GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH Afdeling civiel recht zaaknummer HD 200.114.930/01 arrest van 29 december 2015 in de zaak van Airworks Aviation Solutions B.V., voorheen geheten [Service Products] Service Products B.V., gevestigd te [vestigingsplaats 1] , appellante, advocaat: mr. J.C.B.C. Geerts te Rosmalen, tegen Agrifirm International B.V., voorheen geheten Coöperatieve Cehave Landbouwbelang U.A., gevestigd te [vestigingsplaats 2] , geïntimeerde, advocaat: mr. L.H.A.M. Andriessen te Breda, als vervolg op de door het hof gewezen tussenarresten van 17 december 2013, 31 maart 2015 en 8 september 2015 in het hoger beroep van de door de rechtbank 's-Hertogenbosch onder zaaknummer 160883/HA ZA 07-1256 gewezen vonnissen van 9 maart 2011 en 20 juni 2012.Het hof zal de nummering van de tussenarresten voortzetten en partijen opnieuw aanduiden als [appellante] en Cehave. 12De verdere beoordeling In het tussenarrest van 8 september heeft het hof de vragen geformuleerd die in het deskundigenrapport zouden moeten worden beantwoord en de heer E.R. Lankester R.A. benoemd tot deskundige.De heer Lankester heeft vervolgens laten weten dat hij in deze zaak niet vrij stond en daarom de opdracht wenste terug te geven.Het hof heeft na te noemen persoon bereid gevonden in de plaats van de heer Lankester als deskundige op te treden, zodat het deze zal benoemen ter beantwoording van de in het tussenarrest van 8 september geformuleerde vragen, te weten: De deskundige wordt gevraagd de contacten en contracten van InCo-öp op 1 januari 2002 te waarderen; voor de betekenis van "de waarde van de contracten en contacten van InCo-öp" verwijst het hof naar hetgeen het heeft overwogen in rechtsoverweging 4.15.4 van het eerste tussenarrest van 17 december 2013 en rechtsoverweging 7.1 tot en met 7.4 van het tussenarrest van 31 maart 2015 en de stukken waarnaar in dat verband wordt verwezen. Bij deze waardering dient de deskundige gebruik te maken van de naar diens oordeel meest geschikte vorm van de discounted-cashflowmethode. De deskundige wordt verzocht de volgende vragen te beantwoorden:a. Welke binnen de discounted-cashflowmethode passende aanpak hanteert u bij uw onderzoek? b. Kunt u gemotiveerd aangeven waarom u voor deze aanpak kiest? c. Wat is, bij gebruikmaking van de door u gekozen discounted-cashflowmethode, de waarde van de contacten en contracten van InCo-öp per 1 januari 2002 als bedoeld in deze procedure?d. Indien u bij deze waardering onderscheid maakt tussen de contacten en de contracten kunt u dan aangeven waarom u dit onderscheid maakt? Inzake de hiervoor geformuleerde onderzoeksvraag zijn al rapporten uitgebracht door [deskundige aan de zijde van appellante] (productie 26 bij akte na tussenarrest d.d. 11 maart 2014) respectievelijk [adviseur 1 van Cehave] en [adviseur 2 van Cehave] (rapport gevoegd bij de antwoordakte na tussenarrest van Cehave d.d. 6 mei 2014).Indien uw aanpak afwijkt van hetgeen is opgemerkt in deze rapporten, kunt u dan gemotiveerd aangeven waarom u afwijkt van de in die rapporten gehanteerde aanpak? Heeft u voor het overige nog opmerkingen waarvan u het zinvol acht dat het hof daarvan kennis neemt? De deskundige heeft – op basis van het hem ter beschikking gestelde tussenarrest van 8 september 2015 – een begroting overgelegd van de te maken kosten, uitgaande van een tijdsbesteding van 120 uur tegen een uurtarief van €
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.