Afdeling strafrecht Parketnummer : 20-001963-15 Uitspraak : 21 november 2016 TEGENSPRAAK Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof 's-Hertogenbosch gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Oost-Brabant van 11 juni 2015 in de strafzaak met parketnummer 01-879323-14 tegen: [verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [1987] , thans verblijvende in het Huis van Bewaring De Vecht te Nieuwersluis. Hoger beroep Bij vonnis waarvan beroep is verdachte ter zake van - kort gezegd - het medeplegen van moord (feit 1) en valsheid in geschrift (feit 2) veroordeeld tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 18 jaren met aftrek van voorarrest. Voorts heeft de rechtbank beslist over een onder verdachte in beslag genomen goed. De verdachte heeft tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld. Onderzoek van de zaak Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep, alsmede het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg. Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaten-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht. De advocaten-generaal hebben gevorderd dat het hof het vonnis waarvan beroep zal vernietigen en, opnieuw rechtdoende: verdachte ter zake van de onder 1 primair en 2 ten laste gelegde feiten zal veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van 20 jaren met aftrek van voorarrest; de teruggave aan verdachte zal gelasten van het in beslag genomen goed. De raadsman van verdachte heeft vrijspraak van de ten laste gelegde feiten bepleit. Vonnis waarvan beroep Het beroepen vonnis zal worden vernietigd reeds omdat in hoger beroep de tenlastelegging - en aldus de grondslag van het onderzoek - is gewijzigd. Tenlastelegging Aan verdachte is - na wijzigingen van de tenlastelegging ter terechtzitting in eerste aanleg en in hoger beroep - ten laste gelegd dat: 1.zij op of omstreeks 27 februari 2014 te Eindhoven tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk en al dan niet met voorbedachten rade [slachtoffer] van het leven heeft beroofd, immers heeft/hebben verdachte en/of (een of meer van) haar mededader(
(2). Samenvattende bevindingen Gelet op de aangetroffen bloedsporen en het aantreffen van het slachtoffer kan gesteld worden dat het slachtoffer zijn eerste verwondingen opgelopen heeft ter hoogte van de Peugeot en de Toyota en zich vervolgens heeft begeven naar de woning aan de [plaats 1] 29 te Eindhoven. Gelet op de verschillende kalibers van de aangetroffen hulzen kan gesteld worden dat ten tijde van het incident met ten minste twee vuurwapens projectielen verschoten zijn. Een proces-verbaal van sporenonderzoek van verbalisanten [verbalisant 10] , [verbalisant 11] en [verbalisant 9] voor zover dit - zakelijk weergegeven - inhoudt als relaas van eigen waarnemingen en bevindingen van de verbalisanten dan wel een van hen: Algemeen Op 28 februari 2014, omstreeks 1.45 uur stelden wij, verbalisanten, medewerkers van de Forensisch Opsporing een forensisch technisch onderzoek in naar het aantreffen van een uitgebrande scooter. De scooter zou mogelijk door daders van een schietincident gebruikt zijn. Het schietincident vond plaats op de [plaats 1] te Eindhoven. De [plaats 1] is gelegen op een afstand, hemelsbreed, van 1.400 meter van de plaats waar de scooter is aangetroffen. Omschrijving plaats aantreffen Het betrof een zandpad genaamd [plaats 4] te Eindhoven. Het zandpad vormt een verbinding tussen de gemeente Eindhoven en de gemeente Geldrop en is gelegen aan de noordzijde van het Eindhovens Kanaal. Ter plaatse bevond zich over het zandpad een spoorbrug. Komende uit de richting van de [plaats 3] en gaande in de richting van Eindhoven was voor de spoorbrug een verbreding in het zandpand gelegen. Tevens lag er een zandpad parallel aan de spoorbaan. Bij de spoorbrug was een talud gelegen. De scooter werd door ons liggend nabij het talud aangetroffen. Onderzoek scooter Wij zagen dat de scooter op de linkerzijkant lag met de voorzijde in de richting van het zandpad. Wij zagen dat de scooter door de inwerking van brand totaal vernield was. Nadat door ons de scooter is onderzocht, werd de scooter veiliggesteld en voorzien van SIN AAGZ4156NL. Vervolgens werd de scooter voor nader onderzoek, door een aangewezen takel- en bergingsbedrijf, overgebracht naar de conserveerruimte gelegen aan de [plaats 5] te Eindhoven. Na het onderzoek van de scooter werd door ons het zandpad verder onderzocht. Onder de spoorbrug troffen wij drie hulzen aan. Door ons werden de aangetroffen hulzen voorzien van spoormarkeringsbordjes voorzien van de nummer 17, 18 en 19. Hierna werden de aangetroffen hulzen door ons veiliggesteld, gewaarmerkt en afzonderlijk voorzien van SIN AAGR5780NL, AAGR5779NL en AAGR5778NL. Bij het veiligstellen zagen wij dat alle hulzen voorzien waren van een bodemstempel met de tekst "9MM LUGER". Speurhond Op 28 februari 2014 omstreeks 3.15 uur werd door [verbalisant 12] , werkzaam bij de Landelijke Eenheid afdeling Speur en Specialistische dieren, de plaats van aantreffen van de scooter met een gecertificeerde speurhond onderzocht. Bij dit onderzoek werden tien hulzen onder de spoorbrug aangetroffen. De hulzen werden door mij, verbalisant [verbalisant 11] , voorzien van spoormarkeringsbordjes voorzien van nummers 3 tot en met 12. De hulzen werden vervolgens veiliggesteld, gewaarmerkt en voorzien van SIN. Tevens werd de hulsbodem bekeken ter bepaling van omschrijving (het hof: zie kaliber in onderstaande tabel). Spoornummer Omschrijving Kaliber SIN 3 Huls 9 MM AAEY1576NL 4 Huls 9 MM AAEY1577NL 5 Huls 7,65 AAEY1578NL 6 Huls 7,65 AAEY1579NL 7 Huls 7,65 AAEY1580NL 8 Huls .32 auto AAEY1581NL 9 Huls 7,65 AAEY1582NL 10 Huls 7,65 AAEY1583NL 11 Huls 9 MM AAEY1584NL 12 Huls 9 MM AAEY1585NL Een proces-verbaal van sporenonderzoek van verbalisanten [verbalisant 13] , [verbalisant 14] en [verbalisant 15] voor zover dit - zakelijk weergegeven - inhoudt als relaas van eigen waarnemingen en bevindingen van de verbalisanten dan wel een van hen: Op 28 februari 2014 hebben wij, verbalisanten, op verzoek van [verbalisant 11] , werkzaam als Forensisch coördinator forensisch technische bijstand verleend aan het rechercheonderzoek genaamd ‘Kabelbaan’. Deze bijstand bestond onder andere uit het fotografisch vastleggen van de plaatsen van onderzoek en het eventueel forensisch veiligstellen van sporen(dragers). Tijdens het fotograferen werd door mij op het trottoir van het voetgangersgebied tussen de [plaats 1] en [plaats 6] te Eindhoven een huls aangetroffen. Ik, verbalisant [verbalisant 15] , heb deze huls als sporendrager veiliggesteld en gewaarmerkt met SIN-nummer AAGG4283NL. Door verbalisant [verbalisant 14] werd tevens een projectiel aangetroffen. Dit projectiel bevond zich in het gras ter hoogte van de spoorbrug. Door mij, verbalisant [verbalisant 15] , werd dit projectiel als sporendrager veiliggesteld en gewaarmerkt met SIN-nummer AAGG4282NL. Een deskundigenrapport met opschrift “Munitieonderzoek naar aanleiding van een schietincident in Eindhoven op 28 februari 2014 (het hof begrijpt: 27 februari 2014) ” opgesteld door [medewerker NFI 1] , verbonden aan het NFI voor zover dit - zakelijk weergegeven - inhoudt als verklaring van voornoemde deskundige: 1Te onderzoeken materiaal Tabel 1, overzicht te onderzoeken materiaal ontvangen op 21 maart 2014. SIN Omschrijving AAEY1574NL tot en met AAEY1585NL, AAGG4283NL, AAGR5761NL, AAGR5764NL tot en met AAGR5767NL, AAGR5774NL, AAGR5778NL tot en met AAGR5780NL Munitie (hulzen) AAGG4282NL Munitie (patroon) Tabel 2, overzicht te onderzoeken materiaal ontvangen op 19 maart 2014. SIN Omschrijving AAEY1955NL tot en met AAEY1957NL, AAGR5769NL, AAGR5971NL Munitie (kogelpunten) AAGG4103NL Munitie (projectiel) 2Vraagstelling Zijn de verschoten munitiedelen afkomstig uit één of meerdere vuurwapen(s)? 3Onderzoek Het onderzoek is verricht zoals omschreven in vakbijlage 'Vergelijkend kogel- en hulsonderzoek' versie 6, januari 2010. 4.3 Vergelijkend onderzoek hulzen [AAEY1576NL, -577NL, -584NL, -585NL, AAGR5767NL, -778NL, -779NL en -780NL] Hypothesestelling Gezien de vraagstelling en de resultaten van een verricht vooronderzoek zijn voor de acht hulzen van het kaliber 9 mm Parabellum (hof: SIN nummers hierboven genoemd) de volgende hypothesen beschouwd. Hypothese 1: De hulzen zijn verschoten met één en hetzelfde vuurwapen. Hypothese 2: De hulzen zijn verschoten met twee of meer vuurwapens van hetzelfde kaliber en met dezelfde systeemkenmerken. Resultaten Tijdens het vergelijkend onderzoek tussen de afvuursporen in de hulzen is gebleken dat: ˗ de oneffenheden in de slagpinindrukken overeenkomen bij alle hulzen; ˗ de oneffenheden in de stootbodemsporen overeenkomen bij enkele hulzen; ˗ in de overige sporen geen kenmerkende overeenkomsten of verschillen werden waargenomen. Interpretatie van de resultaten De waargenomen overeenkomsten tussen sporen in de hulzen passen goed bij de hypothese dat deze met hetzelfde vuurwapen zijn verschoten (hypothese 1). Op basis van de structuur van de kraslijnen en oneffenheden zijn deze sporen als kenmerkend voor het gebruikte vuurwapen beoordeeld. Hierdoor is er een kleine kans om deze mate van overeenkomst waar te nemen als de hulzen zijn verschoten met twee of meer vuurwapens (hypothese 2). 4.4 Vergelijkend onderzoek hulzen [AAEY1574NL, -575NL, -578NL, -579NL, -580NL, -581NL, -582NL, -583NL, AAGG4283NL, AAGR5761NL, -764NL, -765NL, -766NL en -774NL] Hypothesestelling Gezien de vraagstelling en de resultaten van het vooronderzoek zijn voor de veertien hulzen van het kaliber 7,65 mm Browning (hof: SIN nummers hierboven genoemd) de volgende hypothesen beschouwd. Hypothese 3: De hulzen zijn verschoten met één en hetzelfde vuurwapen. Hypothese 4: De hulzen zijn verschoten met twee of meer vuurwapens van hetzelfde kaliber en met dezelfde systeemkenmerken. Resultaten Tijdens het vergelijkend onderzoek tussen de afvuursporen in de hulzen is gebleken dat: ˗ de op kraslijnen gelijkende indrukken in de hulsuitwerpsporen aansluiten bij alle hulzen; ˗ de oneffenheden in de patroontrekkerhaaksporen overeenkomen bij alle hulzen; ˗ in de overige sporen geen kenmerkende overeenkomsten of verschillen werden waargenomen. Interpretatie van de resultaten De waargenomen overeenkomsten tussen sporen in de hulzen passen goed bij de hypothese dat deze met hetzelfde vuurwapen zijn verschoten (hypothese 3). Op basis van de structuur van de kraslijnen en oneffenheden zijn deze sporen als zeer kenmerkend voor het gebruikte vuurwapen beoordeeld. Hierdoor is het vrijwel uitgesloten om deze mate van overeenkomst waar te nemen als de hulzen zijn verschoten met twee of meer vuurwapens (hypothese 4). 4.5 Vergelijkend onderzoek kogels en manteldeel [AAEY1955NL, -956NL, -957NL, AAGG4103NL en AAGR5769NL] Hypothesestelling Gezien de vraagstelling en de resultaten van het vooronderzoek zijn voor de vijf kogels en het manteldeel, passend bij het kaliber 7,65 mm Browning (hof: SIN nummers hierboven genoemd) de volgende hypothesen beschouwd: Hypothese 5: De kogels en het manteldeel zijn afgevuurd uit één en dezelfde loop. Hypothese 6: De kogels en het manteldeel zijn afgevuurd uit twee of meer lopen van hetzelfde kaliber en met dezelfde systeemkenmerken. Resultaten Tijdens het vergelijkend onderzoek tussen de sporen in de kogels is gebleken dat de kraslijnen in de groeven voor een deel aansluitingen vormen. Interpretatie van de resultaten De waarneming dat de kraslijnen in de kogels deels aansluiten past goed bij de hypothese dat deze afgevuurd zijn uit dezelfde loop (hypothese 5). Op basis van de structuur van de kraslijnen zijn deze sporen als zeer kenmerkend voor de loop van het gebruikte vuurwapen beoordeeld. Hierdoor is er een kleine kans om deze mate van aansluiting waar te nemen als de kogels zijn afgevuurd uit twee of meer lopen (hypothese 6). 5Conclusie De hulzen konden worden onderverdeeld in clusters met twee verschillende kalibers, te weten een cluster van acht hulzen in het kaliber 9 mm Parabellum en een cluster van veertien hulzen van het kaliber 7,65 mm Browning. Gezien het verschil in kaliber en in sporen kunnen de hulzen van het kaliber 9 mm Parabellum niet verschoten zijn uit hetzelfde wapen als de hulzen van het kaliber 7,65 mm Browning en vice versa. Na deze vaststelling is per cluster onderzocht of de hulzen afkomstig zijn uit één of uit meer vuurwapens. De bevindingen van het vergelijkend hulsonderzoek zijn waarschijnlijker wanneer hypothese 1 juist is, dan wanneer hypothese 2 juist is. De bevindingen van het vergelijkend hulsonderzoek zijn zeer veel waarschijnlijker wanneer hypothese 3 juist is, dan wanneer hypothese 4 juist is. De bevindingen van het vergelijkend kogelonderzoek zijn waarschijnlijker wanneer hypothese 5 juist is, dan wanneer hypothese 6 juist is. Een proces-verbaal van technisch onderzoek van verbalisanten [verbalisant 16] en [verbalisant 5] voor zover dit - zakelijk weergegeven - inhoudt als relaas van eigen waarnemingen en bevindingen van de verbalisanten dan wel een van hen: Op 28 februari 2014 hebben wij, verbalisanten, beiden forensisch technisch onderzoeker een onderzoek ingesteld naar de juiste identiteit van het hierna omschreven tweewielige voertuig. Het onderzoek werd uitgevoerd op verzoek van de forensisch coördinator van Team Grootschalig Optreden (T.G.O.) ‘Kabelbaan’. Het voertuig was volledig uitgebrand en onbeheerd aangetroffen. Voertuig omschrijving Soort voertuig: tweewielige motor-, brom- of snorfiets Merk : Piaggio Ingeslagen framenummer (V.I.N.): vervalst en gedeeltelijk weggeslepen Motornummer : CSM1M *7809* (vervalst) Kentekenplaat : geen Conclusie Het model van het onderzochte voertuig betrof een Vespa LX. De modellen zijn verkrijgbaar in snor- of brom- of motorfiets uitvoering. Het voertuig was voorzien van een brandstofmotor met een cilinderinhoud van 125 cc. Het origineel ingeslagen Voertuig Identificatie Nummer (V.I.N.) was verwijderd. Op die plaats was opnieuw een V.I.N. ingeslagen, hetgeen door slijpsporen ook niet meer leesbaar (te maken) was. De voorloop van het valselijk ingeslagen V.I.N. duidde op een snor- of bromfiets uitvoering. Het origineel ingeslagen motornummer was verwijderd. Op die plaats was opnieuw een motornummer ingeslagen. Dit valselijk ingeslagen motornummer behoort bij een motorfiets uitvoering type Piaggio Skr 125. Het origineel ingeslagen motornummer kon door ons niet meer achterhaald worden. Een proces-verbaal van verhoor voor zover dit - zakelijk weergegeven - inhoudt als de ten overstaan van verbalisanten [verbalisant 17] en [verbalisant 18] afgelegde verklaring van verdachte: V = vraag A = antwoord A: [slachtoffer] (het hof: [slachtoffer] ) is 27 februari 2014 gaan sporten en heeft hij zijn moeder gebeld. Mam ik kom er zo aan tussen half 8 en 8 (20.00 uur). [slachtoffer] zei nog, ik ga sporten en kom ik daarna meteen naar huis. Ik bel jou als ik weer terug rij. Ik zei tegen hem dat is prima. Hij belde mij op enig moment. Ik heb dat voor de politie na moeten kijken. Dit was om 21.17 uur. Hij belde mij op en zei: “[verdachte] ik rij nu over de [plaats 7] , ik ben bijna thuis. Fijn schat, fijn. Ik ben bijna thuis. Ik zie jou zo, ik hou van jou schat, ik ook van jou.” In één keer hoor ik ‘baf’, en hierna ‘toek, toek, toek, toek, toek, toek, toek’. Die buurvrouw zegt: “[slachtoffer] , die buurman, die buurman ligt hier.” Ik trek het rolgordijn opzij en pakte mijn sleutels en deed de deur open en zag toen [slachtoffer] . Hij lag daar en zat helemaal onder het bloed. V: Heb je dat briefje (het hof: een briefje met daarop een door [verdachte] genoteerd kenteken) mogelijk nog ergens liggen? A: In de auto die ik total loss heb gereden. Ze hebben die auto vandaag opgehaald bij het schadebedrijf waar deze stond. Daar lag dat briefje in. V: Waar stond die auto? A: Bij [autoschadebedrijf] . Ik heb mijn auto total loss gereden en die auto staat bij dat bedrijf. V: Wat was het voor een auto? A: Het was een Fiat Idea. V: Weet je waar [slachtoffer] vanavond is gaan sporten? A: Hij is bij [sportschool] (het hof: In Geldrop) gaan sporten. Dat weet ik, omdat hij mij om 21.17 uur nog gebeld had en toen zei dat hij over de [plaats 7] kwam gereden. Dit inkomend gesprek staat nog in mijn telefoon opgeslagen en betrof een gesprek van tien seconden. V: Met welk telefoonnummer heeft hij jou gebeld? A: Dit betreft [telefoonnummer 1] . V: Welk telefoonnummer gebruik je zelf? A: Ik gebruik het telefoonnummer [telefoonnummer 2] (het hof begrijpt mede gelet op bewijsmiddel 22: [telefoonnummer 2]). Een proces-verbaal van verhoor voor zover dit - zakelijk weergegeven - inhoudt als de ten overstaan van verbalisanten [verbalisant 19] en [verbalisant 20] afgelegde verklaring van getuige [getuige 4] : [slachtoffer] (het hof: [slachtoffer] ) belde tussen 6 of 7 uur en vertelde dat [verdachte] (het hof: [verdachte] ) de kinderen in bad ging doen. Hij zou nog een uurtje gaan sporten. Hij was 8 uur bij mij. Ik was het weer op RTL4 aan het kijken, daarom weet ik dat nog. Hij is toen even naar boven gegaan. Hij heeft een ander shirt aan gedaan. Hij ging weg en zei dat hij na het sporten meteen naar huis zou gaan. Ik heb hem na het sporten niet meer gesproken. Een proces-verbaal van verhoor voor zover dit - zakelijk weergegeven - inhoudt als de ten overstaan van verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 21] afgelegde verklaring van getuige [getuige 4] : Van te voren is [slachtoffer] wel langs geweest en heeft boven sportkleding gepakt. Hij zei nog tegen mij: “Mamma, ik ga ook niet douchen en doe maar even sporten en ga dan direct naar huis en daar ga ik douchen”. Ik schat dat hij een uurtje ging sporten. Hij is toen ook meteen naar huis gegaan. Een proces-verbaal van bevindingen van verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 22] voor zover dit - zakelijk weergegeven - inhoudt als relaas van eigen waarnemingen en bevindingen van de verbalisanten dan wel een van hen: Doorzoeking personenauto, merk Fiat, kenteken [kenteken auto verdachte] Op 28 februari 2014, werd het voertuig [kenteken auto verdachte] doorzocht. Door [verdachte] werd verklaard dat dit voertuig regelmatig door haar werd gebruikt en dat zij dit voertuig total loss had gereden. Op het moment dat het voertuig werd doorzocht stond deze gestald bij het bedrijf [autoschadebedrijf] . In het voertuig werd, onder andere, een kaart aangetroffen met daarop het telefoonnummer [telefoonnummer 3] . Deze kaart werd in beslag genomen. Van het telefoonnummer [telefoonnummer 3] werden de historische verkeersgegevens gevorderd en verkregen. Hieruit bleek dat voornoemd nummer voor het eerst werd gebruikt op 23 januari 2014 te 13:25 uur en voor het laatst werd gebruikt op 27 februari 2014 te 21:18 uur. Gedurende deze periode heeft het telefoonnummer alleen gebruik gemaakt van het telefoontoestel dat voorzien is van het IMEI nummer [IMEI 1] . Tevens blijkt dat het telefoonnummer [telefoonnummer 3] gedurende voornoemde periode slechts contact had met de navolgende telefoonnummers: 1. [telefoonnummer 4] 2. [telefoonnummer 5] 3. [telefoonnummer 6] 4. [telefoonnummer 7] 5. [telefoonnummer 8] Gebruikersgegevens en historische verkoopgegevens In het onderzoek Kabelbaan werden diverse telefoonnummers bevraagd op hun gebruikersgegevens bij het Centraal Informatiepunt Onderzoek Telecommunicatie (CIOT). Bij de telefoonproviders van de betreffende telefoons werden de historische gegevens gevorderd en verkregen van onder meer de hieronder genoemde telefoonnummers. Hieruit bleek het volgende: Telefoonnummer Provider simkaart Verkoopgegevens [telefoonnummer 3] Vodafone Kijkshop B.V. [telefoonnummer 5] Vodafone Kijkshop B.V. [telefoonnummer 6] Vodafone Kijkshop B.V. [telefoonnummer 7] Vodafone Kijkshop B.V. [telefoonnummer 9] Vodafone Kijkshop B.V. Gebruikte IMEI nummers In het onderzoek Kabelbaan werden van diverse telefoon- en IMEI nummers de historische verkeersgegevens gevorderd en verkregen. Middels analyse van deze gegevens werd gekeken van welke IMEI nummers, de telefoonnummers die verkocht waren door de Kijkshop, gebruik hadden gemaakt. Hieruit bleek onder meer het volgende: Telefoonnummer IMEI nummer [telefoonnummer 3] [IMEI 1] [telefoonnummer 5] [IMEI 2] [telefoonnummer 6] [IMEI 3] [IMEI 4] [telefoonnummer 7] [IMEI 5] [telefoonnummer 9] [IMEI 6] Ook werden de telefoonnummers welke, gedurende dit onderzoek (tot en met 17 april 2014), door [verdachte] waren gebruikt, geanalyseerd. Er werd gekeken van welke IMEI nummers de telefoonnummers van [verdachte] gebruik hadden gemaakt. Hieruit bleek (onder meer) het volgende: Telefoonnummer IMEI nummer [telefoonnummer 10] [IMEI 7] [telefoonnummer 11] [IMEI 8] [telefoonnummer 12] [telefoonnummer 13] [IMEI 9] Historische verkoopgegevens; IMEI nummer Kijkshop B.V. Bij de Kijkshop B.V. werden de historische verkoopgegevens gevorderd en verkregen van onder meer de onderstaande IMEI-nummers: Telefoonnummer IMEI nummer Verkoopgegevens IMEI nummer Winkelfiliaal Datum en tijd [telefoonnummer 3] [IMEI 1] Onbekend onbekend [telefoonnummer 5] [IMEI 2] Woenselse markt 19 Eindhoven 27 februari 2014 te 14.28 uur [telefoonnummer 6] [IMEI 3] Woenselse markt 19 Eindhoven 27 februari 2014 te 14.25 uur [telefoonnummer 7] [IMEI 5] Onbekend Onbekend [telefoonnummer 9] [IMEI 6] Woenselse markt 19 Eindhoven 27 februari 2014 te 14.25 uur [telefoonnummer 10] [IMEI 7] Woenselse markt 19 Eindhoven 28 februari 2014 te 16.15 uur [telefoonnummer 11] [telefoonnummer 12] [IMEI 8] Woenselse markt 19 Eindhoven 10 maart 2014 te 13.24 uur [telefoonnummer 13] [IMEI 9] Woenselse markt 19 Eindhoven 19 maart 2014 te 17.36 uur Door de Kijkshop werden kopieën van kassabonnen aangeleverd. Uit de kassabonnen blijkt dat: • De IMEI nummers [IMEI 3] en [IMEI 6] tezamen zijn gekocht; • Het IMEI nummer [IMEI 2] slechts drie minuten later werd gekocht. Camerabeelden Kijkshop Bij de Kijkshop werden alle camerabeelden, van de hierboven genoemde transacties, gevorderd en verkregen. De camerabeelden werden bekeken door mij, verbalisant [verbalisant 22] , en hieruit bleek het navolgende. Verkoop IMEI nummers [IMEI 3] en [IMEI 6] Op 27 februari 2014 te 14:25 uur, werden de mobiele telefoons voorzien van de IMEI nummers [IMEI 3] en [IMEI 6] verkocht door de Kijkshop. Op de verkregen camerabeelden van de Kijkshop is te zien dat deze twee mobiele telefoons worden gekocht door een man. Wij, verbalisanten, herkennen de man op drie foto’s van de verkoop van de twee telefoons als: [medeverdachte 1] , geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats] . Verkoop IMEI nummer [IMEI 2] Op 27 februari 2014 te 14:28 uur, werd de mobiele telefoon voorzien van het IMEI nummer [IMEI 2] verkocht door de Kijkshop. Op de verkregen camerabeelden van de Kijkshop is te zien dat deze mobiele telefoon wordt gekocht door een man. Wij, verbalisanten, herkennen de man op de foto van de verkoop als: [medeverdachte 2] geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats] . Uit de verkregen camerabeelden blijkt dat de twee mannen bij elkaar horen. Op de camerabeelden is te zien dat de twee mannen contact met elkaar hebben. Verkoop IMEI nummer [IMEI 7] Op 28 februari 2014 te 16.15 uur, werd de mobiele telefoon voorzien van het IMEI nummer [IMEI 7] verkocht door de Kijkshop. Op de verkregen camerabeelden van de Kijkshop is te zien dat deze mobiele telefoon word gekocht door een vrouw met lang blond haar in een staart. Wij verbalisanten herkennen de vrouw met het lange blonde haar op twee foto’s van de verkoop als [verdachte] . Verkoop IMEI nummers [IMEI 10] en [IMEI 8] Op 10 maart 2014 te 13.23 uur werd de mobiele telefoon voorzien van het IMEI nummer [IMEI 10] verkocht en op 10 maart 2014 te 13.24 uur werd de mobiele telefoon voorzien van IMEI nummer [IMEI 8] verkocht door de Kijkshop. Op de verkregen camerabeelden van de Kijkshop is te zien dat de mobiele telefoons worden gekocht door twee vrouwen. Eén daarvan betreft een vrouw met lang blond haar met daarin een zonnebril. De vrouw met het lange blonde haar en de zonnebril is de reeds eerder herkende [verdachte] . Verkoop IMEI nummers [IMEI 9] en [IMEI 11] Op 19 maart 2014 te 17.36 uur, werden de mobiele telefoons voorzien van de IMEI nummers [IMEI 9] en [IMEI 11] verkocht door de Kijkshop. Op de verkregen camerabeelden van de Kijkshop is te zien dat deze twee mobiele telefoons worden gekocht door een vrouw met lang blond haar met daarin een zonnebril die een klein meisje vast houdt in haar armen. Deze vrouw is reeds herkend als [verdachte] . Naar aanleiding van het vorenstaande ontstaat het volgende overzicht: Transactie datum en tijd IMEI-nummer(
- s)Telefoonnummer(
- s)Koper IMEI-nummer(
- s)27 februari 2014 te 14.25 uur [IMEI 3] [telefoonnummer 6] [medeverdachte 1] [IMEI 6] [telefoonnummer 9] [medeverdachte 1] 27 februari 2014 te 14:28 uur [IMEI 2] [telefoonnummer 5] [medeverdachte 2] 28 februari 2014 te 16:15 uur [IMEI 7] [telefoonnummer 10] [verdachte] 10 maart 2014 te 13:23 uur [IMEI 10] [telefoonnummer 14] [verdachte] 10 maart 2014 te 13:24 uur [IMEI 8] [telefoonnummer 11] [verdachte] [telefoonnummer 12] 19 maart 2014 te 17:36 uur [IMEI 9] [telefoonnummer 13] [verdachte] [IMEI 11] [telefoonnummer 15] Een proces-verbaal van verhoor voor zover dit - zakelijk weergegeven - inhoudt als de ten overstaan van verbalisanten [verbalisant 23] en [verbalisant 24] afgelegde verklaring van medeverdachte [medeverdachte 2] : V = vraag A = antwoord A: Ik word verdacht van telefoonaankoop bij de Kijkshop. V: We hebben het over februari 2014 (het hof: 27 februari 2014). A: Ik ben die dag naar [medeverdachte 1] (het hof begrijpt: medeverdachte [medeverdachte 1] ) toegegaan. Zijn moeder was thuis en we mochten haar auto lenen. Toen zijn wij naar de zonnebank gereden. Ik heb een zonnebankje genomen, volgens mij hij ook. Tegenover de zonnebank op de Kruisstraat is de Kijkshop (het hof begrijpt: de Kijkshop op de Woenselse Markt te Eindhoven). [medeverdachte 1] zei tegen mij dat hij een telefoontje nodig had. Toen heeft hij de aankoop gedaan van die telefoons. Maar bij de Kijkshop mag je maximaal twee telefoons kopen. Hij wist dat blijkbaar vooraf niet. Hij vroeg aan mij: “kan jij een telefoon aankopen?” Hij heeft mij geld gegeven. Dus toen heb ik die telefoon voor hem gekocht. Ik heb de telefoon aan hem gegeven, want die telefoon was niet voor mij. Ik heb die telefoon nooit meer gebruikt. Een proces-verbaal van bevindingen met betrekking tot telefoonnummers van [medeverdachte 3] van verbalisant [verbalisant 25] voor zover dit - zakelijk weergegeven - inhoudt als relaas van eigen waarnemingen en bevindingen van de verbalisant: Analyse [telefoonnummer 4] : Uit de analyse van de gevorderde en verkregen historische verkeersgegevens blijkt Dat het telefoonnummer [telefoonnummer 4] op 14 januari 2014 te 21.40 uur voor het eerst in gebruik is genomen. Het eerste telefonische contact is met het telefoonnummer [telefoonnummer 16] , die in gebruik is bij [zus medeverdachte 3] . [zus medeverdachte 3] betreft de zus van [medeverdachte 3] . Uit analyse van de gevorderde en verkregen historische verkeersgegevens blijkt dat tussen 25 januari 2014 en 19 februari 2014 te 20.00 uur, het telefoonnummer [telefoonnummer 3] ( [verdachte] ) alleen maar contact heeft met het telefoonnummer [telefoonnummer 4] . 19 februari 2014 om 20.00 uur is het laatste tijdstip dat het telefoonnummer [telefoonnummer 4] en het telefoonnummer [telefoonnummer 3] contact hebben. Aan het telefoonnummer [telefoonnummer 4] is volgens de gevorderde en verkregen historische verkeersgegevens onder meer het volgende IMEI nummer gekoppeld: [IMEI 12] . Onderzoek IMEI nummer [IMEI 12] De historische verkeersgegevens laten zien dat aan hetzelfde IMEI nummer, [IMEI 12] de telefoonnummers [telefoonnummer 17] en het telefoonnummer [telefoonnummer 4] zijn gekoppeld. Onderzoek [telefoonnummer 17] Onderzoek heeft vastgesteld dat het telefoonnummer [telefoonnummer 17] op naam staat en in gebruik is bij [moeder medeverdachte 3] , [plaats 8] . De te naam gestelde betreft de moeder van [medeverdachte 3] . Aankoop [telefoonnummer 4] Uit onderzoek blijkt dat het telefoonnummer [telefoonnummer 4] op 14 januari 2014 bij het Esso pompstation aan de [plaats 16] is gekocht. Onderzoek zendmast [plaats 16] Eindhoven De gevorderde en verkregen historische verkeersgegevens binnen het onderzoek geven aan dat het telefoonnummer [telefoonnummer 17] (moeder van [medeverdachte 3] ) op 14 januari 2014 om 16.56 uur de zendmast [plaats 16] 4 in Eindhoven aanstraalt. Analyse [telefoonnummer 17] Van het telefoonnummer [telefoonnummer 17] zijn over de periode 22 april 2013 tot en met 22 april 2014 historische verkeersgegevens gevorderd en verkregen. De verkregen historische verkeersgegevens laten zien dat er aan het telefoonnummer [telefoonnummer 17] vier IMEI nummers gekoppeld zijn geweest, waaronder: [IMEI 13] en [IMEI 14] . Onderzoek IMEI nummer [IMEI 13] Aan het IMEI nummer [IMEI 13] zijn de telefoonnummers [telefoonnummer 18] en [telefoonnummer 17] gekoppeld geweest. Onderzoek IMEI nummer [IMEI 14] Uit de analyse van de historische verkeersgegevens valt op dat aan het IMEI nummer [IMEI 14] het telefoonnummer [telefoonnummer 4] en het telefoonnummer [telefoonnummer 19] gekoppeld zijn. Uit afgeluisterde gesprekken met het telefoonnummer [telefoonnummer 19] blijkt dat de gebruiker van dit telefoonnummer [medeverdachte 3] is. Gezien vorenstaande is het zeer aannemelijk dat het nummer [telefoonnummer 4] ook die in gebruik is geweest bij [medeverdachte 3] . Onderzoek Iphone 5S In de contacten lijst van de Iphone 5S, die onder [verdachte] in beslag is genomen, is onder de naam [medeverdachte 3] het telefoonnummer [telefoonnummer 18] aangetroffen. Gezien vorenstaande is het zeer aannemelijk dat het nummer [telefoonnummer 18] in gebruik is geweest bij [medeverdachte 3] . Onderzoek [telefoonnummer 7] Op 27 februari 2014, de dag van de moord, heeft het telefoonnummer [telefoonnummer 3] ( [verdachte] ) veelvuldig sms- contact met het telefoonnummer [telefoonnummer 7] . Uit onderzoek blijkt dat het telefoonnummer [telefoonnummer 7] op 27 februari 2014 alleen contact heeft met de telefoonnummers [telefoonnummer 3] ( [verdachte] ), [telefoonnummer 5] en [telefoonnummer 6] . Analyse [telefoonnummer 7] en [telefoonnummer 18] samen Uit analyse van beide telefoonnummers bleek dat de telefoonnummers veelvuldig de zendmast [plaats 4] 129 te Eindhoven aanstraalden. Ook bleek dat beide telefoonnummers regelmatig deze mast aanstraalden tijdens het laatste contact van de dag en bij het eerste contact van de dag, hetgeen hoogstwaarschijnlijk inhoudt dat de woning van de gebruiker in het dekkingsbereik van deze mast stond. Relatie [verdachte] en [medeverdachte 3] Er is vastgesteld dat [medeverdachte 3] en [verdachte] ten tijde van de moordaanslag op [slachtoffer] een geheime relatie hadden. Resumé Naar aanleiding van bovenstaande kan worden aangenomen dat [medeverdachte 3] de gebruiker is geweest van de telefoonnummers [telefoonnummer 4] , [telefoonnummer 18] en [telefoonnummer 7] . Een proces-verbaal van bevindingen met betrekking tot [medeverdachte 1] van verbalisant [verbalisant 25] voor zover dit - zakelijk weergegeven - inhoudt als relaas van eigen waarnemingen en bevindingen van de verbalisant: Onderzoek [telefoonnummer 6] Uit onderzoek blijkt dat de telefoonnummers [telefoonnummer 5] en [telefoonnummer 6] aan twee IMEI nummers gekoppeld zijn die respectievelijk door [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] op 27 februari 2014 bij de Kijkshop in Eindhoven zijn gekocht. Analyse [telefoonnummer 6] De gevorderde en verkregen historische verkeersgegevens laten zien dat het telefoonnummer [telefoonnummer 6] aan het IMEI nummer [IMEI 3] is gekoppeld. Op 27 februari 2014 om 17.00 uur wordt het telefoonnummer [telefoonnummer 6] in gebruik genomen. Het eerste telefoonnummer dat door de gebruiker van het telefoonnummer [telefoonnummer 6] wordt gebeld is het telefoonnummer [telefoonnummer 3] . Onderzoek heeft vastgesteld dat [verdachte] zeer waarschijnlijk de gebruikster van het telefoonnummer [telefoonnummer 3] is. Contacten [telefoonnummer 6] Uit de verkregen historische verkeersgegevens blijkt dat het telefoonnummer [telefoonnummer 6] op 27 februari 2014 alleen contact had met de hieronder weergegeven telefoonnummers: ˗ [telefoonnummer 3] ( [verdachte] ); ˗ [telefoonnummer 5] ; ˗ [telefoonnummer 7] ( [medeverdachte 3] ). Onderzoek tap " [medeverdachte 1] " Uit de analyse van de opgenomen en afgeluisterde gesprekken bleek dat er een man die zichzelf " [medeverdachte 1] " noemde gebruik maakte van het telefoonnummer [telefoonnummer 20] . Na het CIOT te hebben bevraagd bleek dit telefoonnummer te zijn afgegeven aan [medeverdachte 1] , [plaats 9] . Uit de gemeentelijke basis administratie blijkt dat [medeverdachte 1] staat ingeschreven op bovenstaand adres. Resumé Gezien de hier boven genoemde bevindingen is het zeer waarschijnlijk dat [medeverdachte 1] de gebruiker is van de telefoonnummers [telefoonnummer 20] en [telefoonnummer 6] . Een geschrift, zijnde een excelbestand met diverse samengevoegde digitale gegevens, tapgegevens, historische verkeersgegevens en andere gegevens uit het onderzoek ‘Kabelbaan’ van [verbalisant 25] , voor zover daaruit blijkt dat: Op 27 februari 2014 om 16.36 uur wordt het nummer [telefoonnummer 5] (hierna: [telefoonnummer 5] ) in gebruik genomen. Op 27 februari 2014 om 17.00 uur wordt het nummer [telefoonnummer 6] (hierna: [telefoonnummer 6] ; in gebruik bij medeverdachte [medeverdachte 1] ) in gebruik genomen. Vanaf 16.36 uur tot 21.24 uur (eerste 112-melding) worden de hierna vermelde aantallen sms-berichten verzonden tussen de in de matrix genoemde telefoonnummers. naar van [telefoonnummer 3] ( [verdachte] ) [telefoonnummer 6] ( [medeverdachte 1] ) [telefoonnummer 7] ( [medeverdachte 3] ) [telefoonnummer 5] (gekocht voor [medeverdachte 1] ) [telefoonnummer 3] ( [verdachte] ) X 15 43 1 [telefoonnummer 6] ( [medeverdachte 1] ) 13 x 4 5 [telefoonnummer 7] ( [medeverdachte 3] ) 40 3 X 1 [telefoonnummer 5] (gekocht voor [medeverdachte 1] ) 1 1 1 X Het telefoonnummer [telefoonnummer 6] ( [medeverdachte 1] ) straalt op 27 februari 2014 tussen 20.10 en 20.20 uur een zendmast aan gelegen op de [plaats 10] in Geldrop. [slachtoffer] bevindt zich op dat moment in Geldrop. Om 21.15 uur belt [slachtoffer] ( [telefoonnummer 1] ) vanuit Geldrop naar [verdachte] ( [telefoonnummer 2] ). Volgens de verklaring van [verdachte] heeft [slachtoffer] toen gezegd: “dat hij op de [plaats 7] reed en zo thuis zou zijn”. Na dit gesprek om 21.18 uur stuurt [verdachte] ( [telefoonnummer 3] ) een sms-bericht naar [medeverdachte 3] ( [telefoonnummer 7] ). Vrijwel direct daarna stuurt [medeverdachte 3] ( [telefoonnummer 7] ) een bericht naar [verdachte] ( [telefoonnummer 3] ), gevolgd door, nog steeds om 21.18 uur, een bericht van [medeverdachte 3] naar de gebruiker van de telefoon eindigend op [telefoonnummer 5] (gekocht voor [medeverdachte 1] ). Omstreeks 21.24 uur vindt de eerste 112-melding plaats. Vanaf 21.24 tot 22.04 uur worden de hierna vermelde aantallen sms-berichten verzonden tussen de in de matrix genoemde telefoonnummers. naar van [telefoonnummer 3] ( [verdachte] ) [telefoonnummer 6] ( [medeverdachte 1] ) [telefoonnummer 7] ( [medeverdachte 3] ) [telefoonnummer 5] (gekocht voor [medeverdachte 1] ) [telefoonnummer 3] ( [verdachte] ) X 0 0 0 [telefoonnummer 6] ( [medeverdachte 1] ) 0 x 2 0 [telefoonnummer 7] ( [medeverdachte 3] ) 2 1 X 22 [telefoonnummer 5] (gekocht voor [medeverdachte 1] ) 0 0 18 X Het telefoonnummer in gebruik bij [medeverdachte 1] ( [telefoonnummer 6] ) straalt voor de eerste 112-melding laatstelijk om 21.03 uur aan op de mast aan de [plaats 4] in Eindhoven en na de eerste 112-melding eerst om 21.32 uur op dezelfde zendmast. De telefoon gekocht voor [medeverdachte 1] ( [telefoonnummer 5] ) straalt voor de 112-melding laatstelijk om 21.18 uur aan op de [plaats 11] aan in Eindhoven. Dit betreft dezelfde zendmast als de telefoons in gebruik bij [verdachte] vrijwel de gehele avond aanstralen. Na de 112-melding straalt de telefoon ( [telefoonnummer 5] ) eerst om 21.33 uur aan op de zendmast aan de [plaats 4] te Eindhoven. Om 21.40 uur wordt de brandende bromfiets aangetroffen op de [plaats 4] te Eindhoven. Vanaf 22.04 uur vindt geen telefoonverkeer meer plaats tussen de in matrix genoemde telefoonnummers. Een proces-verbaal van stemvergelijking van verbalisant [verbalisant 26] voor zover dit - zakelijk weergegeven - inhoudt als relaas van eigen waarnemingen en bevindingen van de verbalisant: Gedurende het onderzoek ‘Kabelbaan’, was ik belast met het uitluisteren van telefoongesprekken gevoerd op het telefoonnummer [telefoonnummer 2] . Ik hoorde via de opgenomen telecommunicatie een persoon die zich [verdachte] of [verdachte] noemt of genoemd wordt. In het politiesysteem BVH (Basisvoorziening Handhaving ) is gebleken dat [verdachte] , van genoemd telefoonnummer gebruik maakt. Zij doet op 28 augustus 2012 een aangifte van verlaten plaats van ongeval met het motorvoertuig voorzien van het kenteken [kenteken auto verdachte] . Hierbij is haar telefoonnummer [telefoonnummer 2] opgenomen. Op 28 februari 2014, was ik verbalisant, belast met het uitluisteren van telefoongesprekken gevoerd op het telefoonnummer [telefoonnummer 2] . Op 28 februari 2014 om 20.29 uur werd een telefoongesprek opgenomen via genoemde telecommunicatie [telefoonnummer 2] (sessienummer 39). Getapte nummer [telefoonnummer 2] wordt dan gebeld door de familierechercheur. De familierechercheur vraagt aan getapte of hij met [verdachte] spreekt. Getapte bevestigt dit. Het gesprek gaat verder over maken van een afspraak voor een gesprek. Op vrijdag 28 februari 2014 werd door mij gespreksnummer 282843400 sessienummer 5 beluisterd tussen de gebruiker van het getapte nummer [telefoonnummer 2] en de gebruiker van het nummer [telefoonnummer 21] .Het gesprek gaat tussen getapte en [NN vrouw] . [NN vrouw] noemt getapte [verdachte] . De stem van de getapte vrouw in beide hiervoor genoemde gesprekken herken ik als dezelfde de stem. Gezien bovenstaande bevindingen kan worden aangenomen dat het mobiele telefoonnummer [telefoonnummer 2] in gebruik is bij [verdachte] . Een proces-verbaal van identiteitsvaststelling/stemherkenning van verbalisant [verbalisant 27] voor zover dit - zakelijk weergegeven - inhoudt als relaas van eigen waarnemingen en bevindingen van de verbalisant: Onderzoek telecommunicatie RC-nummer 14/386.14 Op 27 maart 2014 werd een aanvang gemaakt met het opnemen en afluisteren van de gevoerde gesprekken met het telefoonnummer [telefoonnummer 12] . Uit de opgenomen en afgeluisterde telefoongesprekken is het onderzoeksteam gebleken dat door de gebruik(st)er van het telefoonnummer [telefoonnummer 12] hoofdzakelijk sms-berichten werden verzonden en/of ontvangen. Het telefoonnummer bleek alleen contact te hebben met een beperkt aantal telefoonnummers. Op 27 maart 2014 tussen 19.50 en 19.54 uur worden drie sms-berichten verzonden, waarbij door en met de gebruik(st)er van het telefoonnummer [telefoonnummer 12] wordt gesproken over een opgehaalde auto. Het is het onderzoeksteam bekend dat [verdachte] op 27 maart 2014 een auto heeft opgehaald die haar vader voor haar geregeld heeft. Uit veertien sms-berichten gestuurd tussen 27 maart 2014 om 20.16 uur en 7 april 2015 blijkt dat de gebruik(st)er van het telefoonnummer [telefoonnummer 12] vermoedelijk twee kinderen (vaak aangeduid als ‘ [zoon verdachte] ’ en ‘ [dochter verdachte] ’) heeft. Uit het verhoor van [verdachte] en uit gegevens uit de GBA blijkt dat [verdachte] twee kinderen heeft: [zoon verdachte] geboren op [geboortedatum] en [dochter verdachte] geboren op [geboortedatum] . In zes sms-berichten verzonden tussen 28 maart 2014 om 12.34 uur en 7 april 2014 om 10.07 uur wordt met en door de gebruik(st)er van het telefoonnummer [telefoonnummer 12] gesproken over verhuizen en (het opknappen van) een nieuwe woning. Het is het onderzoeksteam bekend dat [verdachte] op zoek was naar een andere woning en een woning toegewezen heeft gekregen op de [plaats 12] . In acht sms-berichten verzonden tussen 29 maart 2014 om 10.07 uur en 6 april 2014 om 20.29 uur spreekt de gebruik(st)er van het telefoonnummer [telefoonnummer 12] over verblijf bij haar vader. In het laatst verzonden sms-bericht stuurt de gebruik(st)er (onder meer): “Maar weet je, ik ben altijd heel bang geweest voor mijn vader. Daarom ben ik ook uit huis gegaan toen ik zo jong was. Weet niet, hij s een bulle bak”. Het is het onderzoeksteam bekend dat [verdachte] vanaf omstreeks 20 maart 2014 heeft verbleven bij haar vader. In het verhoor van [verdachte] heeft zij verklaard dat toen zij 15 jaar oud was, zij door jeugdzorg uit huis is geplaatst en nooit meer terug naar huis naar haar vader is gegaan. Op 2 april 2014, omstreeks 11:57 uur, werd door de gebruiker van het telefoonnummer [telefoonnummer 12] gebeld naar [zus medeverdachte 3] , de gebruikster van het telefoonnummer [telefoonnummer 22] . Op dinsdag, 4 maart 2014 werd [verdachte] door mij, verbalisant, langdurig als getuige gehoord. Door mij werd vorenstaand telefoongesprek beluisterd waarbij ik de stem van de gebruikster van het telefoonnummer [telefoonnummer 12] herkende als die van [verdachte] . Gelet op de hiervoor genoemde bevindingen kan worden aangenomen dat de hierboven genoemde mobiele telefoonaansluiting [telefoonnummer 12] in gebruik is bij de [verdachte] . Een proces-verbaal van identiteitsvaststelling/stemherkenning van verbalisant [verbalisant 27] voor zover dit - zakelijk weergegeven - inhoudt als relaas van eigen waarnemingen en bevindingen van de verbalisant: Op 2 maart 2014 werd een aanvang gemaakt met het opnemen en afluisteren van de gevoerde gesprekken met het telefoonnummer [telefoonnummer 10] . Het hierboven genoemde telefoonnummer [telefoonnummer 10] wordt gebruikt in een GSM toestel met het IMEI nummer [IMEI 7]