GERECHTSHOF 's-HERTOGENBOSCH Afdeling civiel recht Uitspraak: 23 april 2015 Zaaknummer: F 200.155.361/01 Zaaknummer eerste aanleg: C/02/272494 FA RK 13-6778 in de zaak in hoger beroep van: [de moeder] , wonende te [woonplaats], appellante, hierna te noemen: de moeder, advocaat: mr. J.L. Crutzen, tegen [de vader] , wonende te [woonplaats] (Duitsland), verweerder, hierna te noemen: de vader. In zijn hoedanigheid als omschreven in artikel 810 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering is in de procedure gekend: de Raad voor de Kinderbescherming, vestiging: Breda, hierna te noemen: de raad. 1Het geding in eerste aanleg Het hof verwijst naar de beschikking van de rechtbank Zeeland-West-Brabant, locatie Breda, van 6 juni 2014. 2Het geding in hoger beroep 2.1. Bij beroepschrift met producties, ingekomen ter griffie op 3 september 2014, heeft de moeder verzocht voormelde beschikking te vernietigen en, opnieuw rechtdoende, haar alleen te belasten met het gezag over nader te noemen minderjarige kinderen en de omgangsregeling te beëindigen. 2.2. Binnen de daarvoor gestelde termijn is van de zijde van de vader geen verweerschrift ingekomen. 2.3. De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 19 maart 2015. Bij die gelegenheid zijn gehoord: - de moeder, bijgestaan door mr. Crutzen; - de vader; - de raad, vertegenwoordigd door mevrouw [vertegenwoordiger raad]. Als informant is ter terechtzitting gehoord mevrouw [voormalig medewerker van Stichting Bureau Jeugdzorg], voormalig medewerker van Stichting Bureau Jeugdzorg te [vestigingsplaats], afdeling KANZ. 2.3.2. Het hof heeft de hierna te noemen minderjarigen [kind 1] en [kind 2] in de gelegenheid gesteld hun mening kenbaar te maken. Zij hebben hiervan gebruik gemaakt door het hof, elk afzonderlijk, een brief te sturen, welke brieven ter griffie zijn ingekomen op 26 januari 2015. Ter zitting heeft de voorzitter de inhoud van die brieven zakelijk weergegeven, waarna alle aanwezigen de gelegenheid hebben gekregen daarop te reageren. 2.4. Het hof heeft voorts kennisgenomen van de inhoud van het door de advocaat van moeder op 26 februari 2015 ingediende V8-formulier, waarin hij verzoekt om mevrouw [voormalig medewerker van Stichting Bureau Jeugdzorg] toe te laten tot de terechtzitting. 3De beoordeling 3.1. Partijen zijn op 24 juli 1998 met elkaar gehuwd. Uit het huwelijk van partijen zijn geboren: - [kind 1] (hierna: [kind 1]), op [geboortedatum] 2000 te [geboorteplaats]; - [kind 2] (hierna: [kind 2]), op [geboortedatum] 2002 te [geboorteplaats]; en - [kind 3] (hierna: [kind 3]), op [geboortedatum] 2004 te [geboorteplaats]. 3.2. Bij beschikking van 6 oktober 2010 heeft de rechtbank Maastricht tussen partijen de echtscheiding uitgesproken, welke beschikking op 2 november 2010 is ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand. 3.3. Partijen oefenen gezamenlijk het ouderlijk gezag over de kinderen uit. De kinderen hebben het hoofdverblijf bij de moeder. Bij beschikking van 20 maart 2013 heeft de rechtbank Limburg, locatie Maastricht, bepaald (nadat partijen aldus waren overeengekomen) dat de vader in het kader van de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken een begeleide bezoekregeling met de kinderen heeft, die erin bestaat dat de vader de kinderen maandelijks op de tweede zaterdag van de maand van 13.00 uur tot 17.00 uur ontmoet en dat de hij iedere vierde zaterdag van de maand rond 19.00 uur telefonisch of per videochat contact heeft met de kinderen. 3.4. Bij inleidend verzoek heeft de moeder verzocht dat de rechtbank haar alleen met het gezag zal belasten en dat de omgangsregeling tussen de vader en de kinderen zal worden beëindigd. Bij de bestreden beschikking heeft de rechtbank beide verzoeken afgewezen. 3.5. De moeder kan zich met deze beslissing niet verenigen en zij is hiervan in hoger beroep gekomen. De moeder voert in haar beroepschrift - kort samengevat - (met betrekking tot de gezagskwestie) het volgende aan. De moeder is van mening dat het gevaar bestaat dat de kinderen klem of verloren raken tussen beide ouders. Gedurende langere tijd heeft de vader geen invulling aan het ouderlijk gezag kunnen of willen geven en er is sprake van een moeizaam verlopende omgangsregeling, die zijn weerslag heeft op de kinderen. Sinds de zitting in eerste aanleg is er geen enkel contact meer geweest tussen partijen en ook heeft er geen contact meer plaatsgevonden tussen vader en de kinderen. De moeder voert aan dat de vader zelden of nooit bereikbaar is voor de vrouw; ook niet wanneer de vrouw de toestemming van de vader nodig heeft voor bijvoorbeeld medische behandeling van een van de kinderen of voor schoolaangelegenheden. De vader komt zijn afspraken niet na en blijft de kinderen belasten met uitspraken over de moeder. De vader is op geen enkele wijze betrokken bij de opvoeding en verzorging van de kinderen. De vader is een keer in kennelijke staat verschenen voor de omgang; de moeder verdenkt de vader nog altijd van alcoholmisbruik, daarnaast rijdt de vader auto ondanks een rijontzegging. Met betrekking tot de contactregeling, voert de moeder - kort samengevat - aan dat het verloop van de regeling aantoont dat de vader kennelijk ongeschikt of kennelijk niet in staat is tot het nakomen van een contact-/omgangsregeling. De huidige omgang is in strijd met zwaarwegende belangen van de kinderen, omdat zij onnodig emotioneel belast worden door de gang van zaken rond de contactregeling. Wanneer de regeling beëindigd wordt, ontstaat er rust voor de kinderen omdat er dan voor de kinderen geen vaste dagen en tijdstippen meer zijn waarop zij erop rekenen van vader te horen. De moeder wil weliswaar beëindiging van de huidige contactregeling, maar zij merkt tevens op dat dat niet betekent dat zij - als de vader in de toekomst te kennen geeft de kinderen te willen zien of spreken - hieraan niet zal meewerken. 3.6. De vader heeft ter terechtzitting mondeling verweer gevoerd en heeft - kort samengevat - naar voren gebracht dat hij de kinderen sinds oktober 2013 niet meer heeft gezien, maar dat hij dat wel heel graag wil. Hij wil graag eens per maand op een vast tijdstip omgang met de kinderen en telefonisch contact via een telefoonnummer dat niet het nummer van de moeder is. De vader heeft ten aanzien van het verzoek tot eenhoofdig gezag van de moeder uitgesproken dat hij bang is dat hij alsdan de kinderen helemaal niet meer kan ontmoeten. 3.7. Het hof overweegt het volgende. Gezag 3.7.1. Het hof stelt vast dat de moeder en de vader na de echtscheiding gezamenlijk het ouderlijk gezag over de kinderen zijn blijven uitoefenen. 3.7.2. Ingevolge artikel 1:253n van het Burgerlijk Wetboek (BW) kan de rechter op verzoek van de niet met elkaar gehuwde ouders of een van hen het gezamenlijk gezag beëindigen indien nadien de omstandigheden zijn gewijzigd of bij het nemen van de beslissing van onjuiste of onvolledige gegevens is uitgegaan. De rechter bepaalt dat het gezag over een kind aan één ouder toekomt indien
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.