GERECHTSHOF 's-HERTOGENBOSCH Afdeling civiel recht Uitspraak : 28 december 2017 Zaaknummer : 200.228.510/01 Zaaknummer 1e aanleg : C/03/241849 / JE RK 17-2346 in de zaak in hoger beroep van: [de minderjarige] , thans verblijvende in de accommodatie van gesloten jeugdhulp Lievenshove te [verblijfplaats] (NB), appellante, hierna te noemen: [de minderjarige] , en [de moeder] , wonende te [woonplaats] , appellante, hierna te noemen: de moeder, advocaat: mr. J.F.C. Eliëns, tegen de Stichting Bureau Jeugdzorg Limburg, regio [regio] , verweerster, hierna te noemen: de Gecertificeerde Instelling (GI). In zijn hoedanigheid als omschreven in artikel 810 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering is in de procedure gekend: de Raad voor de Kinderbescherming, hierna te noemen: de raad. 1Het geding in eerste aanleg Het hof verwijst naar de beschikking van de rechtbank Limburg, zittingsplaats Maastricht, van 24 oktober 2017. 2Het geding in hoger beroep 2.1. Bij beroepschrift met producties, ingekomen ter griffie op 1 december 2107, hebben [de minderjarige] en de moeder verzocht voormelde beschikking te vernietigen en het verzoek van de GI om een machtiging gesloten jeugdhulp af te wijzen, niet alleen voor de reeds verleende vier maanden, maar ook voor het restant, dat thans nog in afwachting is van verdere behandeling door de rechtbank Limburg, althans die beslissing te nemen die het hof redelijk acht. 2.2. Er is geen verweerschrift bij het hof ingekomen. 2.3. De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 18 december 2017. Bij die gelegenheid zijn gehoord: - [de minderjarige] en de moeder, bijgestaan door mr. Eliëns; - de GI, vertegenwoordigd door de heer [vertegenwoordiger van de GI] . Bijzondere toegang is verleend aan [de zuster van de minderjarige 1] , de zuster van [de minderjarige] . 2.3.1. De raad is niet ter zitting verschenen. 2.4. Het hof heeft voorts kennisgenomen van de inhoud van het proces-verbaal van de mondelinge behandeling in eerste aanleg op 24 oktober 2017. 3De beoordeling 3.1. Uit de relatie van de moeder en de heer [relatie van de moeder] is geboren: - [de minderjarige] , op [geboortedatum] 2001 te [geboorteplaats] (Hongarije). De moeder oefent het eenhoofdig ouderlijk gezag over [de minderjarige] uit. [de minderjarige] staat sinds 25 juli 2016 (voorlopig) onder toezicht van de GI. De ondertoezichtstelling is laatstelijk verlengd tot 25 oktober 2018. 3.2. Bij de bestreden - uitvoerbaar bij voorraad verklaarde - beschikking heeft de rechtbank, onder aanhouding van de verdere beslissing voor het overige, machtiging verleend aan de GI om [de minderjarige] met ingang van 25 oktober 2017 voor de duur van vier maanden, derhalve tot 25 februari 2018, uit huis te plaatsen in een accommodatie van gesloten jeugdhulp. 3.3. [de minderjarige] en de moeder kunnen zich met deze beslissing niet verenigen en zij zijn hiervan in hoger beroep gekomen. 3.4. [de minderjarige] en de moeder voeren in het beroepschrift, zoals aangevuld ter zitting - kort samengevat - het volgende aan. De rechtbank heeft de zaak ten onrechte op 24 oktober 2017 behandeld. Doordat aanvankelijk een andere advocaat aan [de minderjarige] was toegevoegd, heeft mr. Eliëns maar een half uur de tijd gehad om de zaak met [de minderjarige] door te spreken en is van een adequate voorbereiding op de mondelinge behandeling geen sprake geweest (grief 1). Met grief 2 voeren [de minderjarige] en de moeder aan dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat een gesloten plaatsing aangewezen is voor [de minderjarige] . Tot aan 15 oktober 2017 deden zich geen noemenswaardige problemen voor in de situatie van [de minderjarige] . [de minderjarige] volgde therapie bij Gastenhof. Zij ging naar school, had haar hobby en gebruikte haar medicatie. Een enkele keer gebruikte zij wiet. Er waren wel eens wat strubbelingen met de moeder, maar die waren niet zorgwekkend. [de minderjarige] weerspreekt dat zij meerdere malen spoorloos is geweest. [de minderjarige] is van mening dat zij gesloten is geplaatst naar aanleiding van een incident in de avond/nacht van 15 op 16 oktober 2017, waarbij het is geëscaleerd met de ex van [de zuster van de minderjarige 2] , een zus van [de minderjarige] , en de politie ter plaatse is geweest. [de minderjarige] is in paniek geraakt toen zij hoorde dat de GI een verzoek zou indienen om een machtiging gesloten jeugdhulp, en is naar Duitsland gevlucht. [de minderjarige] betwijfelt of zij in het kader van dit verzoek onderzocht is door een gedragswetenschapper. Zij wil thans terug naar de moeder, die die wens ondersteunt. Als het bij de moeder fout loopt, is er een vangnet bij een andere zus van [de minderjarige] . De ex van [de zuster van de minderjarige 2] is inmiddels terug naar Hongarije. [de minderjarige] is gemotiveerd voor het volgen van kamertraining via Radar. [de minderjarige] zit op dit moment ver weg van de moeder en er vindt in de instelling nog steeds geen behandeling plaats. Evenmin volgt [de minderjarige] onderwijs. Er is alleen sprake van dagbesteding. Er zijn enige zorgen over [de minderjarige] , maar die zijn niet dermate ernstig dat gesloten jeugdhulp de enige optie is. [de minderjarige] heeft traumatische ervaringen aan een eerdere gesloten plaatsing overgehouden. [de minderjarige] ziet in dat zij fouten heeft gemaakt. De relatie met haar vriend is al enige tijd voorbij. De moeder is onder behandeling bij Mondriaan. Zij heeft onvoldoende geld om regelmatig naar de instelling in [verblijfplaats] te reizen. De moeder is van mening dat zij de bestaande problemen binnen het gezin met hulp inmiddels zelf kan oplossen. 3.5. De GI voert ter zitting - kort samengevat - het volgende aan. [de minderjarige] ’s behandeling in de instelling is nog niet van de grond gekomen, omdat zij nergens aan meewerkt. Ook bij Gastenhof was er nog geen sprake van therapie. Daarvoor was de thuissituatie van [de minderjarige] te onrustig. Ook gebruikte zij wiet. [de minderjarige] had wel gesprekken bij Gastenhof, die haar rustiger maakten. Medewerkers van Kracht in Zorg brachten haar naar school. [de minderjarige] moet leren om adequater met tegenslagen om te gaan. Zij kruipt regelmatig in de slachtofferrol. Het voornemen is om [de minderjarige] EMDR-therapie en PMT (Psycho Motore Therapie) aan te bieden. In de instelling ziet men veel ingehouden boosheid bij [de minderjarige] . Het is nog niet duidelijk hoe het onderwijs van [de minderjarige] vorm gaat krijgen. Er zijn daartoe vanuit de instelling wel mogelijkheden. [de minderjarige] krijgt thans ieder weekend verlof van vrijdagavond tot zaterdagavond. Zij verblijft dan bij haar zus in [plaats] . De moeder van [de minderjarige] vervult bij dit verlof ook een rol. Tot heden verlopen de verloven goed. 3.6. Het hof overweegt het volgende. 3.6.1. Het hof verwerpt grief 1. Het hoger beroep dient er mede toe eventuele onvolkomenheden van de eerste aanleg te herstellen. [de minderjarige] , de moeder en haar advocaat hebben in hoger beroep gebruik gemaakt van de gelegenheid hun standpunt met betrekking tot de verzochte machtiging naar voren te brengen. 3.6.2. Op grond van het bepaalde in artikel 6.1.2 lid 1 van de Jeugdwet (Jw) kan de rechter op verzoek een machtiging verlenen om een jeugdige in een gesloten accommodatie te doen opnemen en te doen verblijven. Gelet op artikel 6.1.2 lid 2 Jw staat ter beoordeling of: er bij [de minderjarige] sprake is van ernstige opgroei- of opvoedingsproblemen die de ontwikkeling naar volwassenheid ernstig belemmeren, en de opneming en het verblijf noodzakelijk zijn om te voorkomen dat [de minderjarige] zich aan deze jeugdhulp onttrekt of daaraan door anderen wordt onttrokken. 3.6.3. Een machtiging kan op grond van artikel 6.1.2 lid 3 Jw bovendien slechts worden verleend indien (
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.