← Nederland

ECLI:NL:GHSHE:2017:4330

GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH Afdeling civiel recht zaaknummer 200.150.287/01 arrest van 10 oktober 2017 in de zaak van [appellante] , wonende te [woonplaats] , appellante, hierna aan te duiden als [appellante] , advocaat: mr. L.E.M. Charlier te Amsterdam, tegen [geïntimeerde] , gevestigd te [vestigingsplaats] , geïntimeerde, hierna aan te duiden als [geïntimeerde] , advocaat: mr. D. Knottenbelt te Rotterdam. 19Het geding verder Het verloop van de procedure blijkt uit: - het tussenarrest van 17 januari

  1. - het verzoek tot verhoging van het voorschot van de deskundige per mailbericht van 6 september 2017 van € 2.613,60 (inclusief BTW); - de reactie van [appellante] per brief van 14 september 2017; - de reactie van [geïntimeerde] per brief van 19 september 2017; - de reactie van [appellante] daarop per brief van 19 september 2017; - de reactie van de deskundige per mailbericht van 25 september
  2. Vervolgens heeft het hof een datum voor arrest bepaald. 20De verdere beoordeling Bij voornoemd tussenarrest heeft het hof bepaald dat een deskundigenonderzoek zal worden verricht door de heer ir. C. Boeckhout. Verder is bepaald dat het voorschot van € 16.758,50 (inclusief BTW) door [geïntimeerde] zal worden overgemaakt. De termijn van inzending van het deskundigenbericht is vervolgens bepaald op 16 mei
  3. Iedere verdere beslissing is vervolgens aangehouden. [geïntimeerde] heeft op 26 januari 2017 het voorschot van € 16.758,50 op de aangegeven wijze voldaan. Op 21 maart 2017 heeft de deskundige uitstel gevraagd tot inlevering van het rapport. Het hof heeft uitstel verleend tot 20 september
  4. De deskundige heeft per mailbericht van 6 september 2017 aan de griffier van het hof bericht dat het reeds in depot gestelde voorschot van € 16.758,50 niet toereikend zal zijn voor reactie op het commentaar van partijen op het concept-deskundigenrapport. Hij verzoekt daarom een aanvullend voorschot van € 2.613,60 (inclusief BTW). Per brief van 7 september 2017 heeft de griffier het verzoek van de deskundige doorgezonden aan de advocaten van partijen en partijen in de gelegenheid gesteld tot uiterlijk 21 september 2017 te reageren op het verzoek tot verhoging van het voorschot. [appellante] heeft per brief van 14 september 2017 aangegeven akkoord te gaan met het aanvullend voorschot van de deskundige. [geïntimeerde] heeft per brief van 19 september 2017 aangegeven geen bezwaar te hebben tegen het verstrekken van het aanvullend voorschot, maar wel graag voorafgaand aan de daadwerkelijk uit te voeren verrichtingen een opgave met geschatte benodigde (extra) tijd van de deskundige te ontvangen. [appellante] heeft per brief van 19 september 2017 op de brief van [geïntimeerde] gereageerd. Per brief van 21 september 2017 heeft de griffier aan de deskundige verzocht een specificatie toe te zenden met de geschatte benodigde (extra) tijd voor het onderzoek, uiterlijk 29 september
  5. Per mailbericht van 25 september 2017 heeft de deskundige aangegeven dat een nauwkeurige specificatie van de benodigde tijd per vraag niet mogelijk is, maar dat hij naar verwachting 16 uur extra tijd nodig heeft voor reactie op het commentaar, overeenkomend met een bedrag van € 2.613,60 (inclusief BTW). Het hof komt het gevraagde aanvullende voorschot van € 2.613,60 (inclusief BTW) niet onredelijk en buitenproportioneel over. Het hof zal beslissen zoals in het dictum is bepaald. Iedere verdere beslissing zal worden aangehouden. 21De uitspraak Het hof: bepaalt dat voor de kosten van de deskundige een aanvullend voorschot dient te worden voldaan van € 2.613,60 (incl. BTW); bepaalt dat [geïntimeerde] bovengenoemd bedrag zal overmaken na ontvangst van de nota met betaalinstructies die door het Landelijk Dienstencentrum voor de Rechtspraak zal worden verzonden; bepaalt dat de deskundige het onderzoek verder zal voortzetten nadat de griffier heeft bericht dat het aanvullend voorschot is ontvangen; verzoekt de deskundige, indien de kosten het aanvullend voorschot te boven mochten gaan, het hof daarover tijdig in te lichten; verwijst de zaak naar de rol van 28 november 2017 in afwachting van het deskundigen-bericht; verstaat dat de zaak na ontvangst van het deskundigenbericht naar de rol wordt verwezen voor memorie na deskundigenbericht aan de zijde van [geïntimeerde] ; bepaalt dat de griffier van dit hof een afschrift van dit arrest aan de deskundigen zal toezenden; houdt iedere verdere beslissing aan. Dit arrest is gewezen door mrs. M. van Ham, J.P. de Haan, en I. Giesen en in het openbaar uitgesproken door de rolraadsheer op 10 oktober
  6. griffier rolraadsheer

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.