Afdeling strafrecht Parketnummer : 20-002904-14 Uitspraak : 29 oktober 2015 TEGENSPRAAK Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof 's-Hertogenbosch gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Limburg, zittingsplaats Roermond, van 23 september 2014 in de in eerste aanleg gevoegde strafzaken, parketnummers 03-109044-14 en 03-126424-14, tegen [verdachte] , geboren te [geboorteplaats] [in het jaar] 1982, wonende te [adres 1] . Hoger beroep De verdachte heeft tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld. Onderzoek van de zaak Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep. Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht. De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het vonnis van de rechter in eerste aanleg zal vernietigen en, opnieuw rechtdoende, verdachte zal vrijspreken van hetgeen hem onder parketnummer 03-109044-14 primair is ten laste gelegd en zal bewezen verklaren hetgeen aan verdachte onder parketnummer 03-109044-14 subsidiair en onder parketnummer 03-126424-14 is ten laste gelegd en de verdachte zal veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van 2 weken, geheel voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaren, en een taakstraf van 40 uren, subsidiair 20 dagen hechtenis. Ten aanzien van de vordering van de benadeelde partij heeft de advocaat-generaal gevorderd als hierna te melden. Door de verdediging is vrijspraak bepleit voor hetgeen onder parketnummer 03-109044-14 ten laste is gelegd. Indien het hof wel tot een veroordeling komt voor dat feit, heeft de verdediging zich voor wat betreft de strafoplegging aangesloten bij de vordering van de advocaat-generaal en zich ten aanzien van de vordering van de benadeelde partij gerefereerd aan het oordeel van het hof. Vonnis waarvan beroep Het beroepen vonnis zal worden vernietigd omdat de politierechter heeft volstaan met aantekening van de uitspraak op een aan het dubbel van de dagvaarding gehecht stuk, maar het hof gebonden is aan het motiveringsvoorschrift van artikel 359 van het Wetboek van Strafvordering. Tenlastelegging Aan verdachte is ten laste gelegd dat: parketnummer 03-109044-14: hij op of omstreeks 1 januari 2013 in de gemeente Venlo ter uitvoering van het door hem voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk brand te stichten in een woning (gelegen aan de [adres 2] ), terwijl daarvan gemeen gevaar voor de inboedel en/of vloer en/of ruit, in elk geval gemeen gevaar voor goederen en/of levensgevaar en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor zich in die woning bevindende personen, in elk geval levensgevaar en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander te duchten was, met dat opzet met zijn mededader(s), althans alleen, vuurpijlen heeft afgestoken tegen de ruit van de woonkamer en/of de voorkant van de woning en/of een rotje door de brievenbus naar binnen heeft gegooid, waardoor deze knalde en er een steekvlam ontstond, in elk geval met dat opzet (open) vuur in aanraking heeft gebracht met de inboedel en/of vloer en/of ruit van deze woning, althans met (een) brandbare stof(fen), terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid; subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden: hij op of omstreeks 1 januari 2013 in de gemeente Venlo, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk en wederrechtelijk een ruit (van de woonkamer) en/of de (marmeren) vloer, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde partij] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan hem, verdachte, en/of zijn mededader(s), heeft vernield en/of beschadigd en/of onbruikbaar gemaakt; parketnummer 03-126424-14: hij op of omstreeks 9 juni 2014 te Tegelen, in elk geval in de gemeente Venlo, opzettelijk mishandelend zijn levensgezel, althans een persoon, te weten [slachtoffer] , heeft vastgepakt en/of heeft geknepen en/of heeft geslagen, waardoor deze letsel heeft bekomen en/of pijn heeft ondervonden. Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten of omissies voorkomen, zijn deze verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging. Vrijspraak parketnummer 03-109044-14 primair Het hof heeft uit het onderzoek ter terechtzitting niet door de inhoud van wettige bewijsmiddelen de overtuiging bekomen dat verdachte het in de zaak met parketnummer 03-109044-14 primair tenlastegelegde heeft begaan, zodat verdachte daarvan zal worden vrijgesproken. Het hof is met de advocaat-generaal en de raadsman van oordeel dat niet kan worden vastgesteld dat door het handelen van verdachte brand in de woning aan de [adres 2] te Venlo te duchten is geweest. Bewezenverklaring Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het in de zaak met parketnummer 03-109044-14 subsidiair en in de zaak met parketnummer 03-126424-14 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande, dat: parketnummer 03-109044-14 hij op 1 januari 2013 in de gemeente Venlo tezamen en in vereniging met een ander of anderen opzettelijk en wederrechtelijk een ruit (van de woonkamer), toebehorende aan [benadeelde partij] , heeft vernield. parketnummer 03-126424-14 hij op 9 juni 2014 te Tegelen opzettelijk mishandelend zijn levensgezel [slachtoffer] heeft geslagen, waardoor deze pijn heeft ondervonden. Het hof acht niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard, zodat deze daarvan behoort te worden vrijgesproken. Door het hof gebruikte bewijsmiddelen Indien tegen dit verkorte arrest beroep in cassatie wordt ingesteld, worden de door het hof gebruikte bewijsmiddelen die redengevend zijn voor de bewezenverklaring opgenomen in een aanvulling op het verkorte arrest. Deze aanvulling wordt dan aan het verkorte arrest gehecht. Bijzondere overwegingen omtrent het bewijs De beslissing dat het bewezen verklaarde door de verdachte is begaan, berust op de feiten en omstandigheden als vervat in de hierboven bedoelde bewijsmiddelen in onderlinge samenhang beschouwd. Elk bewijsmiddel wordt - ook in zijn onderdelen - slechts gebruikt tot bewijs van dat bewezen verklaarde feit, of die bewezen verklaarde feiten, waarop het, blijkens zijn inhoud, betrekking heeft. Door de verdediging is vrijspraak bepleit voor hetgeen onder parketnummer 03-109044-14 ten laste is gelegd. Daartoe is aangevoerd dat verdachte niet degene is geweest die het rotje door de brievenbus heeft gedeponeerd en dat er verklaringen zijn dat maar één persoon de vuurpijlen zou hebben afgestoken. Uit het feitencomplex kan volgens de verdediging niet geconcludeerd worden dat deze persoon verdachte is geweest. Het hof overweegt als volgt. Medeplegen veronderstelt een bewuste en nauwe samenwerking tussen de verdachte en de medeverdachte(n), welke samenwerking – in dit geval – moet zijn gericht op het gooien van vuurwerk tegen het raam van de woning van de buren van verdachte. Uit de bewijsmiddelen leidt het hof met betrekking tot de betrokkenheid van de verdachte het volgende af. Aangever [benadeelde partij] heeft verklaard dat hij zag dat er vuurpijlen tegen de grote ruit van zijn woonkamer geschoten werden. Hij zag dat de personen die de pijlen afstaken ongeveer 3 à 4 meter van zijn woonkamerruit af stonden en dat zij opzettelijk (doelbewust en gericht) de vuurpijlen tegen zijn woning aanschoten. Hij zag dat deze personen wisselend op het tuinpad van [adres 1] en voor de woning [adres 1] stonden. Hij zag dat onder andere [medeverdachte] (hof: de broer van verdachte) en verdachte deze vuurpijlen afstaken. Hij zag dat er minimaal 10 vuurpijlen tegen de ruit van zijn woonkamer aan kwamen. Er werd volop vuurwerk voor de woning afgestoken door personen uit deze groep. Hij zag dat al het vuurwerk dat zij afstaken richting zijn woning gegooid dan wel geschoten werd. Zijn echtgenote zag vanuit het slaapkamerraam in hun voortuin op het pad een hele groep mensen staan, onder wie verdachte en zijn broer [medeverdachte] . Zij zag dat deze groep schreeuwde en gebaarde richting hun woning. De [getuige 1] zag dat ongeveer 5 à 6 personen wisselend steeds de woning [adres 1] van [familie verdachte] in liepen. Hij zag dat één van deze personen vuurwerk in de richting van de woning [adres 2] gooide. Hij zag dat hij dit knalvuurwerk opzettelijk en doelbewust in de richting van de ruit van de woonkamer van perceel 21 gooide. Hij zag dat dit vuurwerk in de nabijheid van deze ruit uit elkaar knalde. Hij zag dat deze persoon dit meerdere keren deed. De [getuige 2] zag ongeveer 6 personen in en uit de woning [adres 1] lopen. Zij zag dat enkele van deze personen knalvuurwerk in de richting van de woning [adres 2] gooiden. Zij zag dat deze personen dit vuurwerk doelbewust in de voortuin van perceel 21 gooiden. Zij zag dat een aantal personen (twee of drie) uit deze groep richting de woning van [benadeelde partij] liep en voor deze woning bleven staan. Zij zag dat zij knalvuurwek bleven gooien in de richting van de woning van [benadeelde partij] . Zij zag dat dit knalvuurwerk (mede) voor de ruit van de woonkamer van [benadeelde partij] uit elkaar knalde. Zij zag dat twee manspersonen het paadje van de voortuin van [benadeelde partij] op liepen. Uit de verklaring die verdachte bij de politie heeft afgelegd, blijkt voorts dat die avond, verdachte en zijn vriendin meegerekend, zes volwassenen in de woning van verdachte aanwezig waren. Ter terechtzitting in hoger beroep heeft verdachte verklaard dat hij met nieuwjaar buiten vuurwerk heeft afgestoken. Uit de hiervoor weergegeven bewijsmiddelen, een en ander bezien in onderlinge samenhang, concludeert het hof dat uit het handelen van het groepje personen (onder wie verdachte) dat in de woning van verdachte aanwezig was een zodanige gezamenlijkheid spreekt in het opzet om vuurwerk tegen de woning van buurman [benadeelde partij] te gooien, dat de verdachte zodanig bewust en nauw heeft samengewerkt met zijn medeverdachte(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.