GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH Afdeling civiel recht zaaknummer 200.167.194/02 arrest van 20 december 2016 gewezen in het incident ex artikel 8434a Rv in de zaak van 1Mr. Martinus Johannes Marie Franken, 2. Mr. Bart Floris Louwerier, beiden kantoorhoudende te [kantoorplaats] , in hun hoedanigheid van curator in het faillissement van Impact Retail B.V., gevestigd te [vestigingsplaats] , appellanten in de hoofdzaak, eisers in het incident, advocaat: mr. N.W.M. van den Heuvel te Breda, tegen LaSer Nederland B.V., gevestigd te [vestigingsplaats] , geïntimeerde in de hoofdzaak, verweerster in het incident, advocaat: mr. F.E.C. Koopman te 's-Hertogenbosch, op het bij exploot van dagvaarding van 16 maart 2015 ingeleide hoger beroep van de vonnissen van 21 mei 2014 en 17 december 2014, door de rechtbank Oost-Brabant, zittingsplaats 's-Hertogenbosch gewezen tussen appellanten – de curatoren – als eisers en geïntimeerde – LaSer – als gedaagde. 1Het geding in eerste aanleg (zaak-/rolnummer C/01/256617/HA ZA 12-1069) Voor het geding in eerste aanleg verwijst het hof naar voormelde vonnissen. 2Het geding in hoger beroep Het verloop van de procedure blijkt uit: de dagvaarding in hoger beroep; de memorie van grieven tevens akte wijziging eis, tevens incident ex artikel 843a Rv met producties; de antwoordmemorie in het incident van LaSer; - het pleidooi in het incident, waarbij partijen pleitnotities hebben overgelegd. Na het pleidooi zijn partijen in de gelegenheid gesteld om zich uit te laten of zij de zaak wensten door te halen dan wel dat zij arrest wilden. Nadat partijen de zaak eerst op eenstemmig verzoek hadden doorgehaald, hebben zij de zaak op de rol van 12 april 2016 hervat en arrest gevraagd. Het hof heeft daarna een datum voor arrest bepaald. 3De beoordeling In het incident 3.1. De curatoren vorderen in het incident, voor zoveel mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, LaSer te veroordelen om binnen 5 dagen na het in het incident te wijzen arrest aan de curatoren afschrift te verschaffen van: a. de op 23 december 2010, 6 januari 2011, 13 januari 2011 en 20 januari 2011 aan LaSer verzonden en door haar ontvangen verzendlijsten met bijbehorende stukken (de op de verzendlijsten genoemde kredietovereenkomsten met begeleidingsformulieren en overige bijlagen) en b. de kort na 10 februari 2011 aan LaSer verzonden verzendlijst d.d. 10 februari 2011 met bijbehorende stukken (de op de verzendlijst genoemde kredietovereenkomsten met begeleidingsformulieren en overige bijlagen); op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 5.000,- per dag voor iedere dag dat LaSer weigert althans nalaat aan de in het incident uitgesproken veroordeling te voldoen, zulks met een maximum van € 200.000,- met veroordeling van LaSer in de kosten in het incident. 3.2.1. De curatoren hebben in het incident aan de vordering ten grondslag gelegd dat zij recht en belang hebben bij de verzochte stukken, zodat zij deze ter onderbouwing van hun vorderingen op LaSer in de onderhavige procedure kunnen overleggen als (aanvullend) bewijs van hun vorderingen op LaSer. Hoewel het in het bedrijf van Impact Retail B.V. gebruikelijk was dat een afschrift van de naar LaSer verzonden kredietovereenkomsten met bijbehorende verzendlijsten en begeleidingsformulieren op het kantoor van Impact Retail B.V. werd bewaard, zijn in de roerige periode rondom het faillissement van Impact Retail B.V. de afschriften van kredietovereenkomsten zoek geraakt. Aangezien LaSer de ontvangst van deze kredietovereenkomsten heeft bevestigd (productie 16-20 bij akte 18 juni 2014) en bovendien aan de hand hiervan de als productie 13-15 en 23 bij genoemde akte van 18 juni 2014 overgelegde overzichten heeft opgesteld, heeft als uitgangspunt te gelden dat LaSer deze wel in haar bezit heeft, aldus de curatoren. Verder stellen de curatoren dat de bescheiden waarvan afschrift wordt gevorderd nauwkeurig omschreven zijn en dat deze betrekking hebben op de rechtsbetrekking waarbij de curatoren dan wel Impact Retail B.V. als partij betrokken was. 3.2.2. Tijdens het pleidooi hebben de curatoren hun eis nog gewijzigd in die zin dat zij naast de hiervoor onder 3.1.a gevorderde afschriften ook nog het afschrift vorderen van de op 27 januari 2011 aan LaSer verzonden en door haar ontvangen verzendlijsten met bijbehorende stukken. Tevens hebben de curatoren hun grondslag gewijzigd door subsidiair een beroep te doen op artikel 843b Rv. 3.3. LaSer heeft verweer gevoerd en - kort gezegd- gesteld dat de curatoren geen rechtmatig belang bij de gevorderde bescheiden hebben, nu zij hebben nagelaten toe te lichten wat zij met de gevraagde stukken kunnen bewijzen. Daarnaast dienen de belangen van LaSer te prevaleren bij afweging van het rechtmatig belang bij de vorderingen van de curatoren tegen het belang van LaSer, zoals het belang om niet te worden blootgesteld aan het risico van verbeurte van dwangsommen gerelateerd aan stukken waarvan niet bekend is of Impact Retail die ooit aan LaSer heeft toegezonden en ook niet bekend is of de wel verstrekte stukken zich nog in de administratie dan wel het archief van LaSer bevinden. Ook zijn de gevorderde bescheiden onvoldoende bepaalbaar, nu de curatoren afschrift vorderen van hetgeen door Impact Retail B.V. bij een aantal zendingen aan LaSer is toegestuurd, zonder dat iemand kan vaststellen om welke stukken het daarbij concreet is gegaan. LaSer stelt vervolgens dat in geval de vordering van de curatoren wordt toegewezen, de curatoren de kosten van de verstrekking, inclusief alle kosten die voor de opzoeking van de stukken gemaakt als voorschot dienen te betalen. LaSer begroot deze kosten op totaal € 46.238,-. Eiswijziging 3.4. Tijdens het pleidooi hebben de curatoren hun eis gewijzigd zoals hiervoor in r.o. 3.2.2. vermeld. LaSer heeft hiertegen bezwaar gemaakt. Het hof verwerpt dit bezwaar nu, behoudens de eisen van een goede procesorde, zich geen regel zich verzet tegen een wijzing van eis in een voor het eerst in hoger beroep aan het hof voorgelegde incidenteel vordering. Voorts is het hof is van oordeel dat het alsnog vorderen van een afschrift van de op 27 januari 2011 aan LaSer verzonden en door haar ontvangen verzendlijsten met bijbehorende stukken in het verlengde ligt van de overige stukken waar de curatoren afschrift van vorderen. Het hof acht deze eiswijziging dan ook niet in strijd met de eisen van een goede procesorde. Voor zover de curatoren hun incidentele vordering subsidiair baseren op artikel 843b Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, leidt dat in dit geval niet tot een wezenlijk andere beoordeling dan op de primaire grondslag. Artikel 843a Rv 3.5. Het hof stelt voorop dat een vordering op grond van artikel 843a Rv slechts kan worden toegewezen indien aan alle drie in lid 1 van dit artikel gestelde voorwaarden is voldaan: (
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.