← Nederland

ECLI:NL:GHSHE:2017:1439

GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH Afdeling civiel recht zaaknummer 200.206.513/01 arrest van 4 april 2017 in de zaak van TS Solutions B.V., gevestigd te [vestigingsplaats] , appellante in de hoofdzaak, hierna te noemen: [appellante] , advocaat: mr. M.Th.S. van Gelder te Berkel-Enschot, tegen Tecona B.V., gevestigd te [vestigingsplaats] , geïntimeerde in de hoofdzaak, hierna te noemen: [geïntimeerde] , advocaat: mr. E.C.W. de Haas te Veghel, op het bij exploot van dagvaarding van 29 september 2016, hersteld bij exploot van 23 december 2016, ingeleide hoger beroep van de vonnissen in het incident van 14 oktober 2015 en 13 januari 2016 en het vonnis in de hoofdzaak van 29 juni 2016, door de rechtbank Zeeland-West-Brabant, zittingsplaats Breda gewezen tussen [appellante] als gedaagde in conventie en eiseres in reconventie in de hoofdzaak en eiseres in het incident en [geïntimeerde] als eiseres in conventie en verweerster in reconventie in de hoofdzaak en verweerster in het incident. 1Het geding in eerste aanleg (zaak-/rolnummer C/02/300606/HAZA 15-388) Voor het geding in eerste aanleg verwijst het hof naar voormelde vonnissen. 2Het geding in hoger beroep Het verloop van de procedure blijkt uit: de dagvaarding in hoger beroep; de memorie van grieven met producties; de antwoordmemorie in het incident van [geïntimeerde] . Het hof heeft daarna een datum voor arrest bepaald. 3De beoordeling 3.

  1. [appellante] heeft onder meer hoger beroep ingesteld tegen het vonnis in incident ex artikel 843a Rv van 13 januari 2016 waarin de rechtbank de vordering van [appellante] heeft afgewezen om [geïntimeerde] te veroordelen tot inzage in de administratie van [geïntimeerde] , meer specifiek in alle facturen die in de periode vanaf 4 februari 2014 tot en met heden aan Piping Care Benelux B.V. zijn verzonden. In de memorie van grieven is grief 1 gericht tegen dit oordeel. 3.
  2. Het hof heeft echter abusievelijk deze grief aangemerkt als een door [appellante] opgeworpen incident ex artikel 843a Rv, hetgeen dus niet het geval is. [geïntimeerde] is dan ook ten onrechte in de gelegenheid gesteld om een antwoordmemorie in het incident te nemen. 3.
  3. Op grond van het vorenstaande zal [geïntimeerde] dan ook in de gelegenheid gesteld worden om een memorie van antwoord te nemen. Het hof zal iedere verdere beslissing dan ook aanhouden. 4De beslissing Het hof: verwijst de zaak naar de rol van 16 mei 2017 voor memorie van antwoord aan de zijde van [geïntimeerde] ; houdt iedere verdere beslissing aan. Dit arrest is gewezen door mrs. S.M.A.M. Venhuizen, O.G.H. Milar en P.P.M. Rousseau en is in het openbaar uitgesproken door de rolraadsheer op 4 april
  4. griffier rolraadsheer

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.