← Nederland

ECLI:NL:GHSHE:2017:3261

GERECHTSHOF ‘s-HERTOGENBOSCH Afdeling civiel recht zaaknummer 200.214.410/01 arrest van 18 juli 2017 in de zaak van [appellant] , wonende te [woonplaats] , appellant, advocaat: mr. F.J.B.A. Duijnstee te Utrecht, tegen: Mr. [notaris], notaris, kantoorhoudende te [kantoorplaats] , in hoedanigheid van vereffenaar van de nalatenschap en wettelijk vertegenwoordiger van de erfgenamen van wijlen [stiefmoeder] , overleden op [datum overlijden stiefmoeder] 2015:

  1. [erfgenaam 1] , wonende te [woonplaats] (Duitsland),
  2. [erfgenaam 2] , wonende te [woonplaats] ,
  3. [erfgenaam 3] , wonende te [woonplaats] ,
  4. [erfgenaam 4] , wonende te [woonplaats] , geïntimeerde, advocaat: mr. J.Th.M. Diks, op het bij exploot van dagvaarding van 6 april 2017 ingeleide hoger beroep van het door de rechtbank Oost-Brabant, zittingslocatie Eindhoven, gewezen vonnis van 1 februari 2017 tussen appellant - [appellant] - als eiser en geïntimeerde - de notaris - als gedaagde. 1Het geding in eerste aanleg (zaaknr. C/01/305193/HA ZA 16-172) Voor het geding in eerste aanleg verwijst het hof naar voormeld vonnis, alsmede naar het daaraan voorafgegane tussenvonnis van 22 juni 2016 waarbij een comparitie van partijen is gelast. 2Het geding in hoger beroep 2.
  5. [appellant] heeft bij voormeld exploot de notaris opgeroepen om te verschijnen ter openbare terechtzitting van dit hof van 25 april
  6. Op de rol van die datum heeft [appellant] de zaak aangebracht. De notaris heeft advocaat doen stellen. Aan [appellant] is - onder voorbehoud van tijdige betaling van het griffierecht - een termijn van zes weken verleend voor het nemen van de memorie van grieven, derhalve tot 6 juni
  7. 2.
  8. Op de rol van laatstgenoemde datum is geconstateerd dat het griffierecht niet was voldaan. Vervolgens is de zaak naar de rol van 13 juni 2017 verwezen voor 'Afwachten betaling griffierecht'. 2.
  9. Op de rol van 13 juni 2017 is (opnieuw) geconstateerd dat het griffierecht niet is voldaan. Partijen zijn in de gelegenheid gesteld aktes te nemen. 2.
  10. Op de rol van 27 juni 2017 heeft de notaris een akte genomen. 2.
  11. Hierna is bepaald dat arrest wordt gewezen. 3De motivering 3.
  12. Het verschuldigde griffierecht dient binnen vier weken te zijn betaald, voor appellant te rekenen vanaf de eerste roldatum en voor geïntimeerde vanaf zijn verschijning in het geding. De zaak wordt aangehouden zolang de betaling door appellant niet is verricht en de termijn van vier weken nog loopt, met dien verstande dat de termijn voor het indienen van de te nemen memorie doorloopt. Indien blijkt dat appellant het griffierecht niet tijdig heeft voldaan, wordt de zaak naar de rol van twee weken later verwezen voor het alsnog betalen van het griffierecht. Indien appellant het griffierecht binnen die termijn alsnog heeft voldaan, wordt geen ontslag van instantie verleend (artikel 2.3.2 van het Landelijk procesreglement voor civiele dagvaardingszaken bij de gerechtshoven, hierna: het Procesreglement). 3.
  13. Na de constatering op de rol van 6 juni 2017 dat het griffierecht niet was betaald, is de zaak, zo begrijpt het hof, op de voet van laatstgenoemd artikel naar de rol van 13 juni 2017 verwezen voor het alsnog betalen van het griffierecht. Thans is het hof uit de financiële administratie gebleken dat [appellant] het griffierecht op 12 juni 2017, dus nog voor het verstrijken van de in artikel 2.3.2 van het Procesreglement bedoelde extra termijn, heeft betaald. Het verlenen van ontslag van instantie dient derhalve achterwege te blijven. 3.
  14. De door [appellant] reeds naar het hof gezonden memorie van grieven wordt geacht op de rol van 6 juni 2017 te zijn genomen. Het hof verwijst de zaak naar de rol voor het nemen van de memorie van antwoord. 3.
  15. Iedere verdere beslissing wordt aangehouden. 4De uitspraak Het hof: verwijst de zaak naar de rol van 29 augustus 2017 voor het nemen van de memorie van antwoord; houdt iedere verdere beslissing aan. Dit arrest is gewezen door mrs. S.M.A.M. Venhuizen, O.G.H. Milar en P.P.M. Rousseau en in het openbaar uitgesproken door de rolraadsheer op 18 juli
  16. griffier rolraadsheer

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.