Afdeling strafrecht Parketnummer: 20-002216-14 Uitspraak: 6 juni 2016 TEGENSPRAAK Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof ’s-Hertogenbosch, gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Zeeland- West-Brabant van 21 juli 2014 in de strafzaak met het parketnummer 02-700077-14 tegen: [verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1979, thans verblijvende in PI Zuid West - HvB De Torentijd te Middelburg. Hoger beroep Bij voormeld vonnis heeft de rechtbank de verdachte ter zake van: primair: het medeplegen van poging tot moord op [slachtoffer 1] ; primair: het medeplegen van poging tot doodslag op [slachtoffer 2] , en het medeplegen van het voorhanden hebben van een machinegeweer, veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 15 jaren met aftrek van voorarrest. Voorts heeft de rechtbank beslist op de door de benadeelde partijen [benadeelde partij 1 (slachtoffer 1)] , [benadeelde partij 2 (slachtoffer 2)] , [benadeelde 3] , [benadeelde 4] , [benadeelde 5] en [benadeelde 6] ingediende vorderingen tot schadevergoeding. De verdachte heeft tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld. Omvang van het hoger beroep De benadeelde partijen [benadeelde 3] , [benadeelde 4] , [benadeelde 5] en [benadeelde 6] zijn door de rechtbank niet-ontvankelijk verklaard in hun vorderingen tot schadevergoeding. In hoger beroep hebben zij zich niet op de voet van art. 421 lid 3 Sv gevoegd, zodat deze vorderingen niet aan het oordeel van het hof zijn onderworpen. In hoger beroep zijn wel aan de orde de vorderingen tot schadevergoeding van [benadeelde partij 1 (slachtoffer 1)] en [benadeelde partij 2 (slachtoffer 2)] . Onderzoek van de zaak Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting. Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de verdachte en zijn raadslieden, mr. H.M. van Dunsbergen en mr. R.B.M. Poppelaars, advocaten te Breda, aan de orde is gesteld. Verder heeft het hof kennis genomen van hetgeen door mr. Van Straalen, advocaat van de benadeelde partijen [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] naar voren is gebracht in het kader van de uitoefening van het spreekrecht. Tot slot heeft het hof kennisgenomen van de toelichting die mr. Van Straalen heeft gegeven op de vorderingen tot schadevergoeding van [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] . De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het gerechtshof het vonnis van de rechtbank zal vernietigen en, opnieuw rechtdoende, de onder 1 primair, 2 primair en 3 ten laste gelegde feiten bewezen zal verklaren en de verdachte voor die feiten zal veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van 15 jaren, met aftrek van voorarrest. De vordering van de advocaat-generaal behelst voorts dat het hof de vorderingen van de benadeelde partijen [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] integraal zal toewijzen met daarnaast oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. Door de verdediging is allereerst bepleit dat de verdachte zal worden vrijgesproken van al hetgeen hem onder 1, 2 en 3 ten laste is gelegd. Subsidiair, voor het geval het hof de betrokkenheid van de verdachte bij de schietpartij bewezen acht, is door de verdediging bepleit dat dit voor wat betreft het onder 1 en 2 ten laste gelegde ten hoogste kan leiden tot een bewezenverklaring van het subsidiair ten laste gelegde (kort gezegd: medeplegen van zware mishandeling respectievelijk medeplegen van poging tot zware mishandeling). Voorts heeft de verdediging bepleit dat de benadeelde partijen [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] in hun vorderingen tot schadevergoeding niet-ontvankelijk verklaard dienen te worden, althans dat in ieder geval niet de vordering tot vergoeding van shockschade kan worden toegewezen. Vonnis waarvan beroep Het beroepen vonnis zal worden vernietigd omdat het hof tot een andere bewezenverklaring komt dan de eerste rechter. Tenlastelegging Aan de verdachte is ten laste gelegd: 1. dat hij op of omstreeks 30 april 2012 te Terneuzen ter uitvoering van het door hem voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk en met voorbedachten rade [slachtoffer 1] van het leven te beroven, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met dat opzet en na kalm beraad en rustig overleg naar de woning van die [slachtoffer 1] is gegaan en, aldaar aangekomen, meermalen met een vuurwapen heeft geschoten op die [slachtoffer 1] en/of de woning gelegen aan de [A-straat 43] , alwaar die [slachtoffer 1] verbleef, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid, subsidiair, althans, indien het vorenstaande onder 1 niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden: dat hij op of omstreeks 30 april 2012 te Terneuzen tezamen en in vereniging met anderen of een ander, althans alleen, aan een persoon (te weten [slachtoffer 1] ), opzettelijk en met voorbedachten rade, althans opzettelijk, zwaar lichamelijk letsel (meerdere schotwonden in/aan het lichaam) heeft toegebracht, door opzettelijk, na kalm beraad en rustig overleg, althans opzettelijk, met een vuurwapen te schieten op die [slachtoffer 1] , althans op de woning waar die [slachtoffer 1] op dat moment aanwezig was, tweede subsidiair, althans, indien het vorenstaande onder 1 niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden: dat hij op of omstreeks 30 december 2012 te Terneuzen ter voorbereiding van het al dan niet tezamen en in vereniging met een ander of anderen te plegen misdrijf waarop naar de wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van acht jaren of meer is gesteld, te weten overtreding van artikel 289 van het Wetboek van Strafrecht, althans een al dan niet tezamen en in vereniging met een ander of anderen te plegen misdrijf waarop naar de wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van acht jaren of meer is gesteld, opzettelijk een vuurwapen bestemd voor het al dan niet in vereniging begaan van dat misdrijf heeft verworven en/of vervaardigd en/of ingevoerd en/of doorgevoerd en/of uitgevoerd en/of voorhanden heeft gehad; 2. dat hij op of omstreeks 30 april 2012 te Terneuzen ter uitvoering van het door hem voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk [slachtoffer 2] van het leven te beroven, met dat opzet naar de woning van die [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 1] is gegaan en, aldaar aangekomen, meermalen met een vuurwapen heeft geschoten op de woning gelegen aan de [A-straat 43] , alwaar die [slachtoffer 2] op dat moment verbleef, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid, subsidiair althans, indien het vorenstaande onder 2 niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden: dat hij op of omstreeks 30 april 2012 te Terneuzen tezamen en in vereniging met anderen of een ander, althans alleen, ter uitvoering van het door hem voorgenomen misdrijf om aan een persoon genaamd [slachtoffer 2] , opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met dat opzet met een vuurwapen heeft geschoten op een woning gelegen aan de [A-straat 43] waar die [slachtoffer 2] op dat moment aanwezig was, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid, tweede subsidiair, althans, indien het vorenstaande onder 2 niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden: dat hij op of omstreeks 30 december 2012 te Terneuzen ter voorbereiding van het al dan niet tezamen en in vereniging met een ander of anderen te plegen misdrijf waarop naar de wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van acht jaren of meer is gesteld, te weten overtreding van artikel 289 van het Wetboek van Strafrecht, althans een al dan niet tezamen en in vereniging met een ander of anderen te plegen misdrijf waarop naar de wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van acht jaren of meer is gesteld, opzettelijk een vuurwapen bestemd voor het al dan niet in vereniging begaan van dat misdrijf heeft verworven en/of vervaardigd en/of ingevoerd en/of doorgevoerd en/of uitgevoerd en/of voorhanden heeft gehad, derde subsidiair althans, indien het vorenstaande onder 2 niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden: dat hij op of omstreeks 30 december 2012 te Terneuzen tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk mishandelend met een vuurwapen heeft geschoten op een persoon (te weten [slachtoffer 2] ), althans op een woning waar die [slachtoffer 2] op dat moment aanwezig was, waardoor voornoemde [slachtoffer 2] letsel heeft bekomen en/of pijn heeft ondervonden; 3. dat hij in de periode van 1 januari 2012 tot en met 11 mei 2012 te Terneuzen, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, een wapen van categorie II, zoals bedoeld in de Wet wapens en munitie, te weten een enkelloops machine(kogel)geweer (merk Zastava) voorhanden heeft gehad. De in de tenlastelegging voorkomende taal- en/of schrijffouten of omissies zijn verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging. Beoordeling van het bewijs Het standpunt van de verdediging De verdediging stelt zich primair op het standpunt dat geen wettig en overtuigend bewijs voorhanden is waaruit volgt dat de verdachte, die zulks ontkent, betrokken is geweest bij de in de tenlastelegging onder 1 en 2 bedoelde schietpartij. Daartoe is – in de kern – aangevoerd: dat aangever ongeloofwaardig heeft verklaard over een aan de schietpartij voorafgaande incident met een zwarte BMW waar verdachte bij aanwezig zou zijn geweest; dat de verdachte op 30 april 2012 niet aanwezig was bij de beschieting van het woonhuis van de slachtoffers omstreeks 22.03 uur. Aantoonbaar is dat de verdachte reeds vóór 22.00 uur met zijn zus [zus 1] in de auto op weg was naar zijn oom in Haarlem; dat in de uitlatingen die de verdachte op 1 maart 2012 tegenover de politie zou hebben gedaan geen opmaat te zien is dat hij de woning van [slachtoffer 1] zou gaan beschieten; dat [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] de gelegenheid hebben gehad hun verklaringen op elkaar af te stemmen, zodat deze verklaringen met grote behoedzaamheid moeten worden bezien; dat de familie [van de slachtoffers] heeft getracht om getuigen aan te zetten tot het afleggen van valse, voor de verdachte belastende verklaringen; dat het door de getuige [getuige 2] genoemde kenteken van de witte bestelauto niet overeenkomt met het [kenteken 1] van de door [slachtoffer 1] genoemde witte bestelauto van [vader van medeverdachte 4] ; dat het door de getuige [getuige 2] opgegeven signalement van de persoon die na de schietpartij in de witte auto stapte niet overeenkomt met dat van de verdachte; dat geen bewijswaarde toekomt aan het op het machinegeweer aangetroffen DNA-spoor. Onder meer op grond van hetgeen is betoogd met betrekking tot het DNA-bewijs heeft de verdediging tevens vrijspraak bepleit met betrekking tot het onder 3 ten laste gelegde. Het oordeel van het hof Het hof stelt op grond van de inhoud van de wettige bewijsmiddelen, waarnaar in de voetnoten bij dit arrest wordt verwezen, de volgende feiten en omstandigheden vast. Aan de schietpartij voorafgaand incident Blijkens een tweetal processen-verbaal van bevindingen van [verbalisant 1] zijn op 30 april 2012, omstreeks 21.50 uur, [slachtoffer 1] en zijn broer [getuige 1] verschenen aan het politiebureau te Terneuzen, waar zij spraken met verbalisant [verbalisant 1] . [getuige 1] meldde dat hij net daarvoor was gebeld door zijn moeder dat [medeverdachte 1] alsmaar door de [A-straat] reed in een zwarte auto. [getuige 1] vertelde dat hij daarom direct naar de woning van zijn moeder was gereden en daar bij de woning van zijn moeder een zwarte BMW met [kenteken 2] door de straat zag rijden. [getuige 1] vertelde dat hij in de deuropening van de woning van zijn moeder stond toen de BMW weer door de straat reed en ter hoogte van de woning van zijn moeder stopte. [medeverdachte 1] had achter het stuur gezeten en naast hem zat [verdachte] . Op dat moment zou [medeverdachte 1] hebben gezegd: “We zijn nog niet klaar met jou”, waarna hij met piepende banden zou zijn weggereden. De verbalisanten [verbalisant 2] en [verbalisant 3] vernamen op 30 april 2012 van [verbalisant 1] , kort nadat [verbalisant 1] op het politiebureau met [slachtoffer 1] en [getuige 1] had gesproken, dat [medeverdachte 1] als bestuurder in de BMW had gereden en dat [verdachte] als bijrijder in de auto zou hebben gezeten. [getuige 1] heeft verklaard dat hij en zijn broer [slachtoffer 1] voor de woning van zijn broer en moeder zijn bedreigd door [verdachte] en [medeverdachte 1] , die in een zwarte BMW kwamen aanrijden en onder andere zeiden “We zijn nog niet klaar met jullie” en ”We gaan jullie doodschieten”. Vervolgens is [getuige 1] meteen met zijn broer naar het politiebureau gereden. Moeder [slachtoffer 2] heeft verklaard dat zij heeft gezien en gehoord dat haar zoons [slachtoffer 1] en [getuige 1] voor haar woning zijn bedreigd vanuit een zwarte BMW (“Ik maak je dood, ik schiet je dood”) waarin zij als bestuurder zag zitten [medeverdachte 1] (het hof begrijpt: [medeverdachte 1] ) en naast deze [verdachte] (het hof begrijpt: [verdachte] ). Haar zoons zijn gelijk daarna naar de politie gegaan. [slachtoffer 1] heeft verklaard dat hij voor zijn woning, terwijl zijn moeder en zijn broer [getuige 1] ook thuis waren, met de dood is bedreigd door [medeverdachte 1] vanuit een zwarte BMW waarin ieder geval [medeverdachte 1] en [verdachte] zaten en dat hij daarna (met zijn broer) naar het politiebureau is gegaan om aangifte van deze bedreiging te doen. De schietpartij Op 30 april 2012 omstreeks 22.06 uur kwamen bij de Gemeenschappelijke Meldkamer Zeeland telefonische meldingen binnen van een schietpartij op het adres [A-straat 43] te Terneuzen, op welk adres de familie [van de slachtoffers] woonachtig is. Bij deze schietpartij zou meermalen geschoten zijn en er zouden gewonden zijn. In de woning aan de [A-straat 43] werden door een politie-eenheid twee gewonden aangetroffen, te weten [slachtoffer 1] en diens moeder [slachtoffer 2] . [slachtoffer 1] is met spoed naar het ziekenhuis te Gent (België) gebracht. Bij hem werden meerdere uitwendige en inwendige letsels geconstateerd, veelal laag in de buik en in de bekkenstreek, waarvoor een operatieve ingreep en ziekenhuisopname nodig waren. Ten tijde van het opnemen van de letselbeschrijving (28 juni 2012) was het de vraag was of alles uiteindelijk volledig zou herstellen. Uit de aanvullende letselbeschrijving van 29 mei 2013 blijkt dat zich toen nog op diverse plekken in de buikholte diverse kogelfragmentjes bevonden en dat er twee vijf uur durende operaties hebben plaatsgevonden aan de buikholte en aan de penis, waarbij diverse beschadigingen werden geïnspecteerd, gespoeld en gehecht en een kunstmatige omleiding werd aangelegd. Uit de verklaring van de arts Decaestecker uit het UZ te Gent is gebleken dat [slachtoffer 1] na deze operaties nog eens vijf maal is geopereerd. Zijn moeder [slachtoffer 2] is overgebracht naar het ziekenhuis in Terneuzen. Door de chirurg aldaar is geconstateerd dat zij twee wonden had, in haar linker bovenbeen en in haar rechter bovenbeen. Uit het rechterbeen is een voorwerp verwijderd, een in het linkerbeen geconstateerd voorwerp heeft men laten zitten. Conclusie: meerdere wonden passend bij het beschreven schietincident die volledig zullen genezen en geen direct levensgevaar hebben opgeleverd. Verklaringen van de slachtoffers [slachtoffer 1] Op 3 mei 2012 is [slachtoffer 1] in het UZ Gent door de Belgische politie gehoord. Hij verklaart onder meer dat hij en zijn broer [getuige 1] op 30 april 2012 na het bezoek aan het politiebureau naar huis zijn gereden [het hof begrijpt: naar de ouderlijke woning van [slachtoffer 1] aan de [A-straat 43] te Terneuzen] en dat zijn broer [getuige 1] is vertrokken. [slachtoffer 1] zag toen door het raam van de woonkamer een witte bestelbus langzaam voorbij de woning rijden. Deze auto reed rondjes in de straat. Nadat hij de auto voor de tweede maal voorbij zag rijden, is hij gaan kijken aan de voordeur. Hij zag de auto stoppen bij de gehandicaptenhuisjes rechts van hem en zag in de auto [verdachte] , [medeverdachte 1] , [medeverdachte 2] , [medeverdachte 3] en [medeverdachte 4] . [medeverdachte 1] was de bestuurder. Allen kwamen uit de auto en liepen al schietend naar hem toe. [slachtoffer 1] weet zeker dat iedereen een vuurwapen had en er waren wapens bij waar vuur uitkwam. Hij heeft hen herkend aan hun gezicht. [medeverdachte 1] en [verdachte] liepen naast elkaar. [slachtoffer 1] heeft zich omgedraaid en de voordeur dichtgegooid. Toen hij al binnen was voelde hij dat hij geraakt was. Hij is op zijn moeder gesprongen in de woonkamer om haar te beschermen en hoorde nog steeds schoten door de ramen. Even later sprong zijn moeder op en schreeuwde buiten om hulp. Zij was in haar benen geraakt. Desgevraagd noemt [slachtoffer 1] de achternamen van [medeverdachte 1] en [verdachte] en [medeverdachte 3] . Hij verklaart tenslotte nog: “ [verdachte] was duidelijk bij de raid. Hij zat in de zwarte BMW en beiden bedreigden ze mij door te zeggen ‘Ik ga je doodschieten’ ”. [slachtoffer 2] Op 4 mei 2012 heeft [slachtoffer 2] aangifte gedaan. Zij verklaart onder meer als volgt. Zij was op 30 april 2012 in de avond in haar woning boven aan het opruimen toen zij [slachtoffer 1] hoorde roepen: ”De zwarten zijn hier” en “ [medeverdachte 1] en [verdachte] zijn hier”. Zij keek naar buiten en zag [verdachte] en [medeverdachte 1] in de struiken bij een zwarte BMW staan, die zij herkende als de auto van [medeverdachte 1] . Zij kent beide jongens goed omdat haar zoons haar voor hen hebben gewaarschuwd. Zij zag vervolgens [medeverdachte 1] achter het stuur zitten en [verdachte] ernaast, ze reden langs de woning. Zij is naar beneden gegaan, zij hebben [getuige 1] gebeld met het verzoek te komen. Zij heeft gezegd dat [slachtoffer 1] en [getuige 1] naar de politie moesten gaan om het voorval door te geven. Zij stond bij de voordeur en [slachtoffer 1] en [getuige 1] gingen naar buiten. Op dat moment kwam de zwarte BMW van [medeverdachte 1] weer langsrijden en stond even stil. Zij zag dat [medeverdachte 1] achter het stuur zat en [verdachte] naast hem. Zij zag ook mensen achterin zitten. Zij hoorde twee stemmen vanaf de voorkant van de auto roepen: “Ik maak je dood, ik schiet je dood”. De BMW vertrok weer. [slachtoffer 1] en [getuige 1] zijn toen direct daarna naar de politie gegaan. Na ongeveer 10 minuten kwamen ze terug. [slachtoffer 1] stapte uit de auto, [getuige 1] reed weg. In de woonkamer vertelde [slachtoffer 1] over het bezoek aan de politie, hij was op zijn hoede, keek uit het raam aan de voorzijde. Zij ging ook naar het raam en keek naar buiten. Daar zag zij een witte hoge auto, een klein busje, vanuit links langzaam langs de woning rijden. Zij kon de auto goed zien, zij keek in de auto en zag dat het daar druk was, dat er ook mensen achterin zaten. Zij zag zwarte koppen maar kon niet duidelijk zien wie er zaten. Zij zag een chauffeur en iemand naast hem zitten en daarachter koppen. [slachtoffer 1] liep naar de voordeur en deed die open. Op het moment dat hij naar buiten liep, hoorde zij schieten, dat waren een heleboel knallen, het klonk als vuurwerk. Zij hoorde [slachtoffer 1] roepen dat hij geraakt was. Hij kwam naar binnen, en deed de deur meteen achter zich dicht. Hij kwam de woonkamer binnen, zij voelde haar benen branden. [slachtoffer 1] sprong op haar, zij vielen beiden op de grond. [slachtoffer 1] lag bovenop. De schoten waren in één keer achter elkaar. [slachtoffer 1] kon niet meer staan. Zij heeft de buitendeur open gedaan en om hulp geroepen. Zij zag dat [verdachte] en [medeverdachte 1] wegrenden. Zij stond toen in de deuropening en deed een stap naar buiten. Zij herkende [verdachte] aan zijn grote bos haar, hij heeft een grof postuur. Zij herkende [medeverdachte 1] aan zijn lichaamsbouw. Zij zag dat die twee renden in de richting van een witte auto en dat er een groepje voor hen uit rende ook in de richting van die auto. Het waren er meer dan vijf. Zij weet niet of zij in die auto zijn gestapt. Aanhouding kort na het schietincident van enkele verdachten Na de melding van de schietpartij om 22.06 uur reden [verbalisant 2] en [verbalisant 3] naar de [A-straat] . Zij hadden van de meldkamer meegekregen dat er een BMW, voorzien van het [kenteken 2] was gezien. Het was de verbalisanten ambtshalve bekend dat die auto op naam stond van [naam kentekenhouder] en dat [medeverdachte 1] er gebruik van maakte. Toen de verbalisanten over de [B-straat] in Terneuzen reden, zagen zij ter hoogte van nummer 22 een zwarte BMW met het [kenteken 2] staan. De auto stond schuin ingeparkeerd met zowel voor- als achterlichten aan. De verbalisanten zagen voorts dat schuin voor de woning aan de [B-straat 22] een groep van zes à zeven Antilliaanse personen stond en dat twee of drie personen uit die groep door de geopende voordeur van de woning nummer 22 naar binnen renden en de deur dichtklapten. Deze personen werden door de verbalisanten niet herkend. Wel herkenden zij [medeverdachte 1] , [medeverdachte 3] en [medeverdachte 2] . De verbalisanten hoorden dat [medeverdachte 1] meermalen riep: “Ik heb er niets mee te maken”. De verbalisanten zagen even later dat de voordeur van de woning aan de [B-straat 22] weer open ging en dat [medeverdachte 4] naar buiten kwam. [medeverdachte 1] , [medeverdachte 3] , [medeverdachte 2] en [medeverdachte 4] werden op 30 april 2012 omstreeks 22.15 uur ter plaatse door de politie aangehouden. Het hof stelt vast dat, volgens de ANWB Routeplanner, de afstand per auto tussen [A-straat 43] (plaats delict) en [B-straat 22] (locatie aanhoudingen) ongeveer 620 meter bedraagt, af te leggen in ongeveer vier minuten. Forensisch sporenonderzoek Bij het forensisch sporenonderzoek werden aan de voorzijde van de woning aan de [A-straat 43] te Terneuzen inschotbeschadigingen aangetroffen in het enkel glas van de voordeur alsmede in de dubbele beglazing van de ramen en in het raamkozijn. In de ruiten aan de achterzijde van de woonkamer zaten diverse uitschotbeschadigingen. In de woonkamer en de keuken werden meerdere fragmenten van kogelprojectielen aangetroffen. In het glas van de deur van de gang naar de woonkamer zaten rondvormige beschadigingen en ook in een muur van de woonkamer, in een vitrinekast, de zitbanken, de kussens en een radiator werden beschadigingen aangetroffen. Deze beschadigingen zijn zeer waarschijnlijk schotbeschadigingen c.q. ricochetwerking van afgevuurde kogelprojectielen. De beschadigingen in de voordeur bevonden zich op een hoogte tussen 92 en 127 centimeter en de beschadiging in de voorgevel tussen 86 en 136 centimeter. Wapen en munitie Bij het sporenonderzoek werden op de openbare weg vóór de woning [A-straat 43] 15 patroonhulzen aangetroffen van het kaliber 7.62. In en tussen de tuinbeplanting aan de voorkant van de woning lagen nog 3 soortgelijke hulzen. Op 11 mei 2012 werd onder [getuige 4] een automatisch vuurwapen, voorzien van het serienummer 53966/B-53966, aangetroffen en in beslag genomen. Het is een enkelloops machine(kogel)geweer van het merk Zastava, model M70AB2, kaliber 7.62, met het serienummer B-53966. Dit is de Joegoslavische uitvoering van het Russische origineel AK47, systeem Kalashnikov. Met het kogelgeweer is een aantal proefschoten gelost, waarbij gebruik is gemaakt van munitie uit eigen bestand van het Regionaal Bureau Wapens en Munitie. Daarbij is vastgesteld dat het kogelgeweer naar behoren functioneerde. Bij het vergelijkend onderzoek tussen de afvuursporen in vier van de achttien nabij de woning aan de [A-straat 43] te Terneuzen aangetroffen patroonhulzen en die in de proefhulzen uit het kogelgeweer is vastgesteld dat de vier hulzen waarschijnlijk zijn verschoten met het onder [getuige 4] aangetroffen en in beslag genomen kogelgeweer. [getuige 4] heeft verklaard dat hij het betreffende wapen op 30 april 2012 tussen 22.00 uur en 23.00 uur heeft aangetroffen in de bosjes nabij de woning van zijn vriendin aan de [C-straat 18] te Terneuzen. De loop van het wapen was op dat moment nog gloeiend heet, het wapen stond niet op veilig en er zat geen patroon meer in. Uit de ANWB-routeplanner blijkt dat de loopafstand tussen de [A-straat 43] respectievelijk de [B-straat 22] en de [C-straat 18] Terneuzen 1,1 kilometer respectievelijk 500 meter bedraagt. Verklaringen van getuigen [getuige 1] heeft op 2 mei 2012 tegenover de politie verklaard dat hij een dag eerder met zijn broertje [het hof begrijpt: [slachtoffer 1] ] had gesproken. [getuige 1] had hem gevraagd wat er was gebeurd, waarop [slachtoffer 1] onder meer vertelde dat hij had gezien dat er een wit busje enkele keren langs zijn huis was gereden. [slachtoffer 1] had hiernaar gekeken en zag toen dat dit busje rechts van zijn huis stond met de neus in de richting van [D-straat] . [getuige 1] verklaarde dat [slachtoffer 1] hem had gezegd dat hij de voordeur had geopend en dat er vijf mannen op hem af kwamen, maar dat het er ook meer konden zijn, dat er toen al op hem, [slachtoffer 1] , was geschoten en hij toen al was geraakt, dat hij nog net op tijd de deur dicht kon doen en dat er vervolgens werd geschoten op de woning, dat [slachtoffer 1] nog in de gang was en daar ook werd geraakt, dat [slachtoffer 1] toen vanuit de gang de woonkamer in is gesprongen naar zijn moeder en dat hij had gezien dat zij ook was geraakt. [getuige 1] verklaarde verder dat [slachtoffer 1] de namen noemde van degenen die hij had herkend: de voorsten waren [medeverdachte 1] en [verdachte] . Zij stonden op de voorgrond bij het afvuren. De anderen waren [medeverdachte 3] , [medeverdachte 2] en nog een jongen, van wie [getuige 1] zich op dat moment de naam niet kon herinneren. Hij dacht [pseudoniem van medeverdachte 4] , de grootste zoon van [vader van medeverdachte 4] [het hof begrijpt dat bedoeld wordt: [medeverdachte 4] , zoon van [vader van medeverdachte 4] ]. Buurtbewoners Diverse buurtbewoners - [buurtbewoner 1], [buurtbewoner 2], [buurtbewoner 3], [buurtbewoner 4], [buurtbewoner 5], [buurtbewoner 6], [buurtbewoner 7] en [getuige 2] - hebben verklaard dat zij die avond opgeschrikt werden door schoten en dat zij een witte bestelauto hebben zien wegrijden. [getuige 2] De getuige [getuige 2] was die avond werkzaam als woonbegeleidster van Stichting [naam stichting] . Deze Stichting heeft de woningen aan de [A-straat 12-16] . Deze woningen worden door omwonenden kennelijk ook wel “de invalidenwoningen” genoemd. Deze woningen liggen, bezien vanuit de woning aan de [A-straat 43] in een rechte hoek direct links van [A-straat 43] . [getuige 2] verklaarde dat zij ten tijde van de schietpartij achterin de woonkamer van [A-straat 16] achter haar computer zat. Nadat ze omstreeks 22.03 uur (dit tijdstip zag ze op haar computer) heel veel geweerschoten hoorde, keek zij door het raam naar buiten. Zij zag een witte Opel Combo stilstaan voor [A-straat 14] en zag een man uit de richting van de woning aan de [A-straat 43] aan komen lopen. Zij zag die man instappen aan de passagierskant van de Opel Combo. Zij heeft de volgende beschrijving van hem gegeven: hij had een donkere muts op waar rastahaar onder vandaan kwam. Hij had een donkere huidskleur en een mager en ingevallen gezicht. Hij was niet zo groot, zo’n 1.70 à 1,75 m., en had een tenger/normaal postuur. [getuige 2] heeft de man zo rond de 20 jaar oud geschat en vermoedde dat hij van Antilliaanse afkomst was. Bijzondere overwegingen omtrent het bewijs Met betrekking tot het beweerde alibi van de verdachte De verdachte heeft op 24 mei 2012 tegenover de politie verklaard (p. 402 e.v. dossier I) dat hij op 30 april 2012, nadat hij met [medeverdachte 1] , [medeverdachte 3] en [medeverdachte 2] met de zwarte BMW van [medeverdachte 1] naar de Koninginnedag viering in Vlissingen was geweest, bij terugkeer in Terneuzen ’s avonds tussen 21.00 en 21.30 uur direct door [medeverdachte 1] is afgezet op het adres van zijn, verdachtes, ouders aan de [B-straat 42] . De verdachte zegt dronken te zijn geweest en door zijn zus [zus 1] met de auto naar zijn oom [oom van verdachte] in Haarlem te zijn gebracht; de volgende ochtend moest hij immers weer op zijn stageadres in Noord-Holland zijn. Volgens [zus 1] (p. 246 e.v. dossier I) is verdachte omstreeks 21.30 à 21.45 uur dronken thuisgekomen en is zij met de verdachte als passagier in de auto van haar moeder reeds vóór 22.00 uur weggereden uit Terneuzen en zijn zij rond 1.00 uur in Haarlem aangekomen. Volgens de verdachte wordt zijn alibi bevestigd door zijn vader (voor wat betreft de aankomst van verdachte thuis en het vertrek naar zijn oom in Haarlem), de oom van de verdachte (voor wat betreft aankomst verdachte in Haarlem) en een neef van de verdachte, [neef 1] . Laatstgenoemde heeft verklaard dat hij de verdachte en zijn zus nog vóór 22.00 uur in de auto heeft zien rijden bij de rotonde bij de Kwik-Fit in Terneuzen, waarbij er kort contact tussen hen is geweest. Hierover verklaart ook [zus 1] . Ten aanzien van de geloofwaardigheid van al deze verklaringen overweegt het hof het volgende. Volgens de verdachte bedraagt de reistijd per auto van Terneuzen naar Haarlem zo’n twee tot twee-en-een-half uur. Uitgaande van het zowel door [zus 1] als door [oom van verdachte] genoemde tijdstip van aankomst in Haarlem (rond 01.00 uur), welk tijdstip ook aansluit bij de verklaring van de verdachte dat hij bij zijn oom in Haarlem omstreeks 01.15 uur de wekker heeft gezet, is aannemelijk dat [zus 1] en de verdachte eerst (enige tijd) ná 22.00 uur, in ieder geval na het tijdstip van de schietpartij (waarvan om 22.06 uur via 112 melding is gedaan), vanuit Terneuzen vertrokken zijn. De verklaring van [zus 1] , dat zij en de verdachte reeds tussen 21.30 uur en 21.45 uur zijn vertrokken uit Terneuzen acht het hof, gezien de door de verdachte genoemde gebruikelijke reistijd, bovendien niet aannemelijk omdat dit zou betekenen dat de reistijd - in de nachtelijke uren van 30 april 2012 op 1 mei 2012 - drie uur en 15 – 30 minuten zou hebben bedragen, terwijl die normaal gesproken niet meer dan twee-en-een-half uur bedraagt. Ook dit is reden om aan te nemen dat de werkelijke vertrektijd in Terneuzen later lag dan de tijden die [zus 1] en haar vader hebben genoemd. De verklaring van [neef 1] is hiermee eveneens ongeloofwaardig, waarbij het hof voorts in aanmerking neemt dat voornoemde verklaring van [neef 1] wordt weersproken door [vriend van neef 1] (pagina 253-254, proces-verbaal I)) die op dat moment bij [neef 1] achterop de fiets zat en die heeft verklaard dat ze onderweg geen bekenden zijn tegengekomen bij de rotonde of daarna. Met betrekking tot de geloofwaardigheid van de verklaring van verdachte overweegt het hof dat de verdachte heeft gelogen waar hij verklaart dat hij niet betrokken is geweest bij het bedreigingsincident dat aan de schietpartij vooraf is gegaan. De verklaring van de verdachte dat hij na terugkeer in Terneuzen vanuit Vlissingen tussen 21.00 en 21.30 uur direct door [medeverdachte 1] is afgezet bij de woning van zijn, verdachtes, ouders aan de [B-straat 42] , wordt immers door vier getuigenverklaringen weerlegd, om te beginnen door de hierboven weergegeven verklaringen van [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] . Daarnaast heeft ook [getuige 1] verklaard dat hij op de avond van 30 april 2012 van zijn broer [slachtoffer 1] een berichtje had ontvangen dat [medeverdachte 1] en [verdachte] met de auto voor de deur hadden gestaan, waarop hij direct naar de woning van zijn moeder en broer was gereden, en vanuit de deuropening zag dat de BMW met het [kenteken 2] stopte, dat [medeverdachte 1] achter het stuur zat, dat [verdachte] naast hem zat en dat er nog meer mensen achterin zaten. Ook uit de verklaring van [getuige 1] volgt dat hij toen hoorde dat [verdachte] riep: “We zijn nog niet klaar met jullie” en voorts dat hij hoorde dat [medeverdachte 1] en [verdachte] vervolgens door elkaar heen tegen hen begonnen te praten, waarbij zij zeiden dat zij hen gingen doodschieten. Voorts heeft de getuige [getuige 3] tegenover de politie verklaard dat zij vanuit haar woning [A-straat 21] had gezien dat de verdachte en [medeverdachte 1] op 30 april 2012 omstreeks 21.30 uur op de [A-straat] te Terneuzen uit de BMW van [medeverdachte 1] stapten en in de buurt van de auto bleven staan. [getuige 3] verklaart dat zij hen al jaren kent en met hen in Terneuzen is opgegroeid. De getuige [getuige 3] heeft voorts verklaard dat zij vijf à tien minuten later hoorde dat de portieren van een auto werden dichtgeslagen en dat een auto werd gestart. Zij zag vervolgens de BMW van [medeverdachte 1] voor haar woning langs in de richting van de woning van [slachtoffer 1] rijden. Behalve in de hiervoor bedoelde getuigenverklaringen, vindt het aan de schietpartij voorafgaande incident ook bevestiging in het gegeven dat [slachtoffer 1] en [getuige 1] 30 april 2012 omstreeks 21.50 uur op het politiebureau in Terneuzen daarvan melding hebben gemaakt, waarbij zij de namen van [medeverdachte 1] en [verdachte] hebben genoemd. Dit was vóór het schietincident dat omstreeks 22.03 uur plaatsvond. Op grond van het vorenstaande stelt het hof vast dat de verdachte bij dat bedreigingsincident aanwezig was en pas na het schietincident uit Terneuzen vertrokken is. Dit betekent dat verdachte een leugenachtig alibi heeft verstrekt. Betrouwbaarheid verklaringen [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] over het schietincident Anders dan de verdediging acht het hof de verklaringen van [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] over de schietpartij zelf betrouwbaar en dus bruikbaar voor het bewijs. Het hof neemt hierbij in aanmerking dat uit de verklaring die [getuige 1] op 2 mei 2012 bij de politie heeft afgelegd, volgt dat hij [slachtoffer 1] reeds op 1 mei 2012, daags na de schietpartij, heeft gesproken waarbij [slachtoffer 1] zich tegenover hem, [getuige 1] , heeft uitgelaten over de betrokkenen bij de schietpartij. Bij zijn verhoor op 3 mei 2012 heeft [slachtoffer 1] in gelijke zin verklaard tegenover de politie. Bovendien wordt die opgave in grote lijnen bevestigd in de verklaring die zijn moeder, [slachtoffer 2] , op 4 mei 2012 heeft afgelegd. Daarnaast vinden de verklaringen van [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] steun in objectieve feiten en omstandigheden. Het hof merkt in dit verband in de eerste plaats op dat verschillende getuigen hebben verklaard dat zij kort voor en na de schietpartij in de [A-straat] te Terneuzen een witte bestelauto langzaam hebben zien rondrijden of stilstaan. Voorts stelt het hof vast dat de politie enkele minuten na de melding van de schietpartij (melding om 22.06 uur) op de [B-straat] te Terneuzen - op betrekkelijk korte afstand van de plaats delict, ruim 600 meter – vier van de vijf personen die volgens [slachtoffer 1] bij de schietpartij aanwezig waren heeft aangetroffen en aangehouden (tijdstip aanhouding 22.15 uur). Dit betekent dat deze personen vlak in de buurt van de schietpartij waren én in de samenstelling die [slachtoffer 1] heeft genoemd. Alleen de verdachte ontbrak in die groep. Hierbij merkt het hof op dat bij aankomst van de politie kort na de melding in de [B-straat] voor de woning aan de [B-straat 22] een groep van zes à zeven Antilliaanse personen stond en dat twee of drie personen uit die groep door de geopende voordeur van de woning nummer 22 naar binnen renden en de deur dichtklapten en later niet meer door de politie zijn aangetroffen. Opvallend gegeven hierbij is tevens dat [medeverdachte 1] - een van degenen die volgens [slachtoffer 1] bij de schietpartij aanwezig waren - bij zijn aanhouding herhaaldelijk riep: ‘Ik heb er niets mee te maken’ en dat hij ook bij zijn voorgeleiding heeft gezegd dat hij niets met een schietpartij te maken had. Dit suggereert dat [medeverdachte 1] kennis had van de schietpartij, maar in zijn verhoor op 2 mei 2012 verklaarde [medeverdachte 1] echter dat hij helemaal niet wist dat er geschoten was en dat hij verbaasd was dat hij werd aangehouden. Opmerkelijk acht het hof voorts dat ook [medeverdachte 4] - eveneens een van degenen die, aldus [slachtoffer 1] , bij de schietpartij aanwezig waren – een kennelijk leugenachtige verklaring heeft afgelegd over de avond van 30 april 2012. Volgens [medeverdachte 4] hebben zijn ouders die avond na thuiskomst van de Koninginnedag viering in buurthuis De Kameleon na het avondeten visite ontvangen. De visite bestond volgens [medeverdachte 4] uit zijn oom [vader van verdachte] , zijn tante [moeder van verdachte] en zijn nichtjes [zus 1] en [zus 2] [hof: de ouders respectievelijk de zussen van de verdachte]. Zij zaten volgens [medeverdachte 4] in de woonkamer en de vader van [medeverdachte 4] zat op de bank. [medeverdachte 4] zelf heeft zich die avond naar zijn zeggen aan de computer in de woonkamer bezig gehouden met zijn schoolwerk. Op een gegeven moment - rond 21.00 uur à 21.30 uur - is de visite weggegaan en zijn ouders naar boven gegaan, aldus [medeverdachte 4] . Circa tien minuten later zag hij lichten voor de woning waarop hij naar de voordeur is gelopen en de voordeur heeft geopend. [medeverdachte 4] zag toen een aantal agenten staan met getrokken wapens. Hij heeft verder niemand de woning binnen zien komen. De verklaring van [medeverdachte 4] , dat er tot 21.00 uur à 21.30 uur visite bij zijn ouders thuis is geweest, vindt echter geen bevestiging in de verklaring die de moeder van [medeverdachte 4] , de getuige [moeder van medeverdachte 4] , op 1 mei 2012 tegenover de politie heeft afgelegd. Zij verklaart in het geheel niet over visite op de avond van 30 april 2012. In tegendeel: volgens de getuige [moeder van medeverdachte 4] is haar man [hof: [betrokkene 2] ] na thuiskomst van de Koninginnedag viering in De Kameleon in bed gaan liggen omdat hij dronken was. Ook uit de verklaring die de getuige [zus 1] [hof: de zus van de verdachte] tegenover de politie heeft afgelegd, blijkt niets van een op de avond van 30 april 2012 afgelegd familiebezoek aan huize [familie medeverdachte 4] . Voorts wordt ook de verklaring van [medeverdachte 4] dat hij niemand de woning heeft zien binnenkomen, weersproken door het feit dat verbalisanten die avond even na tien uur ’s avonds twee of drie personen de woning aan de [B-straat 22] hebben zien inrennen terwijl [medeverdachte 4] kort daarop door diezelfde deur naar buiten kwam. Derhalve moet het er naar het oordeel van het hof voor gehouden worden dat [medeverdachte 4] leugenachtig heeft verklaard teneinde zichzelf een alibi te verschaffen voor zijn aanwezigheid bij de schietpartij in de [A-straat] . De verdediging heeft nog betoogd dat het door de getuige [getuige 2] opgegeven signalement van degene die zij na de schietpartij aan de passagierszijde van de witte auto zag instappen, niet past bij dat van de verdachte. Daarmee is dat signalement tevens in tegenspraak met het signalement van de verdachte, dat door [slachtoffer 2] is opgegeven. Uit de verklaring van [slachtoffer 1] volgt dat hij onder meer heeft gezien dat de verdachte met een vuurwapen op hem schoot. [slachtoffer 2] heeft verklaard dat zij [medeverdachte 1] en de verdachte na de schietpartij heeft zien wegrennen in de richting van een witte bestelauto en dat voor hen uit nog een vijftal anderen in de richting van die auto renden. Zij heeft niemand in de auto zien instappen. De getuige [getuige 2] heeft verklaard dat zij één manspersoon aan de passagierszijde van de witte auto heeft zien instappen. Nog daargelaten de mogelijkheid dat getuige [getuige 2] , die maar één persoon heeft zien instappen, een ander dan de verdachte heeft gezien, is het hof van oordeel dat het door de getuige [getuige 2] van de manspersoon opgegeven signalement verdachte niet uitsluit. Dat het postuur en de lengte van die manspersoon, waarover zij heeft verklaard, niet volkomen in overeenstemming zijn met het postuur en de lengte van de verdachte maakt dat niet anders. De getuige heeft de manspersoon immers slechts korte tijd kunnen waarnemen en in die tijd was de manspersoon bovendien steeds in beweging (hij liep naar de auto en stapte in), waardoor kenmerken zoals de lengte van een persoon zich moeilijk eenduidig laat beschrijven. Dat de geschatte leeftijd niet overeenstemt met die van verdachte bevreemdt niet, nu leeftijd moeilijk is te schatten. Zo heeft [verbalisant 4] in een proces-verbaal gerelateerd dat hij, toen hij [oom van verdachte] , de oom van de verdachte, ging horen in diens woning in Haarlem, een andere manspersoon tegenkwam in de woonkamer. Dit was een jongere persoon van ongeveer 20 jaar oud. Tijdens het verhoor werd de verbalisant er door de oom op gewezen dat deze persoon de verdachte was. Ten slotte overweegt het hof dat zowel verdachte, zijn zus [zus 1] als zijn oom [oom van verdachte] hebben verklaard dat verdachte op 1 mei 2012 om circa 01.00 uur ’s nachts in de woning van [oom van verdachte] in Haarlem is aangekomen. Zoals reeds is opgemerkt, is dit tijdstip verenigbaar met verdachtes deelname aan het schietincident om circa 22.06 uur in de avond van 30 april 2012. De reistijd per auto van Terneuzen via Antwerpen (de route volgens de zus van verdachte) naar Haarlem bedraagt immers circa tweeëneenhalf uur (p. 424 proces-verbaal I). Medeplegen Door de verdediging is betoogd dat op grond van het forensisch sporenonderzoek slechts bewijs voorhanden is dat er één vuurwapen is gebruikt en dat uit de eerste verklaring die [slachtoffer 1] heeft afgelegd volgt dat hij zag dat vuur uit het wapen van [medeverdachte 1] kwam en dat hij voelde dat hij aan zijn linkerzijde werd geraakt. De verdediging heeft er in dit verband voorts op gewezen dat [slachtoffer 1] pas ten overstaan van de raadsheer-commissaris, wanneer hij in staat is geweest kennis te nemen van alle in deze zaak afgelegde verklaringen, heeft verklaard dat de verdachte en [medeverdachte 1] tegelijkertijd op hem hebben geschoten. Het hof overweegt als volgt. [slachtoffer 1] heeft reeds bij zijn verhoor op 3 mei 2012 tegenover de Belgische politie vijf namen genoemd van personen die hij bij de schietpartij had herkend. Een van die namen is ‘ [verdachte] ’. Ook heeft [slachtoffer 1] toen verklaard dat deze vijf personen ( [verdachte] , [medeverdachte 1] , [medeverdachte 2] , [medeverdachte 3] en [medeverdachte 4] ) uit de witte bestelbus kwamen en al schietend naar hem toe kwamen; iedereen had een vuurwapen en er waren wapens (hof: meervoud) waar vuur uit kwam. Het gegeven dat op de openbare weg voor de woning aan de [A-straat 43] te Terneuzen en tussen de tuinbeplanting van die woning achttien patroonhulzen zijn aangetroffen die waarschijnlijk alle met één vuurwapen zijn verschoten, staat niet in de weg aan de mogelijkheid dat er meer dan één vuurwapen is gebruikt, zoals bijvoorbeeld een vuurwapen dat geen patroonhulzen uitwerpt. Ook het gegeven dat bij de op de [B-straat] (op 30 april 2012 om 22.15 uur) aangehouden personen zogenoemde ‘schiethanden’ zijn afgenomen, waarbij geen relevante sporen van schotresten zijn aangetroffen, staat er niet aan in de weg dat mogelijk door meer personen op [slachtoffer 1] is geschoten. De mogelijkheid bestaat immers dat de schutter of schutters handschoenen hebben gedragen tijdens het vuurwapengebruik. Maar wat daarvan ook zij: op grond van het voorhanden bewijsmateriaal staat genoegzaam vast dat
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.