GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH Afdeling civiel recht zaaknummer HD 200.105.374/01 arrest van 2 december 2014 in de zaak van [appellant] , h.o.d.n. [tegel en- natuursteenwerken] Tegel en- Natuursteenwerken, wonende en zaakdoende te [woon en- zaaksplaats] , appellant, advocaat: mr. J. Smolders te Tilburg, tegen [geïntimeerde] , wonende te [woonplaats] , geïntimeerde, advocaat: mr. B. Steeghs te 's-Hertogenbosch, als vervolg op de door het hof gewezen tussenarresten van 12 februari 2013 en 3 juni 2014 in het hoger beroep van de door de rechtbank Breda (thans geheten rechtbank West-Brabant-Zeeland) onder zaaknummer 232916/HA ZA 11-552 gewezen vonnissen van 29 juni 2011 en 1 februari 2012. 12Het verloop van de procedure Het verloop van de procedure blijkt uit: - het tussenarrest van 3 juni 2014; - de akte na tweede tussenarrest zijdens [geïntimeerde] met productie 29; - de antwoordakte na tweede tussenarrest zijdens [appellant] . Partijen hebben arrest gevraagd. 13De verdere beoordeling 13.1. Bij genoemd tussenarrest is [geïntimeerde] in de gelegenheid gesteld de factuur van [bouwbedrijf] nader te onderbouwen bij nadere akte na tweede tussenarrest, bijvoorbeeld mede door overlegging van een offerte of bestek of nadere toelichting op de diverse door [bouwbedrijf] (en/of diens onderaannemers) uitgevoerde werkzaamheden. Tevens is bepaald dat [appellant] hier op zal mogen reageren bij antwoordakte na tussenarrest. 13.2. Het hof zal eerst, alvorens de door partijen ingediende aktes worden besproken, enkele verschrijvingen in het tweede tussenarrest herstellen. Waar in onderdeel 10.14.1 van het tweede tussenarrest sprake is van een door [appellant] overgelegde offerte betreft het productie 5 bij de memorie van grieven. Voorts staat in onderdeel 10.14.4. van het tweede tussenarrest dat [vloertechnisch adviesbureau] de schade ter zake niet heeft begroot “behoudens de thans niet meer relevante kosten voor stucwerk ad € 700,=” , doch de laatste zinsnede is onjuist. [vloertechnisch adviesbureau] heeft weliswaar de kosten van het slopen en afvoeren van het tegelwerk begroot op € 700,=, maar de overige kosten niet. De overweging waarmee onderdeel 10.4.4. afsluit, namelijk dat nader onderzoek noodzakelijk is blijft aldus onverkort van toepassing. 13.3. [geïntimeerde] heeft in het kader van de door het hof verzochte nadere onderbouwing als productie 29 bij akte een verklaring overgelegd van de heer [getuige] van [bouwbedrijf] . Uit die verklaring blijkt dat de bij de facturen van 30 december 2010 gedeclareerde werkzaamheden en materiaalkosten (onder meer productie 21 bij inleidende dagvaarding) op basis van nacalculatie tot stand zijn gekomen. Verder worden in de verklaring de verrichte werkzaamheden opgesomd (onder meer het verwijderen van twee lagen tegels alsook het zagen van de tegels alsook het verwijderen en later weer terug plaatsen van sanitair, meubilair, verlichting e.d.) en wordt melding gemaakt van het inschakelen van een onderaannemer, die € 2.518,50 inclusief het gebruikelijke opslagpercentage in rekening heeft gebracht. 13.4. [appellant] heeft bij antwoordakte betwist dat door [geïntimeerde] de facturen van [bouwbedrijf] zijn betaald, gesteld dat de factuur van de onderaannemer, voorzien van een deugdelijke specificatie ontbreekt, en betwist dat de door hemzelf op basis van de verklaring van [getuige] becijferde honderd manuren alleen zijn besteed aan herstel van het tegelwerk. In dat verband heeft [appellant] onder meer opgemerkt dat de beide lagen tegels in één keer weggehakt hadden kunnen worden, dat de door [bouwbedrijf] opgesomde werkzaamheden als ‘voegen’, ‘inwassen’ en ‘opnieuw afkitten’ werkzaamheden zijn die iedereen moet doen die betegelt en dat [bouwbedrijf] een duurdere methode heeft gebruikt door het op maat zagen van de tegels. 13.5. Het hof acht, gezien de nog steeds bestaande onduidelijkheid ter zake de herstelkosten en de in het kader van herstel gebruikte materialen - anders dan de nieuwe tegels, productie 20 bij inleidende dagvaarding - op dit punt het reeds aangekondigde deskundigenonderzoek noodzakelijk. Het hof zal echter eerst een comparitie van partijen gelasten, waarbij partijen tevens in de gelegenheid zijn zich uit te laten over aantal en de persoon van de te benoemen deskundige(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.