GERECHTSHOF 's-HERTOGENBOSCH Afdeling civiel recht Uitspraak : 12 februari 2015 Zaaknummer : F 200.160.293/01 Zaaknummer 1e aanleg : C/02/286027 JE RK 14-1561 in de zaak in hoger beroep van: [appellant] , thans verblijvende in de accommodatie van gesloten jeugdhulp Almata te [vestigingsplaats], appellant, hierna te noemen: [appellant], advocaat: mr. B.P.A. van Beers, tegen de Raad voor de Kinderbescherming, regio Zuidwest Nederland, locatie Breda, verweerder, hierna te noemen: de raad. Als belanghebbenden worden aangemerkt: - mevrouw [de moeder] (hierna: de moeder); - de heer [de vader] (hierna: de vader); - de Stichting Bureau Jeugdzorg Noord-Brabant (hierna te noemen: de stichting). 1Het geding in eerste aanleg Het hof verwijst naar de beschikking van de rechtbank Zeeland-West-Brabant, zittingsplaats Breda, van 22 oktober 2014, op schrift gesteld op 5 november 2014. 2Het geding in hoger beroep 2.1. Bij beroepschrift met producties, ingekomen ter griffie op 25 november 2014, heeft [appellant] verzocht voormelde beschikking (naar het hof begrijpt: ten aanzien van de verlening van de machtiging tot gesloten plaatsing) te vernietigen en, opnieuw rechtdoende, bij beschikking alsnog het verzoek van de raad als ongegrond en/of onbewezen af te wijzen. 2.2. Bij verweerschrift met producties, ingekomen ter griffie op 22 december 2014, heeft de stichting verzocht het hoger beroep van [appellant] af te wijzen en de beschikking waarvan beroep in stand te laten. 2.3. De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 20 januari 2015. Bij die gelegenheid zijn gehoord: - [appellant], bijgestaan door mr. Van Beers. - de raad, vertegenwoordigd door de heer [vertegenwoordiger raad]; - de stichting, vertegenwoordigd door mevrouw [vertegenwoordiger stichting]; - de moeder. De vader is, hoewel behoorlijk opgeroepen, niet ter zitting verschenen. 3De beoordeling 3.1. Uit de moeder is op [geboortedatum] 1998 te [geboorteplaats] [appellant] geboren. De vader heeft [appellant] erkend. De vader en de moeder oefenen gezamenlijk het ouderlijk gezag over [appellant] uit. 3.2. [appellant] staat sinds 5 augustus 2014 onder toezicht van de stichting. Sinds die datum verblijft hij met een machtiging in de accommodatie van gesloten jeugdhulp Almata te [plaats]. 3.3. Bij de bestreden beschikking heeft de rechtbank, uitvoerbaar bij voorraad, de ondertoezichtstelling van [appellant] verlengd tot 5 augustus 2015 en machtiging verleend aan de stichting om [appellant] met ingang van 28 oktober 2014 tot uiterlijk [datum bereiken 17e levensjaar] 2015 uit huis te plaatsen in een accommodatie van gesloten jeugdhulp. 3.4. [appellant] kan zich met de beslissing tot verlening van de machtiging tot gesloten plaatsing niet verenigen en hij is hiervan in hoger beroep gekomen. 3.5. [appellant] voert in het beroepschrift, zoals aangevuld ter zitting - kort samengevat - aan dat een gesloten plaatsing niet noodzakelijk is, zeker niet voor een periode van zes maanden. Ten tijde van de mondelinge behandeling in eerste aanleg op 22 oktober 2014 was het persoonlijkheidsonderzoek van [appellant] pas kort daarvoor gestart. Er was nog geen behandelplan opgesteld en er was nog geen duidelijkheid over het toekomstperspectief van [appellant]. Ook de gedragswetenschapper heeft overwogen dat, gelet op de positieve ontwikkelingen bij [appellant], de gesloten plaatsing niet langer diende te duren dan strikt noodzakelijk is. Een kortere periode van gesloten plaatsing geeft [appellant] meer perspectief. Het gaat goed met [appellant] in de gesloten instelling. Eenmaal in de veertien dagen logeert hij bij de moeder. [appellant] reist dan zelfstandig. [appellant] wil zo spoedig mogelijk op een zorgboerderij gaan wonen. Het contact met de moeder eenmaal in de veertien dagen in het weekend verloopt goed. 3.6. De raad voert ter zitting - kort samengevat - aan dat [appellant] momenteel een positieve ontwikkeling doormaakt. Plaatsing op een zorgboerderij lijkt voor [appellant] een goed vervolgtraject. [appellant] moet wel nog werken aan zijn emotieregulatie. Op dit moment is er een wachtlijst voor plaatsing op de zorgboerderij. April 2015 is volgens de raad in beginsel een goed moment om in te stromen op de zorgboerderij. 3.7. De stichting voert in het verweerschrift, zoals aangevuld ter zitting - kort samengevat - aan dat de gronden voor een gesloten plaatsing zoals neergelegd in het rapport van de raad worden onderschreven. Het persoonlijkheidsonderzoek van [appellant] is pas gestart, nadat hij binnen Almata tot rust was gekomen. [appellant] is inmiddels onderzocht. Uit de rapportage van het onderzoek blijkt als diagnose dat [appellant] een reactieve hechtingsstoornis heeft. Hij heeft veel behoefte aan structuur en duidelijkheid. Er is geen sprake van een autismespectrumstoornis. Behoudens de diagnose worden door het nieuwe onderzoek de bevindingen van de gedragswetenschapper bevestigd. De medicatie van [appellant] is inmiddels aangepast. Anders dan [appellant] heeft aangevoerd was er ten tijde van de zitting bij de rechtbank wel degelijk een behandelplan opgemaakt. De gezinsvoogd was al aan het inventariseren welke zorgboerderijen geschikt zouden zijn voor [appellant]. Er is inmiddels duidelijkheid over de vraag welke zorgboerderij [appellant] het meest passende aanbod kan doen. Binnenkort vindt er een intakegesprek op die zorgboerderij plaats. Ten tijde van de mondelinge behandeling bij het hof was er nog geen plaats vrij. Er heeft een aantal incidenten plaatsgevonden op Almata. Sinds 15 november 2014 verblijft [appellant] op een nieuwe groep: ‘James Cook’. Hij is daar positief gestart. [appellant] moet nog oefenen met het omgaan met meer vrijheden. Ook dient hij nog verder te werken aan het reguleren van zijn emoties. [appellant] kan erg boos worden. Agressie is voor plaatsing op een zorgboerderij een contra-indicatie. [appellant] moet met name nog leren aanvoelen wanneer er boosheid bij hem opkomt. Het is van belang dat het traject richting de zorgboerderij op een gedegen manier wordt uitgevoerd. 3.8. De moeder heeft ter zitting - kort samengevat - het volgende verklaard. Het gaat momenteel goed met [appellant]. De moeder is wel bevreesd voor een terugval. De moeder vindt het van belang dat de plaatsing van [appellant] op een zorgboerderij op een zorgvuldige wijze wordt voorbereid. De contacten met [appellant] in de tweewekelijkse weekenden verlopen goed. Er zijn wel eens woordenwisselingen, maar die lopen niet uit de hand. 3.9. Het hof overweegt het volgende. 3.9.1. Op grond van artikel 10.5 lid 1 van de met ingang van 1 januari 2015 in werking getreden Jeugdwet (Jw) geldt een verzoek om een machtiging als bedoeld in artikel 29b van de Wet op de jeugdzorg, zo als geldende tot 1 januari 2015 (Wjz) dat is ingediend vóór 1 januari 2015, met ingang van dat tijdstip als een verzoek om een machtiging als bedoeld in artikel 6.1.2 Jw. Op grond van artikel 10.5 lid 2 Jw geldt een machtiging als bedoeld in artikel 29b Wjz die is verleend vóór 1 januari 2015, met ingang van dat tijdstip als een machtiging als bedoeld in artikel 6.1.2 Jw. 3.9.2. Ingevolge artikel 6.1.1 lid 2 Jw is de minderjarige in zaken betrekking hebbende op jeugdhulp als bedoeld in artikel 6.1.2 Jw bekwaam om in rechte op te treden. Op die grond komt aan [appellant] een zelfstandig recht van hoger beroep toe. 3.9.3. Ingevolge het bepaalde in artikel 6.1.2 lid 1 Jw kan de rechter op verzoek een machtiging verlenen om een jeugdige in een gesloten accommodatie te doen opnemen en te doen verblijven. Gelet op artikel 6.1.2 lid 2 Jw staat ter beoordeling of er bij [appellant] sprake is van ernstige opgroei- of opvoedingsproblemen die zijn ontwikkeling naar volwassenheid ernstig belemmeren en de opneming en het verblijf noodzakelijk zijn om te voorkomen dat [appellant] zich aan deze jeugdhulp onttrekt of daaraan door anderen wordt onttrokken. 3.9.4. Een machtiging kan op grond van artikel 6.1.2 lid 3 Jw bovendien slechts worden verleend indien (
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.