Afdeling strafrecht Parketnummer : 20-000979-14 Uitspraak : 15 juli 2014 TEGENSPRAAK Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof 's-Hertogenbosch gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Limburg, zittingsplaats Maastricht, van 11 maart 2014 in de strafzaak met parketnummer 03-700584-13 tegen: [verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1982, thans verblijvende in PI Midden Holland, Gev. De Geniepoort te Alphen aan den Rijn. Hoger beroep Bij vonnis waarvan beroep is de verdachte ter zake van poging tot doodslag op twee politieambtenaren veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van drie jaren met aftrek van voorarrest. De rechtbank heeft voorts de onder de verdachte in beslag genomen auto verbeurd verklaard. Genoemde politieambtenaren werden niet-ontvankelijk verklaard in hun als benadeelde partijen ingediende vorderingen tot schadevergoeding. De verdachte heeft tegen dit vonnis hoger beroep ingesteld. Onderzoek van de zaak Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep, alsmede het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg. Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht. De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het vonnis zal vernietigen en, opnieuw rechtdoende: de verdachte ter zake van de primair ten laste gelegde poging tot doodslag, meermalen gepleegd, zal veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van vijf jaren met aftrek van voorarrest; de vorderingen van de benadeelde partijen zal toewijzen met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel; de in beslag genomen auto verbeurd zal verklaren. De raadslieden van de verdachte hebben zich uitgelaten over de omvang/ontvankelijkheid van het hoger beroep. Voorts hebben zij integrale vrijspraak bepleit. Er is tevens verweer gevoerd ten aanzien van de strafoplegging en de vorderingen van de benadeelde partijen. Ten slotte is verzocht om teruggave aan de verdachte van de in beslag genomen personenauto. Omvang/ontvankelijkheid van het hoger beroep De verdediging heeft bij pleidooi betoogd dat de tenlastelegging een impliciet cumulatieve tenlastelegging is, daar er twee afzonderlijke gedragingen – waarbij naar rechts is gestuurd – voorkomen onder het primair ten laste gelegde en elk van deze gedragingen door gedachtestrepen afzonderlijk wordt aangegeven, terwijl zij door het verbindingswoord ‘en’ worden verbonden. De rechtbank heeft de verdachte slechts veroordeeld voor ‘de tweede impliciet cumulatief ten laste gelegde gedraging’ inhoudende dat hij naar rechts heeft gestuurd en in aanrijding is gekomen met de politieauto. Aangevoerd is dat de omvang van het hoger beroep is beperkt tot ‘het tweede impliciet cumulatief ten laste gelegde feit onder het primair ten laste gelegde’ en dat de verdachte geen hoger beroep heeft ingesteld tegen ‘het feit waarvoor hij is vrijgesproken’, te weten: de eerste impliciet cumulatief ten laste gelegde gedraging inhoudende dat hij naar rechts heeft gestuurd in de richting van de politieauto. Hieraan heeft de verdediging de conclusie verbonden dat de verdachte niet-ontvankelijk is in het hoger beroep ten aanzien van ‘het impliciet cumulatief ten laste gelegde eerste feit onder het primair ten laste gelegde’. Het hof stelt dienaangaande voorop dat het aan de feitenrechter is om een interpretatie van de tenlastelegging te geven. Anders dan het geval is in de door de raadsman genoemde jurisprudentie, is het hof van oordeel dat de tenlastelegging in de onderhavige zaak noch gelet op de redactie en bewoordingen daarvan, noch gelet op de daarin omschreven gedragingen, dat wil zeggen de twee stuurbewegingen naar rechts, als een impliciet cumulatieve tenlastelegging moet worden gezien. Het hof beschouwt de ten laste gelegde gedragingen daarentegen als één feitencomplex en niet als twee gevoegde strafbare feiten. Derhalve is de tenlastelegging in haar geheel in hoger beroep aan de orde. Vonnis waarvan beroep Het beroepen vonnis zal worden vernietigd, omdat het hof tot een andere bewezenverklaring komt dan de rechtbank. Tenlastelegging Aan de verdachte is ten laste gelegd dat: primair: hij op of omstreeks 28 september 2013 in de gemeente Stein, in elk geval in het arrondissement Limburg, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om opzettelijk [A], hoofdagent van politie, en/of [B], agent van politie, van het leven te beroven, met dat opzet met een door hem, verdachte, bestuurde personenauto met (zeer) hoge snelheid op de A76 heeft gereden en – terwijl zich rechts naast dan wel rechts kort achter hem een motorrijtuig (politieauto met in werking zijnde optische en geluidssignalen) waarin genoemde [A] en [B] gezeten waren, reed – de door hem, verdachte, bestuurde personenauto naar rechts heeft gestuurd in de richting van voornoemde politieauto, althans heeft getracht voornoemde politieauto van de weg te rijden, althans te drukken, vervolgens op genoemde A76 met (zeer) hoge snelheid is blijven rijden en – terwijl zich rechts naast dan wel rechts kort achter hem een motorrijtuig (politieauto met in werking zijnde optische en geluidssignalen) waarin genoemde [A] en [B] gezeten waren, reed – de door hem, verdachte, bestuurde personenauto naar rechts heeft gestuurd en in aanrijding of botsing is gekomen met genoemde politieauto, waardoor genoemde politieauto van de weg werd gedrukt, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid; subsidiair: hij op of omstreeks 28 september 2013 in de gemeente Stein, in elk geval in het arrondissement Limburg, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan [A], hoofdagent van politie, en/of [B], agent van politie, opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met dat opzet met een door hem, verdachte, bestuurde personenauto met (zeer) hoge snelheid op de A76 heeft gereden en – terwijl zich rechts naast dan wel rechts kort achter hem een motorrijtuig (politieauto met in werking zijnde optische en geluidssignalen) waarin genoemde [A] en [B] gezeten waren, reed – de door hem, verdachte, bestuurde personenauto naar rechts heeft gestuurd in de richting van voornoemde politieauto, althans heeft getracht voornoemde politieauto van de weg te rijden, althans te drukken, vervolgens op genoemde A76 met (zeer) hoge snelheid is blijven rijden en – terwijl zich rechts naast dan wel rechts kort achter hem een motorrijtuig (politieauto met in werking zijnde optische en geluidssignalen) waarin genoemde [A] en [B] gezeten waren, reed – de door hem, verdachte, bestuurde personenauto naar rechts heeft gestuurd en in aanrijding of botsing is gekomen met genoemde politieauto, waardoor genoemde politieauto van de weg werd gedrukt, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid; Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten of omissies voorkomen, zijn deze verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging. Bewezenverklaring Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het primair ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat: hij op 28 september 2013 in de gemeente Stein, in elk geval in het arrondissement Limburg, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om opzettelijk [A], hoofdagent van politie, en [B], agent van politie, van het leven te beroven, met dat opzet met een door hem, verdachte, bestuurde personenauto met zeer hoge snelheid op de A76 heeft gereden en – terwijl zich rechts naast dan wel rechts kort achter hem een motorrijtuig (politieauto met in werking zijnde optische signalen) waarin genoemde [A] en [B] gezeten waren, reed – de door hem, verdachte, bestuurde personenauto naar rechts heeft gestuurd in de richting van voornoemde politieauto, vervolgens op genoemde A76 met hoge snelheid is blijven rijden en – terwijl zich rechts naast dan wel rechts kort achter hem een motorrijtuig (politieauto met in werking zijnde optische signalen) waarin genoemde [A] en [B] gezeten waren, reed – de door hem, verdachte, bestuurde personenauto naar rechts heeft gestuurd en in aanrijding is gekomen met genoemde politieauto, waardoor genoemde politieauto van de weg werd gedrukt, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid. Het hof acht niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders primair is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard, zodat hij daarvan zal worden vrijgesproken. Door het hof gebruikte bewijsmiddelen Onderstaande bewijsmiddelen 1-9 maken onderdeel uit het van het dossier van de regiopolitie Limburg Zuid, nr. 2013105805, sluitingsdatum 16 oktober 2013, met bijlagen, bestaande uit doorgenummerde pagina’s 1-86. 1. Een proces-verbaal van bevindingen d.d. 28 september 2013, voor zover – zakelijk weergegeven – inhoudende als relaas van verbalisanten [C] en [D] (p. 19-21): Verdachte : [verdachte] (man), geboren op [geboortedatum] 1982 te [geboorteplaats] Voertuig : personenauto, Audi A4 Quattro, kleur zwart, kenteken [kenteken] Op zaterdag 28 september 2013, omstreeks 03.10 uur, waren wij, in dienst van de politie Nederland, eenheid Limburg. Wij waren in uniform gekleed en verplaatsen ons middels een opvallend dienstvoertuig. Op zaterdag 28 september 2013, omstreeks 03.10 uur, zagen wij, op de Albert Cuypstraat te Heerlen de personenauto voornoemd rijden. Ter controle op de naleving van de bij of krachtens de Wegenverkeerswet 1994 gestelde voorschriften stelden wij een onderzoek in. Ik, [C], gaf het voertuig middels de politiestoptransparant een stopteken. Wij zagen dat de bestuurder van het voertuig zijn voertuig niet tot stilstand bracht, doch probeerde te draaien om in tegenovergestelde richting te rijden. Ik, [D], bestuurde het dienstvoertuig en trachtte te voorkomen dat de bestuurder zijn voertuig kon draaien. Hierop reed de bestuurder verder waarna een achtervolging ontstond. Door mij, [C], werd de regionale meldkamer te Maastricht portofonisch in kennis gesteld. Wij zagen dat de bestuurder de Heuvelweg te Heerlen inreed. Wij zagen dat deze straat doodliep. Dit was aangegeven middels bord L08 uit de bijlage Reglement Verkeersregels en Verkeerstekens 1990. Aan het einde van de Heuvelweg zagen wij dat de weg ophield en dat aldaar een groenvoorziening was gelegen. Wij zagen dat de bestuurder via de groenvoorziening over het aldaar gelegen fietspad de Schaesbergerweg opreed. Wij zagen dat de bestuurder over het fietspad van de Schaesbergerweg te Heerlen in de richting van de Schandelerboord te Heerlen [toevoeging hof: reed]. Wij zagen dat ter plaatse een voetgangersoversteekplaats was gelegen welke was aangeven middels bord L02 uit de bijlage Reglement Verkeersregels en Verkeerstekens 1990. Wij zagen tevens dat op de voetgangersoversteekplaats een tweetal meisjes liep. Wij zagen dat de bestuurder via het fietspad over de voetgangersoversteekplaats reed en hierbij de twee meisjes op ongeveer 50 centimeter passeerde. Ik, [D], zag dat de goed werkende geijkte kilometerteller van het dienstvoertuig 50 kilometer per uur aangaf, dit betreft een daadwerkelijke snelheid van 46 kilometer per uur. Wij zagen dat de meisjes een aanrijding met het voertuig konden voorkomen door vlak voordat het voertuig hen passeerde weg te springen. Wij hoorden dat de meisjes luidkeels schreeuwden. Hierdoor bracht de bestuurder de veiligheid van de twee meisjes voornoemd ernstig in gevaar. De bestuurder reed vervolgens verder in de richting van de Spoorsingel - Looierstraat te Heerlen. Wij zagen dat de bestuurder vervolgens de kruising Looierstraat - autoweg N281 naderde. Ter plaatse is de weg verdeeld in drie voorsorteerstroken, te weten linksaf, rechtdoor en rechtsaf. Wij zagen dat de bestuurder een aldaar voorgesorteerde personenauto welke stond voorgesorteerd om rechtsaf te slaan naar de autoweg N281 inhaalde over de voorsorteerstrook voor rechtdoor. Wij zagen dat het verkeerslicht rood licht uitstraalde. Wij zagen dat de bestuurder rechtsaf sloeg naar de autoweg N281. Hierbij werd het overige verkeer ernstig gehinderd dan wel in gevaar gebracht. Wij zagen dat de bestuurder zijn snelheid verhoogde op de autoweg N281. Op de autoweg N281 is de maximum toegestane snelheid 100 kilometer per uur. Dit is aangegeven middels bord G03 uit de bijlage Reglement Verkeersregels en Verkeerstekens 1990. Ik, [D], zag dat de geijkte goed werkende snelheidsmeter van ons dienstvoertuig 180 kilometer per uur aangaf, dit betreft een daadwerkelijke snelheid van 170 kilometer per uur. Deze snelheid werd gemeten over een afstand van ongeveer 4 kilometer. Wij zagen dat de bestuurder het overige wegverkeer op de N281 met een snelheid van ongeveer 170 kilometer per uur inhaalde. Door het snelheidsverschil waarmee de bestuurder het overige wegverkeer inhaalde, ontstond er gevaar voor het overige wegverkeer. Wij zagen dat de bestuurder zijn voertuig van links naar rechts bewoog, kennelijk om te voorkomen dat ik, [D], de bestuurder kon inhalen. Hierdoor werden wij ernstig gehinderd. Wij zagen dat de bestuurder verder reed in de richting van de autosnelweg A76. Ter plaatse is de maximum toegestane snelheid 120 kilometer per uur. Ik, [D], zag op de geijkte snelheidsmeter van ons dienstvoertuig dat de bestuurder met een snelheid van 180 kilometer per uur zijn weg vervolgde in de richting van de Belgische grens, dit betreft een daadwerkelijke snelheid van 170 kilometer per uur. Ik, [D], wist het voertuig in te halen. Ik, [D], minderde de snelheid van het dienstvoertuig teneinde de bestuurder af te remmen. Ik, [D], zag dat een andere politiepatrouille naast de bestuurder reed en dat de politiepatrouille plotseling geramd werd. Ik, [D], zag dat de geijkte kilometerteller van het dienstvoertuig ongeveer 100 kilometer per uur aangaf, dit betreft een daadwerkelijke snelheid van 93 kilometer per uur. Hierop werd de bestuurder door ons uit zijn voertuig gehaald en aangehouden. 2. Een proces-verbaal van bevindingen d.d. 28 september 2013, voor zover – zakelijk weergegeven – inhoudende als relaas van verbalisanten [C] en [D] (p. 81-82): Op zaterdag 28 september 2013, omstreeks 03.20 uur, hielden wij op de locatie A76, Limburg, binnen de gemeente Stein, als verdachte aan: [verdachte], geboren op [geboortedatum] 1982 te [geboorteplaats]. 3. Een proces-verbaal van aangifte d.d. 30 september 2013, voor zover – zakelijk weergegeven – inhoudende als aangifte van [B] (p. 11-14): Plaats delict : A76 Ik wens aangifte te doen van poging tot doodslag c.q. zware mishandeling. Op zaterdag 28 september 2013, omstreeks 03:15 uur, reed ik met surveillance belast, in uniform gekleed, in een opvallend dienstvoertuig van de politie Limburg, in de gemeente Heerlen. Ik bestuurde het dienstvoertuig. Naast mij op de bijrijdersplaats zat mijn collega [A]. Zij was eveneens in uniform gekleed. Wij reden door Heerlen en wij hoorden over de portofoon de melding dat er een achtervolging gaande was met auto’s in de wijk Meezenbroek. Wij bevonden [toevoeging hof: ons] op korte afstand daarvan. Wij reden op dat moment in het centrum van Heerlen. Ik reed meteen naar de rotonde van de Albert Heijn. Daar zag ik toen een zwarte auto met 99 (het hof begrijpt: in het kenteken) aan komen rijden. Achter die auto reed een opvallend dienstvoertuig van de politie. De blauwe zwaailichten van het dienstvoertuig waren aan. Ik zag duidelijk aan de rijstijl van de zwarte auto dat dat de auto was, welke achtervolgd werd. Ik reed over de rotonde en kwam toen achter de achtervolgende politieauto te rijden. Ik heb toen het zwaailicht van het dienstvoertuig in werking gesteld. Wij reden vervolgens langs het politiebureau in Heerlen aan de achterzijde langs en reden richting een rotonde. De bestuurder van de zwarte auto reed rechtdoor. Gekomen bij de volgende rotonde zie ik een ander politievoertuig de rijbaan blokkeren. De bestuurder van die zwarte auto reed op dat politievoertuig af. De bestuurder van die politieauto die de weg blokkeerde, reed toen achteruit om een aanrijding met die zwarte auto te voorkomen. Als die bestuurder niet achteruit was gereden, had de zwarte auto hem geraakt. Zonder twijfel. Wij reden vervolgens 3/4 richting het winkelcentrum Het Loon. Gekomen bij rotondes en verkeerslichten kon de bestuurder van die zwarte auto afstand nemen. Wij remden namelijk af om andere weggebruikers niet in gevaar te brengen. De bestuurder van die zwarte auto reed gewoon vol gas door over de rotondes en bij verkeerslichten reed hij gewoon door. Vervolgens reed hij de N281 op. Hij reed over de rijstrook bestemd voor het rechtdoor rijdend verkeer. Op de rijstrook voor naar rechts rijden stond een personenauto stil voor het rood licht uitstralend verkeerslicht. De bestuurder van de zwarte auto negeerde de voorsorteervakken en negeerde ook het rode licht. Vervolgens reden wij over de N281 richting Geleen. De snelheid liep al heel snel op richting de 180 kilometer per uur. De bestuurder reed op rijstrook 1, dat is de rijstrook het dichtst bij de midden vangrail. Ik zette het stoptransparant aan met “stop politie”. Rijdende met een snelheid van 180 kilometer per uur ging de bestuurder van de zwarte auto ineens in de remmen. Er reed op dat moment geen auto voor hem en er was geen enkele reden om te remmen. Ik moest behoorlijk hard remmen om een aanrijding te voorkomen. Ik reed toen ongeveer tussen de 20 en 30 meter achter hem. De gehele weg bleef de snelheid van ons voertuig hoog. Wij reden met een snelheid tussen de 150 en 180 kilometer per uur. Als ik dichterbij kwam, ging de bestuurder van de zwarte auto ons blokkeren met zijn voertuig. Als wij erlangs wilden rijden, reed hij naar links of naar rechts. Op enig moment ging hij op het midden van de rijbaan rijden en daar is hij blijven rijden. Op enig moment hoorde ik voorwerpen tegen de voorruit van onze auto aan komen. Het waren net steentjes. Ik zag op enig moment ook vonken. Ter hoogte van de afslag stond een dienstvoertuig met de stoptransparant aan de achterkant aan en de blauwe zwaailichten aan. Ik kon dat dienstvoertuig al op anderhalve kilometer zien staan. De bestuurder van dat dienstvoertuig trok op teneinde voor die zwarte auto te gaan rijden. De bestuurder van die zwarte auto bleef echter hard door rijden. Ik zag dat de bestuurder van dat dienstvoertuig uitweek naar rechts, gezien onze rijrichting, om een aanrijding te voorkomen. De rijbaan werd op enig moment driebaans. Toen was het niet meer mogelijk voor de bestuurder van de zwarte auto om een politievoertuig te blokkeren om hem in te halen. Een dienstvoertuig haalde hem in en ging voor de zwarte auto rijden. Toen pas ging de snelheid omlaag. Ik ging aan de rechterzijde van die zwarte auto rijden. Ik zag vanuit mijn ooghoeken dat van links ook een dienstvoertuig achter die zwarte auto reed. Ik dacht: ‘Nu kunnen we hem gaan insluiten.’ De zwarte auto reed nog steeds op rijstrook 1. Ik probeerde dezelfde snelheid als het voor de zwarte auto rijdende dienstvoertuig te gaan rijden. Op een gegeven moment zag ik dat de zwarte auto naar rechts reed. Ik reed toen naast die zwarte auto. Ik zag dat onze snelheid nog redelijk hoog was. Ik trapte toen op de rem. De bestuurder van de zwarte auto raakte toen net niet het dienstvoertuig. Vervolgens lukt het ons weer om dezelfde tactiek toe te passen. Ik ging toen weer rechts naast de zwarte auto rijden. Ik merkte toen dat de snelheid eruit ging, omdat de bestuurder van het voorste dienstvoertuig begon te remmen. Ik bleef iets schuin achter de zwarte auto rijden. Op dat moment zie ik de bestuurder naar rechts kijken. Dat duurde zeker drie seconden. Vervolgens zie ik dat de bestuurder van de zwarte auto duidelijk naar rechts stuurt. In eerste instantie wijk ik nog iets uit, om een aanrijding te voorkomen. De bestuurder van de zwarte auto stuurde naar rechts en toen het dienstvoertuig geraakt werd, stuurde ik meteen hard naar links om niet van de weg gedrukt te worden. Ik heb nog nooit zo heftig moeten reageren om het dienstvoertuig op de weg te houden. Het is me ook nog niet gelukt trouwens. Ik werd alsnog van de weg gedrukt. Ik zag toen de zwarte auto voor mij weg slippen. Ik was toen nog steeds vol bezig met correcties uitvoeren. Ik had zoiets van ‘Ik ga de berm in, ik ga de berm in’. De vangrail ligt ter plaatse een stuk van de rijbaan af. Ik schoof de berm in en toen duwde ik vol op de rem om tot stilstand te komen. De zwarte auto draaide voor mijn dienstauto en kwam tot stilstand gedeeltelijk in de berm. Vervolgens zijn meerdere collega’s op de verdachte afgelopen. Ik ben naar de bestuurder toe gerend en heb hem aangehouden. De bestuurder was de enige persoon in de zwarte auto. Het was een behoorlijke impact, die aanrijding. 4. Een proces-verbaal van aangifte d.d. 30 september 2013, voor zover – zakelijk weergegeven – inhoudende als aangifte van [A] (p. 8-10): Plaats delict : A76, Limburg, binnen de gemeente Stein Pleegdatum/tijd : zaterdag 28 september 2013 te 03:20 uur Ik wens bij deze aangifte te doen van poging tot doodslag c.q. zware mishandeling. Op zaterdag 28 september 2013, omstreeks 03:15 uur, was ik werkzaam bij de politie Limburg. Ik was in uniform gekleed en verplaatste mij in een opvallend dienstvoertuig. Ik zat in het dienstvoertuig als bijrijder. Het dienstvoertuig werd bestuurd [B]. Op die dag omstreeks 03:15 uur kregen wij via de portofoon mee dat er een achtervolging gaande was achter de Albert Heijn in Heerlen. Wij bevonden ons ongeveer een straat verwijderd van die Albert Heijn. Toen wij de rotonde opreden richting de Albert Heijn, zagen wij een zwarte Audi richting het spoorwegstation rijden. Deze Audi werd achtervolgd door een opvallend dienstvoertuig van de politie. Dat dienstvoertuig had op dat moment de blauwe zwaailampen aan. Wij reden toen achter deze voertuigen aan. Wij reden vervolgens in de richting van het winkelcentrum Het Loon. Toen wij achter deze auto’s aan reden, zagen wij dat een ander politievoertuig de weg van de Audi versperde. De bestuurder van de Audi gaf gas richting de politiepatrouille, welke de blokkade vormde. Teneinde een aanrijding te voorkomen, reed die politiepatrouille achteruit om een aanrijding te voorkomen. Als die patrouille niet achteruit gereden was, was die Audi vol tegen de politieauto aangereden. Vervolgens reed de bestuurder van de Audi de N281 op richting Geleen. De bestuurder van de Audi reed met hoge snelheid de N281 op. Rijdende over deze weg, zag ik dat de snelheidsmeter van ons dienstvoertuig 180 kilometer per uur aangaf. Ik zag dat mijn collega de Audi wilde inhalen, maar dit lukte niet omdat de bestuurder van de Audi ons de weg afsneed. De bestuurder van de Audi reed zigzaggend over de rijbaan van de N281. Ik zag ook dat de remlichten van de Audi regelmatig oplichtten. De bestuurder maakte rembewegingen. Wij reden op enig moment de A76 op richting Stein. Ter hoogte van Geleen kwam er nog een politiepatrouille bij de achtervolging. Die politiepatrouille kwam de autosnelweg op rijden, dat was ter hoogte van Geleen. Die politiepatrouille moest ook uitwijken voor de Audi, anders was die Audi vol op die politiepatrouille gereden. Wij reden door vervolgens in de richting van België. Op enig moment zag ik dat er vonken van de Audi afkwamen. Ik zag dat de snelheid van de Audi verminderde. Toen zag ik dat de politiepatrouille van Heerlen de Audi inhaalde. Ik zag dat [B] rechts naast die Audi ging rijden om hem in te sluiten. Op dat moment reden wij ongeveer nog 100 kilometer per uur. Ik wist dat achter ons ook nog politievoertuigen reden dus wij hadden de Audi ingesloten. Toen ik dacht ‘nu gaat hij wel stoppen’ stuurde de bestuurder van de Audi plotseling naar rechts en ramde onze politieauto. De klap was behoorlijk hard. Ons dienstvoertuig werd daardoor behoorlijk beschadigd aan de linker voorzijde. Door de klap werden wij naar rechts gedrukt en wij reden door het gras van de berm. Ter plaatse is de vangrail een stuk van de rijbaan af, omdat er een oprit is gelegen. Wij kwamen daardoor van de rijbaan af. Nogmaals, de snelheid van ons en de Audi was op het moment van de aanrijding 100 kilometer per uur. Ik voelde dat [B] tegen stuurde om de auto onder controle te krijgen. In de Audi bevond zich maar een persoon en dat was de bestuurder. Die bestuurder werd toen direct aangehouden. 5. Een proces-verbaal van bevindingen d.d. 28 september 2013, voor zover – zakelijk weergegeven – inhoudende als relaas van verbalisanten [A] en [B] (p. 17-18): Wij, verbalisanten, [A], hoofdagent van politie, en [B], agent van politie, verklaren liet volgende Op 28 september 2013, omstreeks 03:09 uur, reden wij over de Groene Boord te Heerlen. Wij waren in uniform gekleed en reden in een opvallend dienstvoertuig. Wij waren belast met de algemene incidentenafhandeling binnen het politiedistrict Kerkrade. Omstreeks 03:09 uur die dag hoorden wij over de portofoon dat een politiepatrouille van het district Heerlen een achtervolging was gestart met een Audi, type A4, voorzien van het Nederlandse kenteken [kenteken]. De patrouille zou zich op dat moment achter de Albert Heijn te Heerlen bevinden. Wij zijn vervolgens richting de Spoorsingel te Heerlen gereden. Ter hoogte van de aldaar gelegen rotonde zagen wij een donkergekleurde auto met hoge snelheid de rotonde op rijden in de richting van de Spoorsingel. Wij zagen dat achter deze auto een politiepatrouille reed. Wij zagen dat deze politiepatrouille blauw zwaailicht voerde. Nadat de donkergekleurde auto en de politiepatrouille ons voorbij waren gereden, zijn wij een achtervolging gestart. Wij zijn vervolgens de Spoorsingel opgereden. Ter hoogte van de kruising Spoorsingel/Looierstraat te Heerlen zagen wij een opvallende politiepatrouille op de aldaar gelegen rotonde staan. Wij zagen dat deze politiepatrouille op onze rijbaan stond. De donkergekleurde auto passeerde vervolgens de politiepatrouille en vervolgde zijn weg in de richting van Nieuw Eyckholt te Heerlen. Ter hoogte van Winkelcentrum ‘t Loon zagen wij vervolgens de donkergekleurde Audi en de politiepatrouille de N281 te Heerlen op rijden. Wij zijn vervolgens de N281 opgereden in de richting van Heerlen noord. Op de autobaan voerden wij een snelheid van 170 tot 180 kilometer per uur. Wij zagen dat de bestuurder van de donkergekleurde Audi zich van links naar rechts over de autobaan bewoog. Wij zagen dat de opvallende politiepatrouille voor ons poogde de donkergekleurde Audi in te halen. De donkergekleurde auto blokkeerde echter de doorgang waardoor hij niet kon worden ingehaald. Ter hoogte van Voerendaal zijn wij vervolgens de A76 te Heerlen opgereden. Wij reden in de richting van Stein. Wij reden vervolgens met hoge snelheid in de richting van België. Ik, [A], zag dat de geijkte kilometerteller van ons dienstvoertuig een snelheid van 180 kilometer per uur aangaf. Ik, [B], deed diverse pogingen de donkergekleurde Audi in te halen. Dit was echter niet mogelijk omdat de bestuurder van de donkergekleurde Audi mij de weg blokkeerde. Op enig moment zagen wij dat de donkergekleurde Audi werd ingehaald door de politiepatrouille. Ik, [B], stuurde vervolgens naar rechts en ging rechts naast de donkergekleurde Audi rijden. Ik, [B], trachtte op deze manier de donkergekleurde Audi klem te rijden teneinde deze te doen stoppen. Wij zagen dat de bestuurder van de donkergekleurde Audi een stuurbeweging naar rechts maakte en vervolgens tegen ons dienstvoertuig aan reed. Wij voelden een harde klap. Ik, verbalisant [B], was genoodzaakt om tegen deze klap in te rijden. Dit deed ik door mijn stuur naar links te draaien. Ik zag dat het voertuig door deze klap een spinnende beweging maakte en zag dat deze in de berm terecht kwam. Ik, verbalisant [B], reed achter het voertuig aan en moest mijn uiterste best doen om mijn dienstvoertuig onder controle te houden nadat hij ons geramd had. 6. Een proces-verbaal van bevindingen d.d. 28 september 2013, voor zover – zakelijk weergegeven – inhoudende als relaas van verbalisanten [E] en [F] (p. 15-16): Op zaterdag 28 september 2013 waren wij belast met de incidentenafhandeling. Ik, [F], trad op als bestuurder van ons opvallende dienstvoertuig. Ik, [E], was de bijrijder van ons opvallende dienstvoertuig. Ons dienstvoertuig is uitgerust met een digitaal camerasysteem. Dit houdt in dat er beelden worden gemaakt en opgenomen tijdens onze dienst vanuit ons dienstvoertuig. De digitale camera is bevestigd aan de bovenzijde van de voorruit van ons opvallende dienstvoertuig. Op zaterdag 28 september 2013, omstreeks 03.05, hoorden wij via de portofoon dat er een achtervolging gaande was waarbij een politiepatrouille van Heerlen-Centrum achter een zwarte Audi, gekentekend [kenteken], aan reed. Wij hoorden dat de bestuurder van de Audi het stopteken van de politiepatrouille negeerde. Wij hoorden dat de genoemde Audi door het centrum van Heerlen de N281 opreed. Op dat moment reden wij over de A76 ter hoogte van Spaubeek. Hierop zijn wij via Spaubeek in de richting van Geleen gereden om mogelijk de andere politiepatrouille te helpen. Tijdens onze rit hoorden wij dat de Audi de A76 opreed richting Geleen. Hierop zijn wij de oprit van de A76 bij Geleen opgereden teneinde de Audi tot stoppen te dwingen. Na enig moment zagen wij dat de Audi ons voorbij reed gevolgd door enkele andere politievoertuigen, die allemaal hun optische signalen voerden. Wij reden als derde politievoertuig achter de Audi aan, op een afstand van ongeveer 5 meter. Wij zagen dat de Audi op de linker rijstrook reed. Wij zagen dat er een politievoertuig voor de Audi reed, ook op de linker rijstrook. Wij zagen dat het andere politievoertuig op de rechter rijstrook reed en wel naast de Audi. Wij reden achter de Audi. Wij zagen dat de afstanden tussen ons, de Audi en de andere twee politievoertuigen minder was dan een meter. Wij zagen dat de bestuurder van de Audi door ons en de andere twee politievoertuigen werd ingesloten en geen kant meer op kon. Wij reden op de autosnelweg die voorzien is van twee rijstroken. Op enig moment zagen wij dat de bestuurder van de Audi een stuurmanoeuvre maakte naar rechts en daarbij inreed op het politievoertuig welk op dat moment rechts van de Audi reed. Wij zagen dat de bestuurder van de Audi tegen de linkerflank van het politievoertuig botste. Wij zagen dat de Audi hierna tolde en in de aldaar gelegen zachte berm tot stilstand kwam en niet meer kon verder rijden. Hierna werd de bestuurder van de Audi door een aantal collega’s aangehouden. 7. Een proces-verbaal van bevindingen d.d. 28 september 2013, nr. PL2400-2013105805-18, voor zover – zakelijk weergegeven – inhoudende als relaas van verbalisanten [G] en [H] (p. 22): Op zaterdag 28 september 2013 werd door ons onderzoek verricht naar aanleiding van een poging doodslag c.q. zware mishandeling van politieambtenaren van het district Parkstad van de eenheid Limburg door de verdachte [verdachte]. Op zaterdag 28 september 2013 werd een achtervolging gestart vanaf de Looierstraat te Heerlen op een personenauto merk Audi, type A4 Quattro, voorzien van het kenteken [kenteken]. De bestuurder onttrok zich diverse malen aan een staande houding. De achtervolging ging verder over de autosnelweg A76 in de richting van de Belgische grens nabij Stein. Vanaf het verlichte gedeelte van de A76 onder de gemeente Sittard-Geleen werd de achtervolging gefilmd door een videoauto van de politie-eenheid Brunssum. Op zaterdag 28 september 2013 werden de opgenomen beelden door ons bekeken. Wij zagen toen het volgende: - De Audi A4 met kenteken [kenteken] werd ter hoogte van knooppunt Kerensheide vooraf gegaan door een opvallend politievoertuig met zwaailicht. - Achter deze Audi reden nog twee opvallende politievoertuigen met zwaailicht. - Aan het einde van de oprit vanaf de A2 naar de A76 reed de Audi achter het eerste politievoertuig op de linker rijstrook. Op de rechter rijstrook reed schuin achter de Audi een tweede opvallend politievoertuig. - De Audi maakte vervolgens een stuurbeweging naar rechts en reed tussen de twee politievoertuigen naar de rechter rijstrook, waarbij het rechter politievoertuig ternauwernood niet werd geraakt, doordat de bestuurder diverse malen bij remde om niet tot een aanrijding te komen. - Ter hoogte van de oprit naar de A76 vanaf de Heerstraat-centrum te Stein reed de Audi weer achter het eerste politievoertuig op de linker rijstrook. Op de rechter rijstrook reed wederom het tweede politievoertuig, echter nu schuin achter/naast de Audi. - Ook nu stuurde de Audi weer naar rechts. Hierbij raakte de Audi met de rechterzijkant achterportier, de linker wielkas/bumper van het tweede politievoertuig. - Vervolgens reed de Audi naar de rechter rijstrook, kwam vervolgens in de berm terecht en daarna tot stilstand. 8. Een proces-verbaal van bevindingen d.d. 1 oktober 2013, voor zover – zakelijk weergegeven – inhoudende als relaas van verbalisant [I] (p. 23): In aanvulling op het proces-verbaal met betrekking tot het uitlezen van de videobeelden voorzien van volgnummer 18 (het hof begrijpt: het door [G] en [H] opgemaakte proces-verbaal van bevindingen, zoals hiervoor weergegeven onder bewijsmiddel nr. 7) kan ik het navolgende verklaren: Gedurende de achtervolging is op de beelden duidelijk zichtbaar dat de Audi tweemaal krachtig naar rechts stuurt kennelijk om te pogen zich aan de achtervolging te onttrekken. Tijdens de eerste stuurbeweging naar rechts is duidelijk te zien dat het opvallende politievoertuig dat naast hem rijdt krachtig moet remmen teneinde een aanrijding met genoemd voertuig te voorkomen. Op dat moment bedraagt de snelheid van het hierachter rijdende opvallende politievoertuig 130 km/h. Tijdens de tweede stuurbeweging naar rechts is te zien dat de bestuurder van de Audi moet remmen omdat het hem door een voor hem rijdend opvallend politievoertuig wordt belet dit politievoertuig links voorbij te rijden. Direct hierna maakt de bestuurder van de Audi een krachtige stuurbeweging naar rechts waarbij hij het naast hem rijdende opvallende politievoertuig met kracht tegen de linker voorzijde raakt. Op het moment van naar rechts sturen, bedraagt de snelheid van het achter de Audi rijdende opvallende politievoertuig een snelheid van 97 km/h. 9. Een proces-verbaal Analyse Incident d.d. 8 oktober 2013, voor zover – zakelijk weergegeven – inhoudende als relaas van verbalisanten [J] en [K] (p. 29-40, met fotomap p. 41-67): Algemeen/samenvatting onderzoek Ik, [J], als verkeersspecialist ongevalanalyse, werkzaam bij de afdeling Forensische Opsporing, Verkeersongevalanalyse van de Divisie Regionale Recherche van de Eenheid Limburg, heb op zaterdag 28 september 2013 naar aanleiding van een incident dat op zaterdag 28 september 2013, omstreeks 03:20 uur, had plaatsgevonden op de autosnelweg A76 ter hoogte van hectometerpaal 0.9 gelegen buiten de bebouwde kom van de gemeente Stein, een onderzoek ingesteld. Omschrijving plaats incident Het incident vond plaats op de autosnelweg A76, zijnde de autosnelweg welke de verbinding vormt tussen Nederland en België. De snelweg is middels het bord G1 van de bijlage 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens als zodanig aangeduid. De ter plaatse geldende maximum snelheid bedraagt 120 km/uur. De bestuurders van de Audi en de bij het incident betrokken politievoertuigen reden over de rijbaan links, zijnde de rijbaan voor het verkeer in de richting van België. De autosnelweg bestaat ter plaatse uit twee rijstroken (rijstrook 1 links, rijstrook 2 rechts) en een vluchtstrook. De rijstroken 1 en 2 hebben ter plaatse elk een breedte van ongeveer 3.60 meter en de breedte van de vluchtstrook bedraagt ongeveer 3.50 meter. Aan de linkerzijde van rijstrook 1 bevindt zich een redresseerstrook gevolgd door een grasberm en een geleiderail. Aan de rechterzijde van de vluchtstrook is een grasberm gelegen die geleidelijk aan omhoog loopt. Ter hoogte van de plaats van het incident is de rechts gelegen grasberm licht stijgend. Rechts van deze grasberm is de toerit van de A76 vanaf het centrum van Stein gelegen welke middels een invoegstrook aansluit op de A76. Bij het incident betrokken voertuigen Merk : Volkswagen Dit betrof een personenauto en was een opvallend politievoertuig, voorzien van oranje en blauwe retro reflecterende striping. en Kenteken : [kenteken] Merk : Audi Type : A4 Quattro Kleur: Zwart Het betrof hier een personenauto. Videobeelden incident In een van de politiepatrouillevoertuigen welke bij de achtervolging betrokken was, was een zogenaamde on-board camera aangebracht. Tijdens de achtervolging is door de verbalisanten de camera ingeschakeld. Deze camera neemt de beelden op van het zich voor het voertuig bevindende weggedeelte. Uit de camerabeelden blijkt dat de Audi is ingesloten door een voor hem rijdende politieauto en een rechts naast hem rijdende patrouilleauto. Beide politievoertuigen hebben de optische signalen ingeschakeld. De patrouilleauto van waaruit de opnamen worden gemaakt, bevindt zich links, achter de Audi. Bij de beelden wordt een tijdseenheid alsmede de snelheid (van de achtervolgende patrouilleauto) weergegeven. De beelden en de tijdseenheden zijn op de datum van 28 september 2013 opgenomen. De Audi rijdt te 03.17.30 uur op de linker rijstrook (rijstrook 1) en de patrouilleauto rijdt rechts naast de Audi op de rechter rijstrook (rijstrook 2) De op de camera weergegeven gereden snelheid bedraagt op dat moment 106 km/uur. Te 03.17.33 uur rijdt de Audi van links naar rechts vanaf de rijstrook 1, de rijstrook 2 op in de richting van de Volkswagen. De snelheid bedraagt op dat moment 97 km/uur. Te 03.17.34 uur rijdt de Audi met de rechterzijde achter tegen de linkerzijde voor van de Volkswagen. De gereden snelheid bedraagt op dat moment 95 km/uur. De Audi blijft tegen de Volkswagen aan drukken waardoor deze uit zijn rechte lijn wordt gedrukt. (Op dit moment ontstaan de schadebeelden aan de rechter achterzijde van de Audi en de linkerzijde voor van de Volkswagen). De Audi heeft een iets hogere snelheid dan de Volkswagen, waardoor de Audi langs de Volkswagen schampt. Vervolgens draait de Audi als het ware rechtsom voor de Volkswagen langs, terwijl er op dat moment nog steeds contact is tussen beide voertuigen. Op hetzelfde moment dat de Audi voor de Volkswagen langs naar rechts draait, zijn de remlichten van beide voertuigen ontstoken en is een rookpluim zichtbaar ter hoogte van het linker achterwiel van de Audi. Er is op dat moment (te 03.17.34 uur) nog steeds contact tussen de beide voertuigen. De snelheid op de camerabeelden bedraagt op dat moment 91 km/uur. Te 03.17.35 uur draait de Audi verder rechts voor de Volkswagen langs, waarbij er contact is tussen de rechter achterzijde van de Audi en de linker voorzijde van de voorbumper van de Volkswagen. De snelheid op de beeldopnamen blijft hierbij nagenoeg gelijk (91 km/uur) (Op dit moment worden de schadebeelden op de bumperhoek van de Volkswagen afgetekend). Te 03.17.36 uur rijdt de Audi verder voor de Volkswagen langs en verdwijnt tijdelijk uit het beeld. De geregistreerde snelheid bedraagt op dat moment 88 km/uur. Vervolgens komt de Audi te 03.17.36 uur weer in beeld en vertraagt aanzienlijk tot bijna stilstand. (…) Hierna vindt de aanhouding van de bestuurder van de Audi plaats. Herleiding botspositie(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.