Afdeling strafrecht Parketnummer : 20-001698-15 Uitspraak : 23 december 2016 TEGENSPRAAK Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof 's-Hertogenbosch gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Oost-Brabant van 13 mei 2015 in de strafzaak met parketnummer 01-879097-13 tegen: [verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1992, thans verblijvende in [adres 1] . Hoger beroep De verdachte heeft tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld. Onderzoek van de zaak Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting. Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht. De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het vonnis van de rechtbank zal vernietigen en opnieuw rechtdoende, bewezen zal verklaren hetgeen ten laste is gelegd onder 1., onder 2., onder
(1153)1216 (proces-verbaal van bevindingen mbt opgenomen communicatie); - Identificatie/stemvergelijking verdachte blz. 949-955 (proces-verbaal van bevindingen verkeersbewegingen Ford Fiësta gekentekend [kenteken] , in het bijzonder 953 en 955), blz. 1027-1035 (proces-verbaal van bevindingen gesprekken nav verdachte beschikt over grote som geld, in het bijzonder blz. 1033-1035) en blz. (1153-)1216 (proces-verbaal van bevindingen mbt opgenomen communicatie). (p. 1170, vanaf 19:54:00 uur) VE: Eigenlijk is alles (..) vijfhonderd (..) [getuige c] : Echt? VE: Ja (..) of je kan wisselen, ik was gisteren thuis bij mijn moeder, mijn moeder weet dat ik heel veel geld heb (..) maar ik heb niet gezegd waarom (..) en mijn zus ook niet (..) maar mijn zus die zei wel van (..), ik heb (..) zelf, toen zei ze van (..) ze heeft wel gezegd van (..) die dagen nadat jij (..) nadat jij thuis bent gekomen, want mijn zus was aan het slapen, maar die hoorde mij natuurlijk wel op een raar tijdstip thuiskomen, douchen en alles. En die belde straks nog (..) Zei ze wel van (..): de dag daarna, zijn er een aantal zaken op tv geweest, over een paar moorden (..) en ze zei wel van eh: ik weet wel dat jij dat soort dingen (..) ik ken jou door en door en dat (..) Ik zei: Ja ik weet niet (..) Ik zeg: maar ja als het zo is dan weet je dat als er iets met je gebeurt wat ik dan doe (..) (..) (p. 1172, vanaf 19:59:00 uur) [getuige c] : Dat is niet veel VE: Moet maar 500 euro hebben [getuige c] : Hmm nee zo, ik bedoel, in grote is dat niet zo heel veel [getuige c] : Alles bij elkaar, in 500 briefjes, met dat aantal bedoel ik VE: Ja [getuige c] : Dat is niet zo groot VE: Nee, fucking veel [getuige c] : Ja wel vet, kijk als je allemaal 50-jes zou hebben, dan heb je een koffer vol VE: ik zou nog (..), een beetje bijkrijgen zo, want hun zeiden nog (..) komt er ook nog allemaal bij (..) VE: Maar ik kom helemaal van buitenaf he? Die mensen die kunnen niet voor mij zoeken jongen [getuige c] : Nee maar, ik heb zo'n gevoel dat je de tweede keer pech hebt, snap je? (..) dit was echt vol (fon) fucking veel druk jongen (...) VE: ik heb nog wel zin om (..) Pam Pam. En nou in dat soort situaties kan je het doen. Want als je ruzie hebt met iemand kun je het niet doen, want dan weten ze dat jij het bent, want jij hebt ruzie met hem gehad. (p. 1173, vanaf 20:04:00) VE: ja dat kan wel, maar dan wordt je gewoon gepakt, als jullie ruzie hebben. En als je weg bent, en je bent buiten een bepaalde zone, dan weet je dat je safe zit. De Brabantse onderwereld, lekker rustig aan doen (..) 1.
- Een OVC-gesprek d.d. 20 september 2013 vanaf 14:01 uur, transcriptie 282286409, [getuige e] met NN-man (weergegeven op blz. 96-97, 1178-1179 van zaaksdossier C); In onderling verband en samenhang bezien met: - Identificatie/stemherkenning [getuige e] blz. (1153-)1216 (proces-verbaal van bevindingen mbt opgenomen communicatie); [getuige e] : Had jij ook op Internet gezien? NN: Ja jongen, zijn foto staat er gewoon op he, in de krant he. [getuige e] : Van [verdachte] zelf? NN: Ja, in de krant maat. [getuige e] : [verdachte] zijn foto? N: Ja, ga maar in de Telegraaf maat. [getuige e] : Ja, goed, je moet gewoon nergens op reageren jongen, op Internet ook niet. (-) [getuige e] : Ja, je kunt het beste nergens op reageren, net doen alsof je van niks hebt gehoord, want ik denk, dat hij, want eh, er is ergens opdracht van uitgekomen, snap je? Dat hij dat heeft gedaan, dat weet ik zeker. N: Ja, dat kan niet anders jongen. [getuige e] : En ik weet zeker dat mensen het nou in de gaten houden. N: Ja. [getuige e] : Dus daarom. En eh, en ik weet zelf een beetje van eh, snap je? (..) [getuige e] : Ja je moet, eerlijk is eerlijk, je moet het zo zien, he? (-) [getuige e] : Hij heeft iemands, iemand, om het zo maar te zeggen, he? Als het, als het echt waar is heeft hij gewoon iemands leven weggenomen, he? (..) [getuige e] : Ik zeg, ik zeg: Ja, maar ik denk dat ik er niet veel contact meer mee heb als hij vrijkomt, ik zeg: want eh, ik zeg, ik moet er niks meer van hebben zo, jongen (..) dit wordt echt jongen, dit wordt echt, want hun zijn eh.. dat is gewoon Turkse maffia, snap je? Waar dit bij is gebeurd. (..) [getuige e] : (..) En dan komt er in ene keer een en die schiet er zo even 1 dood. NN: Ja. [getuige e] : (zachtjes) Dat ie dat zo, dat ie dat zo doet, jongen, dat snap ik dan niet he? NN: Nee. Dat snap ik ook niet. [getuige e] : Ik had, ik had eerder van hem verwacht dat hij bijvoorbeeld een overval of zo had geplegen. Dat had ik eerder van hem verwacht. NN: Jaaa ja dat is zeker, dan dit want dit is echt gewoon, hier kan niks tegenop, jongen, he? [getuige e] : Nee, dit is gewoon meteen het ergste van het..(..) 1.
- Een OVC-gesprek d.d. 20 november 2013 vanaf 05:19 uur, transcriptie 282532144, [getuige c] en 2 NN mannen (weergegeven op blz. 109 en blz. 1202-1204 van zaaksdossier C); In onderling verband en samenhang bezien met: - Identificatie/stemherkenning [getuige c] blz. (1153-)1216 (proces-verbaal van bevindingen mbt opgenomen communicatie). (blz. 1203) [getuige c] : Ja, waarom ja, dan komt de allergrootste vraag, waarom ja (..) Stel dat ie het wel heeft gedaan en hij komt na 10 jaar vrij. Nee trouwens, dan zegt ie nog steeds niks, zwaar gek, dat weet ik zeker...dat is [verdachte] . (blz. 1204) NN: Maar hij heeft wel geschoten of toch niet? [getuige c] : Ja, nou niet meer (lacht) 1.
- Een OVC-gesprek d.d. 24 november 2013 vanaf 08:45 uur, transcriptie 282619791, [getuige c] met [naam 3] (weergegeven op blz. 112 en blz. 1206 van zaaksdossier C); In onderling verband en samenhang bezien met: - Identificatie/stemherkenning [getuige c] blz. (1153-)1216 (proces-verbaal van bevindingen mbt opgenomen communicatie). [naam 3] : kijk maar ook al, wat je nou zegt, je komt er gewoon nooit achter hoe het zit, je komt er nooit achter, al heeft hij het gedaan, je zal er nooit achter komen of hij het echt gedaan heeft of niet [getuige c] : Ja, dat heeft hij wel tegen mij gezegd. Ten aanzien van het onder 2, 3 en 4 ten laste gelegde: 2.
- De bekennende verklaring van de verdachte, zoals afgelegd ter terechtzitting in hoger beroep van 14 december 2016, inhoudende dat de op 19 september 2013 in de woning [adres 2] te Vught aangetroffen hoeveelheid amfetamine en hoeveelheid hasjiesj van hem waren. 2.
- De bekennende verklaring van de verdachte, zoals afgelegd ter terechtzitting in hoger beroep van 14 december 2016, inhoudende dat hij gedurende de ten laste gelegde periode hoeveelheden cocaïne en amfetamine heeft verkocht. 2.
- Het ambtsedig proces-verbaal van bevindingen van politieregio Brabant-Noord, District Maas en Leijgraaf, D3 Team Veghel, proces-verbaalnr. PL21Z2 2013072639-11, (p. 25-26, zaaksdossier D), d.d. 18 december 2013, in de wettelijke vorm opgemaakt, met betrekking tot het op 19 september 2013 in de slaapkamer van verdachte op adres [adres 2] in Vught aangetroffen tasjes: - tasje voorzien van het opschrift “Burley” kreeg de codering H02.SLK.1.4 - tasje voorzien van het opschrift “State of Art” kreeg de codering H02.SLK.1.
- (zaaksdossier D, blz. 25-26). 2.
- Het proces-verbaal bevindingen doorzoeking ter inbeslagneming d.d. 19 september 2013 van verbalisant [verbalisant 3] , met betrekking tot de op 19 september 2013 in de berging van perceel [adres 2] in Vught aangetroffen Jumbo-tas met mogelijk verdovende middelen, gecodeerd H02.SCH.1 (zaaksdossier C, blz.1013-1014 in combinatie met de lijst in beslag genomen goederen, in het bijzonder pagina 1018, waarbij het hof de datum 08-10-2013 op die lijst opvat als een kennelijke misslag en daarvoor in de plaats leest de datum van inbeslagneming: 19-09-2013). 2.
- Het ambtsedige proces-verbaal Ophalen goederen van verbalisanten [verbalisant 4] en [verbalisant 5] d.d. 19 september 2013, met betrekking tot de tassen: - Jumbo, H.02.sch.1, AAGB3762NL met als inhoud 3 verpakkingen met vermoedelijk verdovende middelen; - Burley, H02.slk.1.4, AAGB3763NL, inhoud vermoedelijk verdovende middelen - State of Art, H02.slk.1.5., AAGB3764NL, inhoud vermoedelijk verdovende middelen. (zaaksdossier E, p. 152-153). 2.
- Het proces-verbaal Onderzoek in beslag genomen tassen en flesjes van verbalisanten [verbalisant 5] en [verbalisant 4] d.d. 17 oktober 2013, met betrekking tot tassen: -Jumbo, gecodeerd H02.sch.1, gewaarmerkt met SIN nummer AAGB3762NL, met daarin een plastic tasje met een pakket met een substantie (gewaarmerkt met SIN nummer AAGG7520NL) en drie pakketten met een substantie (gewaarmerkt met de SIN nummers AAGG7526NL, AAGG7527NL en AAGG7528NL) veiliggesteld voor nader onderzoek; -Burley, gecodeerd Ho2.slk.1.4, gewaarmerkt met SIN nummer AAGB3763NL, met daarin een plastic zak met een substantie, veiliggesteld voor nader onderzoek onder SIN AAGG7522NL - tas State of Art, gecodeerd H02.slk.1.5, gewaarmerkt met SIN nummer AAGB3764NL, het zakje daaruit werd veiliggesteld voor nader onderzoek onder SIN AAGG7525NL (zaaksdossier E, blz. 155, 157 en 158). 2.
- Het ambtsedig proces-verbaal Testen en bemonstering verdovende middelen van verbalisanten [verbalisant 4] en [verbalisant 6] d.d. 8 oktober 2013, met betrekking tot de inhoud van: - de Jumbo draagtas, met daarin vier plastic zakken, gewaarmerkt met de SINS:
- AAGG7520NL, de inhoud met zak had een gewicht van 2 kilogram, positieve indicatie op amfetamine, monster AADU1333NL voor vervolgonderzoek;
- AAGG7526NL, de inhoud met zak had een gewicht van 2 kilogram, positieve indicatie op amfetamine, monster AADU1354NL voor vervolgonderzoek;
- AAGG7527NL, de inhoud met zak had een gewicht van 1,98 kilogram, positieve indicatie op amfetamine, monster AADU1322NL voor vervolgonderzoek;
- AAGG7528NL, de inhoud met zak had een gewicht van 2 kilogram, positieve indicatie op amfetamine, monster AADU1321NL voor vervolgonderzoek; - de draagtas van het merk Burley met plastic zak, gewaarmerkt met SIN AAGG7522NL, de inhoud met zak had een gewicht van 0,82 kilogram, positieve indicatie op amfetamine, monster AADU1348NL voor vervolgonderzoek; - het tasje met opschrift State of Art, gewaarmerkt met SIN AAGG7525NL, de inhoud met zak had een gewicht van 202 gram, indicatieve test op hash, monster AADU0260NL voor vervolgonderzoek. (zaaksdossier E, blz. 170-173). 2.
- een rapport Identificatie van drugs en precursoren van het Nederlands Forensisch Instituut d.d. 22 oktober 2013 (p. 33-34, zaaksdossier D), met als resultaat en conclusie ten aanzien van het onderzoeksmateriaal AADU1333NL: monster geel geklonterd poeder bevat amfetamine AADU1354NL: monster geel geklonterd poeder bevat amfetamine AADU1322NL: monster geel geklonterd poeder bevat amfetamine AADU1321NL: monster geel geklonterd poeder bevat amfetamine AADU1348NL: monster geel geklonterd poeder bevat amfetamine AADU0260NL: monster bruin brokje is hasjiesj. 2.
- Het proces-verbaal van verhoor van [betrokkene 1] d.d. 4 april 2014, voor zover inhoudende zijn verklaring aan verbalisanten dat hij in de periode juni-oktober 2013 meerdere keren cocaïne bij de verdachte heeft gekocht (zaaksdossier D, blz. 59-62) 2.
- Het proces-verbaal van verhoor van [betrokkene 2] d.d. 4 april 2014, voor zover inhoudende zijn verklaring aan verbalisanten dat hij verdachte heeft benaderd voor het afnemen van harddrugs en dat verdachte dealt in cocaïne en speed/amfetamine (zaaksdossier D, blz. 53-57). Bijzondere overwegingen omtrent het bewijs Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder 1, 2, 3 en 4 ten laste gelegde heeft begaan, als na te melden. Deze beslissing berust op de feiten en omstandigheden als vervat in de hierboven bedoelde bewijsmiddelen, in onderlinge samenhang beschouwd. Elk bewijsmiddel wordt – ook in zijn onderdelen – slechts gebruikt tot bewijs van dat bewezen verklaarde feit, of die bewezen verklaarde feiten, waarop het, blijkens zijn inhoud, betrekking heeft. Feit 1 De verdachte heeft tegenover politie en justitie verklaard dat hij het ten laste gelegde onder 1 niet heeft begaan. Voor het overige heeft hij zich ten aanzien van dit feit telkenmale beroepen op zijn zwijgrecht. Het hof is echter van oordeel dat de door en zijdens verdachte bepleite vrijspraak wordt weersproken door de hiervoor weergegeven bewijsmiddelen (1.1 t/m 1.
- in onderlinge samenhang bezien). Het hof heeft, gelet op het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep, geen reden om aan de juistheid en de betrouwbaarheid van die, van de lezing van de verdediging afwijkende, bewijsmiddelen te twijfelen. Uit de bewijsmiddelen leidt het hof het volgende af. Op 12 juli 2013 is [slachtoffer] , toen hij omstreeks 23.15 uur bij zijn woning aan [adres slachtoffer] te Veghel was gearriveerd en op de oprit zijn auto had geparkeerd, met een vuurwapen neergeschoten. Het slachtoffer zat nog achter het stuur en is door vier kogels geraakt. Kogel 3 behorende bij inschotkanaal A heeft hem gedood. De getuige [getuige 6] heeft hem de volgende ochtend dood achter het stuur aangetroffen. Uit de deskundigenrapporten leidt het hof af dat alle op de plaats delict aangetroffen (onderdelen van) munitie afkomstig zijn van één en hetzelfde vuurwapen en dat [slachtoffer] door één en dezelfde schutter is beschoten en gedood. Op 12 juli 2013 heeft in de korte nabijheid van de plaats delict (circa 200 meter, aldus de rechtbank op basis van google maps, vonnis, blz. 9) tussen circa 22.15 uur tot en met circa 23.20 uur een blauwe Ford Fiësta met het kenteken [kenteken] geparkeerd gestaan in de Piet Heinstraat te Veghel (het hof: de Piet Heinstraat grenst aan De Scheifelaar te Veghel (zaaksdossier C, blz. 14). Omstreeks 23.15 tot 23.20 uur hebben meerdere personen geluiden gehoord die worden omschreven als timmergeluiden en/of tikkende geluiden en/of schoten en/of knallen in de omgeving van De Scheifelaar te Veghel. Korte tijd na het horen van “timmergeluiden” rent een kleine man van circa 1.60 meter, met een getint uiterlijk uit de richting van De Scheifelaar/friettent naar de Ford Fiësta , stapt in aan de bestuurderskant van deze auto en scheurt ermee weg. Dit leidt het hof tot de conclusie dat de door de getuigen beschreven geluiden feitelijk schoten zijn geweest afkomstig van het vuurwapen waarmee [slachtoffer] werd gedood. Vervolgens is door de politie onderzoek gedaan naar voornoemde personenauto Ford Fiësta met het kenteken [kenteken] , dat door een getuige was genoteerd. Daaruit is gebleken dat de verdachte, destijds wonende te Vught, de vaste gebruiker/hoofdbestuurder van de Ford Fiësta met kenteken [kenteken] is. Bovendien past hij ook binnen het door de getuige [getuige 4] opgegeven signalement (ongeveer 1.60 meter en getint uiterlijk). Blijkens de ASR-gegevens is de Ford Fiësta met kenteken [kenteken] op 12 juli 2013 korte tijd na het vuurwapengeweld op [slachtoffer] vanuit Veghel via Gemert, Nuenen en Eindhoven naar Vught gereden, met als laatste registratie in Vught d.d. 13 juli 2013 te 00:22 uur. Vervolgens is de auto om ongeveer 01:05 uur vanuit Vught naar Tilburg gereden. Op 11 juli 2013 heeft dezelfde auto een nagenoeg identieke route afgelegd vanaf Veghel via Gemert en Nuenen naar Eindhoven. De auto is weliswaar van de zus van verdachte maar de verdachte is veelal de bestuurder. Een en ander in onderling verband bezien leidt het hof tot de conclusie dat de verdachte ook op 12 juli 2013 de bestuurder van de Ford Fiësta was. Dit brengt met zich mee dat verdachte mogelijk bij de dood van [slachtoffer] betrokken is geweest. Voor het genereren van bewijs heeft de rechter-commissaris op vordering van de officier van justitie op 17 juli 2013 machtiging verleend tot het opnemen van vertrouwelijke communicatie in de Ford Fiësta met kenteken [kenteken] , met als verdachte [verdachte] , welke machtiging tweemaal is verlengd tot 17 september
- Uit de opgenomen gesprekken is naar voren gekomen dat de verdachte uitlatingen heeft gedaan, waaruit kan worden afgeleid dat hij verantwoordelijk is voor de dood van [slachtoffer] . Zoals hiervoor reeds onder de bespreking van de verweren I.b en I.c. is weergegeven, heeft het hof vastgesteld dat de verdachte gespreksdeelnemer is geweest zoals aangegeven in de aan de orde zijnde OVC-gesprekken en acht het hof deze betrouwbaar. In het OVC-gesprek van 8 september 2013 (transcriptie 282270282) zegt verdachte expliciet tegen zijn vriend [getuige b] dat hij [slachtoffer] heeft vermoord. Deze bekentenis van verdachte tegenover zijn vriend, alsmede zijn overige uitlatingen in de diverse OVC-gesprekken omtrent de gewelddadige dood van [slachtoffer] vinden bevestiging in de overige bewijsmiddelen, zoals die waaruit volgt dat de Ford Fiësta met kenteken [kenteken] met verdachte als bestuurder zich op relevante tijdstippen in de nabijheid van de plaats delict bevond, er sprake was van één schutter en dat verdachte kort na de schietpartij vanuit de richting van de plaats delict kwam aangerend en hard wegreed in de Ford Fiësta . Het hof merkt daarbij nog op dat verdachte ook geen antwoord heeft willen geven op vragen naar een alibi (vergelijk dossier D, verhoor van 27 februari 2014, blz. 142). Een en ander leidt het hof tot de conclusie dat, verdachte de schutter is geweest die [slachtoffer] van het leven heeft beroofd. Het hof kwalificeert het bewezenverklaarde als moord. Daarbij stelt het hof voorop dat voor een bewezenverklaring van moord vaststelling van het bestanddeel 'voorbedachte raad' is vereist. Vast moeten komen te staan dat de verdachte zich gedurende enige tijd heeft kunnen beraden op het te nemen of het genomen besluit en dat hij niet heeft gehandeld in een ogenblikkelijke gemoedsopwelling, zodat hij de gelegenheid heeft gehad na te denken over de betekenis en de gevolgen van zijn voorgenomen daad en zich daarvan rekenschap te geven. Bij de vraag of sprake is van voorbedachte raad gaat het bij uitstek om een weging en waardering van de omstandigheden van het concrete geval door de rechter, waarbij deze het gewicht moet bepalen van de aanwijzingen die voor of tegen het bewezen verklaren van voorbedachte raad pleiten. Bij zijn oordeel dat verdachte het slachtoffer met “voorbedachte raad” heeft doodgeschoten en zich derhalve schuldig heeft gemaakt aan moord, heeft het hof acht geslagen op de inhoud van de OVC-gesprekken waarin verdachte over “ [slachtoffer] ” zegt: “die heb ik vermoord” en dat hij daar heel veel geld voor heeft gekregen, alsmede op het planmatige karakter van het handelen van de verdachte, zoals dat uit de bewijsmiddelen naar voren komt. Immers, uit de ARS-gegevens volgt dat de Ford Fiësta met het kenteken [kenteken] in de nacht van 11 juli 2013 een nagenoeg identieke route heeft afgelegd vanaf Veghel via Gemert en Nuenen naar Eindhoven als op 12 juli
- Hieruit leidt het hof af dat verdachte daags voor de moord de voorgenomen vluchtroute reeds heeft gereden als een soort van voorverkenning ten behoeve van de aanstaande aanslag. Daarbij komt dat de verdachte zich in de nacht van 12 juli 2013 geruime tijd heeft opgehouden in de nabijheid van de woning van het slachtoffer. Hij is rond 23:00 uur in de richting van de woning gelopen en uit het tijdstip waarop vervolgens de schoten zijn gehoord en waaraan het hof het tijdstip van de liquidatie afleidt (rond 23:20 uur), kan vervolgens geen andere conclusie getrokken worden dan dat verdachte [slachtoffer] gedurende enige tijd in de buurt van zijn woning heeft opgewacht met als doel om hem te doden. Uit het technisch onderzoek volgt voorts dat verdachte [slachtoffer] tenminste zes keer van dichtbij en van achteren heeft beschoten en waarbij de sectie heeft uitgewezen dat [slachtoffer] door vier kogels is geraakt, waaronder de fatale kogel door zijn achterhoofd. Alles overziende acht het hof dan ook bewezen dat verdachte heeft gehandeld met de voor moord vereiste voorbedachte raad. Het hof spreekt de verdachte vrij van het ten laste gelegde medeplegen nu niet in voldoende mate is komen vast te staan dat de verdachte de moord in vereniging met een ander of anderen heeft gepleegd. De personen die zijn waargenomen door mevrouw [getuige 1] kunnen, bij gebrek aan bewijs, niet aan de moord worden gelinkt. Bewezenverklaring Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte: 1.op 12 juli 2013 te Veghel opzettelijk en met voorbedachten rade [slachtoffer] van het leven heeft beroofd, immers heeft verdachte met dat opzet en na kalm beraad en rustig overleg een vuurwapen op die [slachtoffer] gericht en met dat vuurwapen in het hoofd van die [slachtoffer] geschoten, ten gevolge waarvan voornoemde [slachtoffer] is overleden; 2.op 19 september 2013 te Vught, opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer 8.800 gram van een materiaal bevattende amfetamine, zijnde amfetamine een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I; 3.op tijdstippen in de periode van 13 juli 2013 tot en met 18 september 2013 in Nederland telkens opzettelijk heeft verkocht een hoeveelheid/hoeveelheden cocaïne en/of amfetamine, zijnde cocaïne en amfetamine een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I;
- op 19 september 2013 te Vught opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer 202 gram, hasjiesj, zijnde hasjiesj een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II. Het hof acht niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard, zodat deze daarvan behoort te worden vrijgesproken. Voorwaardelijke verzoeken Zijdens verdachte is een viertal verzoeken gedaan indien het hof op grond van het dossier tot een bewezenverklaring van het onder 1 ten laste gelegde zou komen, inhoudende – kort gezegd –: Het toevoegen aan het dossier van de uitwerkingen van alle tapgesprekken die zijn opgenomen van [naam 1] [naam 4] en [naam 5] ; Het toevoegen aan het dossier van de historische printgegevens van [naam 1] [naam 4] en [naam 5] over de periode 12 juli 2013 tot en met 14 juli 2013; Het horen van [naam 1] en Het horen van [naam 6] . Het hof stelt vast dat de gedane voorwaardelijke verzoeken door de verdediging zijn gedaan in het kader van het geschetste “alternatieve” scenario rondom [naam 1] . Zoals hiervoor reeds is overwogen, is het hof van oordeel dat dit scenario, gelet op de bewijsmiddelen, de betrokkenheid van verdachte bij het delict onverlet laat. Het hof is derhalve van oordeel dat voornoemde verzoeken dienen te worden afgewezen nu de noodzaak daarvan niet is gebleken. Strafbaarheid van het bewezen verklaarde Het onder 1 bewezen verklaarde levert op: moord. Het onder 2 bewezen verklaarde levert op: opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder C van de Opiumwet gegeven verbod. Het onder 3 bewezen verklaarde levert op: opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 2 onder B van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd. Het onder 4 bewezen verklaarde levert op: opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 3 onder C van de Opiumwet gegeven verbod. Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. Strafbaarheid van de verdachte Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. De verdachte is daarom strafbaar voor het hiervoor bewezen verklaarde. Op te leggen straf De rechtbank heeft de verdachte voor de bewezenverklaarde feiten veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 22 jaar, met aftrek van voorarrest. De advocaat-generaal heeft zich achter deze strafoplegging geschaard. De verdediging heeft gesteld dat, ook al komt het hof tot een bewezenverklaring van het levensdelict, een lagere gevangenisstraf op zijn plaats is. Bij de bepaling van de op te leggen straf is gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezen verklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen. Het hof heeft daarbij acht geslagen op de ernst van het bewezen verklaarde in de verhouding tot andere strafbare feiten, zoals tot uitdrukking komt in het hierop gestelde wettelijk strafmaximum en in de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd. De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan de moord op [slachtoffer] . Dit delict behoort tot de zwaarste categorie strafbare feiten die de wet kent. De wetgever heeft voor moord als strafmaximum levenslange gevangenisstraf of een tijdelijke gevangenisstraf van ten hoogste dertig jaren vastgesteld. Voor feiten als deze zijn binnen de rechtspraak geen landelijke oriëntatiepunten vastgesteld. Het hof heeft gekeken naar uitspraken zoals die door de diverse rechterlijke colleges in Nederland in soortgelijke zaken zijn gedaan. Daarbij is gebleken dat het bewezen verklaarde feit zich moeilijk laten vergelijken met andere soortgelijke feiten, omdat elke moord een aantal specifieke elementen in zich draagt. Uit de aard en ernst van hetgeen bewezen is verklaard, volgt reeds dat niet kan worden volstaan met een andere of lichtere sanctie dan een straf die een onvoorwaardelijke vrijheidsbeneming van zeer aanzienlijke duur met zich brengt. Bij de bepaling van de duur van de op te leggen straf heeft het hof ten nadele van de verdachte rekening gehouden met de omstandigheid dat het onder
- bewezen verklaarde feit het karakter van een koelbloedige liquidatie draagt. Verdachte heeft het slachtoffer [slachtoffer] bij diens woning opgewacht en heeft, zodra het slachtoffer met zijn auto bij zijn woning was gearriveerd, op kille en meedogenloze wijze zes keer van dichtbij en van achteren op het slachtoffer geschoten. Het slachtoffer die op dat moment nog achter het stuur van zijn auto zat, had hierbij geen schijn van kans, en is door vier kogels geraakt, waarbij één kogel hem dodelijk heeft verwond. Door dit gewelddadig en nietsontziende optreden heeft de verdachte aan de naaste familieleden, partner en vrienden van het slachtoffer een immens en onherstelbaar leed aangedaan. Het slachtoffer was op datum van de aanslag slechts 26 jaar en had nog een heel leven voor zich, een leven dat hem door dit handelen ontnomen is. Dat de moord, in een woonwijk gepleegd, de rechtsorde heeft geschokt en in de samenleving gevoelens van afgrijzen, angst en onveiligheid teweeg heeft gebracht, behoeft geen betoog. De precieze reden(en) voor verdachte om [slachtoffer] te doden zijn (ook) het hof onduidelijk gebleven. De verdachte heeft hierover geen helderheid willen verschaffen, doordat hij zich consequent op zijn zwijgrecht heeft beroepen. Dit maakt de verwerking van het verlies voor de nabestaanden nog moeilijker. Met de rechtbank en de advocaat-generaal acht het hof het aannemelijk dat er sprake is van een zogenaamde huurmoord, waarbij de verdachte van een onbekend gebleven derde of derden opdracht heeft gekregen om het slachtoffer welbewust van het leven te beroven en daarvoor geldelijk is beloond. Voorts overweegt het hof dat in de diverse OVC-gesprekken die door het hof zijn beluisterd, een beeld van de verdachte naar voren komt dat grote zorgen baart voor de veiligheid van de maatschappij. De verdachte spreekt met het grootste gemak over diverse criminele activiteiten waarbij geweld niet wordt geschuwd. Tevens spreekt hij herhaaldelijk zijn grote verlangen uit nogmaals een levensdelict te plegen. Een mensenleven lijkt voor hem niet te tellen. Van enige gevoelens van oprechte wroeging is het hof niet gebleken. Onder die omstandigheden is de jeugdige leeftijd van verdachte eerder als een strafverhogende dan een strafverlagende omstandigheid. Voor wat betreft de persoonlijke omstandigheden van de verdachte heeft het hof acht geslagen op informatie die volgt uit het reclasseringsrapport d.d. 25 november
- De verdachte heeft zich in eerste aanleg niet willen laten onderzoeken en heeft in hoger beroep weinig informatie willen geven over zijn persoonlijke omstandigheden. Uit het door de verdediging overgelegde psychologische rapport van drs. Ameling komt slechts summiere informatie over de verdachte naar voren, daar hij zich specifiek heeft gericht op de vraagstelling van de verdediging over de mate waarin verdachte geneigd is tot grootspraak en over de betrouwbaarheid van de OVC-gesprekken. Bij gebreke van aanwijzingen voor het tegendeel, oordeelt het hof dat het bewezen verklaarde de verdachte volledig kan worden toegerekend. Ook overigens is het hof bij het onderzoek ter terechtzitting niet gebleken van strafverlagende omstandigheden. Het hof houdt voorts rekening met de omstandigheid dat uit het Uittreksel Justitiële Documentatie d.d. 19 oktober 2016 blijkt dat de verdachte eerder onherroepelijk werd veroordeeld ter zake van geweldsdelicten. Naast dit delict heeft het hof acht geslagen op het feit dat verdachte zich tevens schuldig heeft gemaakt aan het in bezit hebben van soft- en harddrugs en het gedurende een periode van enkele maanden handelen in harddrugs. Vooral het bezit van een grote hoeveelheid amfetamine, 8,8 kilogram, welke een hoge geldelijke waarde vertegenwoordigt, rekent het hof de verdachte zwaar aan. Harddrugs als de onderhavige leveren, eenmaal in handen van gebruikers, grote gevaren voor de gezondheid van die gebruikers op, terwijl die gebruikers hun verslaving vaak door diefstal of ander crimineel handelen trachten te bekostigen, waardoor aan de samenleving ernstige schade wordt berokkend. Op grond van het voorgaande acht het hof de door de rechtbank opgelegde en door de advocaat-generaal gevorderde straf passend en geboden. Oplegging van die straf is aangewezen, zowel uit oogpunt van vergelding als uit oogpunt van beveiliging van de maatschappij. Het hof zal de verdachte daarom veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van tweeëntwintig jaren. Toepasselijke wettelijke voorschriften De beslissing is gegrond op de artikelen 2, 3, 10 en 11 van de Opiumwet en de artikelen 57 en 289 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze luidden ten tijde van het bewezen verklaarde. BESLISSING Het hof: Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht. Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het onder 1., 2.,
- en
- ten laste gelegde heeft begaan. Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij. Verklaart het onder 1, 2, 3 en 4 bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar. Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 22 (tweeëntwintig) jaren. Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, of artikel 27a van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de o