GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH Afdeling civiel recht zaaknummer HD 200.151.251/01 arrest van 20 januari 2015 in de zaak van [appellant] , wonende te [woonplaats], appellant, hierna aan te duiden als [appellant], advocaat: mr. T. Deckwitz te 's-Hertogenbosch, tegen Imago Schoonmaak/onderhoud BV, gevestigd te [vestigingsplaats], geïntimeerde, hierna aan te duiden als Imago, advocaat: mr. G.S. de Haas te Raamsdonksveer, op het bij exploot van dagvaarding van 16 juni 2014 ingeleide hoger beroep van het vonnis van de rechtbank Oost-Brabant, sector kanton ’s-Hertogenbosch, van 27 maart 2014, gewezen tussen [appellant] als eiser en Imago als gedaagde. 1Het geding in eerste aanleg (zaaknr. 884931 CV EXPL 13-2490) Voor het geding in eerste aanleg verwijst het hof naar voormeld vonnis en het vonnis van 5 september 2013. 2Het geding in hoger beroep Het verloop van de procedure blijkt uit: de dagvaarding in hoger beroep met grieven; de memorie van antwoord met vijf producties; de akte uitlating producties van [appellant] d.d. 4 november 2014; de akte inbrenging productie van Imago d.d. 4 november 2014; de antwoordakte van Imago d.d. 2 december 2014; de antwoordakte van [appellant] d.d. 2 december 2014. Het hof heeft daarna een datum voor arrest bepaald. Het hof doet recht op bovenvermelde stukken en de stukken van de eerste aanleg. 3De beoordeling 3.1. In dit hoger beroep kan worden uitgegaan van de volgende feiten. a. Op 16 maart 1997 zijn [appellant] en Imago een arbeidsovereenkomst aangegaan voor onbepaalde tijd. De functie van [appellant] is glazenwasser/schoonmaker. [appellant] verrichtte zijn werkzaamheden voornamelijk op locatie bij de klanten van Imago. Imago is een schoonmaakbedrijf gespecialiseerd in speciale projecten. Een belangrijke klant/opdrachtgever van Imago is Sligro Food Group, van welk concern Sligro en EMTÉ Supermarkten deel uitmaken. [appellant] werkte voornamelijk voor Sligro en EMTÉ. Tot 10 augustus 2013 stond de naam Imago voor Imago Specialistisch Onderhoud B.V., welke vennootschap als verdwijnende vennootschap op 10 augustus 2013 is overgegaan in de verkrijgende vennootschap, thans geïntimeerde Imago Schoonmaak/Onderhoud B.V. Imago hanteert een reglement mobiele telefoon. Daarin is onder andere opgenomen: “Zodra men op de werkplek gearriveerd is gaan de mobiele telefoons uit. De enige die zijn mobiel aan heeft staan is de leidinggevende ook deze dient de privé gesprekken tot een minimum te beperken. Men mag in de pauzes zijn mobiel weer aan hebben maar dienen direct weer uitgezet te worden als men weer aan het werk gaat. (…) Bij een regelmatig overtreden van dit reglement zal een ontslag niet uitgesloten worden.” Imago heeft op 27 januari 2012 een werkoverleg gehouden, het verslag daarvan is als productie 2 overgelegd bij conclusie van antwoord. [appellant] is als aanwezig genoteerd en heeft het verslag getekend voor gezien. Onder het kopje “Belgedrag in combinatie met roken” is opgenomen: “Opdrachtgevers (Sligro en Makro) hebben mij laten weten dat onze medewerkers regelmatig staan te bellen of te roken, ook tijdens werkzaamheden, met 1 hand ramen wassen en met de ander hand telefoneren, collega staat op steiger te werken terwijl zijn collega staat te roken. Dit wil ik niet meer hebben, we beperken ons belgedrag door alleen in de pauzes te bellen, het kan natuurlijk altijd gebeuren dat je een telefoontje krijgt dat je perse moet opnemen privé omstandigheden, zaak dan kun je rustig opnemen maar dan stoppen met werken en daar gaan staan waar je niemand stoort. Je mag gerust op 1 dat 2 of 3 extra rookpauzes pakken van maximaal 5 minuten. Maar ook hierbij geld stoppen met de werkzaamheden en daar gaan staan waar je niemand stoort.” Bij brief van 5 maart 2012 bericht Sligro aan Imago: (…) Middels dit schrijven maken wij u er op attent dat niet alle medewerkers van uw bedrijf zich houden aan de door u en Sligro gestelde regelgeving conform de gemaakte huisregels en afspraken. Wij hebben voor de tweede maal dit jaar geconstateerd dat één van uw medewerkers zich niet aan de gedrag- en huisregels houdt die wij met u, besproken en schriftelijk vast gelegd in het contract, zijn overeengekomen. (…) Dat betekent dat de eerst volgende overtreding, op deze punten, die een van uw personeelsleden maakt, direct een ontzegging tot de toegang van onze panden zal betekenen. Deze medewerkers kunnen dan niet meer voor Sligro en/of EMTE worden ingezet. Indien er daarna een zelfde constatering wordt gedaan, zullen wij het contract met uw bedrijf moeten ontbinden (…).” Deze brief is in kopie aan [appellant] verstrekt en door hem voor ontvangst getekend op 9 maart 2012. Bij brief van 5 maart 2012 heeft Imago [appellant] bericht: “Helaas hebben wij moeten constateren dat u gedurende werktijd meermaals voor een lange periode gebruik gemaakt heeft van uw mobiele telefoon, waarbij u privégesprekken heeft gevoerd. (…) Dit heeft een klacht van de opdrachtgever tot gevolg gehad. Bij herhaling van het belgedrag zal deze opdrachtgever het contract met ons opzeggen. Het gaat dus om een zeer ernstige situatie. Dergelijk gedrag wordt niet langer getolereerd. Bij een volgend voorval van dergelijke aard, zal dan ook – zonder verdere waarschuwing – worden overgegaan tot onmiddellijk ontslag op staande voet. (…).” [appellant] heeft deze brief voor gezien en akkoord getekend op 9 maart 2012. Op 25 september 2012 zond [medewerker Sligro], een medewerker van Sligro, een e-mail aan [medewerker Sligro], van Sligro. In deze e-mail schrijft [medewerker Sligro] dat hij op 24 september 2012 in de ochtend naar de locatie is gelopen waar [appellant], naar het hof begrijpt [appellant], en zijn collega’s werkzaam zouden moeten zijn, maar dat hij [appellant] daar niet heeft aangetroffen. Na wat rond gekeken te hebben trof hij [appellant], druk bezig met zijn telefoon, in een van de dienstwagens van Imago aan. Volgens [medewerker Sligro] was het geen pauze. Een collega van [appellant] was druk aan het werk. Voorts schrijft [medewerker Sligro] dat hij aan het einde van de dag contact heeft opgenomen met [medewerker imago], contactpersoon van Imago en het voorval heeft toegelicht. i. Op 25 september 2012 heeft de [medewerker imago] (hierna: [medewerker imago]), van Imago, [appellant] op zijn rook- en belgedrag, ten tijde van de werkzaamheden bij Sligro op 24 september 2012, aangesproken en [appellant] op non-actief gesteld. Bij e-mail van 26 september 2012 heeft Sligro aan Imago bericht dat [appellant] niet meer op de Sligro of EMTE filialen ingezet kan worden. Op 28 september 2012 heeft Imago, na een met [appellant] op die dag gevoerd gesprek, [appellant] op staande voet ontslagen. De ontslagbrief, d.d. 28 september 2012, luidt, voor zover van belang, als volgt: “Geachte heer [appellant], Ik heb vanochtend nogmaals (in het bijzijn van de [medewerker imago]) met u gesproken over de melding vanuit opdrachtgever Sligro dat u op maandag 24 september jongstleden tijdens de werkzaamheden bij Sligro [plaats] mobiel heeft getelefoneerd dit in strijd met de reglementen van Sligro en onze eigen bedrijfsregels. Ik heb u voorgehouden dat door meerdere collega’s – die door mij deze week zijn gevraagd een verklaring op te stellen – is bevestigd dat u tijdens het werk regelmatig staat te bellen, zo aak (ook, hof) afgelopen maandag. Ik heb u ook geconfronteerd met het feit dat Sligro u de toegang tot haar panden heeft ontzegd. Hierdoor bent u voor niet meer inzetbaar voor Sligro. Sligro dreigt zelfs de opdracht aan ons in te trekken. U heeft tegenover mij ontkent dat er sprake is geweest van genoemd gedrag en heeft op geen enkele wijze blijk gegeven van inzicht in de ernst van de situatie en uw rol daarin. Een en ander is onaanvaardbaar en maakt het onmogelijk het dienstverband te laten voortduren. Ik heb u dan ook tijdens het gesprek van vandaag met onmiddellijke ingang ontslag op staande voet aangezegd. (…).” Bij brief van 1 oktober 2012 heeft de gemachtigde van [appellant], T. Deckwitz, voornoemd ontslag vernietigd. [appellant] heeft zich bereid verklaard zijn werkzaamheden direct te hervatten en Imago verzocht hem daartoe in de gelegenheid te stellen. [appellant] heeft doorbetaling van loon gevorderd. 3.2. Bij inleidende dagvaarding van 11 maart 2013 heeft [appellant] de onderhavige procedure aanhangig gemaakt. [appellant] heeft - kort samengevat – gesteld dat er geen dringende reden aan het ontslag ten grondslag ligt, dat de reden voor zijn ontslag niet opweegt tegen zijn belang bij handhaving van de arbeidsovereenkomst en dat het ontslag niet onverwijld is gegeven. [appellant] heeft gevorderd Imago te veroordelen: -tot betaling van het achterstallige salaris vanaf 28 september 2012, op basis van € 2.346,96 bruto per maand exclusief 8% vakantiegeld, te vermeerderen met de wettelijke verhoging als bedoeld in artikel 7:625 BW en de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over zowel het salaris, het vakantiegeld als de wettelijke verhoging, vanaf iedere vervaldag tot en met de dag der algehele voldoening; -tot doorbetaling van het tussen partijen overeengekomen bruto maandloon ad € 2.346,96 exclusief 8% vakantiegeld tot het moment waarop de arbeidsovereenkomst tussen partijen op rechtsgeldige wijze zal zijn beëindigd; - tot tewerkstelling van [appellant] voor de contractueel overeengekomen uren; - tot betaling van de nakosten ad in totaal € 221 en de proceskosten. 3.2.1. Bij vonnis van 5 september 2013 heeft de kantonrechter Imago toegelaten te bewijzen dat [appellant] op 24 september 2012 in strijd met het bij Imago geldend ‘reglement mobiele telefoon’ buiten de pauze om gebruik heeft gemaakt van zijn mobiele telefoon. 3.2.2. Bij vonnis van 27 maart 2014 heeft de kantonrechter geoordeeld dat Imago in het bewijs is geslaagd en het ontslag op staande voet van [appellant] rechtsgeldig is. De vorderingen van [appellant] zijn afgewezen. De kantonrechter heeft daartoe - kort samengevat - overwogen, r.o.2.2., dat op grond van de getuigenverklaringen voldoende vaststaat dat op het werk bij Sligro de gebruikelijke ochtendpauze van een kwartier tussen 9.00 en 9.30 uur genomen diende te worden en de volgende pauze om 12.00 was en voorts dat [appellant] buiten de pauzes heeft gebeld; dat [appellant], r.o. 2.3., eerder was gewaarschuwd voor zijn belgedrag; en dat, het standpunt van [appellant] dat hij op 24 september 2012 voor zijn werk heeft gebeld, nog daar gelaten dat [appellant] dit standpunt eerst bij conclusie na enquête heeft ingenomen, moet worden verworpen. Uit de omstandigheden dat [appellant] buiten de pauzes telefonerend is aangetroffen in de auto buiten het bedrijfspand, moet worden afgeleid dat hij geen gesprek ten behoeve van het werk aan het voeren was. Voorts had [appellant] moeten begrijpen dat telefoongesprekken minst genomen tot een minimum dienden te worden beperkt, r.o. 2.5. Het ontslag moet als onverwijld worden aangemerkt, r.o. 2.7. 3.2.3. Bij beschikking van 22 september 2014 heeft de rechtbank Oost-Brabant, kanton ’s-Hertogenbosch, de arbeidsovereenkomst tussen Imago en [appellant] met ingang van 15 oktober 2014 ontbonden, voor zover er nog een arbeidsovereenkomst tussen partijen bestaat. Aan [appellant] is geen vergoeding toegekend. 3.3. In hoger beroep heeft [appellant] zeven grieven gericht tegen het vonnis van 27 maart 2014 en geconcludeerd tot vernietiging van dat vonnis. [appellant] heeft gevorderd dat, opnieuw recht doende, zijn vorderingen als ingesteld bij inleidende dagvaarding worden toegewezen, met veroordeling van Imago in de kosten van beide instanties, met nakosten. 3.3.1. Grief 1 en grief 2 (deels) zijn gericht tegen de bewijswaardering van de kantonrechter in r.o. 2.2. [appellant] betoogt dat hij op 24 september 2012 de leiding had en dat het aan de leidinggevende was om de pauzes vast te stellen. De pauzes waren, ook op 24 september 2012 van 9.30-9.45 uur. Ook al zou de pauze doorgaans om 9.00-9.30 uur zijn dan neemt dat nog niet weg dat dat op 24 september 2012 anders was, nu de pauzes van dag tot dag, als vast te stellen door leidinggevende [appellant], konden verschillen. 3.3.2. Imago heeft vier getuigen doen horen, waaronder [medewerker Sligro] en [medewerker imago]. [medewerker Sligro] heeft verklaard dat hij op 24 september 2012, naar hij denkt rond 10:30, 11.00 uur [appellant] in een bus van Imago heeft aangetroffen en dat [appellant] in die auto met zijn telefoon bezig was. “Hij zat in te toetsen.” Ook verklaart [medewerker Sligro] “Verder trof ik hem in de auto aan op een moment dat eigenlijk tussen de gebruikelijke ochtend pauze en de middagpauze in ligt. De gebruikelijke ochtend pauze is van 09.00 tot 09:15 uur of van 09:15 tot 09:30 uur. [appellant] is ook meteen uit de bus gestapt en weer aan het werk gegaan.” [medewerker imago] heeft als getuige verklaard dat hij op 24 september 2012 samen met [appellant] bij Sligro in [plaats] heeft gewerkt en voorts “Wij hebben altijd een kwartier pauze tussen 09:00 uur en 09:30 uur. Soms gaan we om 09:00uur, soms om 09:15 uur. Dat hangt ervan af hoe druk het is. (…) Op 24 september 2012 hebben we de pauze ook tussen 09:00 uur en 09:30 uur genomen. De volgende pauze was om 12:00 uur. De heer [appellant] was tussen de pauzes altijd vaak weg van het werk. Dan ging hij bellen. Dat weet ik omdat dan zijn telefoon af ging en dan ging hij weg. Op 24 september heeft de heer [appellant] ook buiten de pauzes gebeld.” 3.3.3. Naar het oordeel van het hof is - wat er ook zij van de exacte tijden waarop de pauzes werden gehouden (tussen 9.00 en 9.30 zoals Imago stelt of tussen 9.30 en 9.45 zoals [appellant] stelt) en ongeacht of de pauzetijden op schrift zijn gesteld - op grond van de getuigenverklaringen van [medewerker Sligro] en [medewerker imago], in onderling verband beschouwd, voldoende komen vast te staan dat [appellant] buiten de pauzes om gebruik heeft gemaakt van zijn mobiele telefoon. De enkele verklaring van [appellant], als getuige in contra enquête, dat de pauze tussen 9.30 en 9.45 was en dat hij op 24 september 2012 van 9.30 uur tot 9.45 uur in de auto heeft zitten bellen en roken - het moment waarop volgens [appellant] [medewerker Sligro] bij de auto langs kwam - en dat hij die ochtend niet nog een keer in de auto heeft zitten bellen, maakt dat niet anders. Ook niet wanneer er met [appellant] vanuit moet worden gegaan dat hij die dag (24 september 2012) de leiding over de bij Sligro werkzame personeelsleden van Imago had en hij als leidinggevende de pauzetijden mocht bepalen en, naar het hof begrijpt, had bepaald dat de ochtendpauze die dag van 9.30-9.45 was. [medewerker Sligro] weet weliswaar niet meer precies op welk tijdstip hij [appellant] in de bus van Imago heeft aangetroffen, terwijl [appellant] met zijn telefoon bezig was, maar het verschil tussen de door [appellant] genoemde tijd van 9.30-9.45 en de door [medewerker Sligro] genoemde tijd van 10.30-11.00 is dermate groot dat niet aannemelijk is dat [medewerker Sligro] zich zodanig heeft vergist dat het in werkelijkheid 9.30-9.45 was toen hij [appellant] aantrof. Mede in het licht van de op 25 september 2012, dus slechts één dag na de in geding zijnde datum, door [medewerker Sligro] aan [medewerker Sligro], van Sligro, (hiervoor onder 3.1.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.