GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH Afdeling civiel recht zaaknummer HD 200.137.578/01 arrest van 19 mei 2015 in de zaak van [appellant] , wonende te [woonplaats] , appellant, hierna aan te duiden als [appellant] , advocaat: mr. H.M.J. Offermans te Roermond, tegen [Tankstation] Tankstation B.V., gevestigd te [vestigingsplaats] , geïntimeerde, hierna aan te duiden als [geïntimeerde] , advocaat: mr. J.M. Pals te Roermond, op het bij exploot van dagvaarding van 6 november 2013 ingeleide hoger beroep van het vonnis van de kantonrechter van de rechtbank Limburg, zittingsplaats Roermond van 7 augustus 2013, gewezen tussen [appellant] als eiser en [geïntimeerde] als gedaagde. 1Het geding in eerste aanleg (zaaknr. 360607/CV EXPL 12-6457) Voor het geding in eerste aanleg verwijst het hof naar voormeld vonnis. 2Het geding in hoger beroep Het verloop van de procedure blijkt uit: de dagvaarding in hoger beroep; de memorie van grieven met 31 producties en eiswijziging; de memorie van antwoord; de akte van [appellant] van 8 april 2014 met één productie; de antwoordakte van [geïntimeerde] van 6 mei
- Het hof heeft daarna een datum voor arrest bepaald. Het hof doet recht op bovenvermelde stukken en de stukken van de eerste aanleg. 3De beoordeling 3.
- Het hof heeft geconstateerd dat het overgelegde procesdossier van de eerste aanleg niet compleet is. De conclusie van antwoord met producties, de conclusie van repliek met producties en de conclusie van dupliek met producties ontbreken in het dossier. Op grond van artikel 3.1 van het ‘Procesreglement per 1 januari 2013 voor de pilot civiele dagvaardingszaken bij het gerechtshof ’s-Hertogenbosch’ is het aan de appellant om tegelijkertijd met de indiening van de zaak bij de griffie van het hof een volledig procesdossier in eerste aanleg te overleggen. Het hof heeft mr. Offermans bij e-mailberichten van 19 februari 2015 en 12 maart 2015 verzocht om de ontbrekende stukken alsnog in het geding te brengen. Tot op heden heeft het hof de ontbrekende stukken evenwel nog niet ontvangen. Het hof zal [appellant] nogmaals in de gelegenheid stellen om bij akte de conclusie van antwoord met producties, de conclusie van repliek met producties en de conclusie van dupliek met producties in het geding te brengen. Het hof wijst daarbij op artikel 34 Rv. Indien [appellant] zonder gewichtige redenen niet aan het voorgaande voldoet, kan het hof daaruit de gevolgtrekking maken die hij geraden acht. 3.
- Ieder verdere beslissing zal worden aangehouden. 4De uitspraak Het hof: verwijst de zaak naar de rol van 2 juni 2015 voor akte aan de zijde van [appellant] met het hiervoor onder 3.1 omschreven doel; houdt iedere verdere beslissing aan. Dit arrest is gewezen door mrs. M.J.H.A. Venner-Lijten, Y.L.L.A.M. Delfos-Roy en R.J.M. Cremers en is in het openbaar uitgesproken door de rolraadsheer op 19 mei
- griffier rolraadsheer