GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH Afdeling civiel recht zaaknummer HD 200.165.702/01 arrest van 6 oktober 2015 gewezen in het incident tot voeging in de zaak van [appellant] , wonende te [woonplaats] , appellant in de hoofdzaak, verweerder in het incident, advocaat: mr. P.W.H.M. Dijkmans te Bladel, tegen 1 [holding] Holding B.V.,gevestigd te [vestigingsplaats] ,
- [geïntimeerde 2] ,wonende te [woonplaats] ,
- [geïntimeerde 3] ,wonende te [woonplaats] , geïntimeerden in de hoofdzaak, eisers in het incident, advocaat: mr. N.H.A. Kampschreur te Eindhoven, op het bij exploot van dagvaarding van 17 februari 2015 ingeleide hoger beroep van het door de rechtbank Oost-Brabant gewezen vonnissen van 9 juli 2014 en 19 november 2014 tussen appellant – [appellant] – als eiser en geïntimeerden – [geïntimeerden c.s.] – als gedaagden. 1Het geding in eerste aanleg (zaaknr. C/01/276513 / HAZA 14-239) Voor het geding in eerste aanleg verwijst het hof naar voormeld vonnissen. 2Het geding in hoger beroep Het verloop van de procedure blijkt uit: de dagvaarding in hoger beroep; het exploot van anticipatie van 2 maart 2015; de memorie van grieven met producties; de memorie van antwoord met producties alsmede memorie in het incident tot voeging; de antwoordmemorie in het incident tot voeging. Appellant heeft daarna pleidooi gevraagd. 3De beoordeling In het incident 3.
- In voormelde appeldagvaarding heeft [appellant] geconcludeerd tot vernietiging van het vonnis waarvan beroep alsmede – voor zoveel nodig – alle daaraan voorafgaande mondelinge en schriftelijke tussenvonnissen en, opnieuw rechtdoende, de vorderingen van [appellant] alsnog toe te wijzen en [geïntimeerden c.s.] te veroordelen in de proceskosten van beide instanties. 3.
- Ter rolle van 28 juli 2015 heeft [geïntimeerden c.s.] onder meer een incidentele conclusie tot voeging genomen van de onderhavige zaak met de eveneens bij het hof (onder zaaknummer HD 200.165.840/01) aanhangige zaak tussen [appellant] als appellant en [geintimeerde 1 onder zaaknummer HD 200 165 840_01] , [geintimeerde 2 onder zaaknummer HD 200 165 840_01] en [geintimeerde 3 onder zaaknummer HD 200 165 840_01] (hierna: [geintimeerden c.s. onder zaaknummer HD 200 165 840_01] ) als geïntimeerden. 3.
- [geïntimeerden c.s.] voert ter onderbouwing van het verzoek aan dat [appellant] in de inleidende dagvaarding in eerste aanleg direct een incidentele vordering tot voeging heeft ingediend, stellende dat de zaak tegen [geïntimeerden c.s.] betrekking heeft op hetzelfde onderwerp als, althans verknocht is met, de reeds bij de rechtbank aanhangige zaak tussen [appellant] en [geintimeerden c.s. onder zaaknummer HD 200 165 840_01] . [geïntimeerden c.s.] meent dat op basis van de door [appellant] in eerste aanleg genoemde omstandigheden, alsmede op basis van het eindvonnis in de gevoegde procedures, dat ook in hoger beroep voeging dient plaats te vinden. [geïntimeerden c.s.] meent dat voeging zeer gewenst is en daarnaast dat zulks om proceseconomische reden is geboden. 3.
- Bij memorie van antwoord in het incident heeft [appellant] zich gerefereerd aan het oordeel van het hof. 3.
- Gelet op het bepaalde in artikel 353 lid 1 Rv in verbinding met artikel 222 Rv kan de gevraagde voeging worden bevolen, nu de hiervoor genoemde zaken met elkaar verknocht zijn. 3.
- Het hof zal de beslissing over de kosten van het incident aanhouden tot de einduitspraak. In de hoofdzaak 3.
- De zaak wordt naar de rol verwezen tot de zaak met zaaknummer HD 200.165.840/01 voor beraad op de rol staat. Alsdan zullen verhinderdata van partijen worden gevraagd nu in onderhavige zaak door [appellant] pleidooi is verzocht. 4De beslissing Het hof: in het incident: beveelt de voeging van onderhavige zaak (zaaknummer HD 200.165.702/01) met de bij het hof aanhangige zaak met zaaknummer HD 200.165.840/01 tussen [appellant] als appellant en [geintimeerden c.s. onder zaaknummer HD 200 165 840_01] als gedaagden; in de hoofdzaak: verwijst de zaak naar de rol totdat in de zaak met zaaknummer HD 200.165.840/01 voor beraad op de rol staat, alsdan dienen partijen opgave te doen van verhinderdata; in het incident en de hoofdzaak: houdt iedere verdere beslissing aan. Dit arrest is gewezen door mrs. S.M.A.M. Venhuizen, C.N.M. Antens en M.G.W.M. Stienissen en is in het openbaar uitgesproken door de rolraadsheer op 6 oktober
- griffier rolraadsheer