GERECHTSHOF 's-HERTOGENBOSCH Afdeling civiel recht Uitspraak: 10 september 2015 Zaaknummer: F 200.155.587/01 Zaaknummer eerste aanleg: C/01/270998/ FA RK 13/6101 in de zaak in hoger beroep van: [de vader] , wonende te [woonplaats 1] , appellant, hierna te noemen: de vader, advocaat: mr. E.M.A. Leijser, tegen [de moeder] , wonende te [woonplaats 2] , verweerster, hierna te noemen: de moeder, advocaat: mr. K.B. Spoelstra. Als belanghebbende wordt aangemerkt: - drs. mevrouw [curator] in haar hoedanigheid van bijzondere curator van de minderjarige [het kind] , kantoorhoudende te [woonplaats 1] , hierna te noemen: de bijzondere curator, In zijn hoedanigheid als omschreven in artikel 810 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering is in de procedure gekend: - de Raad voor de Kinderbescherming, vestiging: ’s-Hertogenbosch, hierna te noemen: de raad. 5De tussenbeschikking van 2 april 2015 Bij die beschikking heeft het hof drs. [curator] , p/a [handelsnaam] , [adres] , [postcode] [woonplaats 1] , tot bijzondere curator benoemd ten behoeve van de belangenbehartiging van de minderjarige [het kind] , met een taakomschrijving als beschreven onder rechtsoverweging 3.
- van deze tussenbeschikking en iedere verdere beslissing aangehouden. 6Het verdere verloop van het geding in hoger beroep 6.
- Het hof heeft kennisgenomen van de inhoud van: - het rapport van de bijzondere curator d.d. 19 juni 2015; - het V-formulier d.d. 15 juli 2015 met één bijlage van advocaat van de moeder; - het V-formulier d.d. 20 juli 2015 van de advocaat van de vader; Voor de volledigheid merkt het hof op dat de door beide partijen ter zitting van 19 maart 2015 overlegde pleitnota’s eveneens onderdeel uitmaken van het dossier. 6.
- Partijen hebben beiden de hen geboden gelegenheid om te reageren op het rapport van de bijzondere curator benut. De moeder heeft verzocht om nog in de gelegenheid te worden gesteld om te reageren op de reactie van de vader op het rapport van de bijzondere curator onder aanhouding van de zaak. Het hof gaat hieraan voorbij, nu een “nieuwe” schriftelijke ronde in dit stadium van de procedure niet meer aan de orde is. Nu partijen niet om voortzetting van de zitting hebben verzocht en het hof daartoe ook geen aanleiding ziet, zal het hof de zaak op de stukken afdoen. 7De verdere beoordeling 7.
- Partijen hebben ten overstaan van de bijzondere curator met elkaar meerdere afspraken gemaakt met als doel [het kind] een veilige basis te bieden. Deze afspraken zijn uitgewerkt in het verslag van de bijzondere curator onder punt 8.
- De onder punt 8.7 gemaakte afspraken vallen buiten het bestek van de onderhavige procedure en zullen dan ook niet in deze beschikking worden opgenomen. Dit laat echter onverlet dat deze afspraken partijen wel binden. 7.2.
- Hetgeen partijen verdeeld is blijven houden is op welke wijze de verdeling van zorg- en opvoedingstaken met betrekking tot [het kind] dient te worden vastgesteld gedurende het voetbalseizoen, in het geval [het kind] kan deelnemen aan voetbalwedstrijden op (weekend-)dagen die samenvallen met de weekenddagen waarop [het kind] conform de beschikking van 16 december 2010 bij zijn moeder verblijft. 7.2.
- De bijzondere curator heeft in haar rapportage geadviseerd om te bepalen dat [het kind] in principe om de week naar zijn moeder gaat, wat betekent dat hij in dat weekend niet voetbalt, waarbij een uitzondering wordt gemaakt voor kampioenswedstrijden; de moeder heeft aangegeven dat zij dan graag wil komen kijken. De bijzondere curator heeft daarbij aangegeven dat deze afspraak zou moeten gelden tot het moment dat [het kind] de basisschool verlaat. Op dat moment zou er een heroverweging van deze afspraak moeten plaatsvinden. 7.2.
- De moeder heeft het hof medegedeeld dat het tussen partijen bestaande geschil haars inziens conform het advies van de bijzondere curator kan worden afgedaan. De moeder benadrukt dat zij bereid blijft om een uitzondering te maken in het geval dat [het kind] een kampioenwedstrijd speelt in het weekend waarin omgang tussen de moeder en [het kind] geagendeerd staat. 7.2.
- Vervolgens heeft de vader het hof laten weten dat hij zich neer kan leggen bij het advies van de bijzondere curator en met name de uitvoering van de andere afspraken aandacht te geven en zijn medewerking daaraan te verlenen. De vader verzoekt het advies van de bijzondere curator over te nemen in deze door het hof te geven beschikking. 7.3.
- Het hof overweegt als volgt. Ingevolge artikel 1:253a lid 1 van het Burgerlijk Wetboek (BW) kunnen geschillen omtrent de gezamenlijke uitoefening van het ouderlijk gezag aan de rechter worden voorgelegd. De rechter neemt een zodanige beslissing als hem in het belang van het kind wenselijk voorkomt. 7.3.
- Het hof is van oordeel – temeer nu beide ouders hebben aangegeven zich hiermee te kunnen verenigen/ c.q. zich er bij neer te leggen – dat het meest aan de belangen van [het kind] tegemoet wordt gekomen indien het advies van de bijzondere curator wordt gevolgd, inhoudende dat [het kind] één weekend in de veertien dagen bij zijn de moeder verblijft, ook indien tot gevolg heeft dat [het kind] in die weekenden niet kan voetballen. 7.3.
- Het hof merkt ten behoeve van partijen op dat deze beslissing in hoger beroep tot gevolg heeft dat de zorgregeling zoals vastgelegd in de beschikking van 16 december 2010 nog steeds leidend is. Zoals door de moeder terecht is opmerkt, sluit het advies van bijzondere curator aan bij de eerder door de rechtbank vastgestelde zorgregeling in de weekenden, zodat deze regeling op zichzelf geen wijziging behoeft. Het hof zal de beschikking van de rechtbank wel aanvullen met de bepaling dat indien [het kind] een kampioenwedstrijd heeft in het weekend dat hij bij moeder verblijft, dit weekend ingaat na het einde van die wedstrijd. 7.3.
- Beide ouders hebben laten zien dat zij hun eigen belangen terzijde kunnen schuiven voor hun zoon en het hof vertrouwt erop dat de ouders in de toekomst op dezelfde verantwoorde wijze invulling zullen blijven geven aan hun ouderschap. Het hof gaat er dan ook van uit dat de ouders in goed onderling overleg waar nodig tot aanpassing van de zorgregeling zullen komen en de gemaakte afspraken zullen heroverwegen zodra [het kind] naar de middelbare school gaat. 7.3.
- Op grond van het vorenstaande zal het hof de bestreden beschikking bekrachtigen en aanvullen zoals hierna weergegeven. 7.3.
- Ten aanzien van de opdracht die het hof aan de bijzondere curator heeft verstrekt, stelt het hof vast dat die is vervuld, met volledige medewerking van beide ouders, zodat haar taak als volbracht dient te worden beschouwd. Proceskosten 7.
- Gelet op de familierechtelijke aard van deze procedure zal het hof de proceskosten tussen partijen compenseren. 8De beslissing Het hof: bekrachtigt de bestreden beschikking met dien verstande dat indien [het kind] een kampioenwedstrijd heeft in het weekend dat hij bij moeder verblijft, dit weekend ingaat na het einde van die wedstrijd; compenseert de proceskosten van dit hoger beroep tussen partijen; wijst af het meer of anders verzochte. Deze beschikking is gegeven door mrs. J.H.J.M. Mertens-Steeghs, C.A.R.M. van Leuven en M.K. de Menthon Bake en in het openbaar uitgesproken op 10 september 2015.