Afdeling strafrecht Parketnummer : 20-001291-14 Uitspraak : 22 juli 2015 TEGENSPRAAK Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof 's-Hertogenbosch gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Zeeland-West-Brabant, locatie Breda,van 15 april 2014 in de strafzaak met parketnummer 02-665823-13 tegen: [verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1963, wonende te [adres] . Hoger beroep De officier van justitie heeft tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld. Onderzoek van de zaak Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep, alsmede het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg. Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht. De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het beroepen vonnis zal vernietigen en - opnieuw rechtdoende - het ten laste gelegde bewezen zal verklaren en de verdachte zal veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van zes maanden, waarvan drie maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren. Voorts heeft de advocaat-generaal toewijzing van de vordering van de benadeelde partij gevorderd. Namens verdachte is primair vrijspraak en daarmee samenhangende niet-ontvankelijk verklaring van de benadeelde partij bepleit. Subsidiair, indien het hof tot een bewezenverklaring mocht komen, heeft de verdediging een strafmaatverweer gevoerd en eveneens verzocht om de benadeelde partij niet-ontvankelijk te verklaren nu behandeling van de vordering een onevenredige belasting van het strafproces zou opleveren. Vonnis waarvan beroep Het hof verenigt zich met het beroepen vonnis en met de redengeving waarop dit berust, met dien verstande dat naast de door de eerste rechter gebruikte argumenten in het kader van de vrijspraakoverweging mede het volgende heeft te gelden: - de verklaring van de getuige [slachtoffer] afgelegd ter terechtzitting in hoger beroep en opgenomen op pagina 13 van het proces-verbaal van de terechtzitting d.d. 13 mei 2015, inhoudende: “U, jongste raadsheer, vraagt mij of het hervatten van de seksuele contacten op [locatie] te maken had met het feit dat verdachte daar beheerder was. Nee, dat is niet het geval. U, voorzitter, vraagt mij of het een soort hervatten van de eerdere situatie was. Als je het zo bekijkt wel ja.” BESLISSING Het hof: Bevestigt het vonnis waarvan beroep met inachtneming van het hiervoor overwogene. Aldus gewezen door mr. mr. F.C.J.E. Meeuwis, voorzitter, mr. J.F. Dekking en Y.G.M. Baaijens- van Geloven, raadsheren, in tegenwoordigheid van mr. C.C. Silanoe-Lemmers, griffier, en op 22 juli 2015 ter openbare terechtzitting uitgesproken. Mr. J.F. Dekking en mr. Y.G.M. Baaijens- van Geloven zijn buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.