GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH Afdeling civiel recht zaaknummer 200.170.352/02 arrest van 22 december 2015 gewezen in het incident ex artikel 843a Rv in de zaak van Technische Handelsonderneming [Handelsonderneming] B.V., gevestigd te [vestigingsplaats] , appellante in de hoofdzaak, eiseres in het incident, advocaat: mr. R.M.A. Lensen te Terneuzen, tegen Gemeente Hattem, gevestigd te Hattem, geïntimeerde in de hoofdzaak, verweerster in het incident, advocaat: mr. W.E.M. Klostermann te Zwolle, op het bij exploot van dagvaarding van 30 oktober 2014, hersteld bij exploot van 24 april 2015, ingeleide hoger beroep van het vonnis van 30 juli 2014, door de rechtbank Zeeland-West-Brabant, zittingsplaats Middelburg tussen appellante – [appellante] – als gedaagde en geïntimeerde – Gemeente Hattem – als eiseres. 1Het geding in eerste aanleg (zaaknr. C/02/273714 / HAZA 13-923) Voor het geding in eerste aanleg verwijst het hof naar voormeld vonnis, alsmede het vonnis in incident van 26 februari 2014. 2Het geding in hoger beroep Het verloop van de procedure blijkt uit: de dagvaarding in hoger beroep, alsmede het herstelexploot; het exploot van anticipatie van 13 mei 2015; de memorie van grieven tevens houdende incidentele vordering ex artikel 843a Rv met producties; de incidentele antwoordconclusie. Het hof heeft daarna een datum voor arrest bepaald. 3De beoordeling In het incident 3.1. Het hof gaat uit van de volgende. Gemeente Hattem heeft op 24 december 2010 - conform de offerte van 3 november 2010 - opdracht verleend aan AiGroup Benelux B.V. (hierna: AiG) tot levering van een tankautospuit aan Gemeente Hattem voor een bedrag van € 175.000,- exclusief BTW. Daarbij is afgesproken dat de levertijd 220 werkdagen na officiële opdracht bedraagt. Bij brief van 25 januari 2011 heeft AiG aan Gemeente Hattem medegedeeld dat in verband met een interne reorganisatie van hun vennootschappen, de opdracht is overgedragen aan [appellante] die de opdracht zal uitvoeren volgens opdracht en die alle afspraken welke tussen AiG en Gemeente Hattem zijn gemaakt zal eerbiedigen. Op 11 februari 2011 heeft Gemeente Hattem, conform de offerte van 3 november 2010, zestig procent van de koopsom vermeerderd met BTW, te weten € 124.950,- aan [appellante] betaald. De levering van de tankautospuit heeft daarna niet plaatsgevonden. Partijen geven ieder een andere uitleg van het uitblijven van de levering. Bij brief van 20 juni 2013 (productie 3 bij de inleidende dagvaarding) schrijft Gemeente Hattem aan [appellante] : “(…) Wij stellen u hierbij formeel in gebreke. Wij willen de tankautospuit compleet geleverd ontvangen conform bestek en overeengekomen specificaties op uiterlijk 1 oktober aanstaande. Voor het geval die levering niet plaats vindt op uiterlijk genoemde datum, roepen wij reeds hierbij de buitengerechtelijke ontbinding in van de met u gesloten overeenkomst. Deze overeenkomst geldt dus als van rechtswege ontbonden indien de complete levering per uiterlijk 1 oktober aanstaande uitblijft. (…)” Bij brief van 14 oktober 2013 (productie 6 bij de inleidende dagvaarding) schrijft Gemeente Hattem aan [appellante] : “(…) U hebt ook deze termijn laten verstrijken, met als gevolg dat de overeenkomst buitengerechtelijk ontbonden is per 1 oktober 2013. Het gevolg van deze ontbinding is dat de prestaties over en weer ongedaan moeten worden gemaakt. Bovendien bent u aansprakelijk voor de door de Gemeente geleden en te lijden schade. (…)” 3.2. Gemeente Hattem heeft in eerste aanleg gevorderd: - [appellante] te veroordelen tot betaling aan Gemeente Hattem van een bedrag van € 124.950,- te vermeerderen met de wettelijke handelsrente vanaf 11 februari 2011; - [appellante] te veroordelen tot het vergoeden van de schade die Gemeente Hattem heeft geleden ten gevolge van de ontbinding, te weten een bedrag van € 60.288,-; - [appellante] te veroordelen in de proceskosten en nakosten te vermeerderen met de wettelijke rente. 3.3. [appellante] heeft in eerste aanleg geen verweer gevoerd nadat haar advocaat zich aan de zaak had onttrokken. 3.4. De rechtbank heeft de vorderingen van Gemeente Hattem in het bestreden vonnis toegewezen, behoudens de gevorderde rente over de hoofdsom, welke slechts is toegewezen met ingang van de datum van dagvaarding. 3.5. [appellante] is het niet eens met het bestreden vonnis en is ervan in hoger beroep gekomen. Zij heeft ertegen drie grieven geformuleerd. 3.6. In het incident vordert [appellante] dat Gemeente Hattem wordt veroordeeld tot afgifte van, dan wel het verstrekken van inzage in: - de tussen Gemeente Hattem dan wel Veiligheidsregio Noord- en Oost Gelderland en de leverancier van de eind 2014 opgeleverde tankautospuit gesloten overeenkomst(en), althans de door (een van) hen gesloten overeenkomst(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.