← Nederland

ECLI:NL:GHSHE:2016:4862

GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH Afdeling civiel recht zaaknummer 200.191.564/01 arrest van 1 november 2016 in de zaak van [opposant] , wonende te [woonplaats] , opposant, appellant in het (voorwaardelijke) incidenteel appel, hierna aan te duiden als [opposant] , advocaat: mr. M.M. van der Marel te Eindhoven, tegen [geopposeerde] , gevestigd te [vestigingsplaats] , geopposeerde, geïntimeerde in het (voorwaardelijke) incidenteel appel, hierna aan te duiden als [geopposeerde] , advocaat: mr. G.E.M.C. Reinartz te Eindhoven, op het bij exploot van 3 mei 2016 ingeleide verzet tegen het onder nummer 200.159.131/01 bij verstek gewezen arrest van dit hof van 22 maart 2016 tussen opposant – [opposant] – als geïntimeerde in principaal appel en geopposeerde – [geopposeerde] – als appellante in principaal appel. 1Het arrest van 22 maart 2016 Bij genoemd arrest heeft het hof het bestreden vonnis van de kantonrechter van de rechtbank Oost-Brabant, zittingsplaats Eindhoven, van 19 juni 2014 vernietigd en [opposant] veroordeeld tot betaling aan [geopposeerde] van een bedrag van € 7.035,69, vermeerderd met de wettelijke rente en [opposant] veroordeeld in de proceskosten van de eerste aanleg en het hoger beroep. 2Het geding in verzet 2.

  1. Bij voormelde verzetdagvaarding tevens houdende (voorwaardelijk) incidenteel appel heeft [opposant] geconcludeerd tot bekrachtiging van het bestreden vonnis van 19 juni 2014 en in (voorwaardelijk) incidenteel appel tot veroordeling van hem tot betaling aan [geopposeerde] van een bedrag van € 2.495,26, met veroordeling van [geopposeerde] in de kosten van de procedure. 2.
  2. Bij memorie van antwoord in het (voorwaardelijk) incidenteel appel heeft [geopposeerde] geconcludeerd tot afwijzing van de eisen van [opposant] in (voorwaardelijk) incidenteel appel, met veroordeling van [opposant] in de kosten van het (voorwaardelijk) incidenteel appel. 3De beoordeling 3.
  3. Alvorens op de zaak zelf in te gaan overweegt het hof het volgende. 3.1.
  4. De stukken genoemd in r.o. 2 van het verstekarrest van dit hof van 22 maart 2016 ontbreken (te weten de dagvaarding in hoger beroep en de memorie van grieven met producties), evenals de stukken van de eerste aanleg. 3.1.
  5. Het hof zal de zaak naar de rol verwijzen teneinde de meest gerede partij in de gelegenheid te stellen voormelde ontbrekende stukken alsnog over te leggen. Indien deze stukken niet binnen de na te melden termijn aan het hof zijn overgelegd, zal het hof de zaak ambtshalve doorhalen. Iedere verdere beslissing zal worden aangehouden. 4De uitspraak Het hof: verwijst de zaak naar de rol van 15 november 2016 met het hiervoor onder 3.1.
  6. aangegeven doel; houdt iedere verdere beslissing aan. Dit arrest is gewezen door mrs. S.M.A.M. Venhuizen, M.G.W.M. Stienissen en A.J. Henzen en is in het openbaar uitgesproken door de rolraadsheer op 1 november
  7. griffier rolraadsheer

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.