GERECHTSHOF 's-HERTOGENBOSCH Afdeling civiel recht Uitspraak: 21 januari 2016 Zaaknummer: 200.174.062/01 en 200.174.062/02 Zaaknummer eerste aanleg: C/03/201311/ FA RK 15-162 in de zaak in hoger beroep van: [appellante] , wonende te [woonplaats] , appellante, hierna te noemen: de moeder, advocaat: mr. S.J.M.P. Hoppers, tegen [verweerder] , wonende te [woonplaats] , verweerder, hierna te noemen: de vader, advocaat: mr. E. El-Sharkawi. In zijn hoedanigheid als omschreven in artikel 810 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering is in de procedure gekend: de Raad voor de Kinderbescherming, vestiging: [vestigingsplaats] , hierna te noemen: de raad. 1Het geding in eerste aanleg Het hof verwijst naar de beschikking van de rechtbank Limburg, zittingsplaats Roermond van 30 april
- 2Het geding in hoger beroep 2.
- Bij beroepschrift met producties, ingekomen ter griffie op 20 juli 2015, heeft de moeder verzocht voormelde beschikking te vernietigen en, opnieuw rechtdoende, primair te bepalen dat het hof de raad opdracht geeft te onderzoeken of het op dit moment in het belang van de kinderen is dat zij contact met hun vader hebben en zo ja, welke zorgregeling er concreet afgesproken dient te worden. Subsidiair heeft de moeder verzocht de verzoeken van de vader af te wijzen nu de vader niet dan wel onvoldoende heeft onderbouwd en aangetoond dat de in 2012 vastgestelde regeling thans gewijzigd dient te worden en de moeder een wijziging ook niet in het belang van de kinderen acht. 2.
- Er is geen verweerschrift ingekomen ter griffie. 2.
- De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 8 december
- Bij die gelegenheid zijn gehoord: mr. Hoppers; de vader, bijgestaan door mr. El-Sharkawi; de raad, vertegenwoordigd door mevrouw [vertegenwoordiger van de raad] . 2.3.
- De moeder is niet ter zitting verschenen. 2.
- Het hof heeft voorts kennisgenomen van de inhoud van: - het V3-formulier met bijlage van de advocaat van de vader d.d. 4 september
- 3De beoordeling 3.
- Partijen zijn op 19 november 2004 met elkaar gehuwd. Uit het huwelijk van partijen zijn geboren: [minderjarige 1] (hierna: [minderjarige 1] ), op [geboortedatum] 2006 te [geboorteplaats] ; [minderjarige 2] (hierna: [minderjarige 2] ), op [geboortedatum] 2009 te [geboorteplaats] . Partijen oefenen gezamenlijk het ouderlijk gezag over de kinderen uit. De kinderen hebben het hoofdverblijf bij de moeder. 3.
- Bij beschikking van 17 oktober 2012 heeft de rechtbank Roermond tussen partijen de echtscheiding uitgesproken, welke beschikking op 8 november 2012 is ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand. Bij deze beschikking heeft de rechtbank voorts, voor zover thans van belang, bepaald dat de onderlinge regelingen, zoals opgenomen in het overgelegde ouderschapsplan van 13 september 2012, waarvan een door de griffier gewaarmerkt afschrift van vier bladzijden aan deze uitspraak is gehecht, als in deze beschikking opgenomen moet worden beschouwd. 3.
- Bij de bestreden – uitvoerbaar bij voorraad verklaarde – beschikking, heeft de rechtbank de beschikking van 17 oktober 2012 voor wat betreft de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken gewijzigd en bepaald dat de kinderen: - van zaterdag 10.00 uur tot zondag 18.00 uur bij de vader verblijven, waarbij de vader de kinderen ophaalt en terugbrengt bij de moeder; - op de woensdagen na school door de vader worden opgehaald en in onderling overleg, maar niet later dan 18.00 uur, weer terugbrengt bij de moeder; - op Vaderdag en op de verjaardag van de vader bij hem verblijven; - de helft van de vakanties bij de vader verblijven. 3.
- De moeder kan zich met deze beslissing niet verenigen en zij is hiervan in hoger beroep gekomen. Bij het verzoek heeft de moeder tevens verzocht de uitvoerbaar verklaring bij voorraad te schorsen. Het incident 3.
- Ter zitting van het hof heeft de advocaat van de moeder het verzoek tot schorsing van de uitvoerbaarverklaring bij voorraad ingetrokken. Dit brengt mee dat het verzoek in het incident dient te worden afgewezen. De hoofdzaak 3.
- Namens de moeder is ter zitting aangegeven dat kort na de bestreden beschikking geen uitvoering meer is gegeven aan de overnachting uit de zorgregeling die bij die beschikking is bepaald. In onderling overleg hebben partijen wel een regeling getroffen in die zin dat de vader de kinderen elke dag van school ophaalt en hij hen dus iedere dag ziet. 3.
- De vader heeft ter zitting desgevraagd verklaard dat het juist is dat hij de kinderen iedere dag ziet. De vader stelt verder dat hij graag wil dat de kinderen bij hem overnachten, maar dat hij dat niet zal afdwingen indien de kinderen aangeven dat niet te willen. De vader stelt daarbij dat een overnachting slechts mogelijk is indien dat in onderling overleg met de moeder kan worden geregeld. 3.
- De raad heeft ter zitting aangegeven het een positieve ontwikkeling te vinden dat de ouders overleg hebben gevoerd en zich flexibel hebben opgesteld, zodat zij tot overeenstemming zijn gekomen over de momenteel uit te voeren zorgregeling. 3.
- Het hof stelt vast dat, nadat de zitting enige tijd geschorst is geweest om de advocaat van moeder de gelegenheid te geven overleg te voeren met zijn cliënte, namens de moeder ter zitting het hoger beroep is ingetrokken. Het hof maakt hieruit op dat de grieven niet langer worden gehandhaafd. Dit brengt mee dat het verzoek in hoger beroep dient te worden afgewezen. 4De beslissing Het hof: wijst af het verzoek in het incident en in hoger beroep tegen voormelde beschikking. Deze beschikking is gegeven door mrs. C.D.M. Lamers, C.A.R.M. van Leuven en A.E. van Solinge en in het openbaar uitgesproken op 21 januari 2016.