Afdeling strafrecht Parketnummer : 20-004731-10 Uitspraak : 21 november 2016 TEGENSPRAAK Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de meervoudige kamer in de rechtbank ’s-Hertogenbosch (thans rechtbank Oost-Brabant) van 22 december 2010 in de strafzaak met parketnummer 01-887502-10 tegen: [verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] wonende te [woonplaats] , [adres] . Hoger beroep De verdachte heeft tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld. Onderzoek van de zaak Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep, bij gelegenheid waarvan de tenlastelegging is gewijzigd, alsmede van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg. Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht. De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het vonnis van de rechtbank zal vernietigen en, opnieuw rechtdoende, de verdachte zal vrijspreken van: - feit 2 primair C; feit 2 primair D; feit 2 primair E, ten derde; feit 2 primair F, ten tweede van de in hoger beroep gewijzigde tenlastelegging; zal veroordelen ten aanzien van: - feit 1 primair A; feit 1 primair B; feit 1 primair C, ten eerste; feit 1 primair D ten derde en ten vierde; feit 1 primair E, ten eerste, ten tweede en ten derde; - feit 2 primair A; feit 2 primair B, ten eerste, ten derde en ten vierde, feit 2 primair F, ten eerste en ten derde; feit 2 primair H, ten eerste en ten tweede; feit 2 primair G, ten derde, ten vierde, ten vijfde en ten zesde, telkens van de in hoger beroep gewijzigde tenlastelegging, tot een gevangenisstraf voor de duur van 27 maanden waarvan 9 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaren. Namens verdachte is primair vrijspraak bepleit. Subsidiair is ontslag van alle rechtsvervolging bepleit. Meer subsidiair is een strafmaatverweer gevoerd. Ontvankelijkheid van het hoger beroep Het hoger beroep van de verdachte is onbeperkt ingesteld en richt zich aldus mede tegen de vrijspraak door de eerste rechter van de volgende feiten uit de tenlastelegging waarop in eerste aanleg is beslist: - feit 1 primair onderdelen g, h en i en subsidiair in zoverre onder D is ten laste gelegd; - feit 2 primair onder a, sub 2, 4 en 5; - feit 2 primair onder b, sub 1, 2, 10 en 11 en in zoverre onder 2 subsidiair ten laste is gelegd en - feit 3, onderdelen a, b en h. De feiten onder 1 en 2 zijn na wijziging van de tenlastelegging in hoger beroep thans ten laste gelegd als: - feit 1 primair D.1 en 2 (in eerste aanleg: feit 1 primair, g en h); - feit 1 subsidiair g, h en i (in eerste aanleg: feit 1 primair, g, h en i); - feit 2 primair B.2 (in eerste aanleg: feit 2 primair onder a, sub 2 en feit 2 primair onder b, sub 1); - feit 2 primair C.2 (in eerste aanleg: feit 2 primair onder b, sub 2); - feit 2 primair D.2 (in eerste aanleg: feit 2 primair onder a, sub 4); - feit 2 primair E.2, 4 en 5 (in eerste aanleg: feit 2 primair onder a, sub 5 en feit 2 primair onder b, sub 10 en 11); - feit 2 subsidiair, onder a.2, 4 en 5 (in eerste aanleg: feit 2 primair onder a, sub 2, 4 en 5) - feit 2 subsidiair, onder b.1 en 2 (in eerste aanleg: feit 2 primair onder b, sub 1 en 2); - feit 2 subsidiair, onder b.10 en 11 (in eerste aanleg: feit 2 primair onder b, sub 10 en 11). Gelet op het bepaalde in artikel 404, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering staat voor een verdachte geen hoger beroep open van een vrijspraak. Het hof zal verdachte daarom niet-ontvankelijk verklaren in zijn hoger beroep voor zover dit tegen voornoemde vrijspraken is gericht. Vonnis waarvan beroep Het beroepen vonnis – voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen – zal worden vernietigd omdat in hoger beroep de tenlastelegging - en aldus de grondslag van het onderzoek - is gewijzigd. Tenlastelegging Aan verdachte is - na wijziging van de tenlastelegging ter terechtzitting in hoger beroep en na verbeterde lezing door het hof -, voor zover thans nog onderworpen aan het oordeel van het hof, ten laste gelegd dat: Feit 1 primair: A. de besloten vennootschap [BV I] , (vóór naamswijziging op 3 juli 2006, [BV I (ex)] geheten), welke rechtspersoon bij vonnis van de arrondissementsrechtbank Almelo van 7 februari 2007 in staat van faillissement is verklaard, in of omstreeks de periode van 1 januari 2006 tot en met 7 februari 2007 te Almelo en/of te ‘s-Hertogenbosch en/of (elders) in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer natuurlijke en/of rechtspersonen, althans alleen, meermalen, althans eenmaal, (telkens) ter bedrieglijke verkorting van de rechten van schuldeiser(
- s)van genoemde besloten vennootschap, - lasten heeft verdicht en/of baten niet heeft verantwoord en/of - enig goed aan de boedel heeft onttrokken en/of - enig goed om niet en/of klaarblijkelijk beneden de waarde heeft vervreemd en/of - ter gelegenheid van het faillissement van [BV I] en/of op een tijdstip waarop [BV I (ex)] en/of [BV I] en/of haar/hun mededader(
- s)(en/of hij, verdachte, en/of zijn mededader(s)) wist(
- en)dat het faillissement niet kon worden voorkomen, één of meer van haar/hun ( [BV I (ex)] en/of [BV I] ) schuldeisers op enige wijze heeft bevoordeeld, door 1. op of omstreeks 30 januari 2006, een geldbedrag groot 100.000 Euro, althans een geldbedrag, vanaf de bankrekening van [BV I (ex)] en/of [BV I] , met als omschrijving " [BV II (ex)] funding", over te boeken en/of te laten overboeken naar de bankrekening van [BV II (ex)] , en (aldus) hetzij lasten heeft verdicht, hetzij dat geldbedrag aan de boedel van [BV I] heeft onttrokken (AH-043 en D-205) en/of 2. in de periode van 3 januari 2006 tot en met 10 februari 2006, vanaf de bankrekening van [BV I (ex)] / [BV I] , een of meer geldbedragen (tot een totaalbedrag groot 29.700 Euro) over te boeken naar de bankrekening van [BV III] , terwijl een (voldoende) onderbouwde bedrijfseconomische verantwoording van en/of een rechtsgrond voor deze overboeking in de bedrijfsadministratie van [BV I (ex)] / [BV I] ontbrak en/of (aldus) hetzij lasten heeft verdicht, hetzij dat/die geldbedrag(
- en)aan de boedel van [BV I] heeft onttrokken (AH-043 en D-206), tot welk(
- e)strafba(a)r(
- e)feit(
- en)hij, verdachte, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opdracht heeft gegeven en/of aan welke verboden gedraging(
- en)hij, verdachte, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, feitelijk leiding heeft gegeven; en/of B. de besloten vennootschap [BV II] , (vóór naamswijziging op 29 januari 2007, [BV II (ex)] geheten), welke besloten vennootschap bij vonnis van de arrondissementsrechtbank ‘s-Hertogenbosch van 9 mei 2007 in staat van faillissement is verklaard, in of omstreeks de periode van 1 januari 2006 tot en met 9 mei 2007 te ‘s-Hertogenbosch en/of (elders) in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer natuurlijke en/of rechtspersonen, althans alleen, meermalen, althans eenmaal, (telkens) ter bedrieglijke verkorting van de rechten van schuldeiser(
- s)van genoemde besloten vennootschap, - lasten heeft verdicht en/of baten niet heeft verantwoord en/of - enig goed aan de boedel heeft onttrokken en/of - enig goed om niet en/of klaarblijkelijk beneden de waarde heeft vervreemd en/of - ter gelegenheid van het faillissement van [BV II] en/of op een tijdstip waarop [BV II (ex)] en/of [BV II] en/of haar/hun mededader(
- s)(en/of hij, verdachte, en/of zijn mededader(s)) wist(
- en)dat het faillissement niet kon worden voorkomen, één of meer van haar/hun ( [BV II (ex)] en/of [BV II] ) schuldeisers op enige wijze heeft bevoordeeld, door 1. op of omstreeks 16 februari 2006, althans in de maand februari 2006 vanaf de bankrekening van [BV II (ex)] / [BV II] , een geldbedrag, groot 33.000 Euro over te boeken naar de bankrekening van [BV IV (ex)] , terwijl een (voldoende) onderbouwde bedrijfseconomische verantwoording van en/of rechtsgrond voor deze overboeking in de bedrijfsadministratie van [BV II (ex)] en/of [BV II] ontbrak en/of (aldus) hetzij lasten heeft verdicht, hetzij dat geldbedrag aan de boedel van [BV II] heeft onttrokken (AH-043 en doc. D-209) en/of 2. in de maand juli 2006, een "overeenkomst verkoop activa [BV II (ex)] ", gedateerd 28 juli 2006, te sluiten met [bedrijf x] te Arnhem, in verband met verkoop van de activa en/of goodwill voor een overeengekomen bedrag van 300.000 Euro, en daarbij overeengekomen - zakelijk weergegeven - dat de (betaal)termijnen door koper [bedrijf x] niet zouden worden betaald/voldaan op de bankrekening van [BV II (ex)] / [BV II] , maar zouden worden betaald/voldaan op de bankrekening(
- en)van [BV V] en/of [BV VI] , (AH 002, D-019 en D-021), en/of (aldus) lasten heeft verdicht, hetzij de (toekomstige) baten van deze verkooptransactie in de periode 1 juli 2006 tot en met 9 mei 2007 niet in de administratie van [BV II (ex)] en/of [BV II] heeft verantwoord, hetzij door deze handelswijze activa aan de boedel van [BV II] heeft onttrokken (zaak 1 [BV II] , zaak 2 [BV VI] en zaak 3 [BV V] ) en/of 3. op of omstreeks 15 oktober 2006, althans in de maand oktober 2006, in de (elektronische) bedrijfsadministratie van [BV II (ex)] / [BV II] over het jaar 2006, een kostenpost op te nemen/te verwerken, (waarbij in strijd met de werkelijkheid wordt gesuggereerd dat sprake zou zijn van een kostenfactuur groot 185.000,-- Euro, afkomstig van [BV V] ), met als omschrijving "management & kosten verkoop", (D-023), althans in de (elektronische) administratie van [BV II (ex)] / [BV II] op de crediteuren(sub)rekening 90054 [BV V] jaar 2006, op mutatiedatum 15-10-2006, met als mutatieomschrijving "management & kosten verkoop" en in de kolom credit 185.000 (Euro) te boeken en/of (aldus) in de administratie van [BV II (ex)] en/of [BV II] lasten heeft verdicht (zaak 1 [BV II] en 3 [BV V] ), tot welk(
- e)strafba(a)r(
- e)feit(
- en)hij, verdachte, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opdracht heeft gegeven en/of aan welke verboden gedraging(
- en)hij, verdachte, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, feitelijk leiding heeft gegeven; en/of C. de besloten vennootschap [BV IV] , (voor naamswijziging op 26 april 2007, [BV IV (ex)] geheten), welke besloten vennootschap bij vonnis van de arrondissementsrechtbank ‘s-Hertogenbosch van 27 juni 2007 in staat van faillissement is verklaard, in of omstreeks de periode van 1 januari 2007 tot en met 27 juni 2007 te ‘s-Hertogenbosch en/of (elders) in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer natuurlijke en/of rechtspersonen, althans alleen, meermalen, althans eenmaal, (telkens) ter bedrieglijke verkorting van de rechten van de schuldeiser(
- s)van genoemde besloten vennootschap, - lasten heeft verdicht en/of baten niet heeft verantwoord en/of - enig goed aan de boedel heeft onttrokken en/of - enig goed om niet en/of klaarblijkelijk beneden de waarde heeft vervreemd en/of - ter gelegenheid van het faillissement van [BV IV] en/of op een tijdstip waarop [BV IV (ex)] en/of [BV IV] en/of haar/hun mededader(
- s)(en/of hij, verdachte, en/of zijn mededader(s)) wist(
- en)dat het faillissement niet kon worden voorkomen, één of meer van haar/hun ( [BV IV (ex)] en/of [BV IV] ) schuldeisers op enige wijze heeft bevoordeeld, door 1. in of omstreeks de periode van 1 maart 2007 tot en met 1 juni 2007, werknemers van [BV IV (ex)] en/of [BV IV] , bij derden werkzaamheden te laten verrichten, terwijl (een groot deel van) de facturering aan die derden in voornoemde periode, (tot een totaalbedrag groot circa 304.250 Euro), niet gebeurde op facturen te naam gesteld van [BV IV (ex)] en/of [BV IV] , maar op facturen te naam gesteld van [BV VII] , waardoor de voor [BV IV (ex)] en/of [BV IV] bestemde inkomsten/omzet/baten werden afgeleid naar [BV VII] en/of werden betaald op een bankrekening van [BV VII] , en/of (aldus) hetzij de aan [BV IV (ex)] en/of [BV IV] toekomende baten niet in de bedrijfsadministratie van [BV IV (ex)] en/of [BV IV] heeft verantwoord, hetzij die vorderingen op die derden aan de boedel van [BV IV (ex)] / [BV IV] heeft onttrokken (zaak 5, D-260/1 t/m D-260/176), tot welk(
- e)strafba(a)r(
- e)feit(
- en)hij, verdachte, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opdracht heeft gegeven en/of aan welke verboden gedraging(
- en)hij, verdachte, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, feitelijk leiding heeft gegeven; en/of D. de besloten vennootschap [BV VII] , welke besloten vennootschap bij vonnis van de arrondissementsrechtbank ‘s-Hertogenbosch van 30 juni 2009 in staat van faillissement is verklaard, op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 17 maart 2007 tot en met 30 juni 2009 te ‘s-Hertogenbosch en/of in elk geval (elders) in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer natuurlijke en/of rechtspersonen, althans alleen, meermalen, althans eenmaal, (telkens) ter bedrieglijke verkorting van de rechten van de schuldeiser(
- s)van genoemde besloten vennootschap, - lasten heeft verdicht en/of baten niet heeft verantwoord en/of - enig goed aan de boedel heeft onttrokken en/of - enig goed om niet en/of klaarblijkelijk beneden de waarde heeft vervreemd en/of - ter gelegenheid van het faillissement van [BV VII] en/of op een tijdstip waarop [BV VII] en/of haar mededader(
- s)(en/of hij, verdachte, en/of zijn mededader(s)) wist(
- en)dat het faillissement niet kon worden voorkomen, één of meer van haar ( [BV VII] ) schuldeisers op enige wijze heeft bevoordeeld, door 3. in of omstreeks de maand maart 2009, de inventaris/roerende goederen in het pand [adres 1] te ‘s-Hertogenbosch, volgens een (valse) koop/leenovereenkomst tussen [BV VII] en [familielid] , gedateerd 19 maart 2009, voor een bedrag groot 58.000 euro, te verkopen aan [familielid] , waardoor in de maand maart 2009 hetzij die baten uit die verkoop niet in de bedrijfsadministratie van [BV VII] werden verantwoord, hetzij die inventaris aan de boedel van [BV VII] werd onttrokken (zaak 6 V1-08 en D-069 en D-070 en D-188) en/of 4. in de maand maart 2009 en/of april 2009 werkzaamheden die zijn verricht voor derden (door werknemers in dienst van) [BV VII] en/of (als omzet) is/zijn verantwoord in het verkoopboek 2009 van [BV VII] (D-256) niet laten factureren door [BV VII] , maar te laten factureren op facturen van [BV VIII] , gedateerd 15 april 2009, (D-263-1,2,3 en 6), waardoor de voor [BV VII] bestemde inkomsten/omzet/gelden (D-255) werd(
- en)afgeleid naar de bankrekening ten name van [BV VIII] waardoor hetzij die inkomsten/omzet/gelden en/of uit hoofde van de vorderingen op derden niet als baten werden verantwoord in de bedrijfsadministratie van [BV VII] , hetzij die inkomsten/omzet/gelden en/of vorderingen aan de boedel van [BV VII] werden onttrokken (zaak 6 [BV VII] en zaak 7 [BV VIII] ), tot welk(
- e)strafba(a)r(
- e)feit(
- en)hij, verdachte, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opdracht heeft gegeven en/of aan welke verboden gedraging(
- en)hij, verdachte, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, feitelijk leiding heeft gegeven; en/of E. de rechtspersoon [BV IX] , welke besloten vennootschap bij vonnis van de arrondissementsrechtbank ‘s-Hertogenbosch van 29 september 2009 in staat van faillissement is verklaard, in of omstreeks de periode van 25 maart 2009 tot en met 29 september 2009, te ‘s-Hertogenbosch en/of in elk geval (elders) in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer natuurlijke en/of rechtspersonen, althans alleen, meermalen, althans eenmaal, (telkens) ter bedrieglijke verkorting van de rechten van de schuldeiser(
- s)van genoemde besloten vennootschap, - lasten heeft verdicht en/of baten niet heeft verantwoord en/of - enig goed aan de boedel heeft onttrokken en/of - enig goed om niet en/of klaarblijkelijk beneden de waarde heeft vervreemd en/of - ter gelegenheid van het faillissement van [BV IX] en/of op een tijdstip waarop [BV IX] en/of haar mededader(
- s)(en/of hij, verdachte, en/of zijn mededader(s)) wist(
- en)dat het faillissement niet kon worden voorkomen, één of meer van haar schuldeisers op enige wijze heeft bevoordeeld, door 1. in of omstreeks de maand april 2009 een (valse) akte van cessie (koop en verkoop van een vordering) tussen [familielid] en [BV IX] , gedateerd 31 maart 2009, ter waarde van 98.000 euro in de bedrijfsadministratie van [BV IX] op te nemen en/of te verwerken, waardoor [familielid] (schuldeiser van verdachte in privé), schuldeiser werd van [BV IX] en/of waardoor in de administratie van [BV IX] , voor een bedrag groot 98.000 euro, althans 58.000 euro, in elk geval 40.000 euro, aan lasten werden verdicht (zaak 6, pv blz. 104, D-204 en zaak 8) en/of 2. op of omstreeks 6 april 2009, althans in de maand april 2009 en/of op 13 mei 2009, althans in de maand mei 2009, (een) geldbedrag(
- en)(respectievelijk) 50.000 euro en/of 15.000 euro over te boeken vanaf de bankrekening van [BV IX] naar de (ING) (privé)bankrekening ten name van [familielid] , waardoor dat/die geldbedrag(
- en)aan de boedel van [BV IX] werd(
- en)onttrokken, en/of waardoor op een tijdstip waarop [BV IX] en/of hij, verdachte, wist(
- en)dat het faillissement van [BV IX] niet kon worden voorkomen, een van de (vermeende) schuldeisers van [BV IX] , te weten [familielid] (op enigerlei wijze) werd bevoordeeld (zaak 8, AH-43 en D 355) en/of 3. op of omstreeks 31 maart 2009 en/of op of omstreeks 12 mei 2009, althans in de periode 25 maart 2009 tot en met 31 mei 2009, (respectievelijk) 31.900 euro onder de vermelding "terugbetaling lening" en/of 10.000 euro, onder de vermelding "aflossing" over te boeken vanaf de bankrekening ten name van [BV IX] naar de ING (privé)bankrekening ten name van [familielid] , (schuldeiser van verdachte in privé), waardoor dat/die geldbedrag(
- en)aan de boedel van [BV IX] werd(
- en)onttrokken en/of waardoor op een tijdstip waarop [BV IX] en/of hij, verdachte, wist(
- en)dat het faillissement van [BV IX] niet kon worden voorkomen, een van de (vermeende) schuldeisers van [BV IX] , te weten [familielid] (op enigerlei wijze) werd bevoordeeld (zaak 8, AH-43 en D 355) tot welk(
- e)strafba(a)r(
- e)feit(
- en)hij, verdachte, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opdracht heeft gegeven en/of aan welke verboden gedraging(
- en)hij, verdachte, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, feitelijk leiding heeft gegeven; Feit 1 subsidiair: hij als (feitelijk) bestuurder van een of meer van de na te noemen vennootschappen op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 januari 2006 tot en met 29 maart 2010, in de gemeente(
- n)‘s-Hertogenbosch en/of Almelo, en/of (elders) in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer natuurlijke personen en/of rechtspersonen, althans alleen, terwijl: 1. [BV II (ex)] ( [BV II] ), bij vonnis van de arrondissementsrechtbank ‘s-Hertogenbosch van 9 mei 2007 in staat van faillissement is verklaard, en/of 2. [BV IV (ex)] ( [BV IV] ), bij vonnis van de arrondissementsrechtbank ‘s-Hertogenbosch van 27 juni 2007 in staat van faillissement is verklaard, en/of 3. [BV V] , bij vonnis van de arrondissementsrechtbank ’s-Hertogenbosch van 2 januari 2008 in staat van faillissement is verklaard, en/of 4. [BV VI] , bij vonnis van de arrondissementsrechtbank ‘s-Hertogenbosch van 2 januari 2008 in staat van faillissement is verklaard en/of 5. [BV I] , bij vonnis van de arrondissementsrechtbank Almelo van 7 februari 2007 in staat van faillissement is verklaard, en/of 6. [BV VII] , bij vonnis van de arrondissementsrechtbank ‘s-Hertogenbosch van 30 juni 2009 in staat van faillissement is verklaard, en/of 7. [BV VIII] , bij vonnis van de arrondissementsrechtbank ‘s-Hertogenbosch van 11 augustus 2009 in staat van faillissement is verklaard en/of 8. [BV IX] , bij vonnis van de arrondissementsrechtbank ‘s-Hertogenbosch van 29 september 2009 in staat van faillissement is verklaard, en/of (telkens) ter bedrieglijke verkorting van de rechten van een of meer schuldeiser(
- s)van die rechtspersonen - lasten heeft verdicht of verdicht, hetzij baten niet heeft verantwoord of verantwoordt, hetzij enig goed aan de boedel heeft onttrokken en/of onttrekt en/of - enig goed hetzij om niet, hetzij klaarblijkelijk beneden de waarde heeft vervreemd en/of - ter gelegenheid van het een of meer van voornoemde faillissementen of op een tijdstip waarop hij wist dat het faillissement van voornoemde rechtsperso(o)n(
- en)niet kon worden voorkomen, een of meer van de schuldeisers van een of meer van voornoemde rechtspersonen op enige wijze heeft bevoordeeld of bevoordeelt, a. - immers heeft hij, verdachte, als (feitelijk) bestuurder van [BV I] en/of als (feitelijk) bestuurder van [BV II (ex)] op of omstreeks 30 januari 2006, een geldbedrag, groot 100.000 Euro, vanaf de bankrekening van [BV I] , met als omschrijving " [BV II (ex)] funding" overgeboekt naar de bankrekening van [BV II (ex)] , en (aldus) hetzij lasten (heeft) verdicht, hetzij dat geldbedrag aan de boedel van [BV I] (heeft) onttrokken (AH-043 en D-205) en/of b. - immers heeft hij, verdachte, als (feitelijk) bestuurder van [BV I] en/of als (feitelijk) bestuurder van [BV III] ,in de periode 3 januari 2006 tot en met 10 februari 2006, vanaf de bankrekening van [BV I] een of meer geldbedragen, (totaal) 29.700 Euro, overgeboekt naar bankrekening van [BV III] , terwijl een (voldoende) onderbouwde bedrijfseconomische verantwoording van en/of rechtsgrond voor deze overboeking in de bedrijfsadministratie van [BV I] ontbrak en/of (aldus) hetzij lasten (heeft) verdicht, hetzij dat/die geldbedrag(
- en)aan de boedel van [BV I] (heeft) onttrokken (AH-043 en D-206) en/of c. - immers heeft hij, verdachte, als (feitelijk) bestuurder van [BV II (ex)] en/of als (feitelijk) bestuurder van [BV IV (ex)] , op of omstreeks 16 februari 2006, vanaf de bankrekening van [BV II (ex)] , een geldbedrag, groot 33.000 Euro overgeboekt naar de bankrekening van [BV IV (ex)] , terwijl een (voldoende) onderbouwde bedrijfseconomische verantwoording van en/of rechtsgrond voor deze overboeking in de bedrijfsadministratie van [BV II (ex)] ontbrak en/of (aldus) hetzij lasten (heeft) verdicht, hetzij dat geldbedrag aan de boedel van [BV II (ex)] (heeft) onttrokken (AH-043 en doc. D-209) en/of d. - immers heeft hij, verdachte, als (feitelijk) bestuurder van [BV II (ex)] en/of als (feitelijk) bestuurder van [BV V] en/of als (feitelijk) bestuurder van [BV VI] , in de maand juli 2006, een overeenkomst "verkoop aktiva [BV II (ex)] ", gedateerd 28 juli 2006, gesloten met [bedrijf x] te Arnhem, in verband met verkoop van de activa en/of goodwill van [BV II (ex)] voor een overeengekomen bedrag van 300.000 Euro, en daarbij overeengekomen - zakelijk weergegeven - dat de (betaal)termijnen door koper [bedrijf x] niet zouden worden betaald/voldaan op de bankrekening van [BV II (ex)] , maar zouden worden betaald/voldaan op de bankrekening(
- en)van [BV V] en/of [BV VI] , (AH 002, D-019 en D-021), en/of (aldus) lasten (heeft) verdicht, hetzij de (toekomstige) baten van deze verkooptransactie niet in de administratie van [BV II (ex)] in de periode 1 juli 2006 tot en met 9 mei 2007 (heeft) verantwoord, hetzij door deze handelswijze activa aan de boedel van [BV II (ex)] (heeft) onttrokken (zaak 1 [BV II] , zaak 2 [BV VI] en zaak 3 [BV V] ) en/of e. -immers heeft hij, verdachte, als (feitelijk) bestuurder van [BV II (ex)] , ( [BV II] ) en/of als (feitelijk) bestuurder van [BV V] , op of omstreeks 15 oktober 2006, althans in de maand oktober 2006, in de (elektronische) bedrijfsadministratie van [BV II (ex)] , een kostenpost opgenomen/verwerkt, (waarbij in strijd met de werkelijkheid wordt gesuggereerd dat sprake zou zijn van een kostenfactuur groot 185.000,-- Euro, afkomstig van [BV V] ), met als omschrijving "management & kosten verkoop", (D-023), althans in de (elektronische) administratie van [BV II (ex)] op de crediteuren(sub)rekening 90054 [BV V] jaar 2006, op mutatiedatum 15-10-2006, met als mutatieomschrijving "management & kosten verkoop" en in de kolom credit 185.000 (Euro) geboekt en/of (aldus) in de administratie van [BV II (ex)] lasten (heeft) verdicht (zaak 1 [BV II] en 3 [BV V] ) en/of f. - immers heeft hij, verdachte, als (feitelijk) bestuurder van [BV IV (ex)] en/of [BV VII] in de periode van 1 maart 2007 tot en met 1 juni 2007, werknemers van [BV IV (ex)] , ( [BV IV] ) bij derden werkzaamheden laten verrichten, terwijl de facturering aan die derden in voornoemde periode, tot een totaalbedrag groot circa 304.250 Euro, niet gebeurde op facturen te naam gesteld van [BV IV (ex)] , maar op facturen van [BV VII] , waardoor de aan [BV IV (ex)] bestemde inkomsten/omzet werden afgeleid naar [BV VII] en/of werden betaald op een bankrekening van [BV VII] , waardoor hetzij de aan [BV IV (ex)] toekomende baten niet in de administratie van [BV IV (ex)] werden verantwoord, hetzij die vorderingen aan de boedel werden onttrokken (zaak 5, D-260/1 t/m D-260/176) en/of j. - immers heeft hij, verdachte als (feitelijk) bestuurder van [BV VII] en (feitelijk) bestuurder van [BV IX] in of omstreeks de maand maart 2009 en/of april 2009, een akte van cessie (koop en verkoop van een vordering), tussen [BV VII] en [BV IX] , gedateerd 31 maart 2009, opgemaakt en/of laten opmaken ter waarde van 98.000 Euro en/of in de administratie van [BV IX] verwerkt en/of laten verwerken, waardoor [familielid] een vordering, groot 98.000 Euro op [BV IX] kreeg, waardoor in de administratie van [BV IX] voor een bedrag groot 98.000 euro, althans 40.000 euro aan lasten werden verdicht (zaak 6 [BV VII] D-188 en zaak 8 EAC BV en D-204) en/of k. - immers heeft hij, verdachte, als (feitelijk) bestuurder van [BV VII] in de maand maart 2009, de inventaris/roerende goederen uit het pand [adres 1] te ‘s-Hertogenbosch, volgens een valse koopovereenkomst tussen [BV VII] en [familielid] , gedateerd 19 maart 2009, voor een bedrag groot 58.000 euro, verkocht aan [familielid] , waardoor hetzij lasten werden verdicht in de bedrijfsadministratie van [BV VII] , hetzij die inventaris aan de boedel van [BV VII] werd onttrokken (zaak 6 V1-08 en D-069, D-070 en D-188) en/of l. - immers heeft hij, verdachte, als (feitelijk) bestuurder van [BV VII] en/of als (feitelijk) bestuurder van [BV VIII] , in de maand maart 2009 en/of april 2009 werkzaamheden die zijn verricht (door werknemers in dienst van) [BV VII] en/of (als omzet) is/zijn verantwoord in het verkoopboek 2009 van [BV VII] (D-256) niet laten factureren door [BV VII] , maar op facturen van [BV VIII] , gedateerd 15 april 2009, (D-263-1,2,3 en 6), waardoor de voor [BV VII] bestemde inkomsten/omzet/gelden, (D-255) werd(
- en)afgeleid naar de bankrekening ten name van [BV VIII] en/of als omzet werd geboekt bij [BV VIII] , waardoor hetzij die inkomsten/omzet/gelden niet als baten werd(
- en)verantwoord in de administratie van [BV VII] , hetzij die inkomsten/omzet/gelden aan de boedel van [BV VII] werd(
- en)onttrokken (zaak 6 [BV VII] en zaak 7 [BV VIII] ) en/of m. - immers heeft hij, verdachte, als (feitelijk) bestuurder van [BV IX] op of omstreeks 6 april 2009, althans in de maand april 2009 en/of op 13 mei 2009, althans in de maand mei 2009, (een) geldbedrag(
- en)van (respectievelijk) 50.000 euro en/of 15.000 euro overgeboekt vanaf de bankrekening ten name van [BV IX] naar de ING (privé)bankrekening ten name van [familielid] , terwijl hij verdachte, ten tijde van die overboeking de beschikking had over de bankrekening en/of de bijbehorende bankpas en/of pincode van die [familielid] , waardoor hij, verdachte, middels die overboeking dat/die geldbedrag(
- en)aan de boedel van [BV IX] heeft onttrokken, (zaak 8, AH 43 en D 355), en/of waardoor hij, verdachte, als (feitelijk) bestuurder van [BV IX] , terwijl hij wist dat het faillissement van [BV IX] niet kon worden voorkomen, een van de (vermeende) schuldeisers van [BV IX] , te weten [familielid] (op enigerlei wijze) heeft bevoordeeld (zaak 8, AH-43 en D 355) en/of n. - immers heeft hij, verdachte, als (feitelijk) bestuurder van [BV IX] , op of omstreeks 31 maart 2009 en/of op of omstreeks 12 mei 2009, althans in de periode 25 maart 2009 tot en met 31 mei 2009,(respectievelijk) 31.900 euro onder de vermelding "terugbetaling lening" en/of 10.000 euro, onder de vermelding "aflossing" overgeboekt vanaf de bankrekening ten name van [BV IX] naar de ING (privé)bankrekening ten name [familielid] , (schuldeiser van verdachte in privé), waardoor dat/die geldbedrag(
- en)aan de boedel van [BV IX] werd(
- en)onttrokken en/of waardoor hij, verdachte, ter gelegenheid van het faillissement of op een tijdstip waarop hij, verdachte, wist dat het faillissement van [BV IX] niet kon worden voorkomen, een van de (vermeende) schuldeisers van [BV IX] , te weten [familielid] (op enigerlei wijze) heeft bevoordeeld (zaak 8, AH-43 en D 355); Feit 2 primair: A. de rechtspersoon [BV I] , (voor naamswijziging op 3 juli 2006, [BV I (ex)] geheten), welke besloten vennootschap bij vonnis van de arrondissementsrechtbank Almelo van 7 februari 2007 in staat van faillissement is verklaard, in of omstreeks de periode van 1 januari 2006 tot en met 22 november 2009 (datum aangifte) te Almelo en/of te ‘s-Hertogenbosch en/of (elders) in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer andere natuurlijke en/of rechtspersonen, althans alleen, meermalen, althans eenmaal, (telkens) ter bedrieglijke verkorting van de rechten van de schuldeiser(
- s)van genoemde besloten vennootschap, niet voldaan heeft aan de op de rechtspersoon rustende verplichtingen ten opzichte van het voeren van een administratie ingevolge artikel 10 eerste lid boek 2 en/of artikel 15i, eerste lid, Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek, en het bewaren en te voorschijn brengen van boeken, bescheiden en andere gegevensdragers in dat artikel bedoeld, door 1. geen deugdelijke onderbouwde en/of goed op elkaar aansluitende bedrijfsadministratie te voeren, waardoor geen juist beeld werd gegeven van de rechten en verplichtingen, zoals omschreven in het Burgerlijk Wetboek voornoemd en/of 2. in de periode 7 februari 2007 tot en met 22 februari 2008 (D-076) de digitale bedrijfsadministratie van [BV I (ex)] en/of [BV I] niet aan de curator uit te leveren, althans ter beschikking te stellen (D-062) en/of 3. het op datum 1 juni 2006 2 x boeken op (zakelijk weergegeven) de grootboekrekening 8001 omzet [BV I] jaar 2006 en/of het boeken van de onkostenpost managementfee juni 33.250,00 euro, terwijl volgens het uittreksel van de KvK de ondernemingsactiviteiten van [BV I] per 1 juni 2006 zijn gestaakt (zaak 4 [BV I] en D-034), tot welk(
- e)strafba(a)r(
- e)feit(
- en)hij, verdachte, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opdracht heeft gegeven en/of aan welke verboden gedraging(
- en)hij, verdachte, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, feitelijk leiding heeft gegeven; en/of B. de rechtspersoon [BV II] , (vóór naamswijziging op 29 januari 2007, [BV II (ex)] geheten), welke besloten vennootschap bij vonnis van de arrondissementsrechtbank ‘s-Hertogenbosch van 9 mei 2007 in staat van faillissement is verklaard, in of omstreeks de periode van 1 januari 2006 tot en met 21 augustus 2008 (datum aangifte) te ‘s-Hertogenbosch en/of (elders) in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer andere natuurlijke en/of rechtspersonen, althans alleen, meermalen, althans eenmaal, (telkens) ter bedrieglijke verkorting van de rechten van de schuldeiser(
- s)van genoemde besloten vennootschap, niet voldaan heeft aan de op de rechtspersoon rustende verplichtingen ten opzichte van het voeren van een administratie ingevolge artikel 10 eerste lid boek 2, en/of artikel 15i, eerste lid, Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek, en het bewaren en te voorschijn brengen van boeken, bescheiden en andere gegevensdragers in dat artikel bedoeld, door 1. geen deugdelijke onderbouwde en/of goed op elkaar aansluitende bedrijfsadministratie te voeren, waardoor geen juist beeld werd gegeven van de rechten en verplichtingen, zoals omschreven in het Burgerlijk Wetboek voornoemd en/of 3. het niet, althans niet juist (in de elektronische) bedrijfsadministratie van [BV II (ex)] en/of [BV II] boeken van de verkoopovereenkomst, gedateerd 28 juli 2006, ten aanzien van de verkoop van activa en/of goodwill door [BV II (ex)] aan [bedrijf x] voor een overeengekomen bedrag groot 300.000,-- euro (AH-002, D-019 en D-021) en/of 4. het boeken van een fictieve en/of onjuiste onkostenpost, gedateerd 15 oktober 2006, in de (elektronische) administratie van [BV II (ex)] , inhoudende "management & kosten verkoop" groot 185.000 Euro (zaak 1, D-023), tot welk(
- e)strafba(a)r(
- e)feit(
- en)hij, verdachte, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opdracht heeft gegeven en/of aan welke verboden gedraging(
- en)hij, verdachte, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, feitelijk leiding heeft gegeven; en/of C. de rechtspersoon [BV VI] , welke besloten vennootschap bij vonnis van de arrondissementsrechtbank ‘s-Hertogenbosch van 2 januari 2008 in staat van faillissement is verklaard, in of omstreeks de periode van 1 januari 2006 tot en met 21 augustus 2008 (datum aangifte) te ‘s-Hertogenbosch en/of (elders) in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer andere natuurlijke en/of rechtspersonen, althans alleen, meermalen, althans eenmaal, (telkens) ter bedrieglijke verkorting van de rechten van de schuldeiser(
- s)van genoemde besloten vennootschap, niet voldaan heeft aan de op de rechtspersoon rustende verplichtingen ten opzichte van het voeren van een administratie ingevolge artikel 10 eerste lid boek 2, en/of artikel 15i, eerste lid, Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek, en het bewaren en te voorschijn brengen van boeken, bescheiden en andere gegevensdragers in dat artikel bedoeld, door (onder meer) 1. geen deugdelijke onderbouwde en/of goed op elkaar aansluitende bedrijfsadministratie te voeren, waardoor geen juist beeld werd gegeven van de rechten en verplichtingen, zoals omschreven in het Burgerlijk Wetboek voornoemd en/of 3. in de bedrijfsvoering van [BV VI] geen kasboek te voeren en/of te bewaren en te voorschijn te brengen, immers werd een dergelijk kasboek in de periode 2 januari 2008 tot en met 21 augustus 2008 niet aan de curator uitgeleverd, althans ter beschikking gesteld (D-009 en D-024) en/of 4. het (telkens) opnemen van contante geldbedragen vanaf de bankrekening van [BV VI] tot een totaalbedrag groot circa 72.250,-- euro en/of het niet, althans niet deugdelijk verantwoorden in de bedrijfsadministratie van [BV VI] van die contante geldopnames (zaak 2, D-009 en D-024) en/of 5. het in de bedrijfsadministratie van [BV VI] op te nemen van een lijst met openstaande debiteuren en/of die lijst met openstaande debiteuren aan de curator te overhandigen, terwijl een (groot) deel van die openstaande debiteuren nimmer een overeenkomst met [BV VI] hadden gesloten en/of die op die vorderingen gebaseerde facturen fictief bleken te zijn (zaak 2 en D-247) en/of 6. het (telkens) in de periode van 1 september 2006 tot en met 14 juni 2007 in de rekening courant van [BV VI] op de grootboekrekening 00001999 rek. crt. [naam 1] boeken van contante geldopnames en/of van bancaire overschrijvingen tot een totaalbedrag groot 97.540 euro, in verband met aankopen van kleding bij de Thaise kleermaker [naam 1] , terwijl die aankopen en/of betalingen in de bedrijfsadministratie van [BV VI] niet waren verantwoord en/of onderbouwd met (inkoop)facturen en/of overige deugdelijke zakelijke bescheiden (zaak 2 en AH-99), tot welk(
- e)strafba(a)r(
- e)feit(
- en)hij, verdachte, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opdracht heeft gegeven en/of aan welke verboden gedraging(
- en)hij, verdachte, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, feitelijk leiding heeft gegeven; en/of D. de rechtspersoon [BV V] , welke besloten vennootschap bij vonnis van de arrondissementsrechtbank ‘s-Hertogenbosch van 2 januari 2008 in staat van faillissement is verklaard, in of omstreeks de periode van 1 juli 2006 tot en met 21 augustus 2008 (datum aangifte) te ‘s-Hertogenbosch en/of (elders) in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer andere natuurlijke en/of rechtspersonen, althans alleen, meermalen, althans eenmaal, (telkens) ter bedrieglijke verkorting van de rechten van de schuldeiser(
- s)van genoemde besloten vennootschap, niet voldaan heeft aan de op de rechtspersoon rustende verplichtingen ten opzichte van het voeren van een administratie ingevolge artikel 10 eerste lid boek 2, en/of artikel 15i, eerste lid, Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek, en het bewaren en te voorschijn brengen van boeken, bescheiden en andere gegevensdragers in dat artikel bedoeld, door 1. geen deugdelijke onderbouwde en/of goed op elkaar aansluitende bedrijfsadministratie te voeren, waardoor geen juist beeld werd gegeven van de rechten en verplichtingen van [BV V] , zoals omschreven in het Burgerlijk Wetboek voornoemd (zaak 3, D-024 en D-246) en/of 3. de jaarrekening van [BV V] over het boekjaar 2006 niet op te maken en/of te deponeren bij de Kamer van Koophandel (D-024), tot welk(
- e)strafba(a)r(
- e)feit(
- en)hij, verdachte, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opdracht heeft gegeven en/of aan welke verboden gedraging(
- en)hij, verdachte, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, feitelijk leiding heeft gegeven; en/of E. de rechtspersoon [BV IV] , (voor naamswijziging op 26 april 2007, [BV IV (ex)] geheten), welke besloten vennootschap bij vonnis van de arrondissementsrechtbank ‘s-Hertogenbosch van 27 juni 2007 in staat van faillissement is verklaard, in of omstreeks de periode van 1 juli 2006 tot en met 21 augustus 2008 (datum aangifte) te ‘s-Hertogenbosch en/of (elders) in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer andere natuurlijke en/of rechtspersonen, althans alleen, meermalen, althans eenmaal, (telkens) ter bedrieglijke verkorting van de rechten van de schuldeiser(
- s)van genoemde besloten vennootschap, niet voldaan heeft aan de op de rechtspersoon rustende verplichtingen ten opzichte van het voeren van een administratie ingevolge artikel 10 eerste lid boek 2, en/of artikel 15i, eerste lid, Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek, en het bewaren en te voorschijn brengen van boeken, bescheiden en andere gegevensdragers in dat artikel bedoeld, door 1. geen deugdelijke onderbouwde en/of goed op elkaar aansluitende bedrijfsadministratie te voeren, waardoor geen juist beeld werd gegeven van de rechten en verplichtingen van [BV IV (ex)] en/of [BV IV] , zoals omschreven in het Burgerlijk Wetboek voornoemd (zaak 5, D-024 en D-250) en/of 3. een of meer (map(pen)) met uitgaande facturen, althans een of meer uitgaande facturen over het/de ja(a)r(
- en)2005, 2006 en 2007 in de periode 27 juni 2007 tot en met 21 augustus 2008 niet aan de curator ter beschikking te stellen (zaak 5, OPV, D-009, D-024 en D-250 ), tot welk(
- e)strafba(a)r(
- e)feit(
- en)hij, verdachte, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opdracht heeft gegeven en/of aan welke verboden gedraging(
- en)hij, verdachte, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, feitelijk leiding heeft gegeven; en/of F. de rechtspersoon [BV VII] , welke besloten vennootschap bij vonnis van de arrondissementsrechtbank ‘s-Hertogenbosch van 30 juni 2009 in staat van faillissement is verklaard, in of omstreeks de periode van 1 januari 2007 tot en met 13 april 2010 (datum aangifte) te ‘s-Hertogenbosch en/of (elders) in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer andere natuurlijke en/of rechtspersonen, althans alleen, meermalen, althans eenmaal, (telkens) ter bedrieglijke verkorting van de rechten van de schuldeiser(
- s)van genoemde besloten vennootschap, niet voldaan heeft aan de op de rechtspersoon rustende verplichtingen ten opzichte van het voeren van een administratie ingevolge artikel 10 eerste lid boek 2, en/of artikel 15i, eerste lid, Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek, en het bewaren en te voorschijn brengen van boeken, bescheiden en andere gegevensdragers in dat artikel bedoeld, door 1. geen deugdelijke onderbouwde en/of goed op elkaar aansluitende bedrijfsadministratie te voeren, waardoor geen juist beeld werd gegeven van de rechten en verplichtingen van [BV VII] , zoals omschreven in het Burgerlijk Wetboek voornoemd (zaak 6, D-343) en/of 2. het boeken van een (valse) kostenfactuur, gedateerd 1 juni 2007, groot 140.000 euro, in de bedrijfsadministratie van [BV VII] met omschrijving "voor u verleende callcenterdiensten" (zaak 5 en 6, D-049 en D-334) en/of 3. in de (elektronische) bedrijfsadministratie van [BV VII] over het 1e en/of 2e kwartaal 2009 een veel lagere omzet te boeken en/of te verantwoorden, dan in werkelijkheid door [BV VII] in het 1e en/of 2e kwartaal 2009 was gerealiseerd, immers werkzaamheden die waren verricht door [BV VII] , waren (uit)gefactureerd door [BV VIII] (zaak 6, OPV, D-255, D-256, D-263/1,2,3,4,6,7 en D-334), tot welk(
- e)strafba(a)r(
- e)feit(
- en)hij, verdachte, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opdracht heeft gegeven en/of aan welke verboden gedraging(
- en)hij, verdachte, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, feitelijk leiding heeft gegeven; en/of G. de rechtspersoon [BV VIII] , welke besloten vennootschap bij vonnis van de arrondissementsrechtbank ‘s-Hertogenbosch van 11 augustus 2009 in staat van faillissement is verklaard, in of omstreeks de periode van 15 april 2009 tot en met 13 april 2010 (datum aangifte) te ‘s-Hertogenbosch en/of (elders) in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer andere natuurlijke en/of rechtspersonen, althans alleen, meermalen, althans eenmaal, (telkens) ter bedrieglijke verkorting van de rechten van de schuldeiser(
- s)van genoemde besloten vennootschap, niet voldaan heeft aan de op de rechtspersoon rustende verplichtingen ten opzichte van het voeren van een administratie ingevolge artikel 10 eerste lid boek 2, en/of artikel 15i, eerste lid, Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek, en het bewaren en te voorschijn brengen van boeken, bescheiden en andere gegevensdragers in dat artikel bedoeld, door 1. geen deugdelijke onderbouwde en/of goed op elkaar aansluitende bedrijfsadministratie te voeren, waardoor geen juist beeld werd gegeven van de rechten en verplichtingen, zoals omschreven in het Burgerlijk Wetboek voornoemd (zaak 7, D-334), tot welk(
- e)strafba(a)r(
- e)feit(
- en)hij, verdachte, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opdracht heeft gegeven en/of aan welke verboden gedraging(
- en)hij, verdachte, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, feitelijk leiding heeft gegeven; en/of H. de rechtspersoon [BV IX] (i.o), welke besloten vennootschap bij vonnis van de arrondissementsrechtbank ‘s-Hertogenbosch van 29 september 2009 in staat van faillissement is verklaard, in of omstreeks de periode van 1 september 2008 tot en met 13 april 2010 (datum aangifte) te ‘s-Hertogenbosch en/of (elders) in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer andere natuurlijke en/of rechtspersonen, althans alleen, meermalen, althans eenmaal, (telkens) ter bedrieglijke verkorting van de rechten van de schuldeiser(
- s)van genoemde besloten vennootschap, niet voldaan heeft aan de op de rechtspersoon rustende verplichtingen ten opzichte van het voeren van een administratie ingevolge artikel 10 eerste lid boek 2, en/of artikel 15i, eerste lid, Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek, en het bewaren en te voorschijn brengen van boeken, bescheiden en andere gegevensdragers in dat artikel bedoeld, door 1. geen deugdelijke onderbouwde en/of goed op elkaar aansluitende bedrijfsadministratie te voeren, waardoor geen juist beeld werd gegeven van de rechten en verplichtingen van [BV IX] , zoals omschreven in het Burgerlijk Wetboek voornoemd (zaak 7, D-334) en/of 2. het in de bedrijfsadministratie van [BV IX] ten laste van [BV IX] boeken van een valse akte van cessie, (koop en verkoop van een vordering) groot 98.000 Euro (D-204), (* immers de vordering/de onderliggende leenovereenkomst, gedateerd 3 maart 2009, was in werkelijkheid gesloten tussen [familielid] ( [familielid] ) en hem, verdachte, ( [verdachte] ), (D-204-2), en/of * immers de vordering/de onderliggende koop/leenovereenkomst, gedateerd 19 maart 2009, (D-188), was in werkelijkheid 40.000 Euro waard, immers volgens die koop/leenovereenkomst had 58.000 Euro betrekking op de koop van de inventaris/roerende goederen in het pand [adres 1] te ‘s-Hertogenbosch en resteerde derhalve een vordering van 40.000 euro uit hoofde van de koop/leenovereenkomst (zaak 6 [BV VII] en zaak 8 [BV IX] ), tot welk(
- e)strafba(a)r(
- e)feit(
- en)hij, verdachte, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opdracht heeft gegeven en/of aan welke verboden gedraging(
- en)hij, verdachte, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, feitelijk leiding heeft gegeven; Feit 2 subsidiair: hij als (feitelijke) bestuurder van een of meer van de na te noemen vennootschap(pen) op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 januari 2006 tot en met 29 maart 2010, in de gemeente(
- n)‘s-Hertogenbosch en/of (elders) in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer natuurlijke personen en/of rechtspersonen, althans alleen, terwijl: 1. [BV IV (ex)] / [BV IV] , bij vonnis van de arrondissementsrechtbank Hertogenbosch van 27 juni 2007 in staat van faillissement is verklaard, en/of 2. [BV II (ex)] / [BV II] , bij vonnis van de arrondissementsrechtbank ‘s-Hertogenbosch van 9 mei 2007 in staat van faillissement is verklaard, en/of 3. [BV V] , bij vonnis van de arrondissementsrechtbank ‘s-Hertogenbosch van 2 januari 2008, in staat van faillissement is verklaard, en/of 4. [BV VI] , bij vonnis van de arrondissementsrechtbank ‘s-Hertogenbosch van 2 januari 2008, in staat van faillissement is verklaard en/of 5. [BV I] , bij vonnis van de arrondissementsrechtbank Almelo van 7 februari 2007 in staat van faillissement is verklaard, en/of 6. [BV VII] , bij vonnis van de arrondissementsrechtbank ‘s-Hertogenbosch van 30 juni 2009 in staat van faillissement is verklaard, en/of 7. [BV VIII] , bij vonnis van de arrondissementsrechtbank ‘s-Hertogenbosch van 11 augustus 2009 in staat van faillissement is verklaard, en/of 8. [BV IX] , bij vonnis van de arrondissementsrechtbank ‘s-Hertogenbosch van 29 september 2009 in staat van faillissement is verklaard, ter bedrieglijke verkorting van de rechten van de schuldeisers van voornoemde rechtspersonen, niet heeft voldaan of niet voldoet aan de op hem, verdachte, en/of zijn mededader(
- s)rustende verplichtingen - ten opzichte van het voeren van een administratie ingevolge artikel 10, eerste lid van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, artikel 15i, eerste lid van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek of artikel 5, eerste lid, van de Wet op de formeel buitenlandse vennootschappen in samenhang met artikel 10, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, en - het bewaren en te voorschijn brengen van boeken, bescheiden en gegevensdragers in die artikelen bedoeld, immers heeft hij, verdachte, als (feitelijke) bestuurder van voornoemde rechtspersonen, tezamen en in vereniging met zijn mededader(s), althans alleen, toen aldaar, aan een of meer curatoren van voornoemde rechtspersonen (telkens) niet de volledige bedrijfsadministratie van een of meer van voornoemde gefailleerde rechtspersonen verstrekt en/of doen laten verstrekken en/of ter beschikking gesteld, a. 1. immers in de periode van 7 februari 2007 tot en met 22 februari 2008 (D-076) werd de digitale bedrijfsadministratie van [BV I (ex)] en/of [BV I] niet aan de curator uitgeleverd, althans ter beschikking gesteld (zaak 4, aangifte curator D-062) en/of 3. immers werd het kasboek van [BV VI] in de periode van 2 januari 2008 tot en met 21 augustus 2008 niet aan de curator uitgeleverd, althans ter beschikking gesteld (zaak 2, D-009 en D-024) en/of b. immers heeft hij, verdachte, als (feitelijke) bestuurder van voornoemde rechtspersonen, tezamen en in vereniging met zijn mededader(s), althans alleen, toen aldaar, ten aanzien van een of meer van voornoemd(
- e)rechtsperso(o)n(
- en)(telkens) geen deugdelijke onderbouwde bedrijfsboekhouding gevoerd en/of laten voeren, en/of waardoor (telkens) de administratie van een of meer van voornoemd(
- e)rechtsperso(o)n(
- en)geen juist beeld heeft gegeven van de rechten en verplichtingen zoals omschreven in het Burgerlijk Wetboek (art. 2:10 BW), door (onder meer) 3. in de bedrijfsadministratie van [BV VI] een lijst met beweerdelijk/fictieve openstaande debiteuren en/of fictieve facturen op te nemen, terwijl een (groot) deel van die op die lijst voorkomende debiteuren, (bij navraag) nimmer een overeenkomst met [BV VI] hadden gesloten en/of de vorderingen die gebaseerd waren op die facturen fictief bleken te zijn (zaak 2, D-247) en/of 4. het (telkens) in de bedrijfsadministratie van [BV VI] in de periode van 1 september 2006 tot en met 14 juni 2007 in de rekening courant (op de grootboekrekening 00001999 rek. crt. [naam 1] ) contante geldopnames en/of bancaire overschrijvingen tot een totaalbedrag groot 97.540 euro te boeken en/of te verwerken, in verband met aankopen van kleding bij de Thaise kleermaker [naam 1] , terwijl die aankopen en/of betalingen in de bedrijfsadministratie van [BV VI] niet waren verantwoord en/of onderbouwd met (inkoop)facturen en/of overige deugdelijke onderliggende schriftelijke bescheiden (zaak 2 en AH-99) en/of 5. het in de bedrijfsadministratie van [BV VI] een (aantal) contante betalingen en/of contante geldopnames vanaf de bankrekening van [BV VI] tot een totaalbedrag groot circa 72.350 euro niet, althans niet juist te verantwoorden (zaak 2) en/of 6. het (telkens) zonder deugdelijk administratieve verantwoording overboeken van gelden naar de bankrekening van verdachte (in privé) en/of 7. het (telkens) zonder deugdelijke administratieve verantwoording overboeken van gelden naar de (ING) bankrekening ten name van verdachtes [familielid] , (D-354 en D-355) en/of 8. het (telkens) zonder deugdelijke administratieve verantwoording overboeken van gelden naar de bankrekeningen van aan verdachte gelieerde bedrijven, (zaak 1 [BV II] en zaak 2 [BV VI] en [BV V] ; zaak 4 [BV I] ) en/of 9. het niet, althans niet juist (in de elektronische) bedrijfsadministratie van [BV II (ex)] boeken en/of verwerken van de verkoopovereenkomst, gedateerd 28 juli 2006, ten aanzien van de verkoop van activa en/of goodwill door [BV II (ex)] aan [bedrijf x] voor een overeengekomen bedrag groot 300.000,-- euro (AH-002, D019 en D-021) en/of 12. het boeken en/of verwerken van een (valse) (kosten)factuur, gedateerd 1 juni 2007, groot 140.000,-- euro in de bedrijfsadministratie van [BV VII] met omschrijving "voor u verleende callcenterdiensten" (zaak 5 [BV IV] , zaak 6 [BV VII] en D-049) en/of 13. het op datum 15 oktober 2006 boeken en/of verwerken van een fictieve en/of valse onkostenpost in de (elektronische) administratie van [BV II (ex)] , inhoudende "management & kosten verkoop" groot 185.000 Euro (zaak 1 [BV II] ) en/of 14. het op datum 1 juni 2006 2 x op de grootboekrekening 8001 Omzet [BV I] jaar 2006 boeken en/of verwerken van de onkostenpost managementfee juni 33.250,00 Euro, terwijl volgens het uittreksel van de KvK de ondernemingsactiviteiten van [BV I] per 1 juni 2006 zouden zijn gestaakt, (zaak 4 [BV I] en D-034) en/of 15. in de (elektronische) bedrijfsadministratie van [BV VII] over het 1e en/of 2e kwartaal 2009 een veel lagere omzet te boeken en/of te verantwoorden, dan in werkelijkheid door [BV VII] in het 1e en/of 2e kwartaal 2009 was gerealiseerd, immers werkzaamheden die waren verricht door [BV VII] , waren (uit)gefactureerd door [BV VIII] , (zaak 6, OPV, D-255, D-256, D-263/1,2,3,4,6,7 en D-334) en/of 16. het in de administratie van [BV VIII] boeken en/of verwerken van 5, althans een aantal (opbrengst)facturen, gedateerd 15 april 2009, (D-263) en/of het verwerken van die facturen op de grootboekrekening omzet diensten hoog 2009 van [BV VIII] (D-255), terwijl die omzet (deels) in werkelijkheid was gerealiseerd door [BV VII] (D-256) en/of 17. het in de administratie van [BV IX] boeken en/of verwerken van een valse akte van cessie (koop en verkoop van een vordering) groot 98.000 Euro (D-204), (* immers de vordering/de onderliggende leenovereenkomst, gedateerd 3 maart 2009, was in werkelijkheid tussen [familielid] en verdachte, [verdachte] , gesloten (D-204-2), en/of * immers de vordering/de onderliggende koop/leenovereenkomst, gedateerd 19 maart 2009, (D-188) was in werkelijkheid 40.000 Euro waard, want volgens die koop/leenovereenkomst had 58.000 Euro betrekking op de koop van de inventaris/roerende goederen uit het pand [adres 1] te ‘s-Hertogenbosch en resteerde derhalve een vordering van 40.000 euro uit hoofde van de koop/leenovereenkomst)) (zaak 6 [BV VII] en zaak 8 [BV IX] . Feit 3: hij in of omstreeks de periode van 1 maart 2009 tot en met 31 maart 2010 te ‘s-Hertogenbosch, en/of in elk geval (elders,) in Nederland, terwijl verdachte bij vonnis van de arrondissementsrechtbank ‘s-Hertogenbosch van 3 maart 2009 in staat van faillissement is verklaard, ter bedrieglijke verkorting van de rechten van zijn schuldeiser(s), (een) bate(
- n)niet heeft verantwoord en/of niet verantwoordt, immers heeft hij, verdachte, toen aldaar voor de curator verzwegen en/of niet opgegeven en/of niet afgedragen, althans niet verantwoord – zakelijk weergegeven – dat hij in Duitsland bedrijfsactiviteiten heeft verricht ten behoeve van [bedrijf y] en/of dat hij te Emden, in Duitsland, een bedrijf te weten [Duitse BV verdachte] heeft opgericht en/of dat hij in Duitsland de beschikking heeft over een (privé)bankrekening ten name van [verdachte] (bij een Sparkasse Leer/Wittmund,) en/of dat hij van [bedrijf y] 25.000 euro heeft geleend en/of dat hij in Duitsland de beschikking heeft over een bankrekening ten name van [Duitse BV verdachte] en/of i. dat hij de ING bankrekening ( [rekeningnummer o] ) van zijn [familielid] heeft gebruikt als derdenrekening en/of dat hij kon beschikken over deze bankrekening en/of dat hij in de periode van 3 maart 2009 tot en met 31 maart 2009 van de ING bankrekening [rekeningnummer o] , 19.000 euro in contanten heeft opgenomen (D-358); Feit 4: hij, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, op of omstreeks 27 maart 2009, althans in of omstreeks de maand maart 2009, te ‘s-Hertogenbosch, in elk geval in Nederland, een huurovereenkomst, gedateerd 27 maart 2009, tussen [BV VIII] en [familielid] (D-274) – zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen –, valselijk heeft opgemaakt of vervalst, immers heeft/hebben hij, verdachte, en/of verdachtes mededader(
- s)toen aldaar valselijk op die huurovereenkomst een handtekening geplaatst die door moest gaan voor die van [bestuurder BV III] , althans voor een andere handtekening dan verdachtes eigen handtekening, zulks met het oogmerk om dat geschrift als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken; Feit 5: hij op of omstreeks 19 maart 2009, althans in of omstreeks de maand maart 2009, te ‘s-Hertogenbosch, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, een koop/leenovereenkomst (o.a. D-070), gedateerd 19 maart 2009 – zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen – valselijk heeft opgemaakt of vervalst, immers heeft/hebben verdachte en/of zijn mededader(
- s)valselijk en/of in strijd met de waarheid, in die koop/leenovereenkomst opgenomen en/of laten opnemen bij het onderdeel koop “op 6 maart 2009 heeft [familielid] Euro 98.000,-- gestort op rekening van [BV VII] . Hiervoor heeft [familielid] alle roerende goederen aanwezig in het pand [adres 1] te ‘s-Hertogenbosch gekocht op 20 maart 2009 voor een prijs ad. Euro 58.000 van [BV VII] ”, en/of bij het onderdeel leen “De resterende Euro 40.000 wordt aan [BV VII] geleend en dient uiterlijk op 01 december 2009 te worden terugbetaald op rekeningnummer [rekeningnummer x] van de Rabobank te ‘s-Hertogenbosch ten name van [familielid] te ‘s-Hertogenbosch. Voor het geleende bedrag is een rente van 6% afgesproken, deze zal maandelijks betaald worden.” terwijl in werkelijkheid die overeenkomst gedateerd 19 maart 2009 met betrekking tot de koop van de roerende goederen (mede) was opgemaakt teneinde beslag door de Belastingdienst op voornoemde goederen te voorkomen, en/of in die overeenkomst vermeld dat aldus was overeengekomen op 19 maart 2009 tussen [BV VII] , namens [BV VII] getekend door [Bestuurder BV VII] enerzijds en [familielid] anderzijds, terwijl in werkelijkheid verdachte op die overeenkomst de handtekening had geplaatst van [Bestuurder BV VII] , althans een handtekening die door moest gaan voor die van [Bestuurder BV VII] , zulks met het oogmerk om dat geschrift als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken; Feit 6 primair: hij, verdachte, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, op of omstreeks 1 juni 2007, althans in of omstreeks de maand juni 2007, te ‘s-Hertogenbosch, in elk geval in Nederland, een factuur/nota, afkomstig van [verdachte] en gericht aan [BV VII] , gedateerd 1 juni 2007, met als kenmerk Nota 2007.06.01 – zijnde een geschrift dat bestemd was om tot enig feit te dienen – valselijk heeft opgemaakt of vervalst, immers heeft/hebben verdachte en/of zijn mededader(
- s)valselijk en/of in strijd met de waarheid op die factuur/nota vermeld – zakelijk weergegeven – dat hij, verdachte, verleende callcenterdiensten over de periode april-mei 2007 volgens afgesproken tarief had verricht voor een totaalbedrag (inclusief BTW) groot 140.000 Euro, en/of verzocht het totaalbedrag te voldoen vóór 15/06/2007 op de (privé)bankrekening nummer [rekeningnummer y] t.n.v. [verdachte] , terwijl in werkelijkheid de in rekening gebrachte werkzaamheden en/of diensten, zoals vermeld op die factuur niet, althans niet volledig, waren verricht door en/of hadden plaatsgevonden door verdachte/die [verdachte] in privé, zulks met het oogmerk om dat geschrift als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken; Feit 6 subsidiair: [BV VII] in of omstreeks de periode van 1 juni 2007 tot en met 5 oktober 2009, in de gemeente ‘s-Hertogenbosch en/of te Amsterdam en/of te Uden, in elk geval (elders) in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans die [BV VII] , opzettelijk (een) valse of vervalste factuur (D-049), blijkens factuuropdruk afkomstig van [verdachte] , gevestigd aan de [adres 2] te ‘s-Hertogenbosch en gericht aan [BV VII] te ’s-Hertogenbosch – zijnde een geschrift dat bestemd is om tot bewijs van enig feit te dienen – voorhanden heeft gehad en/of heeft gebruikt en/of heeft afgeleverd, terwijl [BV VII] en/of haar mededader(
- s)wist(
- en)of redelijkerwijs moest(
- en)vermoeden dat dat geschrift bestemd was voor gebruik als echt en onvervalst, bestaande die valsheid of vervalsing (mede) hierin, dat valselijk en in strijd met de waarheid op die factuur was vermeld (zakelijk weergegeven): Nota 2007.06.01 Betreft: voor u verleende callcenter diensten, periode April-Mei 2007 Volgens afgesproken tarief 117.647 Euro B.T.W. 22.353 Euro Totaal 140.000 Euro Met het verzoek het totaalbedrag te voldoen op de (prive)bankrekening [rekeningnummer y] t.n.v. [verdachte] terwijl in werkelijkheid de in rekening gebrachte/gefactureerde verleende callcenter diensten niet door [verdachte] in privé waren verricht, althans niet voor dat bedrag, bestaande dat voorhanden hebben hierin dat de factuur was verwerkt in de bedrijfsadministratie van [BV VII] en/of bestaande dat gebruik (mede) hierin dat de factuur was verwerkt in de rekening-courant verhouding tussen [BV VII] en [verdachte] en/of dat de B.T.W. door [BV VII] in aftrek was gebracht en/of bestaande dat afleveren hierin dat (delen van) de bedrijfsadministratie van [BV VII] was afgeleverd en/of bezorgd aan de curator van [BV VII] , tot het plegen van welk(
- e)bovenomschreven strafbare feit(
- en)hij, verdachte, opdracht heeft gegeven, dan wel aan welke verboden gedraging(
- en)hij, verdachte, feitelijk leiding heeft gegeven. De in de tenlastelegging voorkomende taal- en/of schrijffouten of omissies zijn verbeterd. Daarnaast heeft het hof ten behoeve van de leesbaarheid in de feiten onder 1. primair en onder 2 primair een nadere rubricering (nummering) aangebracht. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging. De bewijsmotivering Inleiding De tenlasteleggingen onder 1 en 2 zien op een aantal besloten vennootschappen met beperkte aansprakelijkheid (hierna: BV(‘s). In de primaire varianten wordt die vennootschappen een aantal misdrijven uit artikel 341 Sr ten laste gelegd, waaraan de verdachte feitelijk leiding c.q. waartoe verdachte opdracht zou hebben gegeven in de zin van artikel 51 lid 2 onder 2 Sr. In de subsidiaire variant van de feiten 1 en 2 worden verdachte gelijksoortige misdrijven uit artikel 343 Sr verweten die hij zou hebben begaan als (feitelijk) bestuurder van deze vennootschappen. In eerste aanleg was hetgeen nu onder 1 primair en 2 primair is ten laste gelegd, als 1 subsidiair en 2 subsidiair ten laste gelegd, en omgekeerd. Uit de onderstaande feiten en omstandigheden volgt dat verdachte in de ten laste gelegde periodes van de betreffende vennootschappen – al dan niet indirect en al dan niet louter feitelijk – bestuurder was. Dat is alleen niet het geval met betrekking tot [BV V] , [BV IV (ex)] , [BV VI] en [BV VII] in de periode van 23 mei 2007 tot 23 augustus 2007, toen [naam H] formeel en [naam G] feitelijk bestuurder waren. [BV II (ex)] is bij rechterlijke uitspraak failliet verklaard op 9 mei 2007. De activiteiten van deze vennootschap zijn gestaakt per 15 september 2006. Enig aandeelhouder van deze vennootschap was van 26 september 2005 tot 28 oktober 2005 verdachte via [BV I (ex)] en van 28 oktober 2005 tot en met de datum van het faillissement wederom verdachte, nu via [BV V] . Bestuurder van de vennootschap was in de periode van 3 december 2002 tot 1 februari 2007 verdachte via [BV I (ex)] / [BV I] en van 1 februari 2007 tot en met datum faillissement wederom verdachte, nu via [BV V] . De handelsnaam van de vennootschap is met ingang van 29 januari 2007 gewijzigd in [BV II] . [BV VI] is bij rechterlijke uitspraak failliet verklaard op 2 januari 2008. Enig aandeelhouder en tevens bestuurder van de vennootschap was verdachte van 3 februari 2006 tot 23 mei 2007 via [BV V] en van 23 mei 2007 tot en met de datum van het faillissement waren [naam H] formeel en [naam G] feitelijk zowel aandeelhouder - via [bedrijf k] - als bestuurder - via [bedrijf k] en [bedrijf j] . In die laatste tijdspanne werden in [BV VI] geen activiteiten meer geëxploiteerd. [BV V] is bij rechterlijke uitspraak failliet verklaard op 2 januari 2008. Enig aandeelhouder en tevens bestuurder van deze vennootschap was verdachte van 1 januari 2004 tot 27 oktober 2005 via [BV I] . Van 27 oktober 2005 tot 23 mei 2007 was verdachte direct bestuurder/aandeelhouder van [BV V] . Van 23 mei 2007 tot en met de datum van het faillissement waren [naam H] formeel en [naam G] feitelijk zowel aandeelhouder - via [bedrijf k] - als bestuurder - via [bedrijf k] en [bedrijf j] . Met ingang van 4 mei 2005 was de bedrijfsomschrijving van de vennootschap: ‘holding’. [BV I] is bij rechterlijke uitspraak failliet verklaard op 7 februari 2007. De activiteiten van de vennootschap zijn per 1 juni 2006 gestaakt. Verdachte was enig aandeelhouder van deze vennootschap van 31 december 1998 tot 5 januari 2004 en indirect aandeelhouder vanaf 5 januari 2004 via [stichting] van de aandelen in [BV V] . Verdachte was steeds bestuurder van de vennootschap. De handelsnaam van de vennootschap was van 15 december 1998 tot 1 januari 2003 [BV V] , van 1 januari 2003 tot 9 juli 2004 [groep van BV's] , van 9 juli 2004 tot 3 juli 2006 [BV I (ex)] en van 3 juli 2006 tot 7 februari 2007 [BV I] . De bedrijfsomschrijving van de vennootschap was sinds 16 februari 1999: ‘Holding beheer en belegging’. [BV IV] (voorheen [BV IV (ex)] ) is bij rechterlijke uitspraak failliet verklaard op 27 juni 2007. Enig aandeelhouder en tevens bestuurder van de vennootschap was van 28 oktober 2005 tot de datum van het faillissement [BV V] , waarvan verdachte tot 23 mei 2007 bestuurder/aandeelhouder was. Vanaf 23 mei 2007 waren [naam H] formeel en [naam G] feitelijk indirect bestuurder/aandeelhouder van [BV V] en daarmee van [BV IV (ex)] / [BV IV] . In die laatste tijdspanne werden in [BV IV (ex)] geen activiteiten meer geëxploiteerd. De handelsnaam van de vennootschap was van 3 november 2005 tot 26 april 2007 [BV IV (ex)] en van 26 april 2007 tot 27 juni 2007 [BV IV] . De bedrijfsomschrijving van deze vennootschap was vanaf 3 november 2005: ‘Het exploiteren van callcenters. Het detacheren van personeel’. [BV VII] is bij rechterlijke uitspraak failliet verklaard op 30 juni 2009. Enig aandeelhouder en tevens bestuurder van de vennootschap was van 29 september 2006 tot 23 mei 2007 verdachte - via [BV V] . Van 23 mei tot 23 augustus 2007 was [bedrijf k] enig bestuurder/aandeelhouder van [BV VII] en waren [naam H] formeel en [naam G] feitelijk indirect bestuurder van deze vennootschap. Daarna van 23 augustus 2007 tot 16 november 2007 was de enige aandeelhouder [stichting] en van 16 november 2007 tot de datum van het faillissement [bedrijf p] . Bestuurder van [BV VII] was van 23 augustus 2007 tot en met de datum van het faillissement [stichting] met als bestuurder [Bestuurder BV VII] (en, tot 1 januari 2008, daarnaast [medebestuurder stichting] ). Vanaf 23 augustus 2007 was verdachte feitelijk bestuurder van [BV VII] , aldus [Bestuurder BV VII] en verdachte zelf. Verdachte heeft verklaard dat [Bestuurder BV VII] bij deze vennootschap op papier de bestuurder was. Verdachte deed de feitelijke, dagelijkse gang van zaken en [boekhouder] deed wat verdachte hem opdroeg. Verdachte was degene die de feitelijke leiding gaf aan de onderneming [BV VII] . Hij was daar verantwoordelijk voor en hij voelde dat ook zo. De handelsnaam van de vennootschap was van 7 maart 2007 tot en met 30 juni 2009 [BV VII] . De bedrijfsomschrijving was van 8 oktober 1993 tot 7 maart 2007: ‘Belegging van vermogen voor onder andere pensioen- en stamrechten’, tussen 7 maart 2007 en 4 juni 2007: ‘Het exploiteren van callcenters’ en vanaf 4 juni 2007: ‘Het exploiteren van callcenters en uitzenden van callcenteragents’. [BV VIII] (in oprichting van 15 april tot 1 juli 2009) is bij rechterlijke uitspraak failliet verklaard op 11 augustus 2009. Indirect formeel bestuurder/aandeelhouder van deze vennootschap was (via [bedrijf s] ) [bestuurder BV III] tot 29 mei 2009 en verdachte vanaf die datum. Ook tijdens het middellijk bestuurderschap van [bestuurder BV III] was verdachte feitelijk bestuurder van deze vennootschap. De bedrijfsomschrijving van de vennootschap betrof vanaf 15 april 2009: ‘Het begeleiden van ondernemingen naar nieuwe klanten, alsmede het verzorgen van verkooptrainingen’. [BV IX] is bij rechterlijke uitspraak failliet verklaard op 29 september 2009. Indirect formeel bestuurder/aandeelhouder van deze vennootschap was ook hier (via [bedrijf s] ) [bestuurder BV III] tot 29 mei 2009 en verdachte vanaf die datum. Vanaf 1 juni 2009 was verdachte direct bestuurder van [BV IX] . Ook tijdens het middellijk bestuurderschap van [bestuurder BV III] was verdachte feitelijk bestuurder van deze vennootschap. De bedrijfsomschrijving van de vennootschap was vanaf 29 september 2008: ‘Het opleiden en detacheren van energieadviseurs, het uitgeven, via een gecertificeerd partner, van energielabels, het verstrekken van maatwerkadviezen en materiaalkeuze, de ondersteuning voor domotica-oplossingen’. [boekhouder] heeft verklaard dat hij vanaf december 2003 in loondienst is gaan werken bij [BV VII] , gevestigd aan de [adres 3] te ’s-Hertogenbosch en dat zijn werkzaamheden bestonden uit het verzorgen van de administratie voor de vennootschappen van de [groep van BV's] , te weten: [BV VII] , [BV V] , [BV II] ( [BV II (ex)] ), [BV I (ex)] , [BV I] , [BV VI] , [BV IV (ex)] , [BV VIII] en [BV IX] . Binnen die organisatie was verdachte voor [boekhouder] aanspreekpunt en leidinggevende, ook in de periode dat [Bestuurder BV VII] in beeld was gekomen bij de [groep van BV's] . Verdachte is volgens [boekhouder] nooit uit beeld verdwenen, bij welke onderneming dan ook. Hij had altijd de touwtjes in handen. Verdachte is bij rechterlijke uitspraak persoonlijk failliet verklaard op 3 maart 2009. Ten aanzien van feiten 1 primair en 2 primair (gebaseerd op artikel 341 jo. artikel 51 lid 2 onder 2 Sr) Als hiervoor reeds vermeld komt hetgeen onder 1 primair onder D.1 en D.2 en 1 subsidiair onder 1.g en 1.h en 1.i; 2 primair onder B.2, C.2, D.2 en E.2, E.4 en E.5 en 2 subsidiair onder a.2, a.4, a.5, b.1, b.2, b.10 en b.11, is ten laste gelegd in hoger beroep niet meer aan de orde omdat verdachte hiervoor reeds door de rechtbank (destijds als 1.g en 1.h primair en 2.a.2, 2.a.4, 2.a.5, 2.b.1, 2.b.2, , 2.b.10 en 2.b.11 primair) is vrijgesproken. Het hof zal de overige onderdelen van de tenlastelegging ten aanzien van feiten 1 primair en 2 primair puntsgewijs aan de hand van de door het hof aangebrachte rubricering bespreken. In de misdrijven onder 1 primair en 2 primair wordt de betreffende BV in de zin van artikel 341 Sr. verweten dat deze ter bedrieglijke verkorting van de rechten van de schuldeisers van de vennootschap heeft gehandeld. Met deze woorden wordt tot uitdrukking gebracht dat verdachte het opzet moet hebben gehad op benadeling van de schuldeisers, dat voorwaardelijk opzet in dat verband voldoende is en dat derhalve voor het bewijs van het opzet ten minste is vereist dat de gedraging van verdachte de aanmerkelijke kans op benadeling van de schuldeisers heeft doen ontstaan (Hoge Raad 11 mei 2010, LJN:BL7662). 1primair onder A.1 en A.2 Inleiding In een melding aan de Belastingdienst, afkomstig van [advocaat] ( [Kantoornaam 1] Advocaten) en [registeraccountant] ( [kantoornaam 2] accountants en belastingadviseurs), staat vermeld dat [kantoornaam 2] vanaf augustus 2005 accountantswerkzaamheden verricht voor de [groep van BV's] en dat, gelet op de toenemende liquiditeitsspanningen en achterstanden in betaling bij de Belastingdienst, gecombineerd met de aanzegging van beslaglegging, er door [kantoornaam 2] contact is opgenomen met [advocaat] , die vanaf 21 oktober 2005 bij de advisering is betrokken. Op 1 november 2005 heeft een bespreking plaatsgevonden bij de Belastingdienst over de fiscale problemen van de [groep van BV's] . Na terugkomst van dit gesprek werd [advocaat] geconfronteerd met het feit dat [BV I (ex)] de lopende verplichtingen over het derde kwartaal 2005 niet was nagekomen. Op 28 november 2005 is verdachte in een gesprek akkoord gegaan met het advies de geconstateerde onregelmatigheden bij de [groep van BV's] eigener beweging te melden bij de Belastingdienst en op 29 november 2005 is door [advocaat] een afspraak gemaakt met de Belastingdienst voor 1 december 2005. De voor [BV I (ex)] uit de onregelmatigheden voortvloeiende correcties omzetbelasting bedragen € 115.520,- en € 60.895,-. Bij brief van 21 november 2005 schrijft [medewerker Belastingdienst 1] namens de ontvanger van de Belastingdienst aan [advocaat] dat de totale belastingschuld van ruim 1,3 miljoen euro van de hele [groep van BV's] , ontstaan tijdens het bestuur van verdachte, uiterlijk op 2 december 2005 moet zijn betaald en zo niet, dat dan de invordering wordt voortgezet. Tot de [groep van BV's] behoorde toen onder meer [BV I (ex)] met de twee werkmaatschappijen [BV II (ex)] en [BV III] . Op 28 oktober 2005 respectievelijk op 22 december 2005 brengt verdachte de aandelen van [BV I (ex)] in [BV II (ex)] en [BV III] over in een nieuwe Holding: [BV V] en laat [BV I (ex)] derhalve leeg achter. De totale schulden in het faillissement van [BV I] (voorheen [BV I (ex)] ) bedroegen ruim een half miljoen euro, waartegenover nauwelijks activa stonden. Uit bovengenoemde bewijsmiddelen volgt dat verdachte vanaf eind 2005 rekening hield met tenminste de aanmerkelijke kans dat [BV I (ex)] zou failleren. 1 primair onder A.1 en 1 subsidiair onder a Verbalisant [registeraccountant Belastingdienst] van de Belastingdienst heeft gerelateerd dat op 30 januari 2006 een bedrag van € 100.000,-- van de bankrekening van [BV I] (toen nog [BV I (ex)] genaamd) onder de noemer ‘ [BV II (ex)] funding’ werd overgeboekt naar de bankrekening van [BV II (ex)] . De betreffende boeking betreft vermoedelijk een overboeking, omdat verbalisant niet beschikt over de bankafschriften ten aanzien van deze boeking. Het vermoeden dat er sprake is van een overboeking van [BV I] naar [BV II (ex)] baseert hij op het feit dat de tegenboeking van de afboeking bank ‘debitering 1976 Rek crt [BV II] ’ betreft en gelet op de bewoordingen die zijn opgenomen in de omschrijving, te weten ‘ [BV II (ex)] ’. Een nadere toelichting ter zake deze boeking werd in de administratie niet aangetroffen. Op 30 januari 2006 was verdachte de (on)middellijk bestuurder van beide vennootschappen. Getuige [medewerker belastingdienst 2] van de Belastingdienst heeft verklaard dat [BV I] op 2 januari 2006 een bedrag van € 125.000,- op haar rekening ontving. Verdachte wist volgens [medewerker belastingdienst 2] toen al dat er een naheffingsaanslag omzetbelasting aan zat te komen. Dat hadden [medewerker belastingdienst 2] en zijn collega [medewerker Belastingdienst 3] van de Belastingdienst immers op kantoor met de adviseurs van verdachte, de heren [registeraccountant] en [advocaat] besproken. Het bedrag kwam van [bedrijf z] en verdachte gebruikte dit geldbedrag voor [BV II (ex)] . Uit de stukken van [advocaat] , de adviseur van verdachte, komt naar voren dat de druk bij [BV II (ex)] hoog werd, door oplopende belastingschulden. Volgens verbalisanten [medewerker belastingdienst 2] en [medewerker Belastingdienst 3] is het geld toen betaald voor belastingschulden van [BV II (ex)] . Verdachte heeft bevestigd dat hij privé een bedrag van € 125.000,- van een onderneming van de [bestuurder bedrijf z] heeft geleend om de belastingschulden van [BV II (ex)] te betalen. Verdachte wilde namelijk de activa en goodwill van [BV II (ex)] verkopen aan [bedrijf x] [hof: zie verder onder 1 primair B.2] en daarvoor moest hij bewijs van de Belastingdienst overleggen dat [BV II (ex)] geen belastingschuld had. Verdachte verklaart dat hij dit geld op de bankrekening van de holding heeft laten binnenkomen. Vervolgens heeft hij daarvan op 30 januari 2006 € 100.000,- doorgestort naar de bankrekening van [BV II (ex)] om (onder meer) daarmee alle openstaande vorderingen van de Belastingdienst te betalen. Op 8 mei 2006 heeft de Belastingdienst de door verdachte gewenste verklaring afgegeven. In het dossier bevinden zich bescheiden die de verklaring van verdachte staven, zoals de notariële leningsovereenkomst tussen [bedrijf z] en verdachte in privé met als onderpand zijn privé-woning, het bankafschrift van de rekening van [bedrijf z] waarop staat vermeld “ [verdachte] [BV VII] Spoedopdracht 1400 lening [verdachte] ” valutadatum 31-12-2005 “betaald 125.000 euro”. Uitgaande van de juist gebleken verklaring van verdachte komt het hof tot het oordeel dat [BV I (ex)] de betreffende € 100.000,- heeft ontvangen met als enig doel om daarmee de fiscale schulden van dochter [BV II (ex)] te voldoen. Deze ontvangst hangt derhalve direct samen met de gevolgde doorbetaling aan [BV II (ex)] . Dit betekent dat voor de vraag of hier sprake is van de voor een veroordeling ter zake van bedrieglijke bankbreuk vereiste benadelende strekking (tenminste aanmerkelijke kans op benadeling van een of meer schuldeisers), de doorbetaling van dit bedrag aan [BV II (ex)] niet op zichzelf mag worden beschouwd, maar moet worden bezien in samenhang met de eerdere ontvangst van dit bedrag door de Holding. Nu er niet méér is uitgegaan dan daarvoor voor dit doel was binnengekomen, komt het hof tot een vrijspraak van hetgeen onder 1 primair onder A.1 is ten laste gelegd en op diezelfde grond ook van hetgeen is ten laste gelegd onder 1 subsidiair onder a. 1 primair onder A.2 Verbalisant [registeraccountant Belastingdienst] van de Belastingdienst heeft gerelateerd dat in de periode 3 januari 2006 tot en met 10 februari 2006 diverse bancaire overboekingen plaatsvonden van de bankrekening [BV I (ex)] die werden tegengeboekt in rekening-courant [BV III] , grootboeknummer 1974, in de kolom omschrijving aangeduid met de term ‘funding’. Het totaalbedrag van de overboekingen met deze term betreft € 29.700,-. [registeraccountant Belastingdienst] verwijst naar document D-206. Een nadere toelichting ter zake van deze boekingen ontbrak in de administratie. In document D-206 (pagina 1994) is te zien dat op dagen in de periode van 3 januari 2006 tot en met 10 februari 2006 in totaal zes stortingen hebben plaatsgevonden met als omschrijving [BV III] BVFUNDING voor een totaalbedrag van € 29.700,-. Getuige [medewerker belastingdienst 2] heeft verklaard de administratie bij [curator 1] , de curator, te hebben doorgenomen en daarin geen enkele onderbouwing van managementfees of funding te hebben aangetroffen. De bestuurder heeft de plicht om een begin van bewijs of een onderbouwing te leveren voor de uitgave. Dat ontbrak hier volkomen in de vorm van overeenkomsten of contracten. Verdachte heeft verklaard dat hij onder “funding” bijstorten verstaat. Daarmee wil hij zeggen dat als de ene tent geld nodig had, hij dat uit de andere tent haalde. Verdachte moest als een jongleur veel ballen omhoog houden. Dat was niet goed, verklaarde verdachte. Op het gebied van funding lagen alle beslissingen bij hem. Hij maakte uit wanneer, welk bedrag van de ene naar de andere BV ging. Hieraan lagen geen overeenkomsten ten grondslag. Alles werd in rekening-courant geboekt. Dit was tot ergernis van zijn administrateur [boekhouder] , want die moest alles boeken. Maar [boekhouder] voerde alles uit wat verdachte hem zei. Verdachte heeft als bestuurder van [BV I (ex)] op een moment waarop hij wist dat het faillissement van deze vennootschap aanstaande was, onverplicht geldbedragen van deze vennootschap tot een totaalbedrag van € 29.700,- overgeboekt naar een andere vennootschap van zijn [groep van BV's] . De gedragingen en het opzet van verdachte kunnen aan [BV I (ex)] worden toegerekend en verdachte zal als feitelijke leidinggever van deze strafbare onttrekking door [BV I (ex)] worden veroordeeld. 1primair onder B.1, B.2 en B.3 en 2 primair onder B.1, B.3 en B.4 Inleiding Uit document D-014 blijkt dat [BV II (ex)] op 30 december 2005 een premieachterstand heeft bij het UWV van bijna 60.000 euro. Het UWV is bereid hiervoor een betalingsregeling met [BV II (ex)] te treffen. Uit document D-018, het financieel verslag 2005 van [BV II (ex)] door [registeraccountant] RA van [kantoornaam 2] blijkt dat er een negatief eigen vermogen is van ruim € 200.000,-; kortlopende schulden zijn overige belastingen en premies sociale verzekeringen € 376.225,-; het resultaat na belastingen is -/- € 254.963,-. In de onder 1 primair onder A.1 en A.2 genoemde melding van [advocaat] en de heer [registeraccountant] RA staat dat op 1 november 2005 een bespreking heeft plaatsgevonden bij de Belastingdienst over de fiscale problemen van de [groep van BV's] . Na terugkomst van dit gesprek werd [advocaat] geconfronteerd met het feit dat [BV II (ex)] de lopende verplichtingen over het derde kwartaal 2005 niet was nagekomen. Nadien is overleg geweest met de Belastingdienst over het treffen van een betalingsregeling voor de belastingachterstanden van [BV II (ex)] . Dit verzoek is afgewezen. Deze vennootschap heeft over het tweede kwartaal van 2005 een bedrag van € 49.636,- te weinig aan loonbelasting en € 22.798,- te weinig aan omzetbelasting betaald. Bij brief van 21 november 2005 schrijft [medewerker Belastingdienst 1] namens de ontvanger van de Belastingdienst aan [advocaat] dat de totale belastingschuld van ruim 1,3 miljoen euro van de hele [groep van BV's] , ontstaan tijdens het bestuur van verdachte, uiterlijk op 2 december 2005 moet zijn betaald en zo niet, dat dan de invordering wordt voortgezet. Tot de [groep van BV's] behoorde toen onder meer [BV I (ex)] met de twee werkmaatschappijen [BV II (ex)] en [BV III] . De totale schulden in het faillissement van [BV II] (voorheen [BV II (ex)] ) bedroegen circa € 300.000,--, waar tegenover nauwelijks activa stonden. 1 primair onder B.1. en 1 subsidiair onder c Verbalisant [registeraccountant Belastingdienst] heeft gerelateerd dat [BV II (ex)] op 31 december 2005 een rekening-courantvordering op [BV IV (ex)] had van € 43.350,-. Op 16 februari 2006 werd een geldbedrag van € 33.000,- (Boekstuknummer 4701, funding) met als omschrijving ‘funding’ overgeboekt van de bankrekening van [BV II (ex)] naar [BV IV (ex)] . Een nadere toelichting ter zake deze boeking werd door hem in de administratie niet aangetroffen. Verdachte was indirect bestuurder van [BV II (ex)] . Verdachte heeft verklaard dat hij onder “funding” bijstorten verstaat. Daarmee wil hij zeggen dat als de ene tent geld nodig had, hij dat uit de andere tent haalde. Verdachte moest als een jongleur veel ballen omhoog houden. Dat was niet goed, verklaarde verdachte. Op het gebied van funding lagen alle beslissingen bij hem. Hij maakte uit wanneer, welk bedrag van de ene naar de andere BV ging. Hieraan lagen geen overeenkomsten ten grondslag. Alles werd in rekening-courant geboekt. Dit was tot ergernis van [boekhouder] , want die moest alles boeken. Maar [boekhouder] voerde alles uit wat verdachte hem zei. Voor een veroordeling ter zake van dit misdrijf (ook in de subsidiaire variant van feit 1 onder
- c)is vereist dat, op het moment dat verdachte als indirect bestuurder van [BV II (ex)] opdracht gaf tot deze onverplichte overboeking van € 33.000,-, tenminste de aanmerkelijke kans bestond dat [BV II (ex)] zou failleren en daarmee dat door deze transactie een of meer schuldeisers van deze vennootschap zou(den) worden benadeeld en dat verdachte deze kans bewust aanvaardde. Daarvan was echter geen sprake. Verdachte had met de transactie als ten laste gelegd onder 1 primair onder A.1 (en 1. subsidiair onder
- a)op 30 januari 2006 immers nog € 100.000,- naar [BV II (ex)] laten overboeken om alle belastingschulden te voldoen, een voorwaarde voor de verkoop van de activa van [BV II (ex)] naar [bedrijf x] Dit betekent dat het hof verdachte zal vrijspreken voor hetgeen hem onder 1 primair onder B.1 en onder 1 subsidiair onder c is ten laste gelegd. 1 primair onder B.2 en B.3 en 2 primair onder B.1, B.3 en B.4 In document D-019 is de “overeenkomst verkoop activa [BV II (ex)] ’ opgenomen. Overeengekomen is dat de activa en goodwill van [BV II (ex)] voor € 300.000,- aan [bedrijf x] worden verkocht. Dit geldbedrag moet [bedrijf x] voldoen in drie termijnen op rekeningnummer [rekeningnummer z] tnv [BV V] te Den Bosch, te weten eerste termijn op overdrachtsdatum, de tweede op 31 december 2006 en de derde op 31 maart 2007. Na de overdracht komt de activa, inclusief alle daaraan verbonden lusten en lasten voor rekening en risico van [bedrijf x] . In document D-021 zijn de transactieoverzichten van koper [bedrijf x] opgenomen. Van de koopsom werd tussen 4 september 2006 en 21 maart 2007 € 241.247,67 in termijnen voldaan naar de bankrekeningen van [BV V] (€ 150.000,- in twee termijnen) en [BV VI] (€ 91.247,67 in drie termijnen). Het restant groot € 58.752,33 werd verrekend of anderszins voldaan. Verbalisant [registeraccountant Belastingdienst] van de Belastingdienst heeft gerelateerd dat verdachte het in de maand juli 2006 als (on)middellijk bestuurder voor het zeggen had in de vennootschappen [BV II (ex)] , [BV V] en [BV VI] , voor wat betreft de transacties tussen die vennootschappen. De rechtshandeling ‘verkoop activa’ werd niet in de elektronische administratie van [BV II (ex)] geboekt. Verbalisant [registeraccountant Belastingdienst] heeft voorts gerelateerd dat hij de bij de curator aanwezige fysieke administratie heeft doorgenomen. De deelbetalingen van [bedrijf x] aan [BV V] zijn in de administratie van [BV II] geboekt als (grootboekrekening 1950 crediteuren betreffende 900544: [BV V] ) “afrekening [bedrijf x] € 150.000” met als tegenboeking (grootboekrekening 9700) “resultaat deelnemingen” terwijl sprake was van verkoop van activa. Op 15 oktober 2006 wordt in de elektronische administratie van [BV II (ex)] op de subrekening 900544 (crediteur [BV V] ) in het dagboek inkoopboek van grootboek crediteuren een mutatie opgenomen met de omschrijving “management & kosten verkoop” (credit) voor een bedrag van € 185.000,- (D-023). [BV V] was op dat moment nog geen bestuurder was van [BV II (ex)] . In de bij curator aanwezige fysieke administratie van [BV II] werd door [registeraccountant Belastingdienst] geen onderliggend document voor deze deelbetalingen aan [BV V] aangetroffen en evenmin een managementovereenkomst. Verdachte heeft ook niet voldaan aan het verzoek van curator [curator 1] d.d. 6 juni 2008 om afschriften van aan [BV V] verzonden facturen (bijvoorbeeld voor geleverde managementdiensten) in 2006-2007 te verstrekken. De deelbetalingen aan [BV VI] zijn helemaal niet verantwoord in de administratie van [BV II (ex)] . Verdachte heeft hierover het volgende verklaard: “Het geld van [bedrijf x] ging naar [BV V] . Ik heb de contacten en ik heb alles geregeld. De bedragen van de overeenkomst zijn betaald aan [BV V] en [BV VI] . Het geld is overgemaakt naar [BV VI] en niet naar verkoper [BV II] omdat het geld nodig was bij [BV VI] . Dat is door mij besloten. Als het op dat moment nodig is dan moet je het gewoon storten. Ik ben toch bestuurder van [BV V] , [BV II] en [BV VI] ”. Verdachte had geen idee waarom de aan [BV V] betaalde € 150.000,- in de auditfiles van [BV II (ex)] is geboekt onder resultaat deelnemingen. Verdachte wist evenmin waar het bedrag van € 185.000,- “management & kosten” betrekking op had: “De boekhouding delegeer ik aan [boekhouder] ”. [boekhouder] heeft verklaard dat hij de overeenkomst tussen [BV II (ex)] en [bedrijf x] nooit had gezien, dat hij in de administratie van [BV II (ex)] inzake deze transactie boekingen heeft verricht aan de hand van betalingen die bleken uit bankafschriften zonder onderliggende bescheiden. Verdachte heeft [boekhouder] verteld wat die bedragen moesten voorstellen en hoe deze te verwerken. Als verbalisanten [boekhouder] het transactie-overzicht D-021 laten zien van de betalingen door [bedrijf x] aan [BV V] en [BV VI] zegt [boekhouder] dat hij nooit opdracht heeft gekregen om voor deze bedragen een verkoopfactuur voor [BV VII] op te maken en de bedragen feitelijk naar deze vennootschap over te boeken. [boekhouder] heeft met betrekking tot de boeking van € 185.000,- met de omschrijving “management en kosten verkoop” verklaard dat hij dan van verdachte daartoe de opdracht zal hebben gekregen. Zoals reeds eerder aangehaald, heeft verdachte verklaard dat als de ene tent geld nodig had, hij dat uit de andere tent haalde. Verdachte moest als een jongleur veel ballen omhoog houden. Dat was niet goed, verklaarde verdachte. Hij maakte uit wanneer, welk bedrag van de ene naar de andere BV ging. Hieraan lagen geen overeenkomsten ten grondslag. Alles werd in rekening-courant geboekt. Dit was tot ergernis van [boekhouder] , want die moest alles boeken. Maar [boekhouder] voerde alles uit wat verdachte hem zei. De verdediging heeft aangevoerd dat [BV II (ex)] op 8 mei 2006 geen schulden meer had en daarna geen activiteiten meer in deze vennootschap plaatsvonden, zodat ten tijde van de in 1 primair onder B.2 en B.3 vermelde gedragingen hooguit ten onrechte ambtshalve aanslagen op de boedel drukten. Derhalve zijn deze gedragingen niet verricht ter bedrieglijke verkorting van de rechten der schuldeisers. Het hof verwerpt dit verweer. [medewerker belastingdienst 2] van de Belastingdienst heeft namelijk verklaard dat hij uit de overzichten van de Belastingdienst kan afleiden dat [BV II (ex)] tot en met de maand april 2006 omzetbelasting heeft aangegeven en betaald, en dat ná 8 mei 2006 wel aangiften omzet- en loonbelasting worden gedaan, maar dat de betalingen daarop weer achterblijven. Dat [BV II (ex)] na 8 mei 2006 wel gewoon zelf aangifte OB en LB heeft gedaan en dus nog activiteiten verrichtte, sluit aan op de “overeenkomst verkoop activa [BV II (ex)] ” d.d. 28 juli 2006 met [bedrijf x] . Daaruit blijkt dat het gaat om een overdracht van de activiteiten van [BV II (ex)] waartoe [bedrijf x] activa, goodwill en personeelsleden overneemt van [BV II (ex)] per overdrachtsdatum. Deze ligt na 28 juli 2006. Uit het handelsregister blijkt dat de activiteiten van [BV II (ex)] op 15 september 2006 zijn gestaakt. Aan [BV II (ex)] worden ten tijde van de betalingen van [bedrijf x] aan [BV V] en [BV VI] vanaf 4 september 2006 tot datum faillissement [BV II] (op 9 mei 2007) door de fiscus € 279.940,- aan aanslagen opgelegd, omdat vanaf juli 2006 (= vanaf sluiten overeenkomst) door [BV II] niet meer op eigen aangifte wordt afgedragen. Verdachte heeft ter terechtzitting in eerste aanleg ook verklaard dat in [BV II (ex)] nog schuldeisers zaten, maar dat het geld van [bedrijf x] werd gestort op rekeningen van [BV V] en [BV VI] . Als het wel bij [BV II (ex)] was binnengekomen, hadden de schuldeisers daarvan betaald kunnen worden, aldus verdachte. Gelet op het vorenstaande concludeert het hof dat verdachte als indirect bestuurder van [BV II (ex)] , terwijl hij wist dat na de activatransactie er een lege vennootschap zou resteren met een (forse) schuldenlast en derhalve ter bedrieglijke verkorting van de rechten der schuldeisers van deze vennootschap, - de opbrengst van de verkoop van de activa van deze vennootschap onverplicht ten goede heeft laten komen aan [BV V] en [BV VI] (en aan de boedel van [BV II (ex)] heeft onttrokken: primair onder B.2) en de betaling aan [BV V] heeft trachten te bemantelen door de daartegenover geboekte verrekening met een fictieve vordering van [BV V] op [BV II (ex)] (verdichten van een last: 1 primair onder B.3 als voortgezette handeling van de onttrekking van € 150.00,- uit 1 primair onder B.2) en de verkoopovereenkomst van activa en goodwill niet in de administratie van [BV II (ex)] heeft doen opnemen (2 primair onder B.3) en in de administratie van [BV II (ex)] een fictieve onkostenpost heeft doen opnemen van € 185.000,- met de omschrijving “management en kosten verkoop” (2 primair onder B.4: eendaadse samenloop met hetgeen onder 1 primair onder B.3 is bewezen verklaard) en - met de twee laatstgenoemde gedragingen ook geen deugdelijk onderbouwde en/of goed op elkaar aansluitende bedrijfsadministratie heeft gevoerd waardoor geen juist beeld werd gegeven van de rechten en verplichtingen in de zin van artikel 3:15i, eerste lid, BW (2 primair onder B.1: eendaadse samenloop met 2 primair onder B.3 en B.4). 1primair onder C Ten laste gelegd is dat verdachte in de periode van 1 maart 2007 tot en met 1 juni 2007 werknemers van [BV IV (ex)] werkzaamheden heeft laten verrichten terwijl deze vergoedingen hiervoor gefactureerd en ontvangen werden door [BV VII] . Op 30 maart 2010 heeft boekhouder [boekhouder] verklaard dat ongeveer in mei 2007 verdachte aan het personeel vertelde dat [BV IV (ex)] failliet verklaard zou worden en dat een doorstart werd gemaakt met [BV VII] . Verdachte kon de salarissen niet meer betalen. Het personeel ging verder onder een andere naam en de callcenter activiteiten voor de opdrachtgevers liepen gewoon door. [boekhouder] deed vanaf toen niets meer voor [BV IV (ex)] . Voor [BV VII] werd een nieuwe boekhouding opgemaakt. Er werden facturen opgemaakt over de periode voordat [BV VII] de werkzaamheden zelf had uitgevoerd en deze nog waren uitgevoerd door [BV IV (ex)] . Verdachte gaf aan [boekhouder] expliciet de opdracht dat de omzet die door [BV IV (ex)] was gemaakt in de nieuwe vennootschap [BV VII] moest komen te vallen, zodat de doorstart onder de naam [BV VII] mogelijk gemaakt kon worden. [boekhouder] heeft na de confrontatie met deze facturen (D-260) verklaard dat hij deze heeft opgemaakt vanaf 15 april 2007 en dat verdachte hem had verteld dat hij al deze facturen moest opmaken op naam van [BV VII] , terwijl [boekhouder] op dat moment wist dat het faillissement van [BV IV (ex)] aanstaande was. Verdachte heeft verklaard dat de activiteiten van [BV IV (ex)] werden voortgezet in [BV VII] . In [BV IV (ex)] zaten schulden, onder meer een behoorlijk grote schuld aan de fiscus. Om liquiditeit te creëren binnen [BV VII] is de facturatie gegaan zoals boekhouder [boekhouder] heeft verklaard. De werkzaamheden van [BV IV (ex)] of [BV IV] zijn gefactureerd door [BV VII] in het kader van de wetenschap dat [BV IV (ex)] voor 1 euro verkocht zou worden aan [nieuwe bestuurder BV IV (ex)] . Verdachte wist dat [nieuwe bestuurder BV IV (ex)] de zaak zou saneren, wat neerkwam op een faillissement van [BV IV] . Hij wist begin 2007 al dat het faillissement eraan zou komen. In document D-260 zijn 175 facturen en 1 creditnota opgenomen ten name van [BV VII] uit het jaar 2007, waarop telkens wordt vermeld dat de te betalen bedragen op deze facturen moesten worden overgemaakt op het bankrekeningnummer van [BV VII] , te weten bankrekeningnummer [rekeningnummer q] . De facturen zijn gedateerd van 17 april 2007 tot en met 22 mei 2007 en hebben betrekking op verrichte callcenter-werkzaamheden in de periode van week 5 tot en met week 20 van 2007 en bedragen in totaal circa € 304.250,-. Het bankrekeningnummer van [BV IV (ex)] blijkt uit de in dit document opgenomen creditnota op dossierpagina 2278. Dit betreffende bankrekeningnummer [rekeningnummer m] wijkt af van het gebruikte bankrekeningnummer van [BV VII] . De creditnota is opgemaakt uit naam van [BV IV (ex)] en heeft een andere layout dan de facturen van [BV VII] . Dat het rekeningnummer is gewijzigd wordt ook aan de klanten door middel van een sticker doorgegeven. Dat blijkt met name uit de facturen op de dossierpagina’s 2268, 2277 en 2305. Over het betalen van de facturen aan verdachte [verdachte] / [BV VII] hebben enkele crediteuren van [BV IV (ex)] - kort gezegd - verklaard dat hun pas achteraf is opgevallen dat zij de facturen aan [BV VII] hebben voldaan en niet aan [BV IV (ex)] . Zij hebben de op de facturen vermelde bedragen wel voldaan. Ze verklaren ook over de op de factuur geplaatste sticker met betrekking tot het gewijzigde rekeningnummer. De naam [BV VII] stond ook op de facturen, maar dat viel hen pas later op. Ze betaalden naar hun mening altijd ‘gewoon’ aan [verdachte] . Het hof concludeert dat verdachte inkomsten uit werkzaamheden van de werknemers van [BV IV (ex)] , heeft laten betalen op de bankrekening van [BV VII] . Door aldus te handelen worden de inkomsten niet door het noodlijdende [BV IV (ex)] genoten maar door een andere vennootschap. De schuldeisers van [BV IV (ex)] worden benadeeld omdat er goederen aan de boedel van deze vennootschap worden onttrokken. Zoals hierboven is overwogen, wist verdachte op dat moment al dat [BV IV (ex)] failliet zou gaan. Het hof acht dit onderdeel van de tenlastelegging wettig en overtuigend bewezen. 1 primair onder D.3, E.1 en E.2 en 2 primair onder H.2, alsmede 1 primair onder D.4 Inleiding Verdachte heeft verklaard dat hij [BV IX] en [BV VIII] had opgericht om de activiteiten van [BV VII] onder te brengen. De activiteiten op het gebied van energie en de ingeleende personeelsleden gaan op 1 januari 2009 over naar [BV IX] en de callcenter-activiteiten en personeelsleden op 1 april 2009 naar [BV VIII] . Per 1 april 2009 blijven in [BV VII] een aantal schuldeisers achter, waaronder uitzendburo’s en de Belastingdienst. In maart 2009 [hof: 13 maart 2009] verplaatst verdachte de zetel van [BV VII] naar Amsterdam, omdat er schulden in zaten, om tijd te winnen. Verdachte moest van [BV VII] af, want door alle schulden was het inmiddels een blok aan zijn been. [Bestuurder BV VII] heeft verklaard dat hij en [naam 2] vanaf zomer 2008 zagen dat het de verkeerde kant opging met [BV VII] . De totale schulden in het faillissement van [BV VII] bedroegen bijna € 380.000,-, terwijl de curator geen activa heeft aangetroffen. 1 primair onder D.3 en E.1 en E.2 en 2 primair onder H.2 Uit D-173, een leningovereenkomst, blijkt dat verdachte op 3 maart 2009 in persoon € 98.000,- leende van zijn [familielid] “voor de betaling van de achterstallige belasting aan de Belastingdienst om veiling van de roerende goederen aanwezig in het pand [adres 1] te voorkomen”. In die overeenkomst is bepaald dat verdachte uiterlijk 1 december 2009 het geleende bedrag zou hebben terugbetaald aan zijn [familielid] en dat er een rente was verschuldigd over het bedrag van 6%. Verdachte verklaarde hierover dat hij de lening samen met zijn [familielid] zo heeft geregeld en dat dit geld bestemd was om de belasting van [BV VII] te betalen teneinde het beslag op inventaris [adres 1] op te heffen. Ten koste van alles wilde verdachte door kunnen gaan met alle bedrijfsvoeringen en daarvoor had hij de bedrijfsinventaris nodig. Met dit bedrag en een bedrag van € 29.000,- van [BV VII] heeft verdachte toen de belastingschuld van ca € 127.000,- betaald. Het beslag ging er toen af. Verdachte verklaarde verder dat hij vervolgens besefte dat het met het betalen van de(
- ze)belastingschuld niet gedaan zou zijn, want er kwamen nieuwe belastingschulden aan. Om (nieuwe) beslaglegging op de inventaris van [adres 1] - waarmee de opvolger van [BV VII] , [BV VIII] [hof: zie verder onder 1 primair onder D.4] moest werken - te voorkomen, heeft verdachte toen enkele nieuwe overeenkomsten gemaakt. Verdachte moest wat zaken “rechtpoetsen”. De hele opzet was erop gericht de continuïteit van zijn zaken te waarborgen. Dat “rechtpoetsen” heeft verdachte gedaan door het opmaken van de onderstaande overeenkomsten D-188 en D-204: D-188 Eerst heeft verdachte de Koop/Leen overeenkomst opgemaakt (D-188, pagina 1948) met de volgende inhoud: “Op 6 maart 2009 heeft [familielid] EURO 98.000 gestort op rekening [BV VII] . Hiervoor heeft [familielid] alle roerende goederen aanwezig in het pand [adres 1] te ’s-Hertogenbosch gekocht op 20 maart 2009 voor een prijs ad EURO 58.000 van [BV VII] . De resterende EURO 40.000,- wordt aan [BV VII] geleend en dient uiterlijk 1 december 2009 te worden terug betaald op rekeningnummer [rekeningnummer p] van de Rabobank te ’s-Hertogenbosch ten name van [familielid] te ’s-Hertogenbosch. Voor het geleende bedrag is een rente van 6% afgesproken, deze zal maandelijks betaald worden. Aldus overeengekomen op 19 maart 2009” De overeenkomst is getekend enerzijds voor [BV VII] door [Bestuurder BV VII] en anderzijds door [familielid] . Verdachte heeft hierover verklaard dat hij deze overeenkomst later heeft opgemaakt dan erop staat; hij denkt op of rond 27 maart 2009, want eerst moest het beslag eraf. Verder begrijpt verdachte dat er geen € 98.000,- naar de fiscus kan gaan en nog eens € 98.000,- (er staat 58.000, doch het hof vat dit op als kennelijke verschrijving en leest dit verbeterd) naar [Bestuurder BV VII] / [BV VII] . [Bestuurder BV VII] [hof: [BV VII] ] heeft ook geen geld ontvangen, aldus verdachte. “Door de eigendom van mijn [familielid] van de roerende zaken op de [adres 1] kon de ontvanger van de Belastingdienst geen beslag [hof: meer] leggen”, aldus verdachte, “want deze goederen waren door [BV VII] op papier aan mijn [familielid] verkocht”. [familielid] heeft over deze Koop/Leenovereenkomst verklaard dat hij deze heeft ondertekend, dat deze alleen was bedoeld om hem zekerheid te geven dat hij het aan verdachte geleende bedrag van € 98.000,- terug zou krijgen, dat daarom de aan zijn [verdachte] geleende € 98.000,- waren verdeeld in € 58.000,- voor inventaris die hij, [familielid] , gekocht zou hebben van [BV VII] en € 40.000,- die hij aan hen, maar in feite dus aan [verdachte] , geleend zou hebben. “Alles was erop gericht”, aldus [familielid] van verdachte, “dat wij ons geld dat we aan hem (verdachte) hadden geleend terug zouden krijgen”. De heer [Bestuurder BV VII] heeft verklaard dat de belastingschuld van [BV VII] in maart 2009 was opgelopen tot een bedrag van € 127.000,- exclusief kosten. Hij heeft verdachte hierover gesproken. De deurwaarder zou al bezig zijn met de executieverkoop. Door de heren [naam 2] en [Bestuurder BV VII] en uit [BV VII] kon een bedrag van € 30.000,- worden betaald. Zodoende was er nog een tekort van ongeveer € 98.000,-. Verdachte heeft toen met zijn [familielid] afgesproken dat het bedrag van € 98.000,- er kon komen. De [familielid] van verdachte wilde volgens verdachte ook enige zekerheid voor het bedrag dat hij betaalde en verdachte heeft toen de betreffende overeenkomst opgesteld die [Bestuurder BV VII] alleen nog maar hoefde te ondertekenen. Dat heeft [Bestuurder BV VII] ook gedaan. In maart 2009 heeft de [familielid] van verdachte een betaling gedaan van € 98.000,-- welk bedrag volgens [Bestuurder BV VII] aan de Belastingdienst is betaald. D-204 Daarna heeft verdachte opgemaakt (D-204, pagina 1991) een “Akte van Cessie (koop en verkoop van een vordering)” tussen [familielid] en [BV IX] vertegenwoordigd door haar directeur, de verdachte, d.d. 31 maart 2009 met de volgende inhoud: “In aanmerking nemende dat [BV VII] (hierna te noemen cessus) per 31 maart 2009 een schuld heeft aan cedent ( [familielid] , hof) groot € 98.000 en dat cedent thans deze vordering op cessus wenst over te dragen aan cessionaris” [hof: [BV IX] ]. Dat gebeurt vervolgens in deze akte voor een koopsom van € 98.000,-. Deze akte is getekend door cedent ( [familielid] ), cessionaris [BV IX] (namens deze door verdachte) en de cessus [BV VII] (waarbij dezelfde handtekening staat als bij de cessionaris). [boekhouder] heeft hierover verklaard dat verdachte van zijn [familielid] € 98.000,- had geleend, overeengekomen op 3 maart 2009. Omdat [BV VII] failliet zou gaan en [familielid] naar zijn geld zou kunnen fluiten, heeft verdachte toen bepaald dat [BV IX] de vordering van [BV VII] zou overnemen. [boekhouder] heeft deze boeking in de financiële administratie zo verwerkt. [familielid] heeft verklaard dat hem niet bekend is dat de schuld is overgegaan van [verdachte] naar [BV VII] en dat deze overeenkomst alleen dient om hem zekerheid te geven. Verdachte heeft dit bevestigd. Het hof acht met de rechtbank bewezen dat verdachte persoonlijk een geldbedrag van zijn [familielid] heeft geleend. Het gaat daarbij om een bedrag van € 98.000,- dat is aangewend voor de betaling van de vordering van de Belastingdienst op [BV VII] . Verdachte heeft deze lening door middel van de bedoelde koop/leenovereenkomst en akte van cessie proberen af te wentelen op de vennootschappen waarvan verdachte op dat moment feitelijk bestuurder was. De crediteur [familielid] wist niet van een overgang van zijn vordering op verdachte naar [BV VII] en deze heeft dus niet plaatsgehad. Door het opmaken van de valse koop/leenovereenkomst heeft verdachte voor een bedrag van € 58.000,- aan inventaris aan de boedel van [BV VII] onttrokken. Van een koop door zijn [familielid] was immers geen sprake. Mede gelet op het feit dat dit is geschied op een moment waarop verdachte wist dat een faillissement van [BV VII] aanstaande was en in deze vennootschap louter schulden resteerden, acht het hof het ten aanzien van feit 1 primair onder D.3 ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen. Door het opmaken van een valse overeenkomst en het opmaken van een valse akte van cessie tussen [familielid] en [BV IX] , heeft verdachte tevens een niet bestaande vordering proberen af te wentelen op deze laatste vennootschap. De akte van cessie is in de administratie van [BV IX] verwerkt, waardoor in de administratie van [BV IX] een last van € 98.000,- werd verdicht. Niet kan echter worden bewezen dat dit is geschied in het zicht van (in de zin van tenminste een aanmerkelijke kans
- op)het faillissement van [BV IX] . Deze vennootschap was immers kort tevoren nieuw opgestart door verdachte om de energie-activiteiten van [BV VII] in voort te zetten en niet is komen vast te staan dat ten tijde van de verweten gedraging de enige klant van [BV IX] ( [klant] ) de samenwerking met [BV IX] al had opgezegd. Derhalve zal verdachte worden vrijgesproken van hetgeen hem onder 1 primair onder E.1/subsidiair onder 1.j en onder 2 primair onder H.2/subsidiair onder 2. b.17 is ten laste gelegd. 1 primair onder D.4. Uit het faillissementsverslag van de curator, mr. [curator 2] , blijkt dat mr. [curator 2] vermoedt dat [BV VII] opzettelijk is leeggehaald en dat de activiteiten van [BV VII] zijn voortgezet in [BV VIII] . Document D-255 betreft de weergave van de Grootboekrekening 8000 omzet diensten hoog 2009 van [BV VIII] . Document D-256 betreft de weergave van het Verkoopboek 2009 van [BV VII] . Op deze twee uitdraaien van auditfiles is te zien dat de omzet van [BV VII] (betreffende de callcenteractiviteiten) overgaat naar [BV VIII] en wel per april 2009. In document D-263 zijn de bedoelde facturen op naam van [BV VIII] en betreffende de werkzaamheden van [BV VII] in maart 2009 opgenomen. Hieruit blijkt dat de voor de werkzaamheden gefactureerde bedragen moesten worden voldaan op het bankrekeningnummer van [BV VIII] . Boekhouder [boekhouder] heeft verklaard dat er activiteit was in [BV VII] tot en met 31 maart 2009, dat het personeel op die datum werd ontslagen en op 1 april 2009 weer in dienst trad van [BV VIII] . [boekhouder] heeft naar aanleiding van de hem voorgehouden verkoopfacturen voorzien van het nummer D-263 [hof: zie D-263 op de pagina’s 2411-2417] verklaard dat hij deze zelf heeft opgemaakt in opdracht van verdachte. Deze facturen zijn alle gedateerd op 15 april 2009. Deze facturen heeft hij verwerkt in de financiële administratie van [BV VIII] . Deze facturen zijn niet juist en ook de financiële verwerking hiervan was niet correct. De werkzaamheden waren verricht door werknemers van [BV VII] en werden gefactureerd door [BV VIII] . [boekhouder] heeft hierover met verdachte gesproken en verdachte zei hem dat er geld nodig was voor [BV VIII] , omdat er anders geen doorstart zou kunnen plaatsvinden. De wijze van factureren was in dit geval ten nadele van [BV VII] . Getuige [Bestuurder BV VII] heeft na het zien van de documenten D-255 en D-256 verklaard dat de gevolgen voor [BV VII] een faillissement zou betekenen. Getuige geeft aan dat hij eind maart 2009 geen geldbedrag groot € 128.000,- in [BV VII] zou stoppen als hij dit had geweten. Getuige is geschrokken van de overzichten die zijn weergegeven op de documenten D-255 en D-256. Het is voor hem de eerste keer dat hij twee documenten ziet waaruit volgens hem de fraude van [BV VII] naar voren komt. Verdachte heeft verklaard dat de callcenteractiviteiten tot en met 31 maart 2009 in [BV VII] zaten en op 1 april 2009 overgingen naar [BV VIII] i.o. net als de personeelsleden van [BV VII] . Verdachte verklaarde dat de werkzaamheden van [BV VIII] dezelfde waren als die van [BV VII] en dat alleen het imago veranderde. Vanaf 1 april 2009 werd er gefactureerd door de nieuwe entiteit [BV VIII] . [getuige G16] heeft verklaard dat zijn bedrijf in maart 2009 zaken heeft gedaan met verdachte, te weten met [BV VIII] , de opvolger van [BV VII] . De werkzaamheden vonden, gelet op een e-mailbericht in zijn administratie van [BV VII] betreffende die werkzaamheden daadwerkelijk plaats in maart 2009. Deze werkzaamheden zijn door [BV VIII] gefactureerd, maar dat is hem in die periode niet opgevallen. Gelet op de in de inleiding van feit 1 primair onder D aangehaalde bewijsmiddelen, de voormelde verklaringen van de getuigen en de inhoud van de aangehaalde documenten acht het hof net als de rechtbank dit onderdeel van de tenlastelegging (1 primair onder D.4) wettig en overtuigend bewezen. De verklaring van verdachte dat de facturen zien op werkzaamheden in april 2009 en dat bij vergissing in de facturen ‘maart 2009’ is vermeld, staat op zichzelf en wordt weersproken door de inhoud van de facturen en de verklaringen van de boekhouder [boekhouder] en [getuige G16] . Het hof acht met de rechtbank de verklaring van verdachte op dit punt ongeloofwaardig. 1primair onder E.2 en E.3 Uit de door [familielid] overgelegde bankafschriften van zijn ING betaalrekening [rekeningnummer o] blijkt dat op 6 april 2009 een bedrag van € 50.000,- wordt overgemaakt naar zijn betaalrekening door [BV IX] (D-337/25) en op 13 mei 2009 een bedrag van € 15.000,- (D-337/29). Voorts blijkt uit dit laatste bankafschrift dat op 12 mei 2009 onder de noemer ‘aflossing’ door [BV IX] een bedrag van € 10.000,- wordt overgemaakt naar de betaalrekening. Op 31 maart 2009 heeft [BV IX] onder de noemer ‘terugbetaling lening’ een bedrag van € 31.900,- overgemaakt naar de betaalrekening (D-337/23). Ten aanzien van het geldverkeer via de bankrekening van de heer [familielid] heeft verdachte verklaard dat hij de girorekening van zijn [familielid] als een parkeerrekening, een “veiligheidsrekening”, heeft gebruikt om het geld van de vennootschappen die aan hem gelieerd waren buiten “de grijpgrage handen van de beslagleggers te houden”. Verdachte verklaarde dat hij beschikte over de bankpas en de pincode van die rekening. Zijn [familielid] had er niets mee te maken, hij heeft het allemaal zelf gedaan. [familielid] , schrijft in zijn brief van 5 april 2010 aan de curator van het failliete [BV IX] dat hij met deze overschrijvingen niets van doen heeft en dat zijn [verdachte] in de periode november 2008 tot en met augustus 2009 zijn privé-rekening [rekeningnummer o] heeft gebruikt voor “storten en betalen van betaalopdrachten”. Ter zitting in hoger beroep heeft verdachte ook erkend dat deze “geparkeerde” gelden aldus in zijn vermogen kwamen. Oordeel hof betreffende de overgeboekte € 50.000: 1 primair onder E.2 en 1 subsidiair onder m Uit de ter terechtzitting in hoger beroep door de verdediging overgelegde bankafschriften blijkt echter niet alleen dat door verdachte namens [BV IX] op 6 april 2009 onverplicht een bedrag van € 50.000,- is overgemaakt naar de door verdachte gebruikte privé-rekening van zijn [familielid] , maar ook dat van die rekening op diezelfde 6 april 2009 (€ 26.000,-) en op 15 april 2009 (€ 20.000,-) door verdachte weer een bedrag van in totaal € 46.000,- is teruggestort. Aldus is de onverplichte wegsluizing van dit laatste bedrag uit de boedel van [BV IX] door verdachte vóór faillissement gecorrigeerd en kan voor wat betreft deze € 46.000,- niet van een (poging tot) onttrekking van enig goed aan de boedel in de zin van artikel 341 sub a Sr. c.q. (voor wat betreft het onder 1 subsidiair onder m ten laste gelegde) artikel 343 Sr. worden gesproken. Ook voor wat betreft de resterende € 4.000,- die door verdachte uit het vermogen van [BV IX] onverplicht naar de door hem gebruikte privé-rekening van zijn [familielid] was overgeboekt en later niet door verdachte zijn teruggestort, dient een vrijspraak te volgen van hetgeen verdachte onder 1 primair onder E.2 en onder 1 subsidiair onder m is ten laste gelegd. Immers, niet kan worden bewezen dat deze overboeking is geschied in het zicht van (in de zin van tenminste een aanmerkelijke kans
- op)het faillissement van [BV IX] . Deze vennootschap was immers kort tevoren nieuw opgestart door verdachte om de energie-activiteiten van [BV VII] in voort te zetten en niet is komen vast te staan dat ten tijde van de verweten gedraging (6 april 2009) de enige klant van [BV IX] ( [klant] ) de samenwerking met [BV IX] al had opgezegd. Derhalve zal verdachte ook voor dit deel van het onverplicht overboeken van € 50.000,- vanuit het vermogen van [BV IX] naar de privé-rekening van zijn [familielid] moeten worden vrijgesproken. Dit betekent dat ook een vrijspraak zal volgen voor de onttrekking van € 50.000,- zoals verdachte is ten laste gelegd onder 1 subsidiair onder m. Oordeel hof betreffende de overgeboekte € 15.000: primair 1 onder E.2 Voor dit onderdeel van de tenlastelegging onder 1 primair onder E.2 zal verdachte worden veroordeeld. Anders dan door verdachte en de verdediging is aangevoerd is door verdachte niet aangetoond dat hij ook dit bedrag dat door verdachte onverplicht namens [BV IX] naar de door hem gebruikte privé-rekening van zijn [familielid] was overgeboekt, later - vóór faillissement van deze vennootschap - weer naar deze vennootschap heeft teruggestort. Bovendien was ten tijde van deze onverplichte overboeking ten laste van [BV IX] op 13 mei 2009 voor verdachte duidelijk dat het faillissement van deze vennootschap aanstaande was. Verdachte heeft namelijk verklaard dat hij op 28 april 2009 te horen kreeg dat het nieuwe contract van de enig klant van [BV IX] , [klant] , niet doorging. [medewerker klant] van [klant] heeft verklaard dat de freelance-medewerkers die [BV IX] had ingehuurd, na de opzegging van de samenwerking de door [klant] aan hen geleende apparatuur niet wilden teruggeven omdat zij nog geld tegoed hadden van [BV IX] . Mede gelet op het feit dat deze vennootschap in haar faillissement bijna anderhalve ton aan schulden had openstaan en de curator geen activa had aangetroffen, kan het niet anders dan dat verdachte als indirect formeel bestuurder deze onttrekking heeft gedaan ter bedrieglijke verkorting der rechten van de schuldeisers, waarmee het daderschap van de vennootschap gegeven is, evenals het feit dat verdachte ter zake als feitelijk leidinggever/opdrachtgever moet worden aangemerkt. Oordeel hof betreffende de overgeboekte € 31.900 en € 10.000: 1 primair onder E.3 en 1 subsidiair onder n Deze bedragen zijn door verdachte namens [BV IX] op respectievelijk 31 maart 2009 en 12 mei 2009 overgemaakt naar de door hem gebruikte privé-rekening van zijn [familielid] onder de noemer “terugbetaling lening” respectievelijk “aflossing”. Deze overboekingen lijken te duiden op de aflossing van de lening van € 98.000,- die de [familielid] van verdachte op 6 maart 2009 aan verdachte in privé had verstrekt. Verdachte heeft ter zitting van het hof verklaard dat het bedrag van € 10.000,- inderdaad de lening van zijn [familielid] betrof. Zoals hierboven reeds is overwogen, is door verdachte eind maart 2009 valselijk een akte van cessie opgemaakt waarin een niet-bestaande vordering van [familielid] op [BV VII] van deze grootte wordt overgedragen aan [BV IX] tegen betaling van datzelfde bedrag. Deze overboekingen ten laste van [BV IX] op de privé-rekening van [familielid] zijn derhalve onverplicht geschied. Desondanks dient voor zover het gaat om de overboeking van € 31.900,- toch vrijspraak te volgen nu niet kan worden bewezen dat dit is geschied “ter bedrieglijke verkorting van de rechten der schuldeisers”. Daarvoor is vereist dat de verweten gedraging is verricht in het zicht van (in de zin van tenminste een aanmerkelijke kans
- op)het faillissement van [BV IX] en dat kan hier niet worden bewezen. Deze vennootschap was immers kort tevoren nieuw opgestart door verdachte om de energie-activiteiten van [BV VII] in voort te zetten en niet is komen vast te staan dat ten tijde van de verweten gedraging op 31 maart 2009 de enige klant van [BV IX] ( [klant] ) de samenwerking met [BV IX] al had opgezegd. Derhalve zal verdachte worden vrijgesproken van dit verwijt dat verdachte wordt gemaakt onder 1 primair onder E.3 en onder 1 subsidiair onder n. Het bedrag van € 10.000,- is pas overgeboekt op 12 mei 2009, toen verdachte al op de hoogte was van het einde van de samenwerking met [klant] . Ter zake van deze overboeking is om de redenen als hierboven met betrekking tot 1 primair onder E.2 aangehaald wettig en overtuigend bewezen dat verdachte deze onttrekking heeft gedaan ter bedrieglijke verkorting der rechten van de schuldeisers, waarmee het daderschap van de vennootschap gegeven is, evenals het feit dat verdachte ter zake als feitelijk leidinggever/opdrachtgever moet worden aangemerkt. Ten aanzien van feit 2 primair Het hof zal de overige onderdelen van de tenlastelegging ten aanzien van feit 2 primair puntsgewijs aan de hand van de door het hof aangebrachte rubricering bespreken. Onder 2 primair wordt de betreffende BV in aansluiting op artikel 341 Sr verweten dat deze ter bedrieglijke verkorting van de rechten van de schuldeisers van de vennootschap heeft gehandeld. Met deze woorden wordt tot uitdrukking gebracht dat verdachte het opzet moet hebben gehad op benadeling van de schuldeisers, dat voorwaardelijk opzet in dat verband voldoende is en dat derhalve voor het bewijs van het opzet ten minste is vereist dat de gedraging van verdachte de aanmerkelijke kans op benadeling van de schuldeisers heeft doen ontstaan (Hoge Raad 11 mei 2010, LJN:BL7662). 2primair onder A.1, C.1, D.1, G.1 en H.1 Van hetgeen onder 2 primair A, C, D, G en H steeds onder 1 is ten laste gelegd, moet worden vrijgesproken omdat niet kan worden bewezen dat de betreffende BV met dit bijkomend oogmerk (“ter bedrieglijke verkorting van de rechten der schuldeisers”), en derhalve in het zicht van, althans bij ten minste een aanmerkelijke kans op het faillissement van de vennootschap terwijl hij deze kans bewust heeft aanvaard, geen goede administratie had gevoerd. 2primair onder A.2 en A.3 2 primair onder A.2. [BV I (ex)] , sedert 3 juli 2006 genaamd [BV I] , is op 7 februari 2007 in staat van faillissement verklaard. Vanaf 31 december 1998 tot en met datum faillissement was verdachte bestuurder van de vennootschap. In de periode 7 februari 2007 tot en met 22 februari 2008 is de bedrijfsadministratie niet aan de curator uitgeleverd/ter beschikking gesteld, hoewel daarom mondeling voor het eerst op 12 februari 2007 en daarna schriftelijk (onder andere op 2 maart 2007) herhaald was verzocht. Eerst per brief met dagtekening 26 februari 2008, nadat verdachte bij brief van 22 februari 2008 door de curator was meegedeeld dat deze aangifte gedaan had bij de politie, is de gevraagde administratie alsnog, gekopieerd op een usb-stick, aan de curator toegezonden. Het hof is met de rechtbank van oordeel dat dit te laat was, daar verdachte deze op de eerste vordering terstond (zo snel als redelijkerwijze mogelijk was) aan de curator ter beschikking had moeten stellen. Dit betekent dat hetgeen verdachte als feit 2 primair onder A.2 wordt verweten, wettig en overtuigend is bewezen. 2 primair onder A.3 en 2 subsidiair onder b.14 Van deze tenlastelegging moet (ook in de subsidiaire variant (feit 2 subsidiair onder b.14)) worden vrijgesproken, nu uit het aan deze tenlastelegging ten grondslag liggende document (D-034) blijkt dat deze posten ten bedrage van € 33.250,- inkomsten betreffen van [BV I (ex)] / [BV I] en geen onkosten, zoals is ten laste gelegd. 2primair onder B.1, B.3 en B.4 Zie hiervoor hetgeen is overwogen en beslist onder 1 primair onder B.2 en B.3. 2primair onder C.3, C.4 en C.6 en 2 subsidiair onder a.3, b.4 en b.5 Hetgeen is ten laste gelegd onder 2 primair onder C.3, C.4 en C.6 en onder 2 s