Afdeling strafrecht Parketnummer : 20-001306-16 Uitspraak : 19 oktober 2017 TEGENSPRAAK Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof 's-Hertogenbosch gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Limburg van 25 april 2016 in de strafzaak met parketnummer 03-700149-15 tegen: [verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1992, thans verblijvende in Huis van Bewaring Roermond te Roermond. Hoger beroep Bij voormeld vonnis is verdachte ter zake van – kort weergegeven – diefstal in vereniging van een personenauto door middel van braak en/of verbreking (feit 1 primair), diefstal in vereniging van kentekenplaten (feit 2), diefstallen voorafgegaan en vergezeld van bedreiging met geweld in vereniging gepleegd (feiten 3, 4, 5, 6 en 8) en diefstal voorafgegaan en vergezeld van bedreiging met geweld in vereniging gepleegd in eendaadse samenloop begaan met medeplegen van afpersing (feit 7) veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 11 jaren met aftrek van voorarrest. Voorts heeft de rechtbank beslissingen genomen ten aanzien van de vorderingen van de benadeelde partijen en het beslag. De verdachte heeft tegen dit vonnis hoger beroep ingesteld. Onderzoek van de zaak Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting. Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht. De benadeelde partij [slachtoffer 8] heeft zijn vordering in hoger beroep gehandhaafd. De vorderingen van benadeelde partijen [cafetaria 6] en [slachtoffer 6] duren van rechtswege voort in hoger beroep, voor zover zij door de rechtbank in eerste aanleg zijn toegewezen. De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het beroepen vonnis zal bevestigen behoudens de opgelegde straf en, in zoverre opnieuw rechtdoende, verdachte zal veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van 10 jaren met aftrek van voorarrest. De verdediging heeft het hof verzocht te volstaan met de oplegging van een gevangenisstraf voor een maximale duur van 5 jaren. Ten aanzien van de vorderingen van de benadeelde partijen [cafetaria 6] , [slachtoffer 6] en [slachtoffer 8] en het beslag heeft de verdediging zich achter de vordering van de advocaat-generaal geschaard, die heeft geëist dat het hof daarover beslist zoals de rechtbank heeft gedaan. Vonnis waarvan beroep Het hof verenigt zich met het beroepen vonnis en met de gronden waarop dit berust, behalve voor wat betreft: de opgelegde gevangenisstraf; de kwalificatie van het onder 7 bewezen verklaarde. Deze behoort te luiden: diefstal, voorafgegaan en vergezeld van bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen in eendaadse samenloop begaan met afpersing, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen. en met dien verstande dat het hof bij de beoordeling van de ontvankelijkheid van de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 8] is uitgegaan van het per 1 januari 2011 gewijzigde criterium als bedoeld in artikel 361, derde lid, van het Wetboek van Strafvordering, in die zin dat niet-ontvankelijkverklaring wordt uitgesproken, nu de behandeling van de vordering een onevenredige belasting van het strafgeding oplevert. Daarnaast behoeft de bewijsvoering, mede gelet op hetgeen in hoger beroep aan de orde is gekomen, verbetering. Omwille van de leesbaarheid wordt de bewijsvoering in haar geheel vervangen. De bewezenverklaring door de rechtbank komt uitsluitend te berusten op de hierna volgende bewijsmiddelen. Het hof volstaat op de voet van het bepaalde in artikel 359 lid 3 Wetboek van Strafvordering met de opgave van de bewijsmiddelen, aangezien de verdachte, zoals blijkt uit de hieronder weergegeven verklaring, het bewezen verklaarde heeft bekend en er geen vrijspraak is bepleit. Elk der bewijsmiddelen wordt telkens slechts gebezigd tot bewijs van het feit waarop het in het bijzonder betrekking heeft. De verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting in hoger beroep van 5 oktober 2017, voor zover inhoudende: Het is juist dat ik op 15 maart 2015 in de gemeente Herzogenrath (Duitsland) tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heb weggenomen een personenauto (Volkswagen Golf, kenteken [kenteken 1] ), toebehorende aan een ander dan aan mij of mijn mededader, waarbij ik en mijn mededader het weg te nemen goed onder ons bereik hebben gebracht door middel van braak en/of verbreking. Het is juist dat ik op 15 maart 2015 in de gemeente Heerlen tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heb weggenomen kentekenplaten ( [kenteken 2] ), toebehorende aan [slachtoffer 1] . Het is juist dat ik op 17 maart 2015 in de gemeente Kerkrade tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heb weggenomen een kassa met inhoud, toebehorende aan [slachtoffer 2] en/of [cafetaria 1] , welke diefstal werd voorafgegaan en vergezeld van bedreiging met geweld tegen [slachtoffer 2] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, welke bedreiging met geweld heeft bestaan uit het richten van een vuurwapen, op voornoemde [slachtoffer 2] , en het dreigend roepen: "Overval, overval". Het is juist dat ik op 19 maart 2015 in de gemeente Heerlen tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heb weggenomen een geldbedrag, toebehorende aan [slachtoffer 3] en/of [cafetaria 2] , welke diefstal werd voorafgegaan en vergezeld van bedreiging met geweld tegen [slachtoffer 3] en [slachtoffer 4] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, welke bedreiging met geweld heeft bestaan uit het richten van een vuurwapen op voornoemde [slachtoffer 3] en [slachtoffer 4] . Het is juist dat ik op 20 maart 2015 te Hoensbroek, tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heb weggenomen een geldbedrag, toebehorende aan [slachtoffer 5] en/of [cafetaria 3] , welke diefstal werd voorafgegaan en vergezeld van bedreiging met geweld tegen voornoemde [slachtoffer 5] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, welke bedreiging met geweld heeft bestaan uit het richten van een vuurwapen op voornoemde [slachtoffer 5] , en het dreigend roepen: "Overval, kassa open, doe kassa open". Het is juist dat ik op 20 maart 2015 in de gemeente Landgraaf tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heb weggenomen een kassa met inhoud, toebehorende aan [slachtoffer 6] en/of [slachtoffer 7] en/of [cafetaria 4] , welke diefstal werd voorafgegaan en vergezeld van bedreiging met geweld tegen [slachtoffer 6] en [slachtoffer 7] en [slachtoffer 8] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, welke bedreiging met geweld heeft bestaan uit het richten van een vuurwapen op voornoemde [slachtoffer 6] en [slachtoffer 7] en [slachtoffer 8] . Het is juist dat ik op 21 maart 2015 in de gemeente Voerendaal tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heb weggenomen een geldbedrag, toebehorende aan [slachtoffer 9] en/of [cafetaria 5] , welke diefstal werd voorafgegaan en vergezeld van bedreiging met geweld tegen [slachtoffer 10] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, en met het oogmerk om mij en een ander wederrechtelijk te bevoordelen door bedreiging met geweld [slachtoffer 10] heb gedwongen tot afgifte van een kelnersbeurs met inhoud, toebehorend aan [slachtoffer 9] en/of [cafetaria 5] , welke bedreiging met geweld heeft bestaan uit het richten van een vuurwapen op voornoemde [slachtoffer 10] , en het dreigend roepen: “Geld, geld, papiergeld!”. Het is juist dat ik op 22 maart 2015 in de gemeente Meerssen tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heb weggenomen een kassalade met inhoud, toebehorende aan [slachtoffer 11] en/of [cafetaria 6] , welke diefstal werd voorafgegaan en vergezeld van bedreiging met geweld tegen [slachtoffer 11] en [slachtoffer 12] en [slachtoffer 13] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, welke bedreiging met geweld heeft bestaan uit het richten van een vuurwapen op voornoemde [slachtoffer 11] en [slachtoffer 12] en [slachtoffer 13] , en het dreigend roepen: "Geef mij geld, geef mij geld, maak de kassa open!" en/of "Ik wil het geld uit de kassa!". Bij deze overvallen was ik steeds degene die het vuurwapen vasthad. Het was een echt vuurwapen. een geschrift, te weten een Strafanzeige d.d. 15 maart 2015, dossierpagina
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.