GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH afdeling civiel recht zaaknummer 200.178.451/01 arrest van 6 september 2016 in de zaak van CS Factoring B.V., voorheen genaamd Credit Sales B.V., gevestigd te [vestigingsplaats 1] , appellante, advocaat: mr. E. Sonneveld te Bleiswijk, tegen 1 [geïntimeerde 1] V.O.F., gevestigd te [vestigingsplaats 2] , 2. [geïntimeerde 2] in diens hoedanigheid van vennoot, wonende te [woonplaats] , 3. [geïntimeerde 3] in haar hoedanigheid van vennoot, wonende te [woonplaats] , geïntimeerden, advocaat: mr. A.J. Flipse te Breda, op het bij exploot van dagvaarding van 5 oktober 2015 ingeleide hoger beroep van het door de rechtbank Zeeland-West-Brabant, kanton, zittingsplaats Bergen op Zoom gewezen vonnis van 15 juli 2015 tussen appellante -CS- als eiseres in de hoofdzaak, en geïntimeerden -de V.O.F. (geïntimeerde sub 1), [geïntimeerde 2] (geïntimeerde sub 2) en [geïntimeerde 3] (geïntimeerde sub 3), tezamen de V.O.F. c.s.- als gedaagden in de hoofdzaak. Het vonnis is tevens gewezen in de vrijwaringszaak van de V.O.F. c.s. tegen de vennootschap naar Belgisch recht [vertegenwoordiger Europestone] Group BVBA. 1Het verloop van de procedure Het verloop van de procedure in hoger beroep blijkt uit: voornoemde dagvaarding van 5 oktober 2015; de memorie van grieven d.d. 29 december 2015, waarbij producties zijn overgelegd; de memorie van antwoord d.d. 9 februari 2016. Nadat partijen arrest hebben gevraagd, is bepaald dat arrest wordt gewezen. Het hof doet recht op bovenvermelde stukken en de stukken van de eerste aanleg. 2Het geding in eerste aanleg (zaak/rolnr. 3543783 CV EXPL 14-5916) Voor het geding in eerste aanleg verwijst het hof naar voormelde vonnis van 15 juli 2015, naar het vonnis d.d. 4 maart 2015 in het incident waarbij de V.O.F. c.s. zijn bevolen om twee in dat vonnis nader genoemde partijen in vrijwaring te dagvaarden en naar het tussenvonnis van 27 mei 2015 waarin partijen zijn uitgenodigd ter zitting te verschijnen. 3De gronden van het hoger beroep Voor de tekst van de grieven wordt verwezen naar de memorie van grieven. 4De beoordeling 4.1 Geen der partijen heeft bezwaren geuit tegen de door de kantonrechter in het vonnis van 15 juli 2015 onder 3.1 vastgestelde feiten, zodat ook het hof daarvan zal uitgaan. Het hof gaat verder uit van nog enige enerzijds gestelde en anderzijds niet of onvoldoende betwiste feiten. Hierna volgt een opsomming van die feiten voor zover relevant. a. Op 21 februari 2013 heeft CS, toen nog genaamd “Credit Sales” met Europestone International B.V. aangeduid als Verkoper, onder de naam “Overeenkomst tot koop en levering van handelsvorderingen” (hierna: de factoringsovereenkomst, productie 1 bij inleidende dagvaarding) een overeenkomst gesloten. Art. 1 van de factoringsovereenkomst houdt in, voor zover relevant: “artikel 1 – Verkoop en levering -1. Gedurende de looptijd en onder de (opschortende) voorwaarden van de bepalingen in deze overeenkomst, verkoopt Verkoper aan Credit Sales (…) nader te specificeren (toekomstige) handelsvorderingen van Verkoper die nog aan afnemers van Verkoper dienen te worden gefactureerd (hierna ook te noemen: de “Vorderingen”). Verkoper verklaart dat deze overeenkomst als akte tot levering (bij voorbaat) van de Vorderingen is bestemd, terwijl deze levering door Credit Sales (bij voorbaat) wordt aanvaard. - 2. Deze verkoop en koop en levering (cessie) van Vorderingen vindt plaats onder de opschortende voorwaarde dat de debiteur van Verkoper niet failliet mag zijn verklaard (…)”. - 3. De nadere specificatie van de Vorderingen en de acceptatie ervan door Credit Sales vindt plaats op de door Credit Sales opgestelde en aan Verkoper af te geven koopafrekening, welke koopafrekening als akte tot levering door Verkoper van de Vorderingen is bestemd. (…) Artikel 6 – Cessietekst en aanlevering Vorderingen - 1. Alle door Verkoper aan Credit Sales verkochte Vorderingen worden gefactureerd op het brief- of factuurpapier van Verkoper en bevatten (minimaal) de navolgende mededeling en tekst: “Europestone International B.V. maakt gebruik van factoring. In verband daarmee is het vorderingsrecht van (het vrije gedeelte van) deze factuur overgedragen aan Credit Sales B.V. te [vestigingsplaats 1] . Rechtsgeldige en bevrijdende betaling van (het vrije gedeelte van) deze factuur kan uitsluitend en moet binnen de op de factuur vermelde betalingstermijn plaatsvinden door betaling op rekening [rekeningnummer] ten name van Credit Sales B.V. te [vestigingsplaats 1] .” - 2. Verkoper stelt de betreffende factuur in origineel en in kopie in tweevoud en voorzien van alle noodzakelijke bijlagen en/of bescheiden waaruit de rechtsgeldigheid van de Vordering en het geleverde blijkt, aan Credit Sales ter beschikking, waarna Credit Sales zorg draagt voor verzenden van de aan haar overgedragen originele factuur met de cessietekst met de betreffende bijlagen aan debiteur. (…)” De factoringsovereenkomst is namens Verkoper (hierna ook genoemd: Europestone) ondertekend door [vertegenwoordiger Europestone]. b. Bij factuur van 21 november 2013 (hierna ook: de vordering) van Europestone is aan de V.O.F. in rekening gebracht € 3.669,62 inclusief btw. Op die factuur (productie 2 inleidende dagvaarding) is vermeld, voor zover van belang: “(…) 100% van het factuurbedrag dient binnen 30 dagen te zijn bijgeschreven op onderstaande rekening van Credit Sales. Europe Stone maakt gebruik van factoring. In verband daarmee is het vorderingsrecht van (het vrije gedeelte van) deze factuur overgedragen aan Credit Sales B.V. te [vestigingsplaats 1] . Rechtsgeldige betaling van (het vrije gedeelte van) deze factuur kan uitsluitend en moet binnen 30 dagen na dagtekening van de factuur plaatsvinden door betaling op rekeningnummer [rekeningnummer] ten name van Credit Sales B.V. te [vestigingsplaats 1] . (…) Kvk [KvK] BTW [BTW] ING Bank [ING Bank] (…)”. De gegevens achter “Kvk”, “BTW” en “ING Bank” zijn de gegevens van Europestone. c. Europestone heeft voor de hiervoor onder sub b genoemde factuur drie andere opdrachten van de V.O.F. uitgevoerd en aan de V.O.F. gefactureerd. Daarmee is de hiervoor onder sub b genoemde factuur de vierde factuur van Europestone aan de V.O.F. d. Op 2 december 2013 heeft de V.O.F. het factuurbedrag van € 3.669,62 op de (tevens op de factuur van 21 november 2013 vermelde) bankrekening [ING Bank] van Europestone overgemaakt. e. Bij brief van 20 februari 2014 (productie 5 inleidende dagvaarding) laat CS aan de V.O.F. weten, voor zover hier van belang: “(…) Na controle door Credit Sales B.V. is gebleken dat u een factuurbedrag rechtstreeks aan Europestone (…) heeft betaald in plaats van aan Credit Sales B.V. Betreffende factuur is door Europestone (…) overgedragen op basis van factoring. Het gaat om de (…) factuur (…) van 21-11-2013 (…) met een factuurbedrag van € 3.699,62. Op bovengenoemde factuur staat weergegeven dat u uitsluitend rechtsgeldig en bevrijdend het factuurbedrag dient te betalen aan Credit Sales B.V. (…) Wij verzoeken u om binnen 5 dagen het volledige factuurbedrag (…) alsnog aan Credit Sales B.V. te betalen (…)”. De V.O.F. heeft niet betaald aan CS. f. Bij ongedateerd schrijven (noot hof: niet aan het hof overgelegd) heeft [vertegenwoordiger Europestone] namens Europestone de V.O.F. bericht: “Hierbij bevestig ik je nogmaals dat wij indertijd inderdaad hebben afgesproken dat jullie vanaf de derde factuur (…) rechtstreeks aan ons zouden betalen op ons rekeningnummer (…) zoals onderaan ook vermeld. Credit Sales was vanaf dat moment dan ook niet meer aan de orde. (…) ook de vierde door ons verzonden factuur (…) d.d. 21 november 2013 van € 3669,62 hebben jullie dan ook keurig conform afspraak op ons rekeningnummer betaald. In verband met de hiervoor genoemde afspraak hebben wij op de derde en vierde factuur ook ons rekeningnummer vermeld. (…) Zoals we jullie al eerder hebben bevestigd hebben jullie op ons verzoek op ons rekeningnummer betaald.” 4.2 CS heeft in eerste aanleg gevorderd dat de rechtbank bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad voor zover de wet dit toelaat, de V.O.F. c.s. hoofdelijk zal veroordelen om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan CS te betalen € 4.499,80, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente over € 3.669,62 vanaf 30 september 2014 tot aan de dag der algehele voldoening, één en ander met veroordeling van de V.O.F. c.s. in de kosten van het geding en, zoals het hof begrijpt, in de nakosten, welke nakosten zonder betekening € 131,- bedragen en € 199,- indien betekening noodzakelijk is. De vordering in de hoofdzaak is afgewezen omdat, kort gezegd, volgens de kantonrechter de vordering niet conform alle daarvoor geldende vereisten aan CS is gecedeerd. De vordering in de vrijwaringszaak van de V.O.F. c.s. tegen [vertegenwoordiger Europestone] Group BVBA is afgewezen omdat in de hoofdzaak een veroordeling van de V.O.F. c.s. is uitgebleven. De kantonrechter heeft CS veroordeeld in de kosten van de hoofdzaak en in de kosten van de vrijwaringszaak. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard. 4.3 Bij memorie van grieven heeft CS vier grieven voorgedragen en heeft zij gevorderd dat het hof, voor zoveel mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, het vonnis van 15 juli 2015 zal vernietigen en haar vorderingen ten aanzien van de V.O.F. c.s. alsnog zal toewijzen, met veroordeling van de V.O.F. c.s. in de kosten van beide instanties alsmede in de nakosten en in de proceskosten in de vrijwaringszaak. De V.O.F. c.s. voeren verweer. 4.4 De eerste twee grieven leggen tezamen de vraag voor of de vordering door Europestone is gecedeerd aan CS. Het hof zal deze twee grieven gezamenlijk beoordelen. Voor een rechtsgeldige cessie is krachtens art. 3:84 BW nodig een levering krachtens geldige titel door een beschikkingsbevoegde. De leveringshandeling geschiedt krachtens art. 3:94 lid 1 BW door een daartoe bestemde akte, en mededeling daarvan aan de debiteur (de V.O.F. c.s.) door de vervreemder (Europestone) of de verkrijger (CS). De wet stelt geen eisen aan de inhoud van de mededeling aan de debiteur noch aan de wijze waarop die mededeling moet zijn gedaan. De wet verzet zich niet tegen dubbelfuncties in die zin dat het mogelijk is dat de titel krachtens welke wordt geleverd én de akte die voor de levering is bestemd, in hetzelfde stuk worden neergelegd, mits dit stuk in elk geval een akte is. In die akte hoeft niet een met zoveel woorden tot cessie strekkende verklaring van de cedent (Europestone) te worden opgenomen. Voldoende is dat de akte zodanige gegevens bevat dat, eventueel in onderling verband en samenhang met andere akten of feiten, kan worden vastgesteld dat de akte tot cessie is bestemd. Een redelijke, op de praktijk afgestemde, uitleg van het in art. 3:94 lid 1 BW bedoelde vereiste van een akte voor de levering brengt mee dat voldoende is dat CS als verkrijger van de vordering redelijkerwijs uit de akte heeft mogen begrijpen dat zij tot levering was bedoeld (HR 29 juni 2001, NJ 2001, 662. Zie ook HR14 juni 2013, ECLI:NL:HR:2013:BZ7386 en de conclusie daarbij, ECLI:NL:PHR:2013:BZ7386). De hiervoor in rov. 4.1 sub a genoemde overeenkomst is neergelegd in een akte. Die overeenkomst heeft als benaming “Overeenkomst tot koop en levering van handelsvorderingen”. Art. 1 heeft als hoofd de woorden “Verkoop en levering” en art. 6 heeft als hoofd de woorden “Cessietekst en aanlevering Vorderingen”. De in art. 6 van de factoringsovereenkomst opgenomen cessietekst bevat woorden als “het vorderingsrecht van (…) deze factuur (
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.