GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH Afdeling civiel recht zaaknummer 200.174.446/01 arrest van 10 mei 2016 in de zaak van Psyche Psychologisch Adviesbureau B.V., gevestigd te [vestigingsplaats] , appellante, hierna aan te duiden als Psyche, advocaat: mr. C.W.M. Verberne te Eindhoven, tegen [geïntimeerde] , wonende te [woonplaats] , geïntimeerde, hierna aan te duiden als [geïntimeerde] , advocaat: mr. R. Haouli te 's-Hertogenbosch, op het bij exploot van dagvaarding van 28 juli 2015 ingeleide hoger beroep van het vonnis van 29 april 2015, door de rechtbank Oost-Brabant, zittingsplaats 's-Hertogenbosch, gewezen tussen Psyche als gedaagde in conventie, eiseres in reconventie, en [geïntimeerde] als eiser in conventie, verweerder in reconventie. 1Het geding in eerste aanleg (zaak-/rolnummer C/01/275707/HA ZA 14-174) Voor het geding in eerste aanleg verwijst het hof naar voormeld vonnis, alsmede naar het daaraan voorafgegane tussenvonnis van 11 juni 2014 waarbij een comparitie van partijen is gelast. 2Het geding in hoger beroep Het verloop van de procedure blijkt uit: de dagvaarding in hoger beroep met grieven en producties; de memorie van antwoord; het op de rol van 1 februari 2016 door [geïntimeerde] ingediende H-formulier waarbij het vonnis van de rechtbank Oost-Brabant van 29 december 2015 is overgelegd, bij welk vonnis Psyche in staat van faillissement is verklaard; de rolbeslissing van 9 februari 2016 waarbij is geconstateerd dat het geding in conventie ingevolge artikel 29 van de Faillissementswet (Fw) van rechtswege is geschorst en waarbij voorts [geïntimeerde] in de gelegenheid is gesteld de curator op de voet van artikel 27 lid 1 Fw tot overneming van het geding in geding in reconventie op te roepen; het op de rol van 1 maart 2016 door [geïntimeerde] ingediende H-formulier waarbij de mededeling namens de curator is overgelegd waaruit blijkt dat deze het geding in reconventie niet overneemt; de akte van [geïntimeerde] van 22 maart 2016; de akte van Psyche van 12 april
- Vervolgens is een datum voor arrest bepaald. 3De motivering 3.
- Bij het bestreden vonnis heeft de rechtbank de vordering van [geïntimeerde] in conventie, kort gezegd strekkende tot veroordeling van Psyche tot betaling van loon wegens verrichte werkzaamheden, toegewezen. De vordering van Psyche in reconventie, strekkende tot opheffing van door toedoen van [geïntimeerde] gelegde beslagen en veroordeling van [geïntimeerde] tot vergoeding van de schade die het gevolg is van die beslagen, heeft de rechtbank afgewezen. 3.
- Nadat Psyche bij appeldagvaarding houdende grieven tegen het bestreden hoger beroep had ingesteld en [geïntimeerde] de memorie van antwoord had genomen, is Psyche bij vonnis van de rechtbank Oost-Brabant van 29 december 2015 (C/01/302116/FT RK 15/1584) op verzoek van [geïntimeerde] in staat van faillissement verklaard, met benoeming van mr. M.W.M. Nijland-Van Oorsouw tot curator. Ingevolge artikel 29 Fw is het geding in conventie (de vordering van [geïntimeerde] tot betaling van loon, welke vordering thans strekt tot voldoening uit de faillissementsboedel) van rechtswege geschorst, zoals reeds is geconstateerd op de rol van 9 februari
- 3.
- [geïntimeerde] heeft bij akte van 22 maart 2016 ten aanzien van het geding in conventie gevraagd verval van instantie te verlenen. Die vordering is evenwel niet toewijsbaar omdat aan de voorwaarden van artikel 251 Rv niet is voldaan. Het hof zal het geding in conventie ambtshalve doorhalen. 3.
- De curator heeft laten weten dat zij het geding in reconventie niet overneemt. Dat geeft [geïntimeerde] ingevolge artikel 27 lid 2 Fw het recht ontslag van instantie te vragen, zoals hij bij akte van 22 maart 2016 heeft gedaan. Bij akte van 12 april 2016 heeft Psyche zich hiertegen niet verzet. Gesteld noch gebleken is dat er sprake is van een zodanige verwevenheid tussen de vordering in conventie en de vordering in reconventie dat het verlenen van ontslag van instantie in strijd zou komen met de eisen van een goede procesorde. De vordering van [geïntimeerde] ontslag van instantie te verlenen ten aanzien van het geding in reconventie is derhalve toewijsbaar. 3.
- Het gevolg van ontslag van instantie is dat er aan het geding in reconventie een definitief einde komt. Psyche zal in de proceskosten van het hoger beroep worden veroordeeld voor zover het geding de oorspronkelijke vordering in reconventie betreft. 4De uitspraak Het hof: haalt het (van rechtswege geschorste) geding in conventie door; verleent [geïntimeerde] ontslag van instantie ten aanzien van het geding in reconventie; veroordeelt Psyche in de proceskosten van het hoger beroep in reconventie en begroot die kosten tot op heden aan de zijde van [geïntimeerde] op € 356,- aan griffierecht en op € 894,- aan salaris advocaat. Dit arrest is gewezen door mrs. C.N.M. Antens, M.G.W.M. Stienissen en A.J. Henzen en is in het openbaar uitgesproken door de rolraadsheer op 10 mei
- griffier rolraadsheer