GERECHTSHOF TE ’s-HERTOGENBOSCH meervoudige kamer voor de behandeling van een wrakingsverzoek Registratienummer: wraking 200.201.851/01 Datum uitspraak: 24 oktober 2016 BESLISSING op het mondelinge verzoek als bedoeld in artikel 512 van het Wetboek van Strafvordering, in de zaak met parketnummer 20-002005-15 van: [de verzoeker] , geboren te [geboorteplaats] (Turkije) op [geboortedatum] 1988, thans verblijvende in PI Zuid West – De Dordtse Poorten te [plaats] , hierna te noemen: “de verzoeker”, strekkende tot wraking van mr. A.M.G. Smit, raadsheer in de strafsector van het gerechtshof ’s-Hertogenbosch. 1Het procesverloop Op 24 oktober 2016 is de meervoudige strafkamer van dit gerechtshof in hoger beroep aangevangen met de inhoudelijke behandeling van de strafzaken tegen een viertal verdachten (medeverdachten van de verzoeker), waaronder die tegen verzoeker. De zaken worden gelijktijdig doch niet gevoegd behandeld. Ter terechtzitting heeft verzoeker mondeling verzocht de voorzitter mr. A.M.G. Smit te wraken. De wrakingskamer heeft het wrakingsverzoek ter openbare terechtzitting van diezelfde datum behandeld in aanwezigheid van de verzoeker, bijgestaan door mr. S. Weening en mr. J. de Crom, advocaten te Maastricht, de voorzitter mr. A.M.G. Smit en de advocaat-generaal mr. C.J.G.M. van Hilten-van Heeswijk. De voorzitter van de wrakingskamer heeft verzoeker meegedeeld dat hij niet tot antwoorden verplicht is. Bij die gelegenheid is door en namens de verzoeker het wrakingsverzoek nader toegelicht. De wrakingskamer heeft mr. Smit in de gelegenheid gesteld het woord te voeren. Daarbij heeft zij verklaard in de wraking niet te willen berusten. De advocaat-generaal heeft mondeling geconcludeerd tot afwijzing van het wrakingsverzoek. Na een schorsing heeft de wrakingskamer nog op dezelfde dag mondeling uitspraak gedaan. De onderhavige uitspraak vormt de schriftelijke uitwerking daarvan. 2Het standpunt van verzoeker De verzoeker stelt zich op het standpunt dat de voorzitter tijdens de inhoudelijke behandeling van de strafzaak van de medeverdachte [mede-verdachte] (de wrakingskamer begrijpt: [voorletters en familienaam mede-verdachte] , parketnummer 20-001993-15), bij de ondervraging van die medeverdachte, blijk heeft gegeven van vooringenomenheid jegens hem. Zo heeft de voorzitter volgens de verzoeker tegen de medeverdachte [mede-verdachte] gezegd: “(…) er contact is geweest met de telefoons die in gebruik waren bij de mensen die hier vandaag zitten. Telefoons die daarvoor speciaal zijn aangeschaft” en “U hebt meerdere keren contact gehad met zowel [de verzoeker] als [andere persoon] ”. Dat de voorzitter dit heeft gezegd in de zaak tegen de medeverdachte zal blijken indien het proces-verbaal in die strafzaak wordt opgemaakt. In ieder geval heeft de voorzitter met deze stellingen er blijk van gegeven dat zij het politieonderzoek als uitgangspunt neemt, aldus de verzoeker. De voorzitter heeft haar conclusie op dat onderzoek gebaseerd en vervolgens als stelling geponeerd. Hierdoor heeft de verzoeker het gevoel bekropen dat door de voorzitter niet naar zijn standpunt wordt gekeken. 3Het standpunt van mr. Smit Mr. Smit heeft geconcludeerd tot afwijzing van het verzoek en heeft daartoe het volgende aangevoerd. Mr. Smit stelt dat zij is aangevangen met het verhoor van de medeverdachte [mede-verdachte] in haar strafzaak. Zo heeft zij de medeverdachte [mede-verdachte] onder meer bevraagd naar aanleiding van hetgeen in het proces-verbaal van politie is gerelateerd omtrent de telefoonnummers, waarmee onderling contact was gelegd op de pleegdatum, alsmede naar aanleiding van de verklaring die [mede-verdachte] bij de raadsheer-commissaris heeft afgelegd over de sms-contacten die zij had met haar medeverdachten, waaronder de verzoeker. Mr. Smit bestrijdt niet dat ze heeft gezegd hetgeen door/zijdens de verzoeker is gesteld, doch zij bestrijdt dat hetgeen zij heeft gezegd een conclusie van haar was. Het betrof de conclusie van de medeverdachte [mede-verdachte] die zij, mr. Smit, haar, de medeverdachte [mede-verdachte] , heeft voorgehouden, teneinde een reactie van haar te bekomen. 4De beoordeling 4.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.