GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH Afdeling civiel recht zaaknummer 200.159.950/02 arrest van 21 juni 2016 in de zaak van mr. H.E.C. Savelkoul, handelend in zijn hoedanigheid van curator in het faillissement van [gefailleerde 1] Bouw B.V., gevestigd en kantoorhoudende te [vestigingsplaats] , appellant, hierna aan te duiden als curator van [gefailleerde 1] respectievelijk [gefailleerde 1] , advocaat: mr. A.J.L.J. Pfeil te Maastricht, tegen: mr. H.J.M. Stassen q.q., handelend in zijn hoedanigheid van curator in het faillissement van Installatiebedrijf [gefailleerde 2], gevestigd te Valkenburg en kantoorhoudende te [vestigingsplaats] , geïntimeerde, hierna aan te duiden als curator van [gefailleerde 2] respectievelijk [gefailleerde 2] , advocaat: mr. C.H.C. Hocks te Maastricht, op het bij exploot van dagvaarding van 22 oktober 2014 ingeleide hoger beroep van het vonnis van 23 juli 2014, door de rechtbank Limburg, zittingsplaats Maastricht , gewezen tussen [gefailleerde 1] als gedaagde in conventie, eiser in reconventie en Installatiebedrijf [gefailleerde 2] als eiser in conventie en verweerder in reconventie. 1Het geding in eerste aanleg (zaak-/rolnummer 2412500/CV EXPL 13-8693) Voor het geding in eerste aanleg verwijst het hof naar voormeld vonnis. 2Het geding in hoger beroep Het verloop van de procedure blijkt uit: de dagvaarding in hoger beroep; op de rolzitting van 3 februari 2015, bepaald voor de memorie van grieven, is door [gefailleerde 1] (eenstemmig) royement verzocht; de brief van de advocaat van [gefailleerde 2] van 12 februari 2016 waarin is verzocht een roldatum te bepalen op een termijn van twee weken, te weten 1 maart 2016, waartegen verval van instantie kan worden gevorderd; op de rolzitting van 1 maart 2016, heeft [gefailleerde 2] verval van instantie gevorderd; de zaak is vervolgens op de rol van 12 april 2016 gezet voor memorie van grieven; op de rolzitting van 12 april 2016 is geen memorie van grieven genomen en is de zaak op de rol van 10 mei 2016 gezet voor (ambtshalve peremptoir) memorie van grieven; bij brief van 18 april 2016 heeft de advocaat van [gefailleerde 1] medegedeeld dat die onderneming bij vonnis van de rechtbank Limburg, zittingsplaats Maastricht van 29 maart 2016 in staat van faillissement is verklaard, met benoeming van mr. H.E.C. Savelkoul tot curator; op de rol van 10 mei 2015 is geconstateerd dat de memorie van grieven niet is genomen. Vervolgens is een datum voor arrest bepaald. 3De beoordeling 3.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.