GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH Afdeling civiel recht zaaknummer 200.181.800/01 arrest van 9 februari 2016 gewezen in het incident ex artikel 351 Rv in de zaak van [appellant] , wonende te [woonplaats] , appellant in de hoofdzaak, eiser in het incident, advocaat: mr. E.G.W. Hendriks te Kerkrade, tegen [geïntimeerde] , wonende te [woonplaats] , geïntimeerde in de hoofdzaak, verweerder in het incident, advocaat: mr. M.E.V. Boersma te Maastricht Airport, op het bij exploot van dagvaarding van 30 november 2015 ingeleide hoger beroep van het vonnis in kort geding van 4 november 2015, van de kantonrechter van de rechtbank Limburg, zittingsplaats Roermond, gewezen tussen appellant – [appellant] – als gedaagde en geïntimeerde – [geïntimeerde] – als eiser. 1Het geding in eerste aanleg (zaaknummer 4464079 \ CV EXPL 15-9330) Voor het geding in eerste aanleg verwijst het hof naar voormeld vonnis. 2Het geding in hoger beroep Het verloop van de procedure blijkt uit: de dagvaarding in hoger beroep met grieven en producties tevens houdende incidentele vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging ex artikel 351 Rv; de akte indienen nadere productie van [appellant] ; de conclusie van antwoord in het incident van [geïntimeerde] . Het hof heeft daarna een datum voor arrest bepaald. 3De beoordeling In het incident 3.
- Bij het bestreden vonnis heeft de kantonrechter [appellant] veroordeeld tot afgifte aan [geïntimeerde] van de personenauto van het merk BMW met kenteken [kenteken] (hierna: de auto) alsmede tot afgifte van de twee bij het voertuig behorende sleutels, binnen zeven dagen na dagtekening van dit vonnis, op straffe van verbeurte van een dwangsom. De kantonrechter heeft [appellant] veroordeeld in de kosten van de procedure en het meer of anders gevorderde afgewezen. Het bestreden vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard. 3.
- Het vonnis is op 10 november 2015 aan [appellant] betekend. 3.
- [appellant] is van dit vonnis in hoger beroep gekomen en heeft een incident ex artikel 351 Rv ingesteld. 3.
- [geïntimeerde] heeft gemotiveerd verweer gevoerd en geconcludeerd tot afwijzing van de incidentele vordering en tot veroordeling van [appellant] in de kosten van het incident. 3.
- Het hof overweegt het volgende. 3.5.
- Indien het vonnis reeds ten uitvoer is gelegd, kan van schorsing van de tenuitvoerlegging geen sprake zijn en heeft [appellant] geen belang meer bij zijn vordering in dit incident. 3.5.
- Aan het slot van zijn beroepschrift heeft [appellant] gesteld dat ‘naar verluid’ de auto op 27 november 2015 door de deurwaarder bij zijn moeder althans bij hem is opgehaald, teneinde deze aan [geïntimeerde] af te geven. 3.5.
- Bij antwoord in het incident wordt door [geïntimeerde] bevestigd dat de door [geïntimeerde] ingeschakelde deurwaarder de auto heeft opgeëist en dat de auto en één van de twee sleutels weer terug zijn bij [geïntimeerde] . Daarmee is het vonnis ten uitvoer gelegd, waardoor [appellant] geen belang meer heeft bij de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging. [appellant] heeft nog aangevoerd dat hij nog belang heeft bij de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging omdat aansprakelijkheid van [geïntimeerde] volgt indien hij, [geïntimeerde] , zou volharden in de tenuitvoerlegging. Het hof acht dit geen zelfstandig belang bij de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging. Ook zonder toewijzing van die vordering is [geïntimeerde] aansprakelijk voor schade als gevolg van een (later) onrechtmatig gebleken tenuitvoerlegging. 3.5.
- Dit alles leidt ertoe dat de vordering wordt afgewezen. Het hof zal de kosten van het incident aanhouden tot de einduitspraak in de hoofdzaak. In de hoofdzaak 3.
- De zaak is inmiddels naar de rol verwezen voor arrest. Iedere verdere beslissing wordt aangehouden. 4De beslissing Het hof: in het incident: wijst de vordering van [appellant] af; houdt de beslissing over de proceskosten aan tot de einduitspraak in de hoofdzaak; in de hoofdzaak: verstaat dat de zaak is verwezen naar de rol van 22 maart 2016 voor arrest; houdt iedere verdere beslissing aan. Dit arrest is gewezen door mrs. P.P.M. Rousseau, M.G.W.M. Stienissen en C.N.M. Antens en is in het openbaar uitgesproken door de rolraadsheer op 9 februari
- griffier rolraadsheer