GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH afdeling civiel recht zaaknummer 200.177.529/01 arrest van 9 mei 2017 in de zaak van [appellant] , wonende in [woonplaats] , appellant in principaal appel, geïntimeerde in incidenteel appel, advocaat: mr. A.B. Noordhof te Eindhoven, tegen [de vennootschap] , gevestigd te [vestigingsplaats] , geïntimeerde in principaal appel, appellante in incidenteel appel, advocaat: mr. W.M. Stolk te Rijswijk, op het bij exploot van dagvaarding van 17 augustus 2015 ingeleide hoger beroep van het vonnis van de rechtbank Oost-Brabant, handelsrecht, zittingsplaats ‘s-Hertogenbosch van 20 mei 2015, gewezen tussen appellant - [appellant] - als eiser en geïntimeerde - [de vennootschap] - als gedaagde. 1Het geding in eerste aanleg (zaaknr./rolnr. C/01/283461 / HA ZA 14-643) Voor het geding in eerste aanleg verwijst het hof naar voormeld vonnis en naar het tussenvonnis van 12 november 2014, waarbij een verschijning van partijen is bevolen. 2Het geding in hoger beroep Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding in hoger beroep; - de memorie van grieven; - de memorie van antwoord in principaal appel tevens houdende memorie van eis in incidenteel appel met producties; - de memorie van antwoord in het incidenteel appel met producties; -` de zijdens [de vennootschap] genomen akte. Tenslotte is bepaald dat arrest zal worden gewezen. Het hof doet recht op bovenvermelde stukken en de stukken van de eerste aanleg. 3De gronden van het hoger beroep Voor de tekst van de grieven wordt verwezen naar de betreffende memories. 4De beoordeling In het dossier van het hof bevindt zich een door [appellant] genomen antwoordakte met producties, gedateerd 26 april
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.