GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH Afdeling civiel recht zaaknummer 200.176.774/01 arrest van 31 mei 2016 in de zaak van Stair & Shutterspartners B.V., gevestigd te [vestigingsplaats] , appellante, hierna aan te duiden als Stair & Shutterspartners, advocaat: mr. S.W. van Zijll te Rotterdam, tegen Zonnelux Raamdecoratie B.V., gevestigd te [vestigingsplaats] , geïntimeerde, hierna aan te duiden als Zonnelux, advocaat: mr. M. Nieuwstraten te Veghel, op het bij exploot van dagvaarding van 14 augustus 2015 ingeleide hoger beroep van het vonnis van 9 juli 2015, door de kantonrechter van de rechtbank Oost-Brabant, zittingsplaats Eindhoven, gewezen tussen Stair & Shutterspartners als gedaagde en Zonnelux als eiseres. 1Het geding in eerste aanleg (zaak-/rolnummer 4124547/15-5080) Voor het geding in eerste aanleg verwijst het hof naar voormeld vonnis en naar het vonnis van de kantonrechter van de rechtbank Oost-Brabant, zittingsplaats ’s-Hertogenbosch van 16 april 2015. 2Het geding in hoger beroep Het verloop van de procedure blijkt uit: de dagvaarding in hoger beroep; de memorie van grieven van 3 november 2015 met vijf producties; de memorie van antwoord van 15 december 2015 met één productie. Het hof heeft daarna een datum voor arrest bepaald. Het hof doet recht op bovenvermelde stukken en de stukken van de eerste aanleg. 3De beoordeling 3.1.1. In dit hoger beroep kan worden uitgegaan van de volgende feiten. 3.1.2. In de periode van 18 tot 25 januari 2013 heeft Zonnelux producten op het gebied van zonwering (hierna: de producten) aan Stair & Shutterspartners verkocht en geleverd. In verband daarmee heeft Zonnelux aan Stair & Shutterspartners op 18 januari 2013 drie en op 25 januari twee facturen gestuurd, voor een totaalbedrag van € 4.253,72. 3.1.3. Omdat Stair & Shutterspartners deze facturen niet betaalde, gaf Zonnelux haar vordering ter incasso uit handen aan haar advocaat. Deze sommeerde Stair & Shutterspartners bij brief van 23 mei 2013 om het gefactureerde en openstaande bedrag van € 4.253,72, vermeerderd met rente en kosten, binnen vijf dagen te voldoen. 3.1.4. Stair & Shutterspartners heeft aan deze sommatie noch aan de daaropvolgende sommaties voldaan. 3.2.1. In de onderhavige procedure vordert Zonnelux veroordeling van Stair & Shutterspartners tot betaling van: A. de hoofdsom van € 4.253,72; B. de contractuele rente van 10 % per jaar over de hoofdsom vanaf 14 dagen na de factuurdata; C. de buitengerechtelijke kosten van € 575,37; D. de proceskosten, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf veertien dagen na het te wijzen vonnis. 3.2.2. Aan deze vordering heeft Zonnelux, kort samengevat, ten grondslag gelegd dat Stair & Shutterspartners de aan haar verkochte en geleverde producten ten onrechte onbetaald heeft gelaten. 3.2.3. Zonnelux heeft de zaak aangebracht bij de kantonrechter te ’s-Hertogenbosch. Bij vonnis van 16 april 2015 heeft deze kantonrechter zich onbevoegd verklaard en de zaak verwezen naar de kantonrechter te Eindhoven. 3.2.4. Stair & Shutterspartners is in eerste aanleg verschenen, maar heeft nadat uitstel was gevraagd geen conclusie van antwoord genomen en dus geen verweer gevoerd. 3.3.1. In het bestreden eindvonnis van 9 juli 2015 heeft de kantonrechter de vordering van Zonnelux toegewezen en Stair & Shutterspartners veroordeeld in de aan de zijde van Zonnelux gevallen proceskosten, met dien verstande dat de wettelijke rente daarover is toegewezen vanaf veertien dagen nadat gedaagde partij schriftelijk tot betaling daarvan is aangemaand (met uitzondering van de kosten van het herstelexploit verband houdende met de onbevoegd verklaring van de kantonrechter in ’s-Hertogenbosch). De kantonrechter oordeelde daartoe dat de vordering niet is weersproken en gedragen kan worden door de daartoe aangevoerde gronden. 3.4. Stair & Shutterspartners heeft in hoger beroep vier grieven aangevoerd. Zij heeft geconcludeerd tot vernietiging van het bestreden vonnis en tot het alsnog afwijzen van de vorderingen van Zonnelux, met veroordeling van Zonnelux in de kosten van beide instanties, vermeerderd met de wettelijke rente. De eerste grief is gericht tegen de toewijzing van de gevorderde hoofdsom. De tweede grief is gericht tegen de toewijzing van de buitengerechtelijke kosten. Met de derde grief betoogt Stair & Shutterspartners dat in eerste aanleg het beginsel van hoor en wederhoor is geschonden. Met de vierde grief voert Stair & Shutterspartners aan dat de kantonrechter ten onrechte oordeelde dat de vordering van Zonnelux niet was weersproken. Gang van zaken in eerste aanleg. Grieven 3 en 4. 3.5.1. Het hof ziet aanleiding de derde en de vierde grief gezamenlijk en als eerste te behandelen. 3.5.2. In de toelichting op deze grieven heeft Stair & Shutterspartners aangevoerd dat zij geen bericht heeft ontvangen op welke datum zij uiterlijk haar conclusie van antwoord diende te nemen. Bovendien bleek uit de in eerste aanleg overgelegde correspondentie van partijen het standpunt van Stair & Shutterspartners, zodat met het oordeel van de kantonrechter dat de vordering van Zonnelux niet is weersproken niet is voldaan aan de motiveringsplicht, aldus Stair & Shutterspartners. 3.5.3. Wat er ook zij van de reden dat Stair & Shutterspartners in eerste aanleg geen verweer heeft gevoerd, zij doet dat alsnog in dit hoger beroep, dat mede dient tot herstel van verzuimen of fouten. Overigens heeft de kantonrechter terecht overwogen dat de vordering van Zonnelux niet weersproken is. Bepalend is immers of in rechte verweer is gevoerd en dat was (zoals ook Zonnelux terecht opmerkt) niet het geval. Dat wordt niet anders doordat uit producties van Zonnelux blijkt dat S in het buitengerechtelijke incassotraject de verschuldigdheid van de openstaande facturen heeft betwist. 3.5.4. De grieven 3 en 4 kunnen niet tot vernietiging van het bestreden vonnis leiden. Betwisting verschuldigdheid gefactureerde bedragen. Grief 1. 3.6.1. Stair & Shutterspartners heeft, samengevat, het volgende betoogd. Het is juist dat Stair & Shutterspartners bij Zonnelux producten heeft besteld en geleverd gekregen. De producten waren echter ondeugdelijk. Stair & Shutterspartners heeft Zonnelux verzocht de gebreken te herstellen. Stair & Shutterspartners heeft de gebreken zelf hersteld en daarbij kosten gemaakt en producten aan Zonnelux geretourneerd. Stair & Shutterspartners is daarom nooit tot betaling gehouden geweest. Stair & Shutterspartners verwijst naar een e-mail van 7 februari 2013, waarin zij Zonnelux in gebreke stelt in verband met leveringen aan vijf met name genoemde klanten. Ten aanzien van vier facturen, steeds betrekking hebbend op één van deze vijf klanten, stelt Stair & Shutterspartners dat sprake was van bepaalde klachten, dat Zonnelux die niet oploste “ondanks herhaalde contacten daarover” en dat Stair & Shutterspartners dat (ten aanzien van drie facturen) uiteindelijk zelf oploste tegen bepaalde kosten. Ten aanzien van één factuur stelt Stair & Shutterspartners dat die bestelling ondanks herhaald verzoek niet is geleverd. 3.6.2. Zonnelux heeft, samengevat, het volgende aangevoerd. Na diverse sommaties tot betaling ontving Zonnelux van de toenmalige gemachtigde van Stair & Shutterspartners een brief van 25 juni 2013, waarin melding werd gemaakt van klachten van Stair & Shutterspartners omtrent de door Zonnelux geleverde producten. Tot die tijd was Zonnelux nooit van enige klacht door Stair & Shutterspartners in kennis gesteld. Stair & Shutterspartners heeft Zonnelux nooit in gebreke gesteld. Zonnelux is dus nooit in verzuim komen te verkeren en kan niet aansprakelijk worden gehouden voor herstelkosten, nog daargelaten dat die kosten op geen enkele wijze zijn onderbouwd. De e-mail van 7 februari 2013 heeft Zonnelux niet eerder ontvangen dan bij brief van 9 oktober 2013 van de toenmalige gemachtigde van Stair & Shutterspartners. Dat Zonnelux de e-mail van 7 februari 2013 niet eerder heeft ontvangen blijkt ook uit het feit dat Zonnelux op 1 maart 2013 Stair & Shutterspartners heeft aangemaand een aantal openstaande facturen, waaronder de in deze procedure aan de orde zijnde vijf facturen, te voldoen, waarna Stair & Shutterspartners bij e-mail van diezelfde datum heeft toegezegd tot betaling te zullen overgaan, aldus Zonnelux. Zij heeft verder betwist dat de producten bij levering gebrekkig waren en dat de door Stair & Shutterspartners overgelegde foto’s de door haar geleverde producten betreffen. Zonnelux heeft in hoger beroep ook gewezen op een aantal tegenstrijdigheden in de stellingen van Stair & Shutterspartners, zoals dat uit de door Stair & Shutterspartners overgelegde correspondentie met klanten blijkt dat Stair & Shutterspartners al met herstelwerkzaamheden zou zijn begonnen vóór de gestelde ingebrekestelling ( [klant 1] ) en dat een klant na plaatsing van shutters op 25 maart 2013 klachten uit, zodat het onmogelijk is dat Zonnelux in verband daarmee al op 7 februari 2013 door Stair & Shutterspartners in gebreke is gesteld ( [klant 2] ). In verband met de factuur waarop producten worden vermeld die volgens Stair & Shutterspartners nooit zijn afgeleverd, heeft Zonnelux een door de chauffeur voor ontvangst getekende afleverbon overgelegd ( [chauffeur] ) en er voorts op gewezen dat in de e-mail van 7 februari 2013 waarbij Zonnelux in gebreke zou zijn gesteld ook melding wordt gemaakt van klachten omtrent aan deze klant geleverde producten. Ten slotte wijst Zonnelux er op dat het totaal van de gestelde kosten van herstel € 2.701,36 is en dus nog altijd minder dan de gevorderde hoofdsom van € 4.253,72. 3.6.3. Het hof oordeelt als volgt. Stair & Shutterspartners heeft erkend dat zij de producten heeft besteld en (op één uitzondering
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.