeter, met dikke zwarte loop. Ik heb letsel op mijn achterhoofd en op mijn rechter wang, mijn linker rib en pijn in mijn rug. 51. De verklaring van [slachtoffer 3], voor zover inhoudende – zakelijk weergegeven – als volgt: Het wapen dat de overvaller bij zich had was volgens mij een geweer met afgezaagde loop omdat ik geen vizier op voorkant zag zitten. 52. Het aanvraagformulier medische informatie, voor zover inhoudende – zakelijk weergegeven – als volgt: Medische informatie betreffende [slachtoffer 3] Datum onderzoek: 26-01-2010 Uitwendig waargenomen letsel: midden op achterhoofd en op rechterslaap forse bloeduitstorting. 53. Het proces-verbaal bevindingen van [verbalisant 11], voor zover inhoudende – zakelijk weergegeven – als volgt: Op 28 januari 2011 werd door mij telefonisch contact opgenomen met [getuige 15]. [getuige 15] is werkzaam als hoofd beveiliging van Sligro BV. De supermarkt Emte, gevestigd aan het Keurvorstenplein 12 te Ravenstein is een dochteronderneming van Sligro BV. Omdat uit het eerder opgemaakt proces-verbaal van aangifte en aanvullende verhoren van de aangever niet was gebleken wat de hoogte van het bij de overval ontvreemde geldbedrag was werd deze vraag aan [getuige 15] voornoemd voorgelegd. Hierbij deelde hij mij mede dat er in totaal een bedrag van € 10.160,= (tienduizendhonderzestig) was ontvreemd. Dit geldbedrag bestond uit: - muntgeld; - muntgeld in rolletjes karton; - bankbiljetten. 54. Het proces-verbaal bevindingen van [verbalisant 34], voor zover inhoudende – zakelijk weergegeven – als volgt: Op 01-02-2010 kreeg ik een DVD schijf met daarop beelden gebrand van de overval op de Emte Winkel te Ravenstein gepleegd op 26 januari 2010. Ik zag dat er op camera drie omstreeks 06.51 uur en 40 seconden de toegangsdeur in een roldeur openging. Ik zag dat er een man binnenkwam die ik herkende als de bedrijfsleider van de Emte winkel te Ravenstein. Ik zag dat de bedrijfsleider bedreigd werd door een man met een bivakmuts op en waarschijnlijk een geweer in zijn handen had. Ik zag dat hij een donkere jas aanhad met een embleem op de linkermouw en een zogenaamde camouflagebroek droeg. Ik zag dat hij dat wapen gericht had op de bedrijfsleider. Om 06.51 uur en 49 seconden zag ik de man met de bivakmuts de deur dichtdoen. Hij deed dat met zijn linkerhand en hield in zijn rechterhand het wapen dat hij gericht hield op de bedrijfsleider. Vervolgens sloeg hij de bedrijfsleider met de loop van het wapen op zijn hoofd en dwingt hem voor zich uit te lopen verder de winkel in. Om 06.51.52 uur verdwijnen beide uit beeld van deze camera. Om 06.51.07 uur is te zien op camera 2 dat de bedrijfsleider onder bedreiging van de man met de bivakmuts de winkel in komt lopen. De man met de bivakmuts op bedreigt de bedrijfsleider nog steeds door de loop van het wapen op hem te richten. Er is ook te zien dat de man met de bivakmuts op een grote tas om zijn rechterschouder heeft hangen. Om 06.51.13 uur lopen beide mannen weer uit beeld van deze camera. Om 07.07.03 uur is te zien dat de bedrijfsleider en de man met de bivakmuts het beeld weer in komen lopen. Ik zag op de beelden dat de bedrijfsleider nog steeds bedreigd werd door het wapen op hem te richten. Om 07.07.05 uur lopen beiden het beeld weer uit. Vervolgens is op camera drie om 07.07.19 uur komen beide personen weer in beeld. De bedrijfsleider loopt naar de roldeur om deze te openen. De man met de bivakmuts op loopt achter hem aan en heeft het wapen gedeeltelijk laten zakken. Hij draagt het wapen in zijn rechterhand en in zijn linkerhand heeft hij een grote tas. De roldeur is gedeeltelijk geopend en de man met de bivakmuts loopt achterwaarts naar buiten maar komt gelijk weer terug en bedreigd met het wapen de bedrijfsleider. De bedrijfsleider moet mee naar buiten. Om 07.07.38 uur zijn beide buiten en uit zicht van de camera. Om 07.07.48 uur komt de bedrijfsleider weer naar binnen en sluit de roldeur weer gedeeltelijk. Hij kijkt nog een keer naar buiten en loopt dan uit het zicht van de camera. Om 07.09.03 uur komt de politie naar binnen. 55. De verklaring van [getuige 14], voor zover inhoudende – zakelijk weergegeven – als volgt: Vanmorgen op 26 januari 2010 reed ik naar mijn werk. Bij de EmTe te Ravenstein zag ik een politieauto staan. Ik reed langzaam verder en zag links van [kledingwinkel] uit de gang die toegang geeft naar het magazijn van de EmTe een man komen lopen. Ik zag dat de man een bivakmuts op had, zwart van kleur. Ik zag dat de man een donkere jas aan had. Deze jas was kort tot op de heupen. Ook zag ik dat de man een camouflagebroek aanhad, groen van kleur. Ik zag ook dat de man iets in zijn handen had, alsof hij met twee handen iets aan het dragen was. De man liep de parkeerplaats tegenover [kledingwinkel] op. Ik reed langzaam door. Vervolgens zag ik een auto vanuit de richting van [kledingwinkel] achter mij aankomen. Ik zag dat het een witte auto was, voorzien van het kenteken [kenteken 3]. 56. De verklaring van [getuige 14], voor zover inhoudende – zakelijk weergegeven – als volgt: V: U bent reeds eerder gehoord waarbij u aangaf dat u op 26 januari 2010 bij de EMTE te Ravenstein een politieauto zag staan. U zag ook een man lopen met een bivakmuts op. A: Aan de voorkant van het pand, dus bij de ingang van de winkel stond destijds een politieauto, Ik ben er langs gereden , dus bij [kledingwinkel] voor de winkel langs en uit de achteruitgang stak toen iemand de weg over en die stond toen ineens voor mijn auto. A: Ik heb geremd, het was gewoon nog aardedonker. Die man is de weg overgestoken, toen ben ik doorgereden. Dan besef je even later van “raar”. Ik ben toen langzamer gaan rijden en dacht “Wat gebeurt er nou eigenlijk?” Ik zag die politieauto staan van tevoren, ik zag iemand in het pikkedonker maar ook donker gekleed achter uit die gang komen. Op dat moment komt die auto achter mij uitgereden. V: Kunt u zich nog herinneren wat hij bij zich had? A: In mijn gedachte droeg hij iets onder zijn arm. En een camouflagebroek had hij aan volgens mij. V: U gaf aan de man met de bivakmuts het parkeerterrein tegenover [kledingwinkel] op te hebben zien lopen. Wat dacht u hierbij? A: Ik schrok dat er iemand in een keer voor de auto oversteekt. Hij schrikt volgens mij ook een beetje van mij, want hij staat dan in het licht van de auto. Hij kijkt heel even en hij loopt verder en ik rijd door. Pas even later is het vreemd dat er aan de voorkant een politieauto staat en er iemand achteruit komt gerend. Dan ga je die klik misschien maken. Die man liep wel door maar hij liep niet in looppas. Hij kwam achteruit gelopen en stak toen de weg over. V: Wat bedoelt u met [kledingwinkel]? A: De modezaak die er zit. V: U ziet een auto achter u aankomen. Hoelang zat er tussen het uit het oog verliezen van de man en het bemerken dat een auto achter u aankomt? A: Geen minuut. V: U noemde het kenteken [kenteken 3]. Waarom onthield u dit? A: Ik heb het heel goed onthouden. Ik ben op het kantoor recht naar binnen gelopen en het eerste wat ik heb gedaan, dat kenteken opgeschreven. Ik had het gevoel dat het niet klopte en van belang zou kunnen zijn. Op het moment dat hij als een wilde die rotonde aan de verkeerde kant oversteekt weet je wel dat er iets niet goed zit. 57. De aangifte van [betrokkene 2], voor zover inhoudende – zakelijk weergegeven – als volgt: Ik doe aangifte van diefstal van mijn auto, Volkswagen Passat, kleur wit, voorzien van het Duitse kenteken [kenteken 3]. Vandaag, 25 januari 2010, heb ik mijn auto, vooraan op de carpoolplaats, gelegen aan de Erfsestraat te Ravenstein, geparkeerd. Dit was omstreeks 05:30 uur. Toen ik vandaag, omstreeks 17:00 uur terug kwam bij de carpoolplaats zag ik dat mijn auto er niet meer stond. 58. De verklaring van [betrokkene 2], voor zover inhoudende – zakelijk weergegeven – als volgt: V: Welke goederen waren in uw auto aanwezig op het moment dat deze gestolen werd? A: Dat waren een paar half hoge schoenen, een kinderzitje, een gereedschapskist, een dopsleutelset, een EHBO kist, een tweetal grote tangen, een kleine 20 meter handhaspel en een kruis wielmoersleutel. V:Welke goederen waren er niet meer aanwezig toen u uw auto terug kreeg? A: Alle bovenstaande goederen waren weg. V:Beschrijf de half hoge schoenen eens zo volledig mogelijk? A: Ze waren donker bruin met ritsen aan de binnenkant. Het waren standaard winterlaarzen. 59. Het proces-verbaal Zaaksdossier overval Ravenstein, voor zover inhoudende – zakelijk weergegeven – als volgt: Op 26 januari 2010 omstreeks 07.30 uur werd de Volkswagen Passat verlaten aangetroffen op de Scheldestraat te Oss. De stuurkolom was vernield en de bedrading doorverbonden. 60. De kennisgeving van inbeslagneming, voor zover inhoudende – zakelijk weergegeven – als volgt: Inbeslagneming Datum : 26 januari 2010 Reden : Voertuig gebruikt bij overval en korte tijd later aangetroffen op de Scheldestraat te Oss Beslag Object : Personenauto Merk/type : Volkswagen Passat Land : Bondsrepubliek Duitsland Kenteken : [kenteken 3] Eigenaar Naam : [betrokkene 2] 61. De verklaring van [getuige 16], voor zover inhoudende – zakelijk weergegeven – als volgt: V: We hebben begrepen dat jij vrachtwagenchauffeur bent, bij welk bedrijf? G: Een klein bedrijf genaamd Trans4 Logistics uit Bakel, Beekakker 4, maar wij rijden voor een bakkerij in Neer, de Verwenbakker. We brengen brood naar de EM-TE en Sligro. Wij rijden naar Neer in Limburg, naar de bakkerij, halen daar brood en brengen dat rond. Ik rijd 2 routes, vermeld als route 9 of route 7. Route 7 is de route waarin Ravenstein zit. V: Dus route 7 is de EM-TE? G: Ja dat is Uden, Schaijk, Ravenstein, 2 in Oss en Veghel. Ik zie dat ik op 14 januari 2010 voor de eerste keer naar Ravenstein heb gereden. Dit is gebeurd op 26 januari dus ik reed daar 2 weken. V: Je geeft lijsten aan de bakkerij met exacte tijden dat je in Ravenstein bent? G: Ja, mijn baas heeft alleen een weeklijst, maar bij de bakkerij is van elke dag. V: Je zet het brood buiten, hoe gaat dat in zijn werk? G: Ik heb een sleutel voor de poort, ik open de poort, ik zet de vrachtwagen iets verder achteruit, ik ga dan lossen. Ik zet het brood onder het afdak. Ik heb die tijd ook iets gezien. Ik weet niet of dat maandag was of de week ervoor of die dag. Ik heb iemand in de auto gezien. Noot verbalisanten: Wij tonen de getuige een overzichts-/luchtfoto van de omgeving van de supermarkt EM-TE, gevestigd aan het Keurvorstenplein te Ravenstein. G: Ik kwam van hier, van Schaijk, daarvoor is een rotonde. V: Monseigneur Zwijsenstraat? G: Ja. Ik moet dan hier naartoe, stop en dan rijd ik achteruit. Noot verbalisanten: getuige wijst de Grotestraat in en ‘achteruit’ geeft hij aan richting de ingang van de EM-TE aan. G: Toen ik hier kwam, ik weet niet zeker of de auto op de straat stond in de richting van de winkel of misschien hier. Noot verbalisanten: getuige wijst de Grotestraat aan bij zijn verklaring : “de auto op de straat stond in de richting van de winkel “ en wijst de Grotestraat aan bij zijn verklaring: “ of misschien hier.” G: Toen ik daar kwam met mijn wagen was het nacht en ik scheen met mijn lichten op die auto en zag een persoon in die auto. Dat is niet elke dag en daarom herinner mij dat. Ik ging toen achteruit, opende de poort, ik reed een stukje verder en dat is de plaats waar ik het brood neerzet. En die persoon stond er 5 misschien 10 minuten, maar hij ging weg voordat ik wegging. Dus ik dacht dat hij misschien zou kijken naar mijn tijd, welke tijd ik kwam en ja , wat meer, ik opende toen de poort. V: De auto die je zag, zag je die wegrijden of was die daarna gewoon weg? G: Misschien 5 minuten voordat ik vertrok ging hij weg, maar ik zag hem niet rijden. lk herinner me nu, toen ik daar reed en met de lichten zoals ik zei, dat ik een persoon zag. Hij kon exact kijken naar deze plaats. Noot verbalisanten: Met de woorden: “maar hij kon exact kijken naar deze plaats” wees getuige gelijktijdig naar de EM-TE. V: Hoeveel personen zaten er in die auto? G: Ik zag 1 persoon. We waren een keer in Eindhoven en bij een situatie was er ook een keer een auto op een grote parkeerplaats waarin 2 jongens zaten en schreef mijn collega het kenteken op. Ik weet nu niet precies of ik nu ook heb opgeschreven op de lijst van de bakkerij, misschien wel. Het is mogelijk dat ik dat heb opgeschreven. V: Als er een lijst is met een notitie waar kunnen wij die dan vinden? G: Bij de Verwenbakker. 62. Het proces-verbaal van bevindingen De Verwenbakker te Neer, voor zover inhoudende – zakelijk weergegeven – als volgt: Op 20 april 2011 hoorden wij als getuige een persoon genaamd: [getuige 16]. Getuige verklaarde in opdracht van de Verwenbakker BV brood te hebben bezorgd bij onder andere de supermarkt EM-TE, gevestigd te Ravenstein op 26 januari 2010. Getuige verklaarde tevens op genoemd adres brood te hebben afgeleverd vanaf 14 januari 2010. Daarbij was hem als bijzonderheid een keer een voertuig opgevallen met 1 persoon erin. Getuige verklaarde daarbij dat het niet was uitgesloten dat hij in verband daarmee een notitie had gemaakt op de lijst die hij nadien, zoals gebruikelijk, inlevert bij De Verwenbakker BV. In verband daarmee stelden wij een onderzoek in naar de mogelijk aanwezige lijst of lijsten, door getuige ingeleverd en mogelijk voorzien van een door hem aangebrachte ter zake dienende notitie. Op 22 april 2011 werden wij namens het bedrijf De Verwenbakker BV op de vestigingslokatie van het bedrijf aangesproken door [getuige 17], chef transport bij het bedrijf. Door ons daarnaar gevraagd bevestigde deze de aanwezigheid van bedoelde lijsten. [getuige 17] toonde ons daarbij op kantoor van het bedrijf een tweetal ordners met rittenstaten rondom de periode door getuige [getuige 16] verklaard. Wij constateerden dat in de ordners rittenstaten aanwezig waren van ‘[getuige 16]’. [getuige 17] gaf aan dat die lijsten allen waren ingevuld en ingeleverd door [getuige 16]. In de periode van 14 januari 2010 tot en met 26 januari 2010 troffen wij op zijn naam rittenstaten aan: 18.01.2010 Ravenstein, Saksenweg, aankomst 05:35 uur vertrek 05:50 uur. 19.01.2010 Ravenstein, Saksenweg, aankomst 05:40 uur vertrek 06:00 uur. 20.01.2010 Ravenstein, Saksenweg, aankomst 05:45 uur vertrek 05:55 uur. 21.01.2010 Ravenstein, Saksenweg, aankomst 05:35 uur vertrek 05:50 uur. 25.01.2010 Ravenstein, Saksenweg, aankomst 05:40 uur vertrek 06:05 uur. 26.01.2010 Ravenstein, Saksenweg, aankomst 05:25 uur vertrek 05:40 uur. Hierbij bleek ons dat op de achterzijde van de aangetroffen rittenstaat van 21.01.2010 een notitie stond vermeld als volgt: [deel kenteken]. Het was ons bekend dat de binnen het onderzoek eerder aangehouden en in hechtenis verblijvende verdachte [verdachte], geboren te Oss op [geboortedatum] 1985 in die periode eigenaar was van een personenauto van het merk Opel, type Vectra, kleur grijs en voorzien van het kenteken [kenteken 2]. 63. De verklaring van [getuige 16], voor zover inhoudende – zakelijk weergegeven – als volgt: V: Herken je dit formulier? G: Ja. Noot verbalisanten: Wij tonen getuige een door ons op 22 april 2011 inbeslaggenomen document, zijnde een rittenstaat waarop onder andere vermeld ‘21.01.2010 [getuige 16] en op de achterzijde [deel kenteken]’. G: Het is een daglijst waarop ik schrijf hoeveel kratten en dolly’s, welke tijd ik begin, de tijd dat ik vertrek vanaf de bakkerij, de tijd dat ik aankom bij de winkel, de tijd dat ik daar vertrek, hoeveel kratten ik aflever en hoeveel kratten ik mee retour neem. Verder de datum, welke auto ik rijd en de kilometerstanden. V: Door wie is dit formulier ingevuld? G: Door mij. V: Wat valt verder op aan dit formulier, althans wat op de achterzijde staat? G: Ik denk dat dit de vier letter

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.