Afdeling strafrecht Parketnummer : 20-002389-13 Uitspraak : 10 maart 2014 TEGENSPRAAK Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof 's-Hertogenbosch gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Oost-Brabant van 16 juli 2013 in de strafzaak met parketnummer 01-135949-12 tegen: [verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum], wonende te [woonplaats], [adres]. Hoger beroep Bij vonnis waarvan beroep is de verdachte ter zake van - kort gezegd - het medeplegen van het vervoeren van hennep veroordeeld tot een gevangenisstraf van twintig weken met aftrek van de tijd in verzekering doorgebracht. Voorts is een bedrag van € 2.025,75 aan contant geld verbeurd verklaard. De verdachte heeft tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld. Onderzoek van de zaak Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep, alsmede het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg. Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht. De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het beroepen vonnis zal bevestigen. De verdediging heeft primair vrijspraak bepleit. Subsidiair is een strafmaatverweer gevoerd. Vonnis waarvan beroep Het beroepen vonnis zal worden vernietigd omdat het niet te verenigen is met de hierna te geven beslissing. Tenlastelegging Aan verdachte is ten laste gelegd dat: hij op of omstreeks 1 februari 2012 te Sint-Oedenrode tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk heeft vervoerd, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad, een hoeveelheid van ongeveer 26100 gram, in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram hennep, zijnde hennep een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet. Vrijspraak Het hof heeft uit het onderzoek ter terechtzitting niet door de inhoud van wettige bewijsmiddelen de overtuiging bekomen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan. Het hof is namelijk van oordeel dat de verklaring van de verdachte, inhoudende dat hij op enig moment als bijrijder is ingestapt in de bestelauto van de medeverdachte, zonder dat hij wist dat er in de van de cabine gescheiden laadruimte verdovende middelen lagen, niet als onaannemelijk ter zijde kan worden gesteld. Het hof zal verdachte dan ook vrijspreken. Beslag Van het onder de verdachte in beslag genomen geldbedrag ad € 2.025,75 zal de teruggave aan de verdachte worden gelast. BESLISSING Het hof: Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht: Verklaart niet bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij. Gelast de teruggave aan verdachte van het in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerp, te weten: € 2.025,75 (goednummer 387600. ibn 01-02-12). Aldus gewezen door mr. O.A.J.M. Lavrijssen, voorzitter, mr. W.E.C.A. Valkenburg en mr. E.A.A.M. Pfeil, raadsheren, in tegenwoordigheid van mr. R. van den Munckhof, griffier, en op 10 maart 2014 ter openbare terechtzitting uitgesproken. Mr. W.E.C.A. Valkenburg is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.