← Nederland

ECLI:NL:GHSHE:2015:868

GERECHTSHOF 's-HERTOGENBOSCH Afdeling civiel recht Uitspraak: 12 maart 2015 Zaaknummer: F 200.152.356/01 Zaaknummer eerste aanleg: C/01/233967 / FA RK 11-4118_2 in de zaak in hoger beroep van: [de vader] , wonende te [woonplaats], appellant, hierna te noemen: de vader, advocaat: mr. Y.W.A.M. van der Koelen, tegen [de moeder] , wonende te [woonplaats], verweerster, hierna te noemen: de moeder, advocaat: mr. S. van de Grift. 1Het geding in eerste aanleg Het hof verwijst naar de beschikking van de rechtbank Oost-Brabant van 10 juni

  1. 2Het geding in hoger beroep 2.
  2. Bij beroepschrift met producties, ingekomen ter griffie op 10 juli 2014, heeft de vader verzocht voormelde beschikking te vernietigen en opnieuw rechtdoende te bepalen dat de vader een keer in de veertien dagen van vrijdag 18.00 uur tot zondag 19.00 uur omgang heeft met de kinderen in het kader van welke regeling de moeder de kinderen telkens bij de vader zal brengen en ophalen en de vader tijdens de omgangsmomenten zijn paspoort bij de moeder in bewaring zal geven, alsmede gedurende de helft van de feestdagen een en ander door partijen nader in te vullen, dan wel een omgangsregeling te bepalen zoals het hof juist acht. 2.
  3. De moeder heeft, hoewel daartoe in de gelegenheid gesteld, geen verweerschrift ingediend. 2.
  4. De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 3 februari
  5. Bij die gelegenheid zijn gehoord: de vader, bijgestaan door mr. Van der Koelen; de moeder, bijgestaan door mr. W.W. van Vorle-Braat en mr. R. van Coolwijk, beiden kantoorgenoten van mr. Van de Grift; Raad voor de Kinderbescherming (hierna te noemen: de raad), vertegenwoordigd door mevrouw [vertegenwoordiger raad]. 2.3.
  6. Het hof heeft de minderjarige [kind 1] in de gelegenheid gesteld zijn mening kenbaar te maken. Hij heeft hiervan gebruik gemaakt en is voorafgaand aan de mondelinge behandeling ter zitting buiten aanwezigheid van partijen en overige belanghebbenden gehoord. Ter zitting heeft de voorzitter de inhoud van dit verhoor zakelijk weergegeven, waarna alle aanwezigen de gelegenheid hebben gekregen daarop te reageren. 2.
  7. Het hof heeft voorts kennisgenomen van de inhoud van: de processen-verbaal van de mondelinge behandelingen in eerste aanleg d.d. 19 november 2012 en 12 mei 2014; het V6-formulier met bijlage van de advocaat van de moeder d.d. 1 september 2014; het V6-formulier met bijlagen van de advocaat van de moeder d.d. 21 januari
  8. de ter zitting overgelegde pleitnotitie van de advocaat van de moeder. 3De beoordeling 3.
  9. Partijen hebben een affectieve relatie met elkaar gehad. Uit de relatie van partijen zijn geboren: - [kind 1] (hierna: [kind 1]), op [geboortedatum] 2001 te [geboorteplaats], - [kind 2] (hierna: [kind 2]), op [geboortedatum] 2005 te [geboorteplaats]. De vader heeft [kind 1] en [kind 2] erkend. Partijen oefenen gezamenlijk het ouderlijk gezag over [kind 1] uit. De moeder oefent van rechtswege het gezag over [kind 2] uit. [kind 1] en [kind 2] wonen bij de vrouw. 3.
  10. Bij beschikking van 16 november 2007 heeft de rechtbank tussen de vader en de kinderen een omgangsregeling vastgesteld zoals in die beschikking is weergegeven. 3.
  11. Bij vonnis van 5 juli 2011 heeft de voorzieningenrechter, voor zover in hoger beroep van belang, de vader verboden om, totdat in de bodemprocedure of tijdens het onderzoek door de raad anders wordt beslist of overeengekomen, omgangscontacten met de kinderen te hebben. De voorzieningenrechter heeft voorts de raad verzocht een onderzoek in te stellen naar de mogelijkheden van omgangscontacten in het kader van een regeling inzake de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken tussen de vader en de kinderen en te adviseren omtrent de vraag of omgangscontacten in het belang van de kinderen zijn en zo ja, te adviseren omtrent de aard, duur en omvang van die contacten. De voorzieningenrechter heeft de raad voorts verzocht te rapporteren en dit rapport in te brengen in een door de moeder op te starten bodemprocedure. 3.
  12. Op 16 februari 2012 heeft de raad een raadsrapport uitgebracht en daarin de rechtbank geadviseerd de verdere behandeling voor de duur van zes maanden aan te houden teneinde een begeleide omgangsregeling op te starten. Bij beschikking van 11 december 2012 heeft de rechtbank de beslissing ten aanzien van de omgang/verdeling van de zorg- en opvoedingstaken aangehouden en partijen verzocht de rechtbank te informeren omtrent het verloop van de begeleide omgang. 3.
  13. Bij de bestreden – uitvoerbaar bij voorraad verklaarde – beschikking, heeft de rechtbank de beschikking van 16 november 2007 gewijzigd en de vader verboden contact te hebben met [kind 1]. Daarnaast heeft de rechtbank de vader het recht op omgang met [kind 2] ontzegd. 3.
  14. De vader kan zich met deze beslissing niet verenigen en hij is hiervan in hoger beroep gekomen. 3.
  15. Het hof overweegt als volgt. 3.7.
  16. Ter zitting van het hof is met partijen uitgebreid gesproken over de contactregeling tussen de vader en de kinderen. Naar aanleiding hiervan zijn door partijen nadere afspraken gemaakt met betrekking tot het contact tussen de vader en de kinderen. Afgesproken is dat geen precies omschreven contactregeling zal worden vastgesteld, maar dat er een beperkte mate van contact zal zijn tussen de vader en de kinderen. Het staat de vader vrij om de kinderen een kaartje te sturen en hun voetbaltrainingen/wedstrijden te bezoeken. De vader heeft hierbij toegezegd de voetbaltrainingen/wedstrijden zoveel mogelijk alleen te bezoeken. De moeder heeft toegezegd dat zij bij [kind 1] zal stimuleren dat zijn vader naar het voetbal kan komen kijken. Daarnaast heeft de vader de mogelijkheid om via social media (facebook) contact te leggen met [kind 1]. De moeder zal de vader eerst een recente foto van [kind 1] en [kind 2] toesturen en hem daarbij schriftelijk op de hoogte stellen van het adres van de kinderen, de school van de kinderen en hun huisarts. Daarna zal de moeder de vader iedere drie maanden, met toezending van foto’s schriftelijk informeren over de kinderen (school, medische zaken, hoe het in algemene zin met de kinderen gaat) en gezagsbeslissingen ten aanzien van [kind 1] met hem bespreken. Voorts is door partijen afgesproken dat zij geen ruzie zullen maken in het bijzijn van de kinderen. 3.7.
  17. Op grond van het vorenstaande zal het hof de beschikking van de rechtbank vernietigen en een contactregeling tussen de vader en de kinderen vaststellen als hiervoor is weergegeven. 4De beslissing Het hof: vernietigt de tussen partijen gegeven beschikking van de rechtbank Oost-Brabant van 10 juni 2014; en opnieuw rechtdoende: wijzigt de beschikking van de rechtbank 's-Hertogenbosch van 16 november 2007, voor wat betreft de daarin vastgestelde omgang- c.q. contactregeling; bepaalt dat er contact zal zijn tussen de vader en [kind 1], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 2001 en [kind 2], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 2005, alsmede dat de moeder de vader zal informeren, een en ander zoals weergegeven in rechtsoverweging 3.7.1.; verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad; wijst af het meer of anders verzochte. Deze beschikking is gegeven door mrs. W.T.M. Raab, C.D.M. Lamers, O.G.H. Milar en in het openbaar uitgesproken op 12 maart 2015.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.