GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH Afdeling civiel recht zaaknummer 200.210.579/01 arrest van 31 oktober 2017 in de zaak van [appellant] , wonende te [woonplaats] , appellant, hierna aan te duiden als [appellant] , advocaat: mr. Th.J.H.M. Linssen te Tilburg, tegen [Beheer B.V.] Beheer B.V., gevestigd te [vestigingsplaats] , geïntimeerde, hierna aan te duiden als [geïntimeerde] , advocaat: mr. J.F.M. Heuvelmans te Tilburg, op het bij exploot van dagvaarding van 30 januari 2017 ingeleide hoger beroep van het vonnis van 11 januari 2017, door de rechtbank Zeeland-West-Brabant, zittingsplaats Breda, gewezen tussen [appellant] als eiser en [geïntimeerde] als gedaagde. 1Het geding in eerste aanleg (zaak-/rolnummer C/02/316890/HA ZA 16-429) Voor het geding in eerste aanleg verwijst het hof naar voormeld vonnis. 2Het geding in hoger beroep Het verloop van de procedure blijkt uit: de dagvaarding in hoger beroep; de memorie van grieven; de memorie van antwoord (met producties); Het hof heeft daarna een datum voor arrest bepaald. Het hof doet recht op bovenvermelde stukken en de stukken van de eerste aanleg. 3De beoordeling 3.1.1. Het gaat in dit hoger beroep om het volgende: Bij koopovereenkomst van 29 december 2005 heeft [appellant] circa 6.71.64 hectare grond verkocht aan [derde] B.V. (verder: [derde] ). Een deel van deze grond was gelegen aan en nabij de [straat] te [plaats] en een deel, ter grootte van 2 ha, 81 a en 82 ca, is gelegen ten westen van de [weg] te [plaats] . In de koopovereenkomst zijn onder meer de volgende bepalingen opgenomen:“Artikel 1(…) Levering zal plaatsvinden aan koper, of een door haar aan te wijzen nader te noemen meester. Indien door koper een nader te noemen meester wordt aangewezen, gaan de rechten en verplichtingen uit deze overeenkomst over op deze alsdan aangewezen meester.(…)Artikel 16 f bijbetaling bij aanpassing bestemming.Indien binnen tien jaren na de datum van notariële overdracht van het verkochte blijkt dat het verkochte, of een gedeelte daarvan, (nog) niet is aangewend voor de realisering van de bestemming bedrijfsdoeleinden (derhalve de thans bekende vigerende bestemming: Bedrijfsdoeleinden, uit te werken door de gemeenteraad B(UW) en Woon-/ werkgebied, uit te werken door de gemeenteraad WW (UW);), en (vast staat dat) deze bestemming zal worden/ is gewijzigd in een bestemming woondoeleinden, zal over dat gedeelte waarop de wijziging van de bestemming betrekking heeft, door koper aan verkoper een bijbetaling worden voldaan, zodanig dat totaal per verkochte m² de koopsom zal zijn € 57,00 zegge: zevenenvijftig euro (= uitbetaald gedeelte + bijbetaling). Deze bijbetaling is verschuldigd zodra de bestemming onherroepelijk is gewijzigd in woondoeleinden dan wel eerder een onherroepelijke bouwvergunning is verleend voor woondoeleinden. Het bedrag van de bijbetaling zal worden geïndexeerd ingevolge de cpi-index van het CBS, vanaf datum akte van levering tot datum bijbetaling.Deze bijbetalingsregeling is op gelijke wijze van toepassing op de hiervoor onder sub “C Omschrijving van het verkochte” bedoelde percelen west van de [weg] gezamenlijk groot 2.81.37 ha, welke worden aangekocht voor infrastructurele doeleinden. Voor deze oppervlakte is eenzelfde bijbetalingsregeling van toepassing tot een bedrag van € 35,00 per m² in geval de oppervlakte of een gedeelte wordt bestemd tot “bedrijfsdoeleinden” en tot een bedrag van € 57,00 per m² in geval van een bestemming “woondoeleinden”. Eveneens zal het bedrag van de bijbetaling worden geïndexeerd zoals hiervoor omschreven. Bijbetaling vindt uitsluitend plaats over dat gedeelte van het verkochte waarop de bestemmingsplanwijziging van toepassing is.(…)Artikel 16 n vergoeding deskundigenkosten(…) In geval een latere bijbetaling verschuldigd is zoals hiervoor omschreven in sub “f Bijbetaling bij aanpassing bestemming”, dan zal over dat gedeelte een gelijke vergoeding van deskundigenkosten verschuldigd zijn ad 2% exclusief b.t.w, zodra dat gedeelte wordt uitbetaald aan verkoper.” Na het sluiten van de koopovereenkomst heeft de koper een nadere meester aangewezen, te weten [geïntimeerde] . De verkochte gronden zijn bij notariële akte van 17 september 2007 aan [geïntimeerde] geleverd. In de leveringsakte is de tekst van art. 16 f en n uit de koopovereenkomst integraal overgenomen. Op 1 december 2011 is het bestemmingsplan ‘Bedrijventerrein [straat] ’ onherroepelijk geworden. In dat bestemmingsplan is aan een deel van de verkochte percelen ter grootte van 1.43.00 hectare ten westen van de [weg] (hierna te noemen: de grond) de bestemming ‘Bedrijf-Nutsvoorziening’ toegekend. In het bestemmingsplan is die bestemming (artikel 4) omschreven als ‘bestemd voor nutsvoorzieningen die zijn genoemd in (..) met uitzondering van (…)’(prod. 6 inl. dagv., tevens prod. 8 mva). In art. 4.1.2 onder het hoofdje ‘Bijbehorende voorzieningen’ is onder meer bepaald dat de voor Bedrijf-Nutsvoorziening bestemde gronden tevens bestemd zijn voor: a. bouwwerken, geen gebouw zijnde; b. kantines en restauratieve voorzieningen; c. parkeer- stallings- en verkeersvoorzieningen; d. groenvoorzieningen. Bij brieven van 17 december 2012, 1 februari 2013, 22 februari 2013, 18 maart 2013 en 29 maart 2013 (prod. 3 inl. dagv.) heeft Ing. [ing.] van [onderneming] (verder: [ing.] ) namens [appellant] aan [geïntimeerde] te kennen gegeven dat zich hiermee voor wat betreft de gronden aan de westzijde van de [weg] de in artikel 16 f van de koopovereenkomst voorziene situatie heeft voorgedaan en dat voor het grondoppervlak waarop de bestemmingswijziging van toepassing was € 17,=/m2 (€ 35 min € 18) diende te worden bijbetaald en dat over de totale vergoeding deskundigenkosten van 2% exclusief btw diende te worden betaald. [geïntimeerde] heeft de aanspraak van [appellant] betwist op grond van haar standpunt dat er geen sprake is geweest van een wijziging tot de bestemming “bedrijfsdoeleinden”. In een sommatie van 5 juli 2013 heeft de advocaat van [appellant] [geïntimeerde] gesommeerd tot betaling uiterlijk op 21 juli 2013 van een bedrag van € 332.523,64. In de sommatie is voormeld bedrag als volgt gespecificeerd: koopsom € 273.895,37, deskundigenkosten € 5.477,91, boete van € 500,= per dag vanaf 9 april 2013 tot 22 juli 2013 ad € 52.000,=. [geïntimeerde] heeft aan die sommatie niet voldaan. 3.1.2. [appellant] heeft vervolgens [geïntimeerde] in rechte betrokken. [appellant] vorderde in het geding in eerste aanleg van [geïntimeerde] :1. betaling van een aanvullende koopsom van € 273.895,37, althans een door de rechtbank in goede justitie te bepalen bedrag, vermeerderd met wettelijke rente vanaf 1 januari 2013, althans een door de rechtbank in goede justitie te bepalen datum, tot de dag der algehele voldoening; 2. betaling van aanvullende deskundigenkosten van € 6.628, 27, althans een door de rechtbank in goede justitie te bepalen bedrag, vermeerderd met wettelijke rente vanaf 1 januari 2013, althans een door de rechtbank in goede justitie te bepalen datum, tot de dag der algehele voldoening; 3. betaling van de contractuele boete van € 500,00 per dag gerekend, vanaf 9 april 2013, althans vanaf een door de rechtbank in goede justitie te bepalen datum, tot de dag der algehele voldoening, althans tot de betaling van een door de rechtbank in goede justitie te bepalen boetebedrag; 4. veroordeling van [geïntimeerde] in de proceskosten, vermeerderd met nakosten en wettelijke rente bij niet voldoening binnen veertien dagen na het te wijzen vonnis. 3.1.3. De rechtbank heeft bij het vonnis van 11 januari 2017 waarvan beroep de vorderingen van [appellant] afgewezen en [appellant] verwezen in de proceskosten van de eerste aanleg. De rechtbank overwoog onder meer:- dat de kern van het geschil is gelegen in de vraag of het toekennen van de bestemming ‘Bedrijf-Nutsvoorziening’ al dan niet meebrengt dat de grond daarmee moet worden aangemerkt als bestemd voor ‘bedrijfsdoeleinden’ en dat dit ingevolge art. 16 f van de notariële akte van levering tot bijbetaling moet leiden; - dat naar vaste rechtspraak het bij de uitleg van notariële akten die strekken tot levering van registergoederen en de vestiging van beperkte rechten daarop aankomt op de partijbedoeling voor zover die in de notariële akte tot uitdrukking is gebracht en dat deze bedoeling moet worden afgeleid uit de in de akte gebezigde bewoordingen, uit te leggen naar objectieve maatstaven in het licht van de gehele inhoud van de akte; - dat het in dit geval echter gaat om een contractuele clausule als tussen de oorspronkelijke contractspartijen overeengekomen en waaraan [geïntimeerde] zich heeft verbonden; - dat voor die situatie uitleg aan de hand van de zogenaamde Haviltex-maatstaf dient te geschieden; - dat de rechtbank op grond van hetgeen in de rechtsoverwegingen 3.5 tot en met 3.10 van het beroepen vonnis is overwogen tot de conclusie komt dat de bestemming ‘bedrijf-Nutsvoorziening’ niet kan worden uitgelegd als vallende onder de term ‘bedrijfsdoeleinden’. 3.1.4. [appellant] heeft tegen voormeld vonnis van de rechtbank drie grieven aangevoerd, geconcludeerd tot vernietiging van dat vonnis, toewijzing alsnog van zijn vorderingen en veroordeling van [geïntimeerde] tot terugbetaling van hetgeen hij uit hoofde van het beroepen vonnis ter zake van de proceskostenveroordeling aan [geïntimeerde] heeft betaald, te vermeerderen met wettelijke rente bij niet terugbetaling binnen veertien dagen na (het hof leest:) het te wijzen arrest. In de grieven 1 en 2 komt [appellant] op tegen de uitleg van de rechtbank in de rechtsoverwegingen 3.6 tot en met 3.10 en tegen de door de rechtbank daaraan in r.o. 3.11 verbonden conclusie. Grief 3 heeft naast de andere grieven geen zelfstandige betekenis. In die grief bestrijdt [appellant] de afwijzing van zijn vorderingen zonder daarvoor andere dan de in de grieven 1 en 2 aangevoerde gronden aan te voeren. 3.2.1. De rechtbank heeft terecht overwogen dat het in het geschil tussen partijen gaat om de vraag welke uitleg moet worden gegeven aan hetgeen tussen partijen is overeengekomen in art. 16 f van de koopovereenkomst. De rechtbank heeft eveneens terecht tot uitgangspunt genomen dat de betekenis van die omstreden bepaling door de rechter moet worden vastgesteld aan de hand van hetgeen partijen over en weer hebben verklaard en uit elkaars verklaringen en gedragingen overeenkomstig de zin die zij daaraan in de gegeven omstandigheden redelijkerwijs mochten toekennen, hebben afgeleid en van hetgeen zij te dien aanzien redelijkerwijs van elkaar mochten verwachten (Haviltex-maatstaf). 3.2.2. Naar het oordeel van het hof heeft de rechtbank bij haar uitleg terecht mede betekenis gehecht aan de taalkundige betekenis van de gehanteerde bewoordingen, aan de context waarin deze zijn geplaatst en aan hetgeen de partijen met de desbetreffende bepaling hebben beoogd. Voor dat laatste heeft de rechtbank mede acht geslagen op hetgeen door de bij de onderhandelingen over de overeenkomst betrokken personen ( [betrokkene 1] , [betrokkene 2] en [betrokkene 3] ) dienaangaande is verklaard. Het verwijt van [appellant] dat de rechtbank geen juiste uitlegmethode zou hebben gehanteerd, moet dan ook worden verworpen. 3.2.3. Het hof is, mede gelet op de in r.o. 3.1.1 onder d gerelateerde omschrijving van de bestemming Bedrijf-Nutsvoorziening, met de rechtbank van oordeel dat de term ‘bedrijfsdoeleinden’ een bredere betekenis heeft dan de term ‘Bedrijf-Nutsvoorziening’. In haar brief van 15 maart 2013 (prod. 4 inl. dagv.) aan [geïntimeerde] heeft (de projectleider Vastgoedontwikkeling van) de gemeente Tilburg toegelicht dat de voor ‘Bedrijf-Nutsvoorziening’ aangewezen gronden zijn bestemd voor nutsvoorzieningen, dat daarnaast gronden zijn aangewezen voor Leiding-Hoogspanningsverbinding, dat het terrein was bestemd voor Enexis en dat de gronden slechts waren bestemd voor NUTS voorzieningen en daarop geen solitair bedrijf kon worden gevestigd. Voor zover de bestemming Bedrijf-Nutsvoorziening een bedrijfsdoeleind kan worden genoemd, neemt dat niet weg dat dat een specifieke bestemming voor nutsvoorzieningen aan grond niet dezelfde exploitatiemogelijkheden geeft als de bredere bestemming bedrijfsdoeleinden. 3.2.4. Door [geïntimeerde] is onbetwist gesteld dat de in het plangebied [straat] gelegen gedeelte van de gekochte grond (ca. 3.89.82
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.