GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH Team belastingrecht Meervoudige Belastingkamer Kenmerk: 13/01154 Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak op het hoger beroep van [belanghebbende], wonende te [woonplaats], hierna: belanghebbende, tegen de uitspraak van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant te Breda (hierna: de Rechtbank) van 3 oktober 2013, nummer AWB 13/1862, in het geding tussen belanghebbende, en Belastingdienst/Oost/Landelijk Coördinatiecentrum Auto hierna: de Inspecteur, betreffende de aan belanghebbende over het tijdvak 1 januari 2010 tot en met 31 december 2010 opgelegde naheffingsaanslag loonheffingen, aanslagnummer [aanslagnummer], en de daarbij gegeven boetebeschikking. Onderzoek ter zitting De zitting heeft plaatsgehad op 29 augustus 2014 te ‘s-Hertogenbosch. Aldaar zijn toen verschenen en gehoord, namens de Inspecteur, de heren [A] en [B]. Belanghebbende is niet verschenen. Na behandeling van de zaak heeft het Hof heden, 12 september 2014, de volgende mondelinge uitspraak gedaan. Beslissing Het Hof bevestigt de uitspraak van de Rechtbank. Gronden Ten aanzien van het geschil Naar het oordeel van het Hof heeft de Rechtbank op goede gronden een juiste beslissing genomen. Ten aanzien van het griffierecht Het Hof is van oordeel dat er geen redenen aanwezig zijn om te gelasten dat de Inspecteur aan belanghebbende het door hem betaalde griffierecht geheel of gedeeltelijk vergoedt. Ten aanzien van de proceskosten Het Hof acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten als bedoeld in artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht. Slot Gelet op het vorenoverwogene moet worden beslist als bovenvermeld. Waarvan is opgemaakt dit proces-verbaal. Aldus gedaan door P. Fortuin, voorzitter, P.A.G.M. Cools en F. Sonneveldt, en voor wat betreft de beslissing in tegenwoordigheid van Th.A.J. Kock, griffier, in het openbaar uitgesproken op 12 september 2014. Aangetekend in afschrift aan partijen verzonden op: 18 september 2014 Het aanwenden van een rechtsmiddel: Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de verzenddatum beroep in cassatie worden ingesteld bij de Hoge Raad der Nederlanden (Belastingkamer), Postbus 20303, 2500 EH ‘s-Gravenhage. Daarbij moet het volgende in acht worden genomen. 1. Bij het beroepschrift wordt een afschrift van deze uitspraak overgelegd. 2. Het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden: a. de naam en het adres van de indiener; b. een dagtekening; c. een omschrijving van de uitspraak waartegen het beroep in cassatie is gericht. d. de gronden van het beroep in cassatie Tenzij de Hoge Raad anders bepaalt, zal het gerechtshof deze mondelinge uitspraak vervangen door een schriftelijke. In dat geval krijgt de indiener de gelegenheid de gronden van het beroep in cassatie alsnog aan te voeren of aan te vullen. Voor het instellen van beroep in cassatie is griffierecht verschuldigd. Na het instellen van beroep ontvangt de indiener een nota griffierecht van de Hoge Raad. In het beroepschrift kan de Hoge Raad verzocht worden om de wederpartij te veroordelen in de proceskosten.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.