GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH Afdeling civiel recht zaaknummer 200.121.791/01 arrest van 28 juni 2016 in de zaak van [de vennootschap] , gevestigd te [vestigingsplaats] , appellante, advocaat: mr. H. Dijks te Enschede, tegen [de Duitse vennootschap] , gevestigd te [vestigingsplaats] , Duitsland, geïntimeerde, advocaat: mr. M.A.J. Kemps te Eindhoven, als vervolg op de door het hof gewezen tussenarresten van 15 juli 2014 en 8 maart 2016 in het hoger beroep van het door de rechtbank Roermond onder zaaknummer 113004/HA ZA 11-640 gewezen vonnis van 26 september 2012. 9Het verloop van de procedure Het verloop van de procedure blijkt uit: het tussenarrest van 8 maart 2016; het proces-verbaal van comparitie van partijen van 31 mei 2016. Het hof heeft daarna een datum voor arrest bepaald. 10De verdere beoordeling 10.1. Het hof verwijst naar en volhardt bij de tussenarresten van 15 juli 2014 en 8 maart 2016. 10.2. Bij laatstgenoemd arrest heeft het hof geoordeeld dat: van de vier gestelde tekortkomingen er twee waren komen vast te staan, een niet, en dat de vierde niet meer van belang was, en dat het bij de twee vastgestelde tekortkomingen ging om cruciale tekortkomingen welke ontbinding van de overeenkomst rechtvaardigden. 10.3. De ontbinding leidt ertoe dat de vordering in reconventie – welke inhield: betaling van nog niet betaalde, doch wel uitgevoerde – werkzaamheden dient te worden afgewezen, ofwel omdat deze voortvloeiden uit de ontbonden overeenkomst, ofwel omdat deze betrekking hadden op vergeefse herstelpogingen. 10.4. Voorts leidt deze ontbinding tot de verplichting van [de Duitse vennootschap] om hetgeen [de vennootschap] op de overeenkomst reeds betaald had, terug te betalen. 10.5. Deels vond die bedoelde betaling eerst plaats na en als gevolg van het vonnis in eerste aanleg. Al hetgeen krachtens dat vonnis is betaald dient eveneens te worden terug betaald. 10.6. De vastgestelde tekortkoming leidt tot de verplichting om daardoor ontstane schade te vergoeden. 10.7. [de vennootschap] heeft vergoeding van schade, op te maken bij staat gevorderd. Het hof heeft, voorlopig oordelende dat gelet op het tijdsverloop er enig zicht moest bestaan op de omvang van de schade, een comparitie gelast. De comparitie is gehouden doch een schikking is niet tot stand gekomen, terwijl de gegevens niet van dien aard waren dat reeds aanstonds omtrent de schade zou kunnen worden beslist. Bovendien heeft ter zitting [de Duitse vennootschap] een aantal verweren gevoerd, welke nadere toetsing zouden behoeven: in het bijzonder het thans door haar gedane beroep op een exoneratieclausule, en het beroep op de omstandigheid dat de gestelde schade voor het overgrote deel niet [de vennootschap] , maar haar dochter Sunliner BV betreft.Partijen gaven bij deze stand van zaken de voorkeur aan verwijzing naar de schadestaatprocedure. 10.8. Uit de inleidende dagvaarding, appeldagvaarding en memorie van grieven, in onderlinge samenhang gelezen, volgt dat [de vennootschap] de volgende vorderingen instelt: vernietiging van het vonnis waarvan beroep (appeldagvaarding en mvg sub a); afwijzing van de vorderingen in reconventie (idem sub
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.