← Nederland

ECLI:NL:GHSHE:2018:1267

Afdeling strafrecht Parketnummer : 20-002430-15 Uitspraak : 19 maart 2018 TEGENSPRAAK Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof 's-Hertogenbosch gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Zeeland-West-Brabant van 23 juli 2015 in de in eerste aanleg gevoegde strafzaken, parketnummers 02-820033-13 en 02-665558-14, tegen [verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] , wonende te [adres] . Hoger beroep De verdachte heeft tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld. Omvang van het hoger beroep Verdachte wordt – zakelijk weergegeven – ten laste gelegd dat hij zich ten aanzien van diverse personen heeft schuldig gemaakt aan mensenhandel en/of afpersing en/of oplichting. In eerste instantie is verdachte integraal vrijgesproken van deze feiten ten aanzien van aangevers [aangever 1] en [aangever 2] . Verdachte is tevens vrijgesproken van de en/of-tenlastegelegde oplichting in alle gevoegde zaken. Het hof overweegt als volgt. In de onderhavige zaak is sprake van een zogenoemde ‘en/of’-tenlastelegging. Dat betekent dat de tenlastelegging zowel ziet op de mogelijkheid om de beschuldiging ten aanzien van de verdachte op te vatten als een cumulatieve, dan wel een alternatieve tenlastelegging. De rechter in eerste aanleg heeft blijkens de veroordelingen voor zowel mensenhandel als afpersing de tenlastelegging opgevat als een cumulatieve tenlastelegging. De uitleg die aan de tenlastelegging wordt gegeven, is van belang voor de omvang van de voorliggende strafzaak in hoger beroep. Immers, ten aanzien van het hoger beroep geldt op grond van art. 404 lid 5 Sv dat indien in eerste aanleg strafbare feiten gevoegd aan het oordeel van de rechtbank onderworpen zijn, de verdachte alleen hoger beroep kan instellen van die gevoegde zaken waarin hij niet van de gehele tenlastelegging is vrijgesproken. Op grond van art. 407 lid 1 Sv geldt daarbij dat hoger beroep slechts tegen het vonnis in zijn geheel kan worden ingesteld. Art. 407 lid 2 Sv stelt echter dat indien in eerste aanleg strafbare feiten gevoegd aan het oordeel van de rechtbank zijn onderworpen, het hoger beroep tot een of meer van de gevoegde zaken kan worden beperkt. In de onderhavige zaak is door of namens verdachte onbeperkt hoger beroep ingesteld. De vraag die gezien het ingestelde hoger beroep en de onderhavige tenlastelegging voorligt, is of de verdachte volledig – dat wil zeggen ten aanzien van alle ten laste gelegde feiten – ontvankelijk is in het hoger beroep en derhalve alle ten laste gelegde feiten in volle omvang ter beoordeling voorliggen, of dat de omvang van het hoger beroep beperkt is tot enkel die strafbare feiten waarvoor verdachte is veroordeeld. Dat antwoord is volgens het hof afhankelijk van de uitleg van zowel de wettelijke mogelijkheden tot het instellen van hoger beroep, als die welke aan de toepasselijke tenlastelegging kan worden gegeven. Voor wat betreft de wettelijke mogelijkheden van het instellen van hoger beroep ziet naar het oordeel van het hof het begrip ‘gevoegde zaken’ in de hiervoor genoemde bepalingen op de situatie dat verschillende, van elkaar te onderscheiden en zelfstandig te beoordelen strafbare feiten, cumulatief – en derhalve gevoegd – aan het oordeel van de rechter zijn onderworpen. Dat betekent dat het hoger beroep enkel beperkt kan worden ingesteld indien sprake is van het ten laste leggen van meerdere, dus cumulatief ten laste gelegde strafbare feiten. Indien van een cumulatieve tenlastelegging geen sprake is, zijn geen van beide hiervoor genoemde bepalingen van toepassing. Meer concreet; een beperking van het hoger beroep is dus niet aan de orde indien gezien de bewoordingen van de tenlastelegging, sprake is van de beoordeling van een enkel zelfstandig feit, al dan niet met verschillende juridisch te duiden alternatieven. In de onderhavige zaak vat het hof de ‘en/of’-tenlastelegging, gezien de bewoordingen daarvan, op als een alternatieve tenlastelegging. In die uitleg is er naar de mening van het hof sprake van een zelfstandig strafbaar feit ten aanzien van elk van de genoemde personen – en in die zin impliciet cumulatief – dat in verschillende juridische varianten ter beoordeling ligt van de strafrechter. De ten laste gelegde feiten vormen telkens hetzelfde feitencomplex, dat wil zeggen zien op dezelfde gedraging van verdachte ten aanzien van diverse personen, waaraan meer kwalificaties zijn toegekend. Dat in eerste instantie is vrijgesproken ter zake van oplichting doet daaraan gezien het voorgaande niet af. De omvang van het hoger beroep in de onderhavige zaak ziet derhalve op de beoordeling van de tenlastelegging van – zakelijk weergegeven – mensenhandel, of afpersing, of oplichting van diverse personen door verdachte. Dat geldt echter niet ten aanzien van aangevers [aangever 1] en [aangever 2] ten aanzien van wie de strafrechter in eerste instantie verdachte heeft vrijgesproken van de gehele tenlastelegging. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting in hoger beroep is in hoger beroep dan ook niet meer aan de orde de beweerdelijke mensenhandel, of afpersing, of oplichting van [aangever 1] en [aangever 2] door verdachte. Het hof zal de verdachte in zijn hoger beroep voor die feiten niet-ontvankelijk verklaren. Voorts geldt dat bij vonnis, waarvan beroep, de vordering van de benadeelde partij [aangever 3] is toegewezen tot een gedeelte van € 2.990,43 (€ 2.500,00 voor afgesloten abonnementen, overige kosten ad € 13,71 en 76,72, immateriële schade ad € 300,00 en eigen risico rechtsbijstand ad € 100,00), te vermeerderen met de wettelijke rente. De vordering van de benadeelde partij [aangever 4] is bij vonnis, waarvan beroep, toegewezen tot een gedeelte van € 2.336,15 (€ 1.936,15 voor afgesloten abonnementen, € 300,00 immateriële schade en kosten rechtsbijstand ad € 100,00). De vordering van de benadeelde partij [aangever 5] is bij vonnis, waarvan beroep, in het dictum toegewezen tot een gedeelte van € 2.667,29, te vermeerderen met de wettelijke rente. De rechtbank heeft echter overwogen dat zij een bedrag van € 3.224,29 toewijst voor door de benadeelde partij afgesloten telefoonabonnementen en daarnaast € 300,00 immateriële schade en de kosten rechtsbijstand ad € 143,00, te vermeerderen met de wettelijke rente zodat het ervoor moet worden gehouden dat de rechtbank € 3.524,39 en daarnaast de kosten rechtsbijstand ad € 143,00 heeft bedoeld toe te wijzen, te vermeerderen met de wettelijke rente (totaal inclusief de kosten rechtsbijstand: € 3.667,29). Deze benadeelde partijen hebben zich in hoger beroep niet opnieuw in deze zaak gevoegd. De voeging in deze zaken duurt daarmee in hoger beroep van rechtswege enkel voort voor zover de vorderingen zijn toegewezen. Al hetgeen hierna wordt overwogen en beslist heeft uitsluitend betrekking op dat gedeelte van het beroepen vonnis dat aan het oordeel van het hof is onderworpen. Onderzoek van de zaak Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting. Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen namens de verdachte naar voren is gebracht. De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het beroepen vonnis zal bevestigen met uitzondering van de beslissing over de inbeslaggenomen voorwerpen. Gevorderd is dat het hof de verdachte in de zaak met parketnummer 02-820033-13 ter zake van het medeplegen van mensenhandel, meermalen gepleegd en het medeplegen van afpersing, meermalen gepleegd, begaan in eendaadse samenloop (feit 1) en ter zake van bedreiging (feit 2) en in de zaak met parketnummer 02-665558-14 ter zake van het medeplegen van mensenhandel, meermalen gepleegd en het medeplegen van afpersing, meermalen gepleegd, begaan in eendaadse samenloop zal veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van 4 jaar. Ten aanzien van de inbeslaggenomen voorwerpen is gevorderd dat het hof zal beslissen conform het vonnis van de rechtbank met uitzondering van de onder op de beslaglijst onder 1A en 39 opgenomen voorwerpen. Deze voorwerpen dienen verbeurd te worden verklaard. De advocaat-generaal heeft daarnaast ten aanzien van de vorderingen van de benadeelde partij gevorderd dat deze conform het vonnis van de rechtbank dienen te worden toegewezen met inachtneming van het volgende: Waar proceskosten zijn gevorderd dienen deze niet als materiële schade te worden beoordeeld maar als proceskosten. Bovendien dient de schadevergoedingsmaatregel niet te worden toegewezen over de proceskosten. Vordering [aangever 6]: de benadeelde partij heeft rente gevorderd, maar deze is door de rechtbank niet toegewezen. Deze kan in hoger beroep niet meer worden meegenomen. Vordering [aangever 3]: de kosten voor het eigen risico van de rechtsbijstand zijn blijkens de stukken kosten die gemaakt zijn voor bemiddeling van schulden. Die kosten zijn derhalve niet aan te merken als kosten rechtsbijstand, maar als materiële schade. Voor zover de vervangende hechtenis bij de op te leggen schadevergoedingsmaatregel vervangende hechtenis de maximumduur van een jaar overschrijdt is gevorderd dat deze naar rato verminderd dient te worden. Namens verdachte is betoogd dat verdachte integraal dient te worden vrijgesproken. Subsidiair is een straftoemetingverweer gevoerd en zijn opmerkingen gemaakt over de vorderingen van de benadeelde partijen. Vonnis waarvan beroep Het beroepen vonnis zal worden vernietigd omdat het hof tot een andere bewezenverklaring komt dan de eerste rechter. Tenlastelegging Aan verdachte is – na wijziging van de tenlastelegging ter terechtzitting in eerste aanleg en voor zover thans nog aan de orde – ten laste gelegd dat: Zaak met parketnummer 02-820033-13: 1. hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 januari 2013 tot en met 28 augustus 2013 te Breda en/of te Tilburg en/of te Bergen op Zoom en/of te Etten-Leur en/of te Roosendaal en/of te Rotterdam en/of te 's-Hertogenbosch en/of elders, in elk geval (telkens) in Nederland (lid 3 sub 1) tezamen en in vereniging met een ander of anderen (een) ander(en), te weten, - [aangever 7] (incident 1) en/of - [aangever 8] (incident 3) en/of - [aangever 6] (incident 5) en/of - [aangever 3] (incident 6) en/of - [aangever 9] (incident 7) en/of - [aangever 10] (incident 8) en/of - [aangever 11] (incident 9) en/of - [aangever 12] (incident 10) en/of - [aangever 13] (incident 13) en/of - [aangever 14] (incident 14) en/of - [aangever 4] (incident 16) en/of - [aangever 15] (incident 17) en/of - [aangever 16] (incident 18) en/of - [aangever 5] (incident 19) en/of - [aangever 17] (incident 20) (lid 1, onder 1°) door dwang en/of geweld en/of één of meer (andere) feitelijkheden en/of door dreiging met geweld en/of andere feitelijkheden, door fraude, afpersing, misleiding dan wel door misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht en/of door misbruik van de kwetsbare positie, heeft geworven en/of vervoerd en/of overgebracht en/of opgenomen met het oogmerk van uitbuiting van die [aangever 7] en/of [aangever 8] en/of [aangever 6] en/of [aangever 3] en/of [aangever 9] en/of [aangever 10] en/of [aangever 11] en/of [aangever 12] en/of [aangever 13] en/of [aangever 14] en/of [aangever 4] en/of [aangever 15] en/of [aangever 16] en/of [aangever 5] en/of [aangever 17] voornoemd; en/of (lid 1, onder 4°) (telkens) met één of meerdere van de onder 1° van dit artikel genoemde middelen, te weten door dwang en/of geweld en/of één of meer (andere) feitelijkheden en/of door dreiging met geweld en/of andere feitelijkheden, door fraude, afpersing, misleiding dan wel door misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht en/of door misbruik van de kwetsbare positie, die [aangever 7] en/of [aangever 8] en/of [aangever 6] en/of [aangever 3] en/of [aangever 9] en/of [aangever 10] en/of [aangever 11] en/of [aangever 12] en/of [aangever 13] en/of [aangever 14] en/of [aangever 4] en/of [aangever 15] en/of [aangever 16] en/of [aangever 5] en/of [aangever 17] heeft gedwongen en/of bewogen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van arbeid en/of diensten dan wel de onder 1° van dit artikel genoemde omstandigheden enige handeling(

  1. en)heeft ondernomen waarvan hij, verdachte en/of diens mededader(
  2. s)wist(
  3. en)of redelijkerwijs moest(
  4. en)vermoeden dat die [aangever 7] en/of [aangever 8] en/of [aangever 6] en/of [aangever 3] en/of [aangever 9] en/of [aangever 10] en/of [aangever 11] en/of [aangever 12] en/of [aangever 13] en/of [aangever 14] en/of [aangever 4] en/of [aangever 15] en/of [aangever 16] en/of [aangever 5] en/of [aangever 17] zich daardoor beschikbaar zou(den) stellen tot het verrichten van arbeid en/of diensten, en/of (lid 1, onder 6°) (telkens) opzettelijk voordeel heeft getrokken uit de uitbuiting van die [aangever 7] en/of [aangever 8] en/of [aangever 6] en/of [aangever 3] en/of [aangever 9] en/of [aangever 10] en/of [aangever 11] en/of [aangever 12] en/of [aangever 13] en/of [aangever 14] en/of [aangever 4] en/of [aangever 15] en/of [aangever 16] en/of [aangever 5] en/of [aangever 17] , immers heeft/hebben verdachte en/of zijn mededader(
  5. s)(één of meermalen) a. die [aangever 7] en/of [aangever 8] en/of [aangever 6] en/of [aangever 3] en/of [aangever 9] en/of [aangever 10] en/of [aangever 11] en/of [aangever 12] en/of [aangever 13] en/of [aangever 14] en/of [aangever 4] en/of [aangever 15] en/of [aangever 16] en/of [aangever 5] en/of [aangever 17] , ertoe gebracht en/of gedwongen om één of meer telefoonabonnement(
  6. en)af te sluiten op zijn/haar/hun naam, en/of die [aangever 7] en/of [aangever 8] en/of [aangever 6] en/of [aangever 3] en/of [aangever 9] en/of [aangever 10] en/of [aangever 11] en/of [aangever 12] en/of [aangever 13] en/of [aangever 14] en/of [aangever 4] en/of [aangever 15] en/of [aangever 16] en/of [aangever 5] en/of [aangever 17] ertoe gebracht en/of gedwongen de daarbij behorende telefoon(
  7. s)(vervolgens) aan hem, verdachte, en/of zijn mededader(
  8. s)te geven, en/of deze telefoon(
  9. s)doorverkocht aan (een) derde(
  10. n)voor enig geldbedrag, althans enig voordeel, en/of daarbij misbruik gemaakt van de (uitbuitings)situatie waarin die [aangever 7] en/of [aangever 8] en/of [aangever 6] en/of [aangever 3] en/of [aangever 9] en/of [aangever 10] en/of [aangever 11] en/of [aangever 12] en/of [aangever 13] en/of [aangever 14] en/of [aangever 4] en/of [aangever 15] en/of [aangever 16] en/of [aangever 5] en/of [aangever 17] zich bevond(
  11. en)en/of welke (uitbuitings)situatie door verdachte al dan niet samen met een ander of anderen (deels) was gecreëerd, immers verdachte en/of zijn mededader(
  12. s)heeft/hebben - met die [aangever 7] en/of [aangever 8] en/of [aangever 6] en/of [aangever 3] en/of [aangever 9] en/of [aangever 10] en/of [aangever 11] en/of [aangever 12] en/of [aangever 13] en/of [aangever 14] en/of [aangever 4] en/of [aangever 15] en/of [aangever 16] en/of [aangever 5] en/of [aangever 17] contact gelegd en/of een of meer van hen achterin een (driedeurs) auto geplaatst en/of laten plaatsnemen en/of vervolgens met voornoemde auto hard en/of onvoorzichtig is/zijn gaan rijden en/of - tegen die [aangever 7] en/of [aangever 8] en/of [aangever 6] en/of [aangever 3] en/of [aangever 9] en/of [aangever 10] en/of [aangever 11] en/of [aangever 12] en/of [aangever 13] en/of [aangever 14] en/of [aangever 4] en/of [aangever 15] en/of [aangever 16] en/of [aangever 5] en/of [aangever 17] gezegd dat hij/zij veel geld kon/konden verdienen met het afsluiten van telefoonabonnement(en), al dan niet terwijl zij achterin voornoemde auto zaten en/of - tegen die [aangever 10] gezegd dat hij een nieuwe telefoon zou krijgen en/of - tegen die [aangever 7] en/of [aangever 8] en/of [aangever 6] en/of [aangever 3] en/of [aangever 9] en/of [aangever 10] en/of [aangever 11] en/of [aangever 12] en/of [aangever 13] en/of [aangever 14] en/of [aangever 4] en/of [aangever 15] en/of [aangever 16] en/of [aangever 5] en/of [aangever 17] gezegd dat er (door de telecomaanbieder(
  13. s)en/of deurwaarder) geen incasso's/abonnementsgelden geïnd zouden en/of konden worden, en/of dat alles gewist zou worden en/of dat het 'legaal' was wat ze deden en/of dat zij geen problemen hiermee zouden krijgen en/of - tegen die [aangever 7] en/of [aangever 8] en/of [aangever 6] en/of [aangever 3] en/of [aangever 9] en/of [aangever 10] en/of [aangever 11] en/of [aangever 12] en/of [aangever 13] en/of [aangever 14] en/of [aangever 4] en/of [aangever 15] en/of [aangever 16] en/of [aangever 5] en/of [aangever 17] gezegd dat zij een of meer telefoonabonnementen moesten gaan afsluiten omdat er door verdachte en/of zijn mededader(
  14. s)voor een (vals) adres al geld was betaald en/of - die [aangever 7] en/of [aangever 8] en/of [aangever 6] en/of [aangever 3] en/of [aangever 9] en/of [aangever 10] en/of [aangever 11] en/of [aangever 12] en/of [aangever 13] en/of [aangever 14] en/of [aangever 4] en/of [aangever 15] en/of [aangever 16] en/of [aangever 5] en/of [aangever 17] (telkens) naar de betreffende (telecom)winkel vervoerd en/of vergezeld en/of - die [aangever 7] en/of [aangever 8] en/of [aangever 6] en/of [aangever 3] en/of [aangever 9] en/of [aangever 10] en/of [aangever 11] en/of [aangever 12] en/of [aangever 13] en/of [aangever 14] en/of [aangever 4] en/of [aangever 15] en/of [aangever 16] en/of [aangever 5] en/of [aangever 17] gezegd welk (vals) adres hij/zij moest(
  15. en)opgeven bij de telefoonwinkel(
  16. s)en/of - door met meerdere personen gezamenlijk aanwezig te zijn en/of in de nabijheid zich op te houden bij die [aangever 7] en/of [aangever 8] en/of [aangever 6] en/of [aangever 3] en/of [aangever 9] en/of [aangever 10] en/of [aangever 11] en/of [aangever 12] en/of [aangever 13] en/of [aangever 14] en/of [aangever 4] en/of [aangever 15] en/of [aangever 16] en/of [aangever 5] en/of [aangever 17] bij het aangaan van de afspraken over het/de telefoonabonnement(
  17. en)en/of bij het afsluiten van het/de telefoonabonnement(
  18. en)(zodoende) een numeriek overwicht gevormd en/of - zich in de omgang met die [aangever 7] en/of [aangever 8] en/of [aangever 6] en/of [aangever 3] en/of [aangever 9] en/of [aangever 10] en/of [aangever 11] en/of [aangever 12] en/of [aangever 13] en/of [aangever 14] en/of [aangever 4] en/of [aangever 15] en/of [aangever 16] en/of [aangever 5] en/of [aangever 17] schreeuwend en/of agressief en/of boos en/of intimiderend opgesteld en/of - die [aangever 7] en/of [aangever 8] en/of [aangever 6] en/of [aangever 3] en/of [aangever 9] en/of [aangever 10] en/of [aangever 11] en/of [aangever 12] en/of [aangever 13] en/of [aangever 14] en/of [aangever 4] en/of [aangever 15] en/of [aangever 16] en/of [aangever 5] en/of [aangever 17] , al dan niet gezeten in een driedeurs auto, een knuppel en/of een bijl en/of (namaak)pistool, althans een of meer wapen(
  19. s)getoond, althans voor hen zichtbaar aanwezig gehad en/of - tegen die [aangever 7] dreigend gezegd: "je kan er niet meer onderuit, je eet en drinkt en rookt in het vervolg met mij, je hebt ja gezegd en je bent afhankelijk van mij", althans woorden van gelijk aard en/of strekking en/of in aanwezigheid van die [aangever 7] in een kamer meermalen in een kamer tegen de deurpost getrapt en/of gezegd dat hij een AK47 had gekocht en iemand in Den Haag zou gaan vermoorden en/of - bij die [aangever 7] en/of [aangever 8] en/of [aangever 6] en/of [aangever 3] en/of [aangever 9] en/of [aangever 10] en/of [aangever 11] en/of [aangever 12] en/of [aangever 13] en/of [aangever 14] en/of [aangever 4] en/of [aangever 15] en/of [aangever 16] en/of [aangever 5] en/of [aangever 17] angst ingeboezemd en/of - die [aangever 7] en/of [aangever 9] en/of [aangever 10] en/of [aangever 11] en/of [aangever 16] en/of [aangever 5] en/of [aangever 17] , al dan niet onder bedreiging met een wapen, dreigend de woorden toegevoegd: * dat hij haar/hen zou laten verdwijnen als zij/ze niet zou(den) meewerken ( [aangever 7] ); * dat hij door moest gaan of anders zouden er rare dingen gebeuren en/of dat hij eraan zou gaan en zijn ouders ook en/of dat ze bij zijn ouders zouden gaan inbreken, terwijl daarbij messen en een vuurwapen werden getoond ( [aangever 9] ); * "Als jij dat niet doet, pak ik jou en jouw moeder ook. Als jij niet doorgaat nu, dan ga ik naar jouw huis, en dan vermoord ik jouw moeder!", terwijl daarbij dreigend (met) een gummiknuppel werd gezwaaid/getoond in de richting van die [aangever 10] ; * dat hij in de problemen zou komen als hij niet meehielp en dat het slecht met hem zou aflopen, terwijl daarbij dreigend in de handen werd geslagen met een gummiknuppel ( [aangever 11] ); * dat er wat gebeurde met mensen die niet naar hem/hen luisterden of mee wilden werken ( [aangever 16] ) * dat ze het maar moest doen en dat hij wist waar ze woonde, waarbij hij/zij haar bij de borst en kleding vastpakte(
  20. n)en/of dat ze toch niet wilde dat haar moeder iets zou overkomen ( [aangever 5] ); * dat hij/zij hem in elkaar zou(den) slaan ( [aangever 17] ); althans woorden en/of gedragingen van gelijke dreigende aard en/of strekking en/of - die [aangever 7] en/of [aangever 3] verteld dat anderen (die aangifte hadden gedaan of hadden geweigerd mee te werken) in elkaar waren geslagen, en/of - die [aangever 8] een trap/schop gegeven en/of hem gezegd dat hij mee moest anders zou het verkeerd aflopen en/of - die [aangever 13] en/of [aangever 4] (achterin de auto zittend) toegeschreeuwd en/of daarbij een pistool gepakt en/of naar die [aangever 13] en/of [aangever 4] willen omdraaien en/of heeft omgedraaid terwijl hij en/of zijn mededader(
  21. s)wisten, althans redelijkerwijs moest(
  22. en)vermoeden, dat die [aangever 7] en/of [aangever 8] en/of [aangever 6] en/of [aangever 3] en/of [aangever 9] en/of [aangever 10] en/of [aangever 11] en/of [aangever 12] en/of [aangever 13] en/of [aangever 14] en/of [aangever 4] en/of [aangever 15] en/of [aangever 16] en/of [aangever 5] en/of [aangever 17] verstandelijk beperkt en/of kwetsbaar en/of gemakkelijk te beïnvloeden was/waren en/of geen werk en/of inkomen had/hadden en/of problemen thuis had/hadden en/of schulden hadden door welke feiten en omstandigheden voor die [aangever 7] en/of [aangever 8] en/of [aangever 6] en/of [aangever 3] en/of [aangever 9] en/of [aangever 10] en/of [aangever 11] en/of [aangever 12] en/of [aangever 13] en/of [aangever 14] en/of [aangever 4] en/of [aangever 15] en/of [aangever 16] en/of [aangever 5] en/of [aangever 17] een (afhankelijkheids)situatie is ontstaan waaraan hij/zij zich niet heeft/hebben kunnen onttrekken en/of ten gevolge waarvan hij/zij geen weerstand aan verdachte en zijn mededaders heeft/hebben kunnen bieden; en/of hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 januari 2013 tot en met 28 augustus 2013 te Breda en/of te Tilburg en/of te Bergen op Zoom en/of te Etten-Leur en/of te Roosendaal en/of te Rotterdam en/of te 's-Hertogenbosch en/of elders, in elk geval (telkens) in Nederland tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (telkens) met het oogmerk om zich en/of (een) ander(
  23. en)wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld - [aangever 7] (incident 1) en/of - [aangever 8] (incident 3) en/of - [aangever 6] (incident 5) en/of - [aangever 3] (incident 6) en/of - [aangever 9] (incident 7) en/of - [aangever 10] (incident 8) en/of - [aangever 11] (incident 9) en/of - [aangever 12] (incident 10) en/of - [aangever 13] (incident 13) en/of - [aangever 14] (incident 14) en/of - [aangever 4] (incident 16) en/of - [aangever 15] (incident 17) en/of - [aangever 16] (incident 18) en/of - [aangever 5] (incident 19) en/of - [aangever 17] (incident 20) en/of heeft gedwongen tot de afgifte van een of meer mobiele telefoon(
  24. s)en/of telefooncontract(en), in elk geval van enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan die [aangever 7] en/of [aangever 8] en/of [aangever 6] en/of [aangever 3] en/of [aangever 9] en/of [aangever 10] en/of [aangever 11] en/of [aangever 12] en/of [aangever 13] en/of [aangever 14] en/of [aangever 4] en/of [aangever 15] en/of [aangever 16] en/of [aangever 5] en/of [aangever 17] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), en/of tot het aangaan van een schuld, te weten het afsluiten van meerdere, althans één telefoonabonnement(
  25. en)welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(
  26. en)dat verdachte en/of diens mededader(
  27. s)- terwijl die [aangever 7] en/of [aangever 8] en/of [aangever 6] en/of [aangever 3] en/of [aangever 9] en/of [aangever 10] en/of [aangever 11] en/of [aangever 12] en/of [aangever 13] en/of [aangever 14] en/of [aangever 4] en/of [aangever 15] en/of [aangever 16] en/of [aangever 5] en/of [aangever 17] al dan niet in de auto zat/zaten bij verdachte en/of diens mededader(s),tegen die [aangever 7] en/of [aangever 8] en/of [aangever 6] en/of [aangever 3] en/of [aangever 9] en/of [aangever 10] en/of [aangever 11] en/of [aangever 12] en/of [aangever 13] en/of [aangever 14] en/of [aangever 4] en/of [aangever 15] en/of [aangever 16] en/of [aangever 5] en/of [aangever 17] heeft/hebben gezegd dat hij/zij meerdere, althans een telefoonabonnement(
  28. en)moest(
  29. en)afsluiten, omdat hij/zij anders problemen zou(den) krijgen en/of - door met meerdere personen gezamenlijk aanwezig te zijn en/of zich in de nabijheid op te houden bij die [aangever 7] en/of [aangever 8] en/of [aangever 6] en/of [aangever 3] en/of [aangever 9] en/of [aangever 10] en/of [aangever 11] en/of [aangever 12] en/of [aangever 13] en/of [aangever 14] en/of [aangever 4] en/of [aangever 15] en/of [aangever 16] en/of [aangever 5] en/of [aangever 17] bij het aangaan van de afspraken over het/de telefoonabonnement(
  30. en)en/of bij het afsluiten van het/de telefoonabonnement(
  31. en)(zodoende) een numeriek overwicht heeft/hebben gevormd en/of - zich in de omgang met die [aangever 7] en/of [aangever 8] en/of [aangever 6] en/of [aangever 3] en/of [aangever 9] en/of [aangever 10] en/of [aangever 11] en/of [aangever 12] en/of [aangever 13] en/of [aangever 14] en/of [aangever 4] en/of [aangever 15] en/of [aangever 16] en/of [aangever 5] en/of [aangever 17] schreeuwend en/of agressief en/of intimiderend en/of boos opgesteld en/of - die [aangever 7] en/of [aangever 8] en/of [aangever 6] en/of [aangever 3] en/of [aangever 9] en/of [aangever 10] en/of [aangever 11] en/of [aangever 12] en/of [aangever 13] en/of [aangever 14] en/of [aangever 4] en/of [aangever 15] en/of [aangever 16] en/of [aangever 5] en/of [aangever 17] , al dan niet gezeten in een (driedeurs) auto, een knuppel en/of een bijl en/of (namaak)pistool, althans een of meer wapen(
  32. s)getoond, althans voor hen zichtbaar aanwezig gehad en/of - tegen die [aangever 7] dreigend gezegd: "je kan er niet meer onderuit, je eet en drinkt en rookt in het vervolg met mij, je hebt ja gezegd en je bent afhankelijk van mij", althans woorden van gelijke aard en/of strekking en/of in aanwezigheid van die [aangever 7] in een kamer meermalen in een kamer tegen de deurpost getrapt en/of gezegd dat hij een AK47 had gekocht en iemand in Den Haag zou gaan vermoorden en/of - bij die [aangever 7] en/of [aangever 8] en/of [aangever 6] en/of [aangever 3] en/of [aangever 9] en/of [aangever 10] en/of [aangever 11] en/of [aangever 12] en/of [aangever 13] en/of [aangever 14] en/of [aangever 4] en/of [aangever 15] en/of [aangever 16] en/of [aangever 5] en/of [aangever 17] angst ingeboezemd en/of - die [aangever 7] en/of [aangever 9] en/of [aangever 10] en/of [aangever 11] en/of [aangever 16] en/of [aangever 5] en/of [aangever 17] , al dan niet onder bedreiging met een wapen, dreigend de woorden toegevoegd: * dat hij haar/hen zou laten verdwijnen als zij/ze niet zou(den) meewerken ( [aangever 7] ); * dat hij door moest gaan of anders zouden er rare dingen gebeuren en/of dat hij eraan zou gaan en zijn ouders ook en/of dat ze bij zijn ouders zouden gaan inbreken, terwijl daarbij messen en een vuurwapen werden getoond ( [aangever 9] ); * "Als jij dat niet doet, pak ik jou en jouw moeder ook. Als jij niet doorgaat nu, dan ga ik naar jouw huis, en dan vermoord ik jouw moeder!", terwijl daarbij dreigend (met) een gummiknuppel werd gezwaaid/getoond in de richting van die [aangever 10] ; * dat hij in de problemen zou komen als hij niet meehielp en dat het slecht met hem zou aflopen, terwijl daarbij dreigend in de handen werd geslagen met een gummiknuppel ( [aangever 11] ); * dat er wat gebeurde met mensen die niet naar hem/hen luisterden of mee wilden werken ( [aangever 16] ) * dat ze het maar moest doen en dat hij wist waar ze woonde, waarbij hij/zij haar bij de borst en kleding vastpakte(
  33. n)en/of dat ze toch niet wilde dat haar moeder iets zou overkomen ( [aangever 5] ); * dat hij/zij hem in elkaar zou(den) slaan ( [aangever 17] ); althans woorden en/of gedragingen van gelijke dreigende aard en/of strekking en/of - die [aangever 7] en/of [aangever 3] verteld dat anderen (die aangifte hadden gedaan of hadden geweigerd mee te werken) in elkaar waren geslagen, en/of - die [aangever 8] een trap/schop gegeven en/of hem gezegd dat hij mee moest anders zou het verkeerd aflopen en/of - die [aangever 13] en/of [aangever 4] (achterin de auto zittend) toegeschreeuwd en/of daarbij een pistool gepakt en/of naar die [aangever 13] en/of [aangever 4] willen omdraaien/ heeft omgedraaid; en/of hij op een of meerdere tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 01 januari 2013 tot en met 28 augustus 2013 te Breda en/of Tilburg en/of Bergen op Zoom en/of Etten-Leur en/of Roosendaal en/of Rotterdam en/of 's-Hertogenbosch en/of elders, in ieder geval in Nederland, (telkens) tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(
  34. en)wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door een of meer listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, - [aangever 7] (incident 1) en/of - [aangever 8] (incident 3) en/of - [aangever 6] (incident 5) en/of - [aangever 3] (incident 6) en/of - [aangever 9] (incident 7) en/of - [aangever 10] (incident 8) en/of - [aangever 11] (incident 9) en/of - [aangever 12] (incident 10) en/of - [aangever 13] (incident 13) en/of - [aangever 14] (incident 14) en/of - [aangever 4] (incident 16) en/of - [aangever 15] (incident 17) en/of - [aangever 16] (incident 18) en/of - [aangever 5] (incident 19) en/of - [aangever 17] (incident 20) en/of (telkens) heeft bewogen tot de afgifte van één of meer mobiele telefoon(
  35. s)en/of de bij deze telefoon(
  36. s)behorende abonnementen/abonnementsgegevens en/of simkaarten, in elk geval van enig goed en/of tot het aangaan van een schuld (bestaande uit het afsluiten van een of meer telefoonabonnement(en)) immers heeft/hebben verdachte en/of zijn mededader(
  37. s)met vorenomschreven oogmerk – zakelijk weergegeven – valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid deze [aangever 7] en/of [aangever 8] en/of [aangever 6] en/of [aangever 3] en/of [aangever 9] en/of [aangever 10] en/of [aangever 11] en/of [aangever 12] en/of [aangever 13] en/of [aangever 14] en/of [aangever 4] en/of [aangever 15] en/of [aangever 16] en/of [aangever 5] en/of [aangever 17] gezegd dat ze geld konden verdienen door een of meer telefoonabonnement(
  38. en)af te sluiten en/of - deze [aangever 7] en/of [aangever 8] en/of [aangever 6] en/of [aangever 3] en/of [aangever 9] en/of [aangever 10] en/of [aangever 11] en/of [aangever 12] en/of [aangever 13] en/of [aangever 14] en/of [aangever 4] en/of [aangever 15] en/of [aangever 16] en/of [aangever 5] en/of [aangever 17] gezegd dat hij/zij meer geld zou(den) verdienen naarmate door hem/haar meer abonnementen werden afgesloten en/of - deze [aangever 7] en/of [aangever 8] en/of [aangever 6] en/of [aangever 3] en/of [aangever 9] en/of [aangever 10] en/of [aangever 11] en/of [aangever 12] en/of [aangever 13] en/of [aangever 14] en/of [aangever 4] en/of [aangever 15] en/of [aangever 16] en/of [aangever 5] en/of [aangever 17] naar de betreffende telecomwinkels vervoerd en vergezeld en/of - deze [aangever 7] en/of [aangever 8] en/of [aangever 6] en/of [aangever 3] en/of [aangever 9] en/of [aangever 10] en/of [aangever 11] en/of [aangever 12] en/of [aangever 13] en/of [aangever 14] en/of [aangever 4] en/of [aangever 15] en/of [aangever 16] en/of [aangever 5] en/of [aangever 17] een (vals) adres gegeven en gezegd dat zij niet traceerbaar zouden zijn voor de telecomwinkels en/of providers en/of (daarmee) hen het idee gegeven dat zij geen financiële problemen zouden ondervinden na het afsluiten van abonnementen en/of - deze [aangever 7] en/of [aangever 8] en/of [aangever 6] en/of [aangever 3] en/of [aangever 9] en/of [aangever 10] en/of [aangever 11] en/of [aangever 12] en/of [aangever 13] en/of [aangever 14] en/of [aangever 4] en/of [aangever 15] en/of [aangever 16] en/of [aangever 5] en/of [aangever 17] verschillende (andere) instructies gegeven en/of - met deze [aangever 7] en/of [aangever 8] en/of [aangever 6] en/of [aangever 3] en/of [aangever 9] en/of [aangever 10] en/of [aangever 11] en/of [aangever 12] en/of [aangever 13] en/of [aangever 14] en/of [aangever 4] en/of [aangever 15] en/of [aangever 16] en/of [aangever 5] en/of [aangever 17] meegegaan in de telecomwinkels en/of zich in de nabijheid van de winkel opgehouden waardoor deze [aangever 7] en/of [aangever 8] en/of [aangever 6] en/of [aangever 3] en/of [aangever 9] en/of [aangever 10] en/of [aangever 11] en/of [aangever 12] en/of [aangever 13] en/of [aangever 14] en/of [aangever 4] en/of [aangever 15] en/of [aangever 16] en/of [aangever 5] en/of [aangever 17] (telkens) werd(
  39. en)bewogen tot bovenomschreven afgifte. 2.hij op of omstreeks 30 januari 2013 te Breda [aangever 18] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, immers heeft verdachte opzettelijk dreigend in de kamer van die [aangever 18] de bedspijlen verbogen en/of tegen de deurstijl getrapt en/of met (brandende) kaarsen gegooid en/of (daarbij) deze [aangever 18] dreigend de woorden toegevoegd: "ik maak je af, ik snij je keel door, ik laat je verdwijnen, ik heb iets in mijn auto liggen daar maak ik je mee kapot" en/of "ik verbrand jou tot as", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking; (incident 2) Zaak met parketnummer 02-665558-14 (gevoegd): hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 25 juni 2013 tot en met 3 juli 2013 te Breda en/of te Tilburg en/of te Roosendaal en/of te Rotterdam en/of elders, in elk geval (telkens) in Nederland (lid 3 sub 1) tezamen en in vereniging met een ander of anderen (een) ander(en), te weten, - [aangever 19] en/of - [aangever 20] (lid 1, onder 1°) door dwang en/of geweld en/of één of meer (andere) feitelijkheden en/of door dreiging met geweld en/of andere feitelijkheden, door fraude, afpersing, misleiding dan wel door misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht en/of door misbruik van de kwetsbare positie, heeft geworven en/of vervoerd en/of overgebracht en/of opgenomen met het oogmerk van uitbuiting van die [aangever 19] en/of [aangever 20] voornoemd; en/of (lid 1, onder 4°) (telkens) met één of meerdere van de onder 1° van dit artikel genoemde middelen, te weten door dwang en/of geweld en/of één of meer (andere) feitelijkheden en/of door dreiging met geweld en/of andere feitelijkheden, door fraude, afpersing, misleiding dan wel door misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht en/of door misbruik van de kwetsbare positie, die [aangever 19] en/of [aangever 20] heeft gedwongen en/of bewogen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van arbeid en/of diensten dan wel de onder 1° van dit artikel genoemde omstandigheden enige handeling(
  40. en)heeft ondernomen waarvan hij, verdachte en/of diens mededader(
  41. s)wist(
  42. en)of redelijkerwijs moest(
  43. en)vermoeden dat die [aangever 19] en/of [aangever 20] zich daardoor beschikbaar zou(den) stellen tot het verrichten van arbeid en/of diensten, en/of (lid 1, onder 6°) (telkens) opzettelijk voordeel heeft getrokken uit de uitbuiting van Die [aangever 19] en/of [aangever 20] , immers heeft/hebben verdachte en/of zijn mededader(
  44. s)(één of meermalen) a. die [aangever 19] en/of [aangever 20] , ertoe gebracht en/of gedwongen om één of meer telefoonabonnement(
  45. en)af te sluiten op zijn/haar/hun naam, en/of die [aangever 19] en/of [aangever 20] ertoe gebracht en/of gedwongen de daarbij behorende telefoon(
  46. s)(vervolgens) aan hem, verdachte, en/of zijn mededader(
  47. s)te geven en/of deze telefoon(
  48. s)doorverkocht aan (een) derde(
  49. n)voor enig geldbedrag, althans enig voordeel, en/of daarbij misbruik gemaakt van de (uitbuitings)situatie waarin die [aangever 19] en/of [aangever 20] zich bevond(
  50. en)en/of welke (uitbuitings)situatie door verdachte al dan niet samen met een ander of anderen (deels) was gecreëerd, immers verdachte en/of zijn mededader(
  51. s)heeft/hebben - met die [aangever 19] en/of [aangever 20] contact gelegd en/of een of meer van hen achterin een (driedeurs) auto geplaatst en/of laten plaatsnemen en/of vervolgens met voornoemde auto hard en/of onvoorzichtig is/zijn gaan rijden en/of - tegen die [aangever 19] en/of [aangever 20] gezegd dat hij/zij veel geld kon/konden verdienen met het afsluiten van telefoonabonnement(en), al dan niet terwijl zij achterin voornoemde auto zaten en/of - tegen die [aangever 19] en/of [aangever 20] gezegd dat er (door de telecomaanbieder(
  52. s)en/of deurwaarder) geen incasso's/abonnementsgelden geïnd zouden en/of konden worden, en/of dat alles gewist zou worden en/of dat het 'legaal' was wat ze deden en/of dat zij geen problemen hiermee zouden krijgen en/of - tegen die [aangever 19] en/of [aangever 20] gezegd dat zij een of meer telefoonabonnementen moesten gaan afsluiten omdat er door verdachte en/of zijn mededader(
  53. s)voor een (vals) adres al geld was betaald en/of - die [aangever 19] en/of [aangever 20] (telkens) naar de betreffende (telecom)winkel vervoerd en/of vergezeld en/of - die [aangever 19] en/of [aangever 20] gezegd welk (vals) adres hij/zij moest(
  54. en)opgeven bij de telefoonwinkel(
  55. s)en/of - door met meerdere personen gezamenlijk aanwezig te zijn en/of in de nabijheid zich op te houden bij die [aangever 19] en/of [aangever 20] bij het aangaan van de afspraken over het/de telefoonabonnement(
  56. en)en/of bij het afsluiten van het/de telefoonabonnement(
  57. en)(zodoende) een numeriek overwicht gevormd en/of - zich in de omgang met die [aangever 19] en/of [aangever 20] schreeuwend en/of agressief en/of boos en/of intimiderend opgesteld en/of - die [aangever 19] en/of [aangever 20] al dan niet gezeten in een driedeurs auto, een knuppel en/of een bijl en/of (namaak)pistool, althans een of meer wapen(
  58. s)getoond, althans voor hen zichtbaar aanwezig gehad en/of - bij die [aangever 19] en/of [aangever 20] angst ingeboezemd en/of terwijl hij en/of zijn mededader(
  59. s)wisten, althans redelijkerwijs moest(
  60. en)vermoeden, dat die [aangever 19] en/of [aangever 20] verstandelijk beperkt en/of kwetsbaar en/of gemakkelijk te beïnvloeden was/waren en/of geen werk en/of inkomen had/hadden en/of problemen thuis had/hadden en/of schulden hadden door welke feiten en omstandigheden voor die [aangever 19] en/of [aangever 20] een (afhankelijkheids)situatie is ontstaan waaraan hij/zij zich niet heeft/hebben kunnen onttrekken en/of ten gevolge waarvan hij/zij geen weerstand aan verdachte en zijn mededaders heeft/hebben kunnen bieden; en/of hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 25 juni 2013 tot en met 3 juli 2013 te Breda en/of te Tilburg en/of te Roosendaal en/of te Rotterdam en/of elders, in elk geval (telkens) in Nederland tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (telkens) met het oogmerk om zich en/of (een) ander(
  61. en)wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld - [aangever 19] en/of - [aangever 20] heeft gedwongen tot de afgifte van een of meer mobiele telefoon(
  62. s)en/of telefooncontract(en), in elk geval van enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan die [aangever 19] en/of [aangever 20] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), en/of tot het aangaan van een schuld, te weten het afsluiten van meerdere, althans één telefoonabonnement(
  63. en)welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(
  64. en)dat verdachte en/of diens mededader(
  65. s)- terwijl die [aangever 19] en/of [aangever 20] al dan niet in de auto zat/zaten bij verdachte en/of diens mededader(s), tegen die [aangever 19] en/of [aangever 20] heeft/hebben gezegd dat hij/zij meerdere, althans een telefoonabonnement(
  66. en)moest(
  67. en)afsluiten, omdat hij/zij anders problemen zou(den) krijgen en/of - door met meerdere personen gezamenlijk aanwezig te zijn en/of zich in de nabijheid op te houden bij die [aangever 19] en/of [aangever 20] bij het aangaan van de afspraken over het/de telefoonabonnement(
  68. en)en/of bij het afsluiten van het/de telefoonabonnement(
  69. en)(zodoende) een numeriek overwicht heeft/hebben gevormd en/of - zich in de omgang met die [aangever 19] en/of [aangever 20] schreeuwend en/of agressief en/of intimiderend en/of boos opgesteld en/of - die [aangever 19] en/of [aangever 20] , al dan niet gezeten in een (driedeurs) auto, een knuppel en/of een bijl en/of (namaak)pistool, althans een of meer wapen(
  70. s)getoond, althans voor hen zichtbaar aanwezig gehad en/of - bij die [aangever 19] en/of [aangever 20] angst ingeboezemd; en/of hij op een of meerdere tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 25 juni 2013 tot en met 3 juli 2013 te Breda en/of te Tilburg en/of te Roosendaal en/of te Rotterdam en/of elders, in ieder geval in Nederland, (telkens) tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(
  71. en)wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door een of meer listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, - [aangever 19] en/of - [aangever 20] (telkens) heeft bewogen tot de afgifte van één of meer mobiele telefoon(
  72. s)en/of de bij deze telefoon(
  73. s)behorende abonnementen/abonnementsgegevens en/of simkaarten, in elk geval van enig goed en/of tot het aangaan van een schuld (bestaande uit het afsluiten van een of meer telefoonabonnement(en)) immers heeft/hebben verdachte en/of zijn mededader(
  74. s)met vorenomschreven oogmerk – zakelijk weergegeven – valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid deze [aangever 19] en/of [aangever 20] gezegd dat ze geld konden verdienen door een of meer telefoonabonnement(
  75. en)af te sluiten en/of - deze [aangever 19] en/of [aangever 20] gezegd dat hij/zij meer geld zou(den) verdienen naarmate door hem/haar meer abonnementen werden afgesloten en/of - deze [aangever 19] en/of [aangever 20] naar de betreffende telecomwinkels vervoerd en/of vergezeld en/of - deze [aangever 19] en/of [aangever 20] een (vals) adres gegeven en gezegd dat zij niet traceerbaar zouden zijn voor de telecomwinkels en/of providers en/of (daarmee) hen het idee gegeven dat zij geen financiële problemen zouden ondervinden na het afsluiten van abonnementen en/of - deze [aangever 19] en/of [aangever 20] verschillende (andere) instructies gegeven en/of - met deze [aangever 19] en/of [aangever 20] meegegaan in de telecomwinkels en/of zich in de nabijheid van de winkel opgehouden en/of waardoor deze [aangever 19] en/of [aangever 20] (telkens) werd(
  76. en)bewogen tot bovenomschreven afgifte. De in de tenlastelegging voorkomende taal- en/of schrijffouten of omissies zijn verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging. Bewezenverklaring Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het in de zaak met parketnummer 02-820033-13 onder 1 en 2 en in de zaak met parketnummer 02-665558-14 ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande, dat: Zaak met parketnummer 02-820033-13: 1. hij op tijdstippen in de periode van 1 januari 2013 tot en met 28 augustus 2013 te Breda en te Tilburg en te Bergen op Zoom en te Etten-Leur en te Roosendaal en te Rotterdam en te 's-Hertogenbosch tezamen en in vereniging met een ander of anderen telkens met het oogmerk om zich en/of (een) ander(
  77. en)wederrechtelijk te bevoordelen door geweld ( [aangever 8] ) en bedreiging met geweld - [aangever 7] en - [aangever 8] en - [aangever 6] en - [aangever 3] en - [aangever 9] en - [aangever 10] en - [aangever 11] en - [aangever 12] en - [aangever 13] en - [aangever 14] en - [aangever 4] en - [aangever 15] en - [aangever 16] en - [aangever 5] en - [aangever 17] heeft gedwongen tot de afgifte van mobiele telefoons toebehorende aan die [aangever 7] en [aangever 8] en [aangever 6] en [aangever 3] en [aangever 9] en [aangever 10] en [aangever 11] en [aangever 12] en [aangever 13] en [aangever 14] en [aangever 4] en [aangever 15] en [aangever 16] en [aangever 5] en [aangever 17] , en tot het aangaan van een schuld, te weten het afsluiten van meerdere telefoonabonnementen welk geweld en welke bedreiging met geweld hierin bestond dat verdachte en/of diens mededader(
  78. s)- terwijl die [aangever 7] en [aangever 8] en [aangever 6] en [aangever 3] en [aangever 9] en [aangever 10] en [aangever 11] en [aangever 12] en [aangever 13] en [aangever 14] en [aangever 4] en [aangever 15] en [aangever 16] en [aangever 5] en [aangever 17] al dan niet in de auto zaten bij verdachte en diens mededader(s), tegen die [aangever 7] en [aangever 8] en [aangever 6] en [aangever 3] en [aangever 9] en [aangever 10] en [aangever 11] en [aangever 12] en [aangever 13] en [aangever 14] en [aangever 4] en [aangever 15] en [aangever 16] en [aangever 5] en [aangever 17] hebben gezegd dat zij meerdere, telefoonabonnementen moesten afsluiten, en - door met meerdere personen gezamenlijk aanwezig te zijn en/of zich in de nabijheid op te houden bij die [aangever 7] en [aangever 8] en [aangever 6] en [aangever 3] en [aangever 9] en [aangever 10] en [aangever 11] en [aangever 12] en [aangever 13] en [aangever 14] en [aangever 4] en [aangever 15] en/of [aangever 16] en [aangever 5] en [aangever 17] bij het aangaan van de afspraken over de telefoonabonnementen en/of bij het afsluiten van de telefoonabonnementen zodoende een numeriek overwicht hebben gevormd en - zich in de omgang met die [aangever 7] en [aangever 8] en [aangever 6] en [aangever 3] en [aangever 9] en [aangever 10] en [aangever 11] en [aangever 12] en [aangever 13] en [aangever 14] en [aangever 4] en [aangever 15] en [aangever 16] en [aangever 5] en [aangever 17] schreeuwend en/of agressief en/of intimiderend en/of boos opgesteld en - die [aangever 7] en [aangever 6] en [aangever 3] en [aangever 10] en [aangever 11] en [aangever 12] en [aangever 14] en [aangever 4] en [aangever 16] en [aangever 5] en [aangever 17] , al dan niet gezeten in een (driedeurs) auto, een knuppel getoond, althans voor hen zichtbaar aanwezig gehad en - tegen die [aangever 7] dreigend gezegd: "je kan er niet meer onderuit, je eet en drinkt en rookt in het vervolg met mij, je hebt ja gezegd en je bent afhankelijk van mij", en in aanwezigheid van die [aangever 7] in een kamer meermalen in een kamer tegen de deurpost getrapt en gezegd dat hij een AK47 had gekocht en iemand in Den Haag zou gaan vermoorden en - die [aangever 7] en [aangever 8] en [aangever 6] en [aangever 3] en [aangever 9] en [aangever 10] en [aangever 11] en [aangever 12] en [aangever 13] en [aangever 14] en [aangever 4] en [aangever 15] en [aangever 16] en [aangever 5] en [aangever 17] angst ingeboezemd en - die [aangever 7] en [aangever 9] en [aangever 10] en [aangever 11] en [aangever 16] en [aangever 5] en [aangever 17] , al dan niet onder bedreiging met een wapen, dreigend de woorden toegevoegd: * dat hij haar zou laten verdwijnen als zij niet zou meewerken ( [aangever 7] ); * dat hij door moest gaan of anders zouden er rare dingen gebeuren en dat hij eraan zou gaan en zijn ouders ook en dat ze bij zijn ouders zouden gaan inbreken, ( [aangever 9] ); * "Als jij dat niet doet, pak ik jou en jouw moeder ook. Als jij niet doorgaat nu, dan ga ik naar jouw huis, en dan vermoord ik jouw moeder!", terwijl daarbij dreigend een gummiknuppel werd getoond in de richting van die [aangever 10] ; * dat hij in de problemen zou komen als hij niet meehielp en dat het slecht met hem zou aflopen, terwijl daarbij dreigend in de handen werd geslagen met een gummiknuppel ( [aangever 11] ); * dat er wat gebeurde met mensen die niet naar hem luisterden of mee wilden werken ( [aangever 16] ) * dat ze het maar moest doen en dat hij wist waar ze woonde, waarbij hij haar bij de borst en kleding vastpakte en dat ze toch niet wilde dat haar moeder iets zou overkomen ( [aangever 5] ); * dat hij hem in elkaar zou slaan ( [aangever 17] ); althans woorden en/of gedragingen van gelijke dreigende aard en/of strekking en/of - die [aangever 7] en [aangever 3] verteld dat anderen (die aangifte hadden gedaan of hadden geweigerd mee te werken) in elkaar waren geslagen, en - die [aangever 8] een trap gegeven en hem gezegd dat hij mee moest anders zou het verkeerd aflopen en - die [aangever 13] en [aangever 4] (achterin de auto zittend) toegeschreeuwd. 2.hij op 30 januari 2013 te Breda, [aangever 18] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, immers heeft verdachte opzettelijk dreigend in de kamer van die [aangever 18] de bedspijlen verbogen en tegen de deurstijl getrapt en met brandende kaarsen gegooid en daarbij deze [aangever 18] dreigend de woorden toegevoegd: "ik maak je af, ik snij je keel door, ik laat je verdwijnen, ik heb iets in mijn auto liggen daar maak ik je mee kapot" en "ik verbrand jou tot as". Zaak met parketnummer 02-665558-14 (gevoegd): hij op tijdstippen in de periode van 25 juni 2013 tot en met 3 juli 2013 te Breda en te Tilburg en te Roosendaal en te Rotterdam tezamen en in vereniging met een ander telkens met het oogmerk om zich en een ander wederrechtelijk te bevoordelen door bedreiging met geweld - [aangever 19] en - [aangever 20] heeft gedwongen tot de afgifte van mobiele telefoons en/of telefooncontract(en), toebehorende aan die [aangever 19] en [aangever 20] , en tot het aangaan van een schuld, te weten het afsluiten van meerdere telefoonabonnementen welke bedreiging met geweld hierin bestond dat verdachte en diens mededader - terwijl die [aangever 19] en/of [aangever 20] in de auto zaten bij verdachte en diens mededader, tegen die [aangever 19] en [aangever 20] hebben gezegd dat zij meerdere telefoonabonnementen moesten afsluiten, omdat zij anders problemen zouden krijgen en - door met meerdere personen gezamenlijk aanwezig te zijn en zich in de nabijheid op te houden bij die [aangever 19] en [aangever 20] bij het aangaan van de afspraken over de telefoonabonnementen en bij het afsluiten van de telefoonabonnementen zodoende een numeriek overwicht hebben gevormd en - zich in de omgang met die [aangever 19] en [aangever 20] intimiderend opgesteld en - bij die [aangever 19] en [aangever 20] angst ingeboezemd. Het hof acht niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard, zodat deze daarvan behoort te worden vrijgesproken. Door het hof gebruikte bewijsmiddelen Indien tegen dit verkorte arrest beroep in cassatie wordt ingesteld, worden de door het hof gebruikte bewijsmiddelen die redengevend zijn voor de bewezenverklaring opgenomen in een aanvulling op het arrest. Deze aanvulling wordt dan aan het arrest gehecht. Bijzondere overwegingen omtrent het bewijs De beslissing dat het bewezen verklaarde door de verdachte is begaan berust op de feiten en omstandigheden als vervat in de hierboven bedoelde bewijsmiddelen, in onderlinge samenhang beschouwd. Standpunt openbaar ministerie De advocaat-generaal heeft zich op het standpunt gesteld dat het onder dwang afsluiten van telefoonabonnementen in dit geval is te kwalificeren als mensenhandel in de zin van artikel 273f Sr. Volgens de advocaat-generaal werden de slachtoffers bedreigd, waardoor de vrijwilligheid om een bewuste keuze te maken aan hen ontbrak. De aangevers zijn meegenomen in een auto waarmee hard werd gereden en waarin een gummiknuppel lag. Op het moment dat aangevers abonnementen gingen afsluiten in de winkel liep de verdachte in veel gevallen met hen mee en na het afsluiten van die abonnementen moesten de aangevers de bij het abonnement behorende telefoon direct overdragen. Deze omstandigheden brengen volgens de advocaat-generaal met zich dat sprake was van een dusdanig overwicht van de verdachte en medeverdachte [medeverdachte 2] dat gesproken kan worden van mensenhandel. De bewezen verklaarde feiten kunnen daarnaast worden gekwalificeerd als het medeplegen van afpersing, gelijk aan het vonnis van de rechtbank. De advocaat-generaal heeft ten slotte gevorderd dat de verdachte vrijgesproken dient te worden van oplichting, omdat geen bewijs aanwezig is voor het bestaan van één van de in de tenlastelegging opgenomen oplichtingsmiddelen. Standpunt verdediging De verdediging heeft ten aanzien van het in parketnummer 02-820033-13 onder 1 en in parketnummer 02-665558-14 ten laste gelegde, kort gezegd, betoogd dat geen sprake was van mensenhandel, omdat geen sprake was van uitbuiting van de aangevers. Bij de vraag of sprake is van uitbuiting zijn van belang: de aard en duur van de tewerkstelling; de beperkingen die zij voor de betrokkene meebrengt; het economisch voordeel dat daarmee door de tewerksteller wordt behaald. Volgens de verdediging was geen sprake van (een oogmerk van) uitbuiting van de aangevers. De vereiste ernstige inbreuk op de lichamelijke en/of geestelijke integriteit en/of de persoonlijke vrijheid van de aangevers is te beperkt geweest, terwijl de mate van dwang niet zonder meer bepalend is om te kunnen spreken van uitbuiting. Subsidiair geldt dat geen sprake is van (het oogmerk van) uitbuiting door het gebruik van de dwangmiddelen op grond waarvan de advocaat-generaal tot een bewezenverklaring is gekomen. Ook geldt dat deze zaak zich niet leent voor het gebruik van schakelbewijs. Ten aanzien van de omstandigheden van de aangevers en aangeefsters geldt dat deze niet in een afhankelijkheidsrelatie of economisch kwetsbare en zwakke positie verkeren. Voor zover de rechtbank dat heeft overwogen is door de verdediging opgemerkt dat aangevers uit Nederland komen en in een welvarende economie verkeren, terwijl zij bovendien niet sociaal geïsoleerd waren. Aangevers bevonden zich niet in een situatie waaraan zij zich niet konden onttrekken. Bovendien zijn alle aangevers mondig genoeg gebleken om zich te verweren. De situatie van aangevers is gelijk aan de omstandigheden waarin een mondige werknemer pleegt te verkeren. Overwicht en misbruik van een eventuele kwetsbare positie is niet aan de orde. Aangevers hebben abonnementen afgesloten om er financieel beter op te worden en niet vanwege hun kwetsbaarheid. Aangevers zijn gehoord bij de rechter-commissaris en waren daartoe allen ook in staat. Ook andere omstandigheden, zoals een laag IQ van de slachtoffers, hun woonsituatie of verstandelijke beperking zijn onvoldoende om het feit te kwalificeren als mensenhandel. De aard en de duur van de diensten is beperkt geweest. Meestal strekte zich het afsluiten van abonnementen uit over enige dagen, maar soms beperkte zich dit tot één dag, terwijl het aantal afgesloten abonnementen beperkt was. Voor zover bovendien al kan worden bewezen dat verdachte een van de vereiste dwangmiddelen heeft ingezet, volgt niet dat hij de strekking had om aangevers uit te buiten. Het afsluiten van telefoonabonnementen vond bovendien plaats op een openbare plek. Ten slotte geldt dat het profijt van de verdachte zich heeft bepekt tot het (incidenteel) doorverkopen van de telefoons die bij de afgesloten abonnementen werden verkregen. De verdediging heeft voorts gesteld dat het gebruik van schakelbewijs, zoals de rechtbank dat heeft opgenomen in het vonnis, geen basis kan vormen voor een bewijsconstructie, omdat geen sprake is van zodanige belangrijke overeenkomsten op essentiële punten dat sprake is van een herkenbaar, specifiek patroon in het gedrag van verdachte dat het gebruik van schakelbewijs rechtvaardigt. Bovendien ontbreken bij de meeste ten laste gelegde incidenten één of meer door de rechtbank genoemde overeenkomsten. De verdediging heeft voorts gesteld dat voor een bewezenverklaring van afpersing vereist is dat een persoon zonder het op hem toegepaste dwangmiddel niet de in de wet genoemde prestatie zou hebben verricht, althans niet op het ogenblik waarop in omstandigheden waarin thans is gehandeld. Zodra andere motieven dan geeld tot afgifte hebben geleid zal geen sprake kunnen zijn van afpersing. Of hiervan sprake is, is per incident besproken (zie hierna). Ook geldt dat per incident aan de orde komt of sprake is van bedreiging met geweld: intimiderend gedrag en/of het spreken met stemverheffing is niet als zodanig te kwalificeren. Ten aanzien van de verschillende aangevers kan volgens de verdediging bovendien ook niet tot een bewezenverklaring ter zake van (het medeplegen van) mensenhandel dan wel (het medeplegen van) afpersing worden gekomen. In dat verband is, kort gezegd, het volgende betoogd: - [aangever 7]: Het afsluiten van abonnementen was niet het rechtstreeks gevolg van dwang of bedreigingen. Voordat verdachte agressief werd had [aangever 7] al telefoonabonnementen afgesloten met [medeverdachte 1] . Van een dreigende sfeer is niet gebleken. Ook blijkt niet dat [aangever 7] kwetsbaar of ondergeschikt was en dat verdachte daarvan misbruik heeft gemaakt. [aangever 8] : Aangever is benaderd door [medeverdachte 1] en ging mee vanwege financiële motieven. De eerste keer was verdachte niet agressief; de tweede keer zou aangever een schop hebben gekregen van verdachte, maar daarover verklaart enkel [aangever 8] . Zonder schakelbewijs kan niet tot een bewezenverklaring worden gekomen. Ook blijkt niet dat [aangever 8] kwetsbaar of ondergeschikt was en dat verdachte daarvan misbruik heeft gemaakt. [aangever 8] had een financieel motief om mee te doen. - [aangever 6] : Aangever zou pas na het afsluiten van het eerste abonnementen de gummiknuppel hebben gezien. Wel was eerder sprake van een dodelijke blik van verdachte, maar dat is niet te kwalificeren als bedreiging. Aangever heeft bovendien verklaard dat hij deels mee deed uit vertrouwen en om geld te verdienen. Ook blijkt niet dat [aangever 6] kwetsbaar of ondergeschikt was en dat verdachte daarvan misbruik heeft gemaakt. [aangever 6] bepaalde zelf wanneer hij stopte met het afsluiten van abonnementen. [aangever 3] : De toon waarop werd gesproken was niet echt dwingend. Verdachte was intimiderend, maar niet agressief of schreeuwend. Met de stok in de auto is nietsgedaan. Ook blijkt niet dat [aangever 3] kwetsbaar of ondergeschikt was en dat verdachte daarvan misbruik heeft gemaakt; er is geen afhankelijkheidsrelatie ontstaan waaraan aangever zich niet kon onttrekken en nadien heeft verdachte aangever niet lastig gevallen. [aangever 9] : Het bewijs is enkel gebaseerd op de verklaring van aangever. Voldoende steunbewijs ontbreekt en schakelbewijs kan niet worden toegepast zoals reeds betoogd. [aangever 10] : Aangever had een eigen financieel motief om mee te doen. Het eerste abonnement is afgesloten zonder dat er volgens zijn verklaring dwang is toegepast. [medeverdachte 2] erkent aanwezig te zijn geweest, maar heeft niet verklaard over de bedreiging. Ook blijkt niet dat [aangever 10] kwetsbaar of ondergeschikt was en dat verdachte daarvan misbruik heeft gemaakt. Niet blijkt dat sprake was van een afhankelijkheidsrelatie waaraan [aangever 10] zich niet kon onttrekken. Aangever is in de winkel niet onder druk gezet. [aangever 11] : De bedreigingen die volgens [aangever 11] zijn geuit zijn enkel gebaseerd op zijn eigen verklaring. Bij gebrek aan steunbewijs kan dit feit niet bewezen worden verklaard. [aangever 11] heeft ja gezegd omdat hij geld nodig had. Hij heeft niet tegen zijn wil gehandeld. [aangever 12] : Het gaat hier om de subjectieve beleving van aangever. Hij ‘voelde’ dat hij mee moest doen. Aangever spreekt niet over expliciete bedreigingen. De aanwezige gummiknuppel is niet gebruikt, noch is daarmee gedreigd. [medeverdachte 2] heeft niet gemerkt dat [aangever 12] bang was; dat [medeverdachte 2] zich kan voorstellen dat [aangever 12] bang was kan niet dienen als bewijs. Er is geen sprake van enige vorm van dwang, of andere omstandigheden waardoor zijn keuzevrijheid beperkt zou zijn. Ook blijkt niet dat [aangever 12] kwetsbaar of ondergeschikt was en dat verdachte daarvan misbruik heeft gemaakt; zonder schakelbewijs is onvoldoende bewijs voorhanden voor een bewezenverklaring ter zake van gebruikte dwangmiddelen. [aangever 13] : De verklaringen van [medeverdachte 2] zijn onbetrouwbaar omdat hij een eigen belang heeft om te verklaren zoals hij heeft gedaan, te weten om zijn eigen rol te minimaliseren. Er is onvoldoende bewijs voor dwang ten gevolge van geweld of bedreiging met geweld. Ook blijkt niet dat [aangever 13] kwetsbaar of ondergeschikt was en dat verdachte daarvan misbruik heeft gemaakt; van enige afhankelijkheidsrelatie was geen sprake [aangever 14] : Het motief om mee te doen voor aangever was om geld te verdienen. [aangever 14] heeft tegenover de rechter-commissaris verklaard dat het zijn eigen verantwoordelijkheid was. Zonder het gebruik van schakelbewijs ontbreekt het wettig en overtuigend bewijs voor het gebruik van dwangmiddelen of andere omstandigheden waardoor zijn keuzevrijheid beperkt zou zijn. [aangever 4] : Aangever verklaart dat hij in de auto zat, maar zelf is weggegaan. Later wil hij alsnog meedoen omdat hij geld wil verdienen. [aangever 4] heeft zelf keuzes gemaakt en van dwang is onvoldoende gebleken. Zonder het gebruik van schakelbewijs ontbreekt het wettig en overtuigend bewijs voor het gebruik van dwangmiddelen. [aangever 15] : Van enig geweld dan wel bedreiging daarmee is niet gebleken. Hij heeft niets verklaard over wapen dat aan hem getoond zou zijn. Het intimiderende gedrag waarover aangever heeft verklaard is onvoldoende om tot een bewezenverklaring te komen van dwang. [aangever 15] wilde meedoen omdat hij geld wilde verdienen. Hij handelde uit vrije wil. [aangever 16] : Aangever heeft bij de rechter-commissaris erkend op meerdere punten niet de waarheid te hebben gesproken bij de politie. Zijn verklaringen zijn op meerdere punten tegenstrijdig en zijn verklaring is ongeloofwaardig. Aangever wilde geld verdienen en is nooit direct bedreigd. Hij noemt de blik in de ogen van verdachte, maar dat is te subjectief om dreiging aan te nemen. De verklaring van [medeverdachte 2] is onbetrouwbaar omdat hij in zijn verklaringen zijn eigen rol minimaliseert ten koste van de rol van verdachte. Aangever heeft telefoonabonnementen afgesloten om er zelf aan te verdienen. Gelet daarop kan van dwang of andere omstandigheden waardoor zijn keuzevrijheid beperkt zou zijn, geen sprake zijn. [aangever 5] : Van enige dwang is geen sprake geweest. De verklaring van [aangever 5] is ongeloofwaardig. [aangever 5] was verliefd op verdachte en heeft vaak zelf contact gezocht met hem; het initiatief lag niet altijd bij verdachte. Onvoldoende blijkt van geweld of bedreiging daarmee. Zonder het gebruik van schakelbewijs kan niet tot een bewezenverklaring worden gekomen. [aangever 17] : Alleen aangever heeft verklaard dat verdachte tegen hem gezegd zou hebben dat hij in elkaar geslagen zou worden. De gummiknuppel die aangever zag is niet gebruikt en ook is hij daarmee (of met een ander wapen) niet bedreigd. Zonder het gebruik van schakelbewijs kan niet tot een bewezenverklaring worden gekomen. [aangever 19] : Aangeefster wilde geld verdienen; niet is gebleken van geweld of bedreiging met geweld tegen haar. Ook is niet gebleken van een verstandelijke beperking of iets dergelijks. Van een afhankelijkheidssituatie waarin zij zich niet kon onttrekken is evenmin gebleken. Zonder het gebruik van schakelbewijs kan niet tot een bewezenverklaring worden gekomen. [aangever 20] : Het motief van aangever was: geld verdienen. Uit het tapgesprek tussen verdachte en aangever (“ [bijnaam aangever 20] ”) volgt niet dat sprake was van een bedreigende situatie. Dat sprake was van dwang of andere omstandigheden waardoor zijn keuzevrijheid beperkt zou zijn, blijkt onvoldoende. Zonder het gebruik van schakelbewijs kan niet tot een bewezenverklaring worden gekomen. Ten slotte is, kort gezegd, betoogd dat ook van oplichting geen sprake is geweest, omdat uit het dossier niet is gebleken dat gebruik is gemaakt van één van de vier oplichtingsmiddelen. Als het hof aanneemt dat aangever onder dwang telefoonabonnementen hebben afgesloten en de telefoons hebben afgegeven dan staat dit in de weg aan een bewezenverklaring van oplichting. Van deze feiten dient verdachte integraal te worden vrijgesproken. De verdediging heeft ten aanzien van het in parketnummer 02-820033-13 onder 12 betoogd dat de door de rechtbank bewezenverklaarde bewoordingen worden betwist door verdachte. Die bewoordingen van aangeefster [aangever 18] worden niet bevestigd door de verklaring van [aangever 7] ; enkel het tegen de deur trappen bevestigt [aangever 7] . Dat is echter onvoldoende om te kunnen spreken van bedreiging met een misdrijf tegen het leven gericht. Verzocht is verdachte van dit feit vrij te spreken. Het oordeel van het hof Ten aanzien van de aan de verdachte ten laste gelegde mensenhandel stelt het hof het volgende voorop. In artikel 273f eerste lid Sr is mensenhandel strafbaar gesteld. Dat artikel luidt, voor zover van belang, als volgt: Als schuldig aan mensenhandel wordt met gevangenisstraf van ten hoogste twaalf jaren of geldboete van de vijfde categorie gestraft: 1° degene die een ander door dwang, geweld of een andere feitelijkheid of door dreiging met geweld of een andere feitelijkheid, door afpersing, fraude, misleiding dan wel door misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht, door misbruik van een kwetsbare positie of door het geven of ontvangen van betalingen of voordelen om de instemming van een persoon te verkrijgen die zeggenschap over die ander heeft, werft, vervoert, overbrengt, huisvest of opneemt, met inbegrip van de wisseling of overdracht van de controle over die ander, met het oogmerk van uitbuiting van die ander of de verwijdering van diens organen; 4° degene die een ander met een van de onder 1° genoemde middelen dwingt of beweegt zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van arbeid of diensten of zijn organen beschikbaar te stellen dan wel onder de onder 1° genoemde omstandigheden enige handeling onderneemt waarvan hij weet of redelijkerwijs moet vermoeden dat die ander zich daardoor beschikbaar stelt tot het verrichten van arbeid of diensten of zijn organen beschikbaar stelt; 6° degene die opzettelijk voordeel trekt uit de uitbuiting van een ander. De Hoge Raad heeft geoordeeld dat, hoewel in de tekst van sub 4 niet is opgenomen dat het oogmerk van uitbuiting is vereist, de wetsgeschiedenis van het artikel en in aanmerking genomen dat handelen in strijd met sub 4 wordt gekwalificeerd als mensenhandel, aangenomen moet worden dat de onder sub 4 omschreven gedragingen alleen strafbaar zijn als zij zijn begaan onder omstandigheden waarbij uitbuiting kan worden verondersteld. Meer bepaald, gedragingen kunnen eerst dan als ‘mensenhandel’ worden bestraft indien uit de bewijsvoering volgt dat voldaan is aan voormelde voorwaarde dat zij zijn begaan onder omstandigheden waarbij uitbuiting kan worden verondersteld. Voor bewezenverklaring van een op art. 273f, eerste lid onder 4°, Sr toegesneden tenlastelegging is dan ook vereist dat op grond van de omstandigheden van het geval uitbuiting komt vast te staan. Voorts volgt uit rechtspraak van de Hoge Raad dat bij de vraag of van uitbuiting sprake is onder meer betekenis toekomt aan de aard en duur van de tewerkstelling, de beperkingen die zij voor de betrokkene meebrengt en het economisch voordeel dat daarmee door de tewerksteller wordt behaald. Bij de weging van die, en andere relevante factoren, dienen de in de Nederlandse samenleving geldende maatstaven te worden gehanteerd. In het geval van minderjarige slachtoffers kan de beoordeling van de relevante factoren tot een andere uitkomst leiden dan wanneer het slachtoffer meerderjarig is. Het hof zal telkens, onder meer aan de hand van voornoemde factoren, beoordelen of bij het afsluiten van de telefoonabonnementen door de in de tenlastelegging genoemde aangevers sprake is van uitbuiting. Tevens zal het hof per aangever bespreken of voldoende bewijs voorhanden is om tot een bewezenverklaring te komen van het ten laste gelegde (medeplegen van) afpersing en oplichting. In het kader van de ten laste gelegde afpersing geldt het volgende. Voor een veroordeling ter zake van afpersing door bedreiging met geweld is in een geval als het onderhavige vereist dat de bedreiging van dien aard is en onder zodanige omstandigheden is geschied dat bij de bedreigde in redelijkheid de vrees kon ontstaan dat jegens hem geweld zou worden uitgeoefend. Daarvan kan reeds sprake zijn indien de dader een dermate dreigende situatie heeft gecreëerd, dat de vrees van de slachtoffers voor geweld van hun zijde gerechtvaardigd is. Ten aanzien van de vraag of sprake is van medeplegen wordt voorop gesteld dat medeplegen een nauwe en bewuste samenwerking vereist tussen de plegers van een strafbaar feit, waarbij de plegers een intellectuele en/of materiële bijdrage van voldoende gewicht leveren aan dat strafbare feit. Bij zijn oordeel dat sprake is van de voor medeplegen vereiste nauwe en bewuste samenwerking, kan de rechter rekening houden met onder meer de intensiteit van de samenwerking, de onderlinge taakverdeling, de rol in de voorbereiding, de uitvoering of de afhandeling van het delict en het belang van de rol van de verdachte, diens aanwezigheid op belangrijke momenten en het zich niet terugtrekken op een daartoe geëigend tijdstip. Ten aanzien van parketnummer 02-820033-13 onder 1 Aangeefster [aangever 7] (incident 1) Uit de aangifte van [aangever 7] (pg. 1008) blijkt dat zij op kamertraining woonde in Breda.. Zij werd op 28 januari 2013 op het station te Breda werd aangesproken door [medeverdachte 1] die haar vroeg of zij op een legale manier geld wilde verdienen. Zij gingen naar de stationsrestauratie en daar kwam ook [verdachte] bij [aangever 7] en [medeverdachte 1] aan tafel zitten. [medeverdachte 1] legde uit dat [aangever 7] geld kon verdienen door een telefoonabonnement af te sluiten. [aangever 7] geloofde dat aanvankelijk niet, waarop zij, [verdachte] en [medeverdachte 1] naar de woning van [medeverdachte 1] reden. [medeverdachte 1] haalde een brief uit de woning en daarop stond dat incasso door [Bank A] was stopgezet. Toen [aangever 7] het verhaal van [medeverdachte 1] nog steeds niet geloofde werd [verdachte] boos en zei hij: “Je kan er niet meer onderuit, je eet en drinkt en rookt in het vervolg met mij, je hebt ja gezegd en je bent afhankelijk van mij” of woorden van gelijke strekking. [verdachte] vertelde daarna over ene [betrokkene 1] die aangifte tegen [verdachte] had gedaan en vervolgens in elkaar was geslagen. [verdachte] zei dat hij vast had gezeten en mensen kon laten verdwijnen. [aangever 7] werd daardoor erg bang, ook omdat [verdachte] erg hard aan het rijden was. [aangever 7] moest vervolgens abonnementen afsluiten en zou daarvoor een bedrag van € 2.500,00 krijgen. In Tilburg moest [aangever 7] een abonnement afsluiten voor een IPhone; [verdachte] liep met [aangever 7] mee. Daarna gingen zij naar een tweede telefoonwinkel voor het afsluiten van een abonnement. [verdachte] wilde op enig moment laten zien waar hij [betrokkene 1] in elkaar had geslagen en ook moest [aangever 7] vertellen waar zij woonde. Zij reden naar haar huis en [verdachte] ging mee naar binnen. [aangever 7] moest aan haar huisgenoot, [aangever 18] , vragen of zij ook abonnementen wilde afsluiten. [verdachte] zei dat [aangever 7] de volgende dag weer opgehaald zou worden. Op 29 januari 2013 kwam [verdachte] omstreeks 15.00 uur weer naar de woning van [aangever 7] ; zij en [aangever 18] stapten in de auto en ook [medeverdachte 1] was daarbij aanwezig. In Bergen op Zoom sloot [aangever 7] een abonnement af; [medeverdachte 1] was daarbij aanwezig. De verzegeling van de verpakking van de telefoon werd verbroken door de verkoopster; [verdachte] was daarover erg boos. Op enig moment gingen ze naar de kamer van [aangever 18] . [verdachte] werd erg boos en trapte vaak tegen de bovenste rand van de deurpost aan. Ook schreeuwde hij en sloeg hij kaarsen door de kamer. [verdachte] zei dat hij [aangever 18] zou verkrachten en vermoorden en daarna van de wereld zou laten verdwijnen. Hij kneep de spijlen van het bed daarbij samen. Ook op woensdag 30 januari 2013 moest [aangever 7] mee met [verdachte] en [medeverdachte 1] . [verdachte] kocht toen onder meer een wapenstok en verzwaarde handschoenen. [aangever 7] moest die dag weer telefoonabonnementen afsluiten. Op 31 januari 2013 werd [aangever 7] opnieuw opgehaald om een telefoonabonnement af te sluiten. [verdachte] reed die dag erg hard en sloeg met de wapenstok op het stuur. [medeverdachte 1] was daarbij ook aanwezig met nog twee anderen. [aangever 18] heeft de verklaring van [aangever 7] bevestigd met dien verstande dat zij een verklaring heeft afgelegd over het gebeurde vanaf 29 januari 2013. Toen op 29 januari 2013 aan [aangever 18] werd gevraagd of zij ook telefoonabonnementen wilde afsluiten en [aangever 18] zei daarover te willen nadenken werd [verdachte] erg boos. Hij zei: “Ik maak je af, ik snij je keel door, ik laat je verdwijnen, ik heb iets in mijn auto liggen daar maak ik je mee kapot.” Ook zei hij: “Ik verbrand jou tot as”. [aangever 7] en [medeverdachte 1] waren daarbij aanwezig. [verdachte] kneep de spijlen van het bed van [aangever 18] bij elkaar en gooide brandende kaarsen door de kamer. Ook uit de verklaring van de ex-vriend van [aangever 7] , [betrokkene 2] , volgt dat [aangever 7] tegen hem heeft gezegd dat ze 8 telefoonabonnementen heeft moeten afsluiten voor iemand anders en dat ze de telefoons moest afgeven aan ene [verdachte] (het hof begrijpt: [verdachte] ). Het hof is van oordeel dat er in het bijzonder gelet op de aard en de duur van de tewerkstelling – voor zover daarvan al kan worden gesproken –, de beperkingen die zij voor de betrokkene meebrengt en het economisch voordeel dat daarmee door de tewerksteller wordt behaald, in dit geval geen sprake is van uitbuiting. De activiteiten van [aangever 7] zijn beperkt gebleven tot het afsluiten van 8 telefoonabonnementen binnen een tijdsbestek van 4 dagen, terwijl van daadwerkelijke beperkingen in de vrijheid van [aangever 7] geen sprake is. De bij de afgesloten abonnementen behorende telefoons werden ingenomen door [verdachte] . Uit het dossier lijkt te volgen dat [verdachte] geld betaalde aan personen die nieuwe slachtoffers zouden regelen, maar het hof is van oordeel dat, bezien in het licht van hetgeen hiervoor is overwogen, die enkele omstandigheid onvoldoende is om aan te nemen dat sprake is van mensenhandel. Het hof heeft daarbij tevens in aanmerking genomen dat ook uit de overige omstandigheden niet valt af te leiden dat sprake is van uitbuiting. Nu het afsluiten van abonnementen door [aangever 7] niet gebeurde onder omstandigheden waarbij uitbuiting kan worden verondersteld, kan dat handelen niet worden bewezen als mensenhandel. De verdachte dient daarom in zoverre te worden vrijgesproken. Het hof is van oordeel dat uit de hiervoor genoemde bewijsmiddelen volgt dat [verdachte] zich schuldig heeft gemaakt aan het medeplegen van afpersing van [aangever 7] door bedreiging met geweld. Uit de door [aangever 7] afgelegde verklaring volgt dat [verdachte] [aangever 7] heeft bedreigd met geweld door boos te worden en te zeggen dat hij een man die aangifte tegen hem had gedaan in elkaar had geslagen, dat hij vast had gezeten en dat hij mensen kon laten verdwijnen. Daarbij reed [verdachte] erg hard en onverantwoord met zijn auto. [medeverdachte 1] was daarbij steeds aanwezig. Uit haar verklaring volgt tevens dat [aangever 7] in een kamertraject zat en begeleid woonde. Het hof is van oordeel dat uit het voorgaande volgt dat sprake is van een kwetsbare benadeelde tegenover een zich agressief opstellende volwassene, [verdachte] , die werd vergezeld van één of meer andere jongeren met wie hij het feit heeft gepleegd. Het hof is van oordeel dat de in de bewezenverklaring omschreven gedragingen en uitlatingen van de verdachte, waarbij ook de context van het geval mede van betekenis is, bedreiging met geweld van [aangever 7] opleveren, nu daardoor bij aangever de redelijke vrees kon ontstaan dat jegens haar geweld zou worden uitgeoefend. Het hof stelt vast dat [verdachte] [aangever 7] heeft gedwongen om telefoonabonnementen af te sluiten, nadat [medeverdachte 1] haar had benaderd met de vraag of zij geld wilde verdienen. [verdachte] heeft haar vervolgens rondgereden en verplicht in meerdere plaatsen telefoonabonnementen af te sluiten. [verdachte] is zelfs bij het afsluiten van enkele abonnementen met [aangever 7] meegelopen. Ook de drie dagen nadien heeft [verdachte] [aangever 7] opgehaald, rondgereden en verplicht telefoonabonnementen af te sluiten, terwijl daarbij ook steeds één of meer anderen aanwezig waren. Dat van het vrijwillig afsluiten van telefoonabonnementen geen sprake was volgt uit voornoemde bewijsmiddelen. Het hof is van oordeel van voldoende bewijs aanwezig is om tot een bewezenverklaring te komen van medeplegen van afpersing. Nu uit het voorgaande niet blijkt dat [aangever 7] door middel van de in de tenlastelegging genoemde oplichtingsmiddelen is bewogen tot afgifte van de bij de afgesloten abonnementen behorende mobiele telefoons wordt verdachte in zoverre vrijgesproken. Aangever [aangever 8] (incident 3) Uit de aangifte van [aangever 8] (pg. 1065 e.v.) volgt dat hij begeleid woonde te Breda via [Stichting X] . [aangever 8] werd gebeld door [medeverdachte 1] met de vraag of hij snel geld wilde verdienen door het afsluiten van abonnementen. [aangever 8] zei dat hij daarover zou nadenken. [medeverdachte 1] belde daarna nog een keer met de vraag of [aangever 8] al wist of hij mee wilde doen. [aangever 8] zei dat hij het wel wilde proberen en werd op 4 februari 2013 opgehaald. [medeverdachte 1] zat aan de passagierskant en achter het stuur zat een Turkse man. Later hoorde aangever dat die man [verdachte] werd genoemd. Op 5 februari 2013 werd [aangever 8] opgehaald; hij was eigenlijk ziek, maar [medeverdachte 1] zei dat [aangever 8] mee moest omdat [medeverdachte 1] anders problemen zou krijgen met [verdachte] ; [medeverdachte 1] zou anders klappen krijgen. Op 4 en 5 februari 2013 heeft [aangever 8] vervolgens in totaal 8 abonnementen afgesloten; daarbij was [medeverdachte 1] telkens aanwezig. Op enig moment werd [aangever 8] door [verdachte] geschopt. Ook op 6 februari 2013 sloot [aangever 8] nog een abonnement af. Tegenover de rechter-commissaris heeft [aangever 8] nog verklaard dat [medeverdachte 1] bleef pushen en dat [aangever 8] daarom maar zei dat hij het wel wilde proberen. [aangever 8] moest ook zijn adres geven. [verdachte] zei dat ze langs de telefoonwinkels zouden gaan; [aangever 8] was samen met [medeverdachte 1] in de betreffende winkels. [verdachte] werd ook agressief en onder meer [medeverdachte 1] was daar toen bij. Ook was [medeverdachte 1] erbij toen [aangever 8] werd geschopt. [medeverdachte 1] heeft verklaard (pg. 892, 893) dat hij [aangever 8] heeft laten praten met [verdachte] en dat hij één of twee keer met [aangever 8] is meegegaan naar de winkels. Het hof is van oordeel dat er in het bijzonder gelet op de aard en de duur van de tewerkstelling – voor zover daarvan al kan worden gesproken –, de beperkingen die zij voor de betrokkene meebrengt en het economisch voordeel dat daarmee door de tewerksteller wordt behaald, in dit geval geen sprake is van uitbuiting. De activiteiten van [aangever 8] zijn beperkt gebleven tot het afsluiten van 9 telefoonabonnementen binnen een tijdsbestek van 3 dagen, terwijl van daadwerkelijke beperkingen in de vrijheid van [aangever 8] geen sprake is. De bij de afgesloten abonnementen behorende telefoons werden ingenomen door [verdachte] . Uit het dossier lijkt te volgen dat [verdachte] geld betaalde aan personen die nieuwe slachtoffers zouden regelen, maar het hof is van oordeel dat, bezien in het licht van hetgeen hiervoor is overwogen, die enkele omstandigheid onvoldoende is om aan te nemen dat sprake is van mensenhandel. Het hof heeft daarbij tevens in aanmerking genomen dat ook uit de overige omstandigheden niet valt af te leiden dat sprake is van uitbuiting. Nu het afsluiten van abonnementen door [aangever 8] niet gebeurde onder omstandigheden waarbij uitbuiting kan worden verondersteld, kan dat handelen niet worden bewezen als mensenhandel. De verdachte dient daarom in zoverre te worden vrijgesproken. Het hof is van oordeel dat uit de hiervoor genoemde bewijsmiddelen volgt dat [medeverdachte 1] zich schuldig heeft gemaakt aan het medeplegen van afpersing van [aangever 8] door bedreiging met geweld. Uit de door [aangever 8] afgelegde verklaring volgt dat [verdachte] agressief was en dat hij [aangever 8] ook daadwerkelijk heeft geschopt. Daar komt bij dat [medeverdachte 1] had gezegd dat hij klappen zou krijgen als [aangever 8] niet mee zou gaan. [aangever 8] heeft voorts verklaard dat [verdachte] agressief was en zijn adres wist. Ook is [aangever 8] daadwerkelijk geschopt door [verdachte] . Tevens volgt uit die verklaring dat [aangever 8] begeleid woonde. Het hof is van oordeel dat uit het voorgaande volgt dat sprake is van een kwetsbare benadeelde tegenover een zich agressief opstellende volwassene, [verdachte] , die werd vergezeld van één of meer andere jongeren met wie hij het feit heeft gepleegd. Het hof is van oordeel dat de in de bewezenverklaring omschreven gedragingen en uitlatingen van de verdachte, waarbij ook de context van het geval mede van betekenis is, geweld en bedreiging met geweld van [aangever 8] opleveren, nu hij is geschopt en uit de gedane uitlatingen bij aangever de redelijke vrees kon ontstaan dat jegens hem geweld zou worden uitgeoefend. Het hof stelt vast dat [verdachte] [aangever 8] heeft gedwongen om telefoonabonnementen af te sluiten, nadat [medeverdachte 1] hem had benaderd met de vraag of hij geld wilde verdienen. [verdachte] heeft [aangever 8] vervolgens rondgereden en verplicht in meerdere plaatsen telefoonabonnementen af te sluiten. Ook de twee dagen nadien heeft [verdachte] [aangever 8] opgehaald, rondgereden en verplicht telefoonabonnementen af te sluiten, terwijl daarbij ook steeds één of meer anderen aanwezig waren. Dat van het vrijwillig afsluiten van telefoonabonnementen geen sprake was volgt uit voornoemde bewijsmiddelen. Het hof is van oordeel van voldoende bewijs aanwezig is om tot een bewezenverklaring te komen van medeplegen van afpersing. Nu uit het voorgaande niet blijkt dat [aangever 8] door middel van de in de tenlastelegging genoemde oplichtingsmiddelen is bewogen tot afgifte van de bij de afgesloten abonnementen behorende mobiele telefoons wordt verdachte in zoverre vrijgesproken. Aangever [aangever 6] (incident 5) Uit de aangifte van [aangever 6] volgt dat hij jeugdhulpverlening ontving van [jeugdhulpverlening Y] en dat hij gemakkelijk te beïnvloeden was. [verdachte] had [aangever 6] op enig moment benaderd om snel geld te verdienen met het afsluiten van abonnementen, maar [aangever 6] was toen nog geen 18 jaar. Toen [aangever 6] dat zei werd [verdachte] boos. Later kwam [aangever 6] in contact met [medeverdachte 2] , die hem had verteld over het verdienen van geld. [aangever 6] stapte met [medeverdachte 2] in de auto van [verdachte] en zag daar een gummiknuppel. [verdachte] legde uit hoe [aangever 6] te werk moest gaan bij het afsluiten van abonnementen. [aangever 6] werd door [verdachte] bang gemaakt vanwege zijn gedrag en de manier waarop hij er uit zag en omdat hij wist waar [aangever 6] woonde. [aangever 6] werd verteld dat al zijn gegevens gewist zouden worden nadat hij telefoonabonnementen zou hebben afgesloten en dat hij er niets van te zien zou krijgen. [aangever 6] heeft op 18 mei 2013 in totaal 9 abonnementen afgesloten en de daarbij behorende telefoons aan [verdachte] gegeven. Uit de verklaring van [aangever 6] bij de rechter-commissaris volgt dat [aangever 6] door [medeverdachte 2] was benaderd en dat [medeverdachte 2] tegen hem had gezegd dat [medeverdachte 2] zelf een abonnement zou gaan afsluiten. [aangever 6] kende [medeverdachte 2] al jaren en dat gaf hem vertrouwen. Later bleek hetgeen [medeverdachte 2] had gezegd niet te kloppen en moest [aangever 6] zelf abonnementen afsluiten. [aangever 6] durfde aanvankelijk geen aangifte te doen omdat [verdachte] had gezegd dat hij toch binnen een dag vrij zou zijn; [aangever 6] was bang dat [verdachte] dan achter hem aan zou komen omdat hij wist waar [aangever 6] woonde. Hij zag de gummiknuppel in de auto en dacht dat als hij niet zou doen wat [verdachte] zei, de gummiknuppel dan gebruikt zou worden. Daarbij speelde ook dat hij [verdachte] al kende van de eerdere ontmoeting waarbij [aangever 6] was benaderd om geld te verdienen. [aangever 6] wist derhalve dat [verdachte] agressief kon zijn. [medeverdachte 2] had tegen [aangever 6] gezegd dat hij [verdachte] niet moet ‘nakken’ ofwel voor de gek houden. [medeverdachte 2] heeft verklaard dat hij [aangever 6] heeft benaderd om telefoonabonnementen af te sluiten. [medeverdachte 2] zag dat [aangever 6] en [verdachte] elkaar al kenden en dat [aangever 6] bang was. [aangever 6] heeft onder dwang telefoonabonnementen afgesloten. [verdachte] heeft bekend dat hij de telefoons die bij die abonnementen horen heeft ingenomen. Het hof is van oordeel dat er in het bijzonder gelet op de aard en de duur van de tewerkstelling – voor zover daarvan al kan worden gesproken –, de beperkingen die zij voor de betrokkene meebrengt en het economisch voordeel dat daarmee door de tewerksteller wordt behaald, in dit geval geen sprake is van uitbuiting. De activiteiten van [aangever 6] zijn beperkt gebleven tot het afsluiten van 9 telefoonabonnementen binnen een tijdsbestek van een dag, terwijl van daadwerkelijke beperkingen in de vrijheid van [aangever 6] geen sprake is. De bij de afgesloten abonnementen behorende telefoons werden ingenomen door [verdachte] . Uit het dossier lijkt te volgen dat [verdachte] geld betaalde aan personen die nieuwe slachtoffers zouden regelen, maar het hof is van oordeel dat, bezien in het licht van hetgeen hiervoor is overwogen, die enkele omstandigheid onvoldoende is om aan te nemen dat sprake is van mensenhandel. Het hof heeft daarbij tevens in aanmerking genomen dat ook uit de overige omstandigheden niet valt af te leiden dat sprake is van uitbuiting. Nu het afsluiten van abonnementen door [aangever 6] niet gebeurde onder omstandigheden waarbij uitbuiting kan worden verondersteld, kan dat handelen niet worden bewezen als mensenhandel. De verdachte dient daarom in zoverre te worden vrijgesproken. Het hof is van oordeel dat uit de hiervoor genoemde bewijsmiddelen volgt dat [verdachte] zich schuldig heeft gemaakt aan het medeplegen van afpersing van [aangever 6] door bedreiging met geweld. Uit de door [aangever 6] afgelegde verklaringen volgt dat [verdachte] [aangever 6] zelf al eens had benaderd voor het afsluiten van telefoonabonnementen, waarna [medeverdachte 2] dat nogmaals deed. [aangever 6] wist van de eerdere ontmoeting al dat [verdachte] agressief was en ook zag hij een gummiknuppel in de auto en heeft [verdachte] tegen [aangever 6] gezegd dat hij, als aangifte tegen hem zou worden gedaan, toch binnen een dag vrij zou zijn. [aangever 6] was bang dat [verdachte] achter hem aan zou komen omdat hij wist waar [aangever 6] woonde. Voorts volgt uit de aangifte dat [aangever 6] contact had met de jeugdhulpverlening, via [jeugdhulpverlening Y] begeleid woonde en makkelijk te beïnvloeden was. Het hof is van oordeel dat uit het voorgaande volgt dat sprake is van een kwetsbare benadeelde tegenover een zich agressief opstellende volwassene, [verdachte] , die werd vergezeld van één of meer andere jongeren met wie hij het feit heeft gepleegd. Het hof is van oordeel dat de in de bewezenverklaring omschreven gedragingen en uitlatingen van de verdachte, waarbij ook de context van het geval mede van betekenis is, bedreiging met geweld van [aangever 6] opleveren, nu daardoor bij aangever de redelijke vrees kon ontstaan dat jegens hem geweld zou worden uitgeoefend. Het hof stelt vast dat [medeverdachte 2] , na een eerdere poging van [verdachte] , [aangever 6] heeft benaderd voor het afsluiten van telefoonabonnementen. [verdachte] en [medeverdachte 2] hebben [aangever 6] verplicht om op 1 dag 9 telefoonabonnementen af te sluiten. [verdachte] heeft [aangever 6] rondgereden en verplicht telefoonabonnementen af te sluiten. Dat van het vrijwillig afsluiten van telefoonabonnementen geen sprake was volgt uit voornoemde bewijsmiddelen. Het betoog dat geen sprake is van afpersing omdat [aangever 6] niet enkel vanwege de gestelde bedreiging telefoonabonnementen heeft afgesloten en de mobiele telefoons heeft afgegeven faalt; het hof is van oordeel dat onvoldoende aannemelijk is geworden dat [aangever 6] tot afgifte was overgegaan indien van de uitgeoefende dwang geen sprake was geweest. Het hof is van oordeel van voldoende bewijs aanwezig is om tot een bewezenverklaring te komen van medeplegen van afpersing. Nu uit het voorgaande niet blijkt dat [aangever 6] door middel van de in de tenlastelegging genoemde oplichtingsmiddelen is bewogen tot afgifte van de bij de afgesloten abonnementen behorende mobiele telefoons wordt verdachte in zoverre vrijgesproken. Aangever [aangever 3] (incident 6) [aangever 3] heeft zijn aangifte verklaard dat hij door [aangever 6] werd benaderd met de vraag of hij op een eerlijke manier veel geld wilde verdienen. Ze spraken af bij de [winkel A] in Breda. Ze reden naar Rotterdam. Ze stapten daarna in een auto met, naar later bleek: [verdachte] en [medeverdachte 2] . [verdachte] was erg intimiderend. [verdachte] gaf de uitleg over wat ze zouden gaan doen. [medeverdachte 2] liep met [aangever 3] mee om een abonnement af te sluiten. In de auto deed [verdachte] vervolgens dreigend, dan weer ‘poeslief’ en vervolgens weer dreigend. Toen [aangever 3] met [medeverdachte 2] naar telefoonwinkels liep vertelde [medeverdachte 2] dat [verdachte] mensen die niet deden wat hij zei naar de grond sloeg en in het gezicht spuugde. [medeverdachte 2] was bij door [aangever 3] afsluiten van de abonnementen aanwezig zodat [aangever 3] niets verkeerd zou doen. [aangever 3] sloot 5 abonnementen met betrekking tot mobiele telefoons af. In de auto van [verdachte] lag een knuppel met een leren touw met knoopjes eraan. [verdachte] zocht meestal jongeren uit die niet zo veel met hun ouders van doen hadden. [aangever 3] heeft tevens verklaard dat hij een IQ van 81 heeft en niet goed de gevolgen kan inschatten. Ook zou hij hoog sensitief zijn en paranormaal begaafd. Hij heeft demonen in zich en liet daarbij zijn pols zien. Daarop was volgens [aangever 3] te zien welk kwaad de demonen hadden aangericht. Desgevraagd zei hij dat hij dat zelf had gedaan, maar dat het kwam omdat er demonen in hem zitten. [medeverdachte 2] heeft verklaard dat [aangever 3] volgens hem niet helemaal 100% is en dat [aangever 6] [aangever 3] had geregeld om abonnementen af te sluiten. Ze zijn met hem in Breda en Rotterdam geweest. [medeverdachte 2] moest van [verdachte] met [aangever 3] meelopen en hem vertellen wat hij moest doen. Er zijn meerdere abonnementen afgesloten en de telefoons zijn aan [verdachte] gegeven. Het hof is van oordeel dat er in het bijzonder gelet op de aard en de duur van de tewerkstelling – voor zover daarvan al kan worden gesproken –, de beperkingen die zij voor de betrokkene meebrengt en het economisch voordeel dat daarmee door de tewerksteller wordt behaald, in dit geval geen sprake is van uitbuiting. De activiteiten van [aangever 3] zijn beperkt gebleven tot het afsluiten van 5 telefoonabonnementen binnen een tijdsbestek van een dag, terwijl van daadwerkelijke beperkingen in de vrijheid van [aangever 3] geen sprake is. De bij de afgesloten abonnementen behorende telefoons werden ingenomen door [verdachte] . Uit het dossier lijkt te volgen dat [verdachte] geld betaalde aan personen die nieuwe slachtoffers zouden regelen, maar het hof is van oordeel dat, bezien in het licht van hetgeen hiervoor is overwogen, die enkele omstandigheid onvoldoende is om aan te nemen dat sprake is van mensenhandel. Het hof heeft daarbij tevens in aanmerking genomen dat ook uit de overige omstandigheden niet valt af te leiden dat sprake is van uitbuiting. Nu het afsluiten van abonnementen door [aangever 3] niet gebeurde onder omstandigheden waarbij uitbuiting kan worden verondersteld, kan dat handelen niet worden bewezen als mensenhandel. De verdachte dient daarom in zoverre te worden vrijgesproken. Het hof is van oordeel dat uit de hiervoor genoemde bewijsmiddelen volgt dat [verdachte] zich schuldig heeft gemaakt aan het medeplegen van afpersing van [aangever 3] door bedreiging met geweld. Uit de door [aangever 3] afgelegde verklaring volgt dat hij werd geïntimideerd door het gedrag van [verdachte] en de in zijn auto aanwezige gummiknuppel. Ook heeft [medeverdachte 2] hem gezegd dat [verdachte] mensen die niet naar hem luisterden naar de grond sloeg. Uit de aangifte volgt ook dat [aangever 3] een laag IQ heeft, hoog sensitief is en dat hij meent dat hij paranormaal begaafd is en dat in hem demonen aanwezig zijn. Het hof is van oordeel dat uit het voorgaande volgt dat sprake is van een kwetsbare benadeelde tegenover een zich agressief opstellende volwassene, [verdachte] , die werd vergezeld van één of meer andere jongeren met wie hij het feit heeft gepleegd. Het hof is van oordeel dat de in de bewezenverklaring omschreven gedragingen en uitlatingen van de verdachte, waarbij ook de context van het geval mede van betekenis is, bedreiging met geweld van [aangever 3] opleveren, nu daardoor bij aangever de redelijke vrees kon ontstaan dat jegens hem geweld zou worden uitgeoefend. Het hof stelt vast dat [verdachte] [aangever 3] heeft gedwongen om telefoonabonnementen af te sluiten, nadat [aangever 6] hem had benaderd met de vraag of hij geld wilde verdienen. [verdachte] heeft [aangever 3] vervolgens rondgereden en verplicht meerdere telefoonabonnementen af te sluiten. Dat van het vrijwillig afsluiten van telefoonabonnementen geen sprake was volgt uit voornoemde bewijsmiddelen. Het betoog dat geen sprake is van afpersing omdat [aangever 3] niet enkel vanwege de gestelde bedreiging telefoonabonnementen heeft afgesloten en de mobiele telefoons heeft afgegeven faalt; het hof is van oordeel dat onvoldoende aannemelijk is geworden dat [aangever 3] tot afgifte was overgegaan indien van de uitgeoefende dwang geen sprake was geweest. Het hof is van oordeel van voldoende bewijs aanwezig is om tot een bewezenverklaring te komen van medeplegen van afpersing. Nu uit het voorgaande niet blijkt dat [aangever 3] door middel van de in de tenlastelegging genoemde oplichtingsmiddelen is bewogen tot afgifte van de bij de afgesloten abonnementen behorende mobiele telefoons wordt verdachte in zoverre vrijgesproken. Aangever [aangever 9] (incident 7) [aangever 9] heeft verklaard dat hij een verstandelijke beperking heeft met een IQ van 48. Hij werkt op de zorgboerderij [zorgboerderij] te Breda en ontvangt een Wajong uitkering. Via een jongen die ook op de zorgboerderij werkt kwam [aangever 9] in contact met jongens die hem vroegen telefoonabonnementen af te sluiten. [aangever 9] probeerde dat op 6 maart 2013 waarbij telkens één van de jongens met hem mee liep de winkel in. Het afsluiten van een telefoonabonnement lukte die dag niet. [aangever 9] zei dat hij wilde stoppen en werd toen bedreigd. Als hij zou stoppen zouden er rare dingen gebeuren. Er werd gezegd dat hij en zijn ouders eraan zouden gaan. Ook zouden ze bij zijn ouders gaan inbreken. [aangever 9] heeft op 2 en 3 mei 2013 abonnementen afgesloten in Breda, Tilburg en Rotterdam. Hij zag in een driedeursauto waarin 3 andere jongens zaten. [aangever 9] is herhaaldelijk bedreigd. [aangever 9] moest bij het afsluiten van de abonnementen gebruik maken van een vals adres. In zijn aanvullende verklaring heeft [aangever 9] verklaard dat de hoofdverdachte een persoon is van Turks of Marokkaanse afkomst, lang, dun en dat hij zijn haar aan de zijkanten kaal en naar achteren gekamd heeft en op zijn gezicht, bij zijn wenkbrauw een litteken heeft. [aangever 9] was op 2 mei 2013 gebeld door [medeverdachte 3] . [aangever 9] werd op 3 mei 2013 opgehaald door dezelfde jongens als op 2 mei 2013. [aangever 9] sloot in totaal 4 abonnementen af. Uit verklaringen van andere aangevers in het dossier volgt dat het door [aangever 9] gegeven signalement van de hoofdverdachte (pg. 1168) overeenkomt met het door andere aangevers gegeven signalement van [verdachte] . Het hof is van oordeel dat er in het bijzonder gelet op de aard en de duur van de tewerkstelling – voor zover daarvan al kan worden gesproken –, de beperkingen die zij voor de betrokkene meebrengt en het economisch voordeel dat daarmee door de tewerksteller wordt behaald, in dit geval geen sprake is van uitbuiting. De activiteiten van [aangever 9] zijn beperkt gebleven tot het afsluiten van 4 telefoonabonnementen binnen een tijdsbestek van 2 dagen, terwijl van daadwerkelijke beperkingen in de vrijheid van [aangever 9] geen sprake is. De bij de afgesloten abonnementen behorende telefoons werden ingenomen door [verdachte] . Uit het dossier lijkt te volgen dat [verdachte] geld betaalde aan personen die nieuwe slachtoffers zouden regelen, maar het hof is van oordeel dat, bezien in het licht van hetgeen hiervoor is overwogen, die enkele omstandigheid onvoldoende is om aan te nemen dat sprake is van mensenhandel. Het hof heeft daarbij tevens in aanmerking genomen dat ook uit de overige omstandigheden niet valt af te leiden dat sprake is van uitbuiting. Nu het afsluiten van abonnementen door [aangever 9] niet gebeurde onder omstandigheden waarbij uitbuiting kan worden verondersteld, kan dat handelen niet worden bewezen als mensenhandel. De verdachte dient daarom in zoverre te worden vrijgesproken. Het hof is van oordeel dat uit de hiervoor genoemde bewijsmiddelen volgt dat [verdachte] zich schuldig heeft gemaakt aan het medeplegen van afpersing van [aangever 9] door bedreiging met geweld. Uit de door [aangever 9] afgelegde verklaring volgt dat hij werd bedreigd door een groepje jongens waar [verdachte] deel van uit maakte. [aangever 9] werd gedreigd iets aan te doen en ook zou zijn ouders wat aangedaan worden. Uit de aangifte volgt ook dat [aangever 9] een verstandelijke beperking en een laag IQ heeft. Het hof is van oordeel dat uit het voorgaande volgt dat sprake is van een kwetsbare benadeelde tegenover een zich agressief opstellende volwassene, [verdachte] , die werd vergezeld van één of meer andere jongeren met wie hij het feit heeft gepleegd. Het hof is van oordeel dat de in de bewezenverklaring omschreven gedragingen en uitlatingen van de verdachte, waarbij ook de context van het geval mede van betekenis is, bedreiging met geweld van [aangever 9] opleveren, nu daardoor bij aangever de redelijke vrees kon ontstaan dat jegens hem geweld zou worden uitgeoefend. Het hof stelt vast dat [verdachte] [aangever 9] heeft gedwongen om telefoonabonnementen af te sluiten. [verdachte] heeft [aangever 9] vervolgens rondgereden en verplicht meerdere telefoonabonnementen af te sluiten in een tijdsbestek van 2 dagen. Dat van het vrijwillig afsluiten van telefoonabonnementen geen sprake was volgt uit voornoemde bewijsmiddelen. Het betoog dat geen sprake is van afpersing omdat [aangever 9] niet enkel vanwege de gestelde bedreiging telefoonabonnementen heeft afgesloten en de mobiele telefoons heeft afgegeven faalt; het hof is van oordeel dat onvoldoende aannemelijk is geworden dat [aangever 9] tot afgifte was overgegaan indien van de uitgeoefende dwang geen sprake was geweest. Het hof is van oordeel van voldoende bewijs aanwezig is om tot een bewezenverklaring te komen van medeplegen van afpersing. Uit het dossier en het verhandelde ter terechtzitting in hoger beroep leidt het hof voorts het volgende af. De modus operandi van de afpersing door bedreiging met geweld van [aangever 9] komt op essentiële punten overeen met de modus operandi van de afpersing door bedreiging met geweld van [aangever 10] en [aangever 3] . Verdachte heeft in genoemde zaken indirect via een tussenpersoon het kwetsbare slachtoffer benaderd met de vraag of hij telefoonabonnementen wilde afsluiten. Het hof wijst verder op de specifieke combinatie van het laten instappen in de auto van verdachte, het dreigen (in het geval van [aangever 9] en [aangever 10] om de ouders/moeder van aangever iets aan te doen), het door aangevers laten gebruiken van een vals adres en de aanwezigheid van anderen in de auto. In alle genoemde zaken is blijkens de verklaringen van de slachtoffers de verdachte degene van wie nadrukkelijk de dreiging uitgaat en waar uiteindelijk de telefoons moeten worden afgegeven. Het hof acht op grond van het hiervoor genoemde de modus operandi van de afpersing door bedreiging met geweld in de zaak van [aangever 9] op essentiële punten overeenkomen met de modus operandi in de zaak van [aangever 10] en [aangever 3] . Dit alles in onderling verband en nauwe samenhang bezien, acht het hof bewezen dat verdachte ook het medeplegen van de afpersing door bedreiging met geweld in de zaak van aangever [aangever 9] heeft begaan. Nu uit het voorgaande niet blijkt dat [aangever 9] door middel van de in de tenlastelegging genoemde oplichtingsmiddelen is bewogen tot afgifte van de bij de afgesloten abonnementen behorende mobiele telefoons wordt verdachte in zoverre vrijgesproken. Aangever [aangever 10] (incident 8) Uit de aangifte die de moeder van [aangever 10] namens [aangever 10] heeft gedaan (pg. 1175 e.v.) volgt dat [aangever 10] via [medeverdachte 4] in contact is gekomen met [verdachte] . Vervolgens heeft [aangever 10] op 5, 6 en 7 juni 2013 onder dwang bij telefoonwinkels contracten voor telefoonabonnementen afgesloten. [aangever 10] zou daarbij zijn bedreigd volgens zijn moeder en ook zou [verdachte] hebben gezegd dat hij naar het huis zou gaan waar de moeder van [aangever 10] en [aangever 10] woonden en dat hij de moeder van [aangever 10] zou vermoorden als [aangever 10] geen abonnementen zou afsluiten. Uit bankafschrijvingen blijkt dat [aangever 10] in telefoonwinkels is geweest in Tilburg, Roosendaal en Breda. Uit de verklaring die [aangever 10] zelf heeft afgelegd (pg. 1179 e.v.) volgt dat [medeverdachte 4] daarbij alleen op 5 juni 2013 aanwezig was. [verdachte] heeft uitgelegd hoe een en ander in zijn werk ging en tegen [aangever 10] werd door [verdachte] gezegd dat hij maar moest zorgen dat hij de telefoon mee kreeg zodat hij die dan aan [verdachte] kon krijgen. Tijdens de uitleg werd [verdachte] al snel boos. [aangever 10] moest gebruikmaken van een vals adres bij het afsluiten van de abonnementen. [medeverdachte 4] is die dag meegelopen naar de telefoonwinkel terwijl [verdachte] en [medeverdachte 2] in de auto bleven wachten. Toen [aangever 10] na het afsluiten van een abonnement in de auto zei dat hij er toch geen fijn gevoel bij had, werd [verdachte] erg boos en agressief. Hij dreigde de moeder van [aangever 10] te vermoorden als [aangever 10] zou stoppen met het afsluiten van abonnementen. [aangever 10] moest doorgaan tot hij tien abonnementen had afgesloten. [verdachte] reikte ook naar de gummiknuppel die in de auto aanwezig was toen hij dat zei en [aangever 10] dacht toen dat [verdachte] hem daarmee wilde bedreigen of mishandelen. [aangever 10] ging daarom verder met het afsluiten van telefoonabonnementen. Op 5 juni 2013 heeft [aangever 10] in 5 verschillende telefoonwinkels in Tilburg in totaal 5 abonnementen afgesloten. Op zijn verzoek is hij aan het einde van de dag in Breda afgezet. Zij spraken af dat [aangever 10] de volgende dag opgehaald zou worden bij een speeltuintje achter de woning waar [aangever 10] woonde. [medeverdachte 4] was er de volgende dag niet bij, maar wel [verdachte] en [medeverdachte 2] . Die dag zijn ze in Tilburg geweest en in Roosendaal. De derde dag ging hetzelfde als de tweede dag en toen zijn ze in Bergen op Zoom en Breda geweest. [medeverdachte 4] heeft de verklaring van [aangever 10] bevestigd en [medeverdachte 2] heeft verklaard dat [aangever 10] in Tilburg abonnementen heeft afgesloten en de telefoons aan [verdachte] heeft gegeven. Volgens [medeverdachte 2] schreeuwde [verdachte] veel en kon hij erg boos worden. [verdachte] had altijd een gummiknuppel in zijn auto liggen. [medeverdachte 2] heeft bevestigd dat [aangever 10] graag naar huis wilde. Het hof is van oordeel dat er in het bijzonder gelet op de aard en de duur van de tewerkstelling – voor zover daarvan al kan worden gesproken –, de beperkingen die zij voor de betrokkene meebrengt en het economisch voordeel dat daarmee door de tewerksteller wordt behaald, in dit geval geen sprake is van uitbuiting. De activiteiten van [aangever 10] zijn beperkt gebleven tot het afsluiten van tien telefoonabonnementen binnen een tijdsbestek van 3 dagen, terwijl van daadwerkelijke beperkingen in de vrijheid van [aangever 10] geen sprake is. De bij de afgesloten abonnementen behorende telefoons werden ingenomen door [verdachte] . Uit het dossier lijkt te volgen dat [verdachte] geld betaalde aan personen die nieuwe slachtoffers zouden regelen, maar het hof is van oordeel dat, bezien in het licht van hetgeen hiervoor is overwogen, die enkele omstandigheid onvoldoende is om aan te nemen dat sprake is van mensenhandel. Het hof heeft daarbij tevens in aanmerking genomen dat ook uit de overige omstandigheden niet valt af te leiden dat sprake is van uitbuiting. Nu het afsluiten van abonnementen door [aangever 10] niet gebeurde onder omstandigheden waarbij uitbuiting kan worden verondersteld, kan dat handelen niet worden bewezen als mensenhandel. De verdachte dient daarom in zoverre te worden vrijgesproken. Het hof is van oordeel dat uit de hiervoor genoemde bewijsmiddelen volgt dat [verdachte] zich schuldig heeft gemaakt aan het medeplegen van afpersing van [aangever 10] door bedreiging met geweld. Uit de door [aangever 10] afgelegde verklaring volgt dat [verdachte] heeft gedreigd om de moeder van [aangever 10] thuis te vermoorden. Tevens heeft [verdachte] naar de gummiknuppel gereikt toen hij de bedreiging uitte, waardoor [aangever 10] dacht dat [verdachte] hem daarmee iets wilde aandoen. Uit de aangifte van de moeder van [aangever 10] volgt dat [aangever 10] licht autistisch is; zijn aandoening (N.L.D.) valt binnen het autistisch spectrum en houdt in belangrijke mate in dat [aangever 10] te goed van vertrouwen is. Hij kan goed en kwaad onvoldoende onderscheiden en zal een ander niet verdenken van iets dat hij zelf niet zou doen. Het inzicht ontbreekt op dat vlak bij [aangever 10] . Het hof is van oordeel dat uit het voorgaande volgt dat sprake is van een kwetsbare benadeelde tegenover een zich agressief opstellende volwassene, [verdachte] , die werd vergezeld van één of meer andere jongeren met wie hij het feit heeft gepleegd. Het hof is van oordeel dat de in de bewezenverklaring omschreven gedragingen en uitlatingen van de verdachte, waarbij ook de context van het geval mede van betekenis is, bedreiging met geweld van [aangever 10] opleveren, nu daardoor bij aangever de redelijke vrees kon ontstaan dat jegens hem geweld zou worden uitgeoefend. Het hof stelt vast dat [verdachte] [aangever 10] heeft gedwongen om telefoonabonnementen af te sluiten, nadat [medeverdachte 4] hem had benaderd met de vraag of hij geld wilde verdienen. [verdachte] heeft [aangever 10] vervolgens rondgereden en gedurende 3 dagen verplicht meerdere telefoonabonnementen af te sluiten. Dat van het vrijwillig afsluiten van telefoonabonnementen geen sprake was volgt uit voornoemde bewijsmiddelen. Het betoog dat geen sprake is van afpersing omdat [aangever 10] niet enkel vanwege de gestelde bedreiging telefoonabonnementen heeft afgesloten en de mobiele telefoons heeft afgegeven faalt; het hof is van oordeel dat onvoldoende aannemelijk is geworden dat [aangever 10] tot afgifte was overgegaan indien van de uitgeoefende dwang geen sprake was geweest. Het hof is van oordeel van voldoende bewijs aanwezig is om tot een bewezenverklaring te komen van medeplegen van afpersing. Nu uit het voorgaande niet blijkt dat [aangever 10] door middel van de in de tenlastelegging genoemde oplichtingsmiddelen is bewogen tot afgifte van de bij de afgesloten abonnementen behorende mobiele telefoons wordt verdachte in zoverre vrijgesproken. Aangever [aangever 11] (incident 9) [aangever 11] heeft verklaard (pg. 1189 e.v.) dat hij in de stad werd aangesproken door [medeverdachte 4] met de vraag of hij op een simpele en niet risicovolle manier geld wilde verdienen. [aangever 11] stapte in een auto. Daarin zaten behalve [medeverdachte 4] en [aangever 11] nog twee andere jonge jongens. In Breda stapte een man in, naar later bleek: [verdachte] . [verdachte] zei dat [aangever 11] nu geld zou gaan verdienen, waarop [aangever 11] antwoordde dat het er wel van zou afhangen op welke manier dat zou gaan. [aangever 11] werd overvallen door de snelheid waarmee een en ander ging; hij sloot een abonnement af terwijl [medeverdachte 4] met hem mee liep en tegen hem zei dat hij een duur toestel moest nemen. [medeverdachte 4] was met [aangever 11] meegegaan om [aangever 11] in de gaten te houden en te zien of [aangever 11] wel de goede dingen deed. Buiten rukte [verdachte] het tasje waarin de telefoon zat uit de handen van [aangever 11] . Toen [aangever 11] zei dat hij er wel klaar mee was, pakte [verdachte] uit de auto een gummiknuppel waarmee hij in zijn eigen hand sloeg. Hij zei tegen [aangever 11] dat [aangever 11] in de problemen zou komen als hij niet door zou gaan met het afsluiten van telefoonabonnementen en dat het slecht zou aflopen met hem. [verdachte] verhief ook zijn stem. [aangever 11] werd daardoor, en door het feit dat ‘de anderen’ met z’n vieren waren erg bang en sloot die dag nog meer abonnementen af. In totaal heeft [aangever 11] 6 abonnementen afgesloten in Breda en Etten-Leur. Op zijn verzoek is hij bij een tankstation in de buurt van de woning van zijn ouders afgezet. Hij kreeg € 200 van [verdachte] . In een nadere verklaring (pg. 1200 e.v.) heeft [aangever 11] verklaard dat één van de andere jongens die in de auto zat, [medeverdachte 2] was. Hij was er de hele tijd bij en heeft, nadat [aangever 11] een telefoonabonnement had afgesloten, een aantal keer het tasje waarin de telefoon met toebehoren zat, van [aangever 11] afgepakt en aan [verdachte] gegeven, die het vervolgens in de kofferbak van zijn auto legde. [medeverdachte 4] heeft bevestigd dat hij met [aangever 11] is meegelopen toen [aangever 11] telefoonabonnementen heeft afgesloten. Hij hield [verdachte] op de hoogte van de ontwikkelingen tijdens het afsluiten van de abonnementen. [verdachte] rukte een van de mobiele telefoons uit de handen van [aangever 11] . Ook heeft [medeverdachte 4] verklaard dat [medeverdachte 2] daarbij aanwezig was. [medeverdachte 4] moest steeds aan [medeverdachte 2] doorgeven hoe ver [aangever 11] was met het afsluiten van een abonnement. Het hof is van oordeel dat er in het bijzonder gelet op de aard en de duur van de tewerkstelling – voor zover daarvan al kan worden gesproken –, de beperkingen die zij voor de betrokkene meebrengt en het economisch voordeel dat daarmee door de tewerksteller wordt behaald, in dit geval geen sprake is van uitbuiting. De activiteiten van [aangever 11] zijn beperkt gebleven tot het afsluiten van 6 telefoonabonnementen binnen een tijdsbestek van een dag, terwijl van daadwerkelijke beperkingen in de vrijheid van [aangever 11] geen sprake is. De bij de afgesloten abonnementen behorende telefoons werden ingenomen door [verdachte] . Uit het dossier lijkt te volgen dat [verdachte] geld betaalde aan personen die nieuwe slachtoffers zouden regelen, maar het hof is van oordeel dat, bezien in het licht van hetgeen hiervoor is overwogen, die enkele omstandigheid onvoldoende is om aan te nemen dat sprake is van mensenhandel. Het hof heeft daarbij tevens in aanmerking genomen dat ook uit de overige omstandigheden niet valt af te leiden dat sprake is van uitbuiting. Nu het afsluiten van abonnementen door [aangever 11] niet gebeurde onder omstandigheden waarbij uitbuiting kan worden verondersteld, kan dat handelen niet worden bewezen als mensenhandel. De verdachte dient daarom in zoverre te worden vrijgesproken. Het hof is van oordeel dat uit de hiervoor genoemde bewijsmiddelen volgt dat [verdachte] zich schuldig heeft gemaakt aan het medeplegen van afpersing van [aangever 11] door bedreiging met geweld Uit de door [aangever 11] afgelegde verklaring volgt dat [verdachte] heeft gedreigd [aangever 11] wat aan te doen en dat het niet goed met hem zou aflopen als hij geen telefoonabonnementen zou afsluiten. Daarbij heeft hij tevens een gummiknuppel vastgehouden en daarmee in zijn eigen hand geslagen. Het hof is van oordeel dat de in de bewezenverklaring omschreven gedragingen en uitlatingen van de verdachte, waarbij ook de context van het geval mede van betekenis is, bedreiging met geweld van [aangever 11] opleveren, nu daardoor bij aangever de redelijke vrees kon ontstaan dat jegens hem geweld zou worden uitgeoefend. Het hof is van oordeel dat met betrekking tot het afsluiten van de vijf telefoonabonnementen die plaats vonden nadat de bedreiging had plaats gevonden waarbij [verdachte] een knuppel in zijn handen had genomen er sprake is geweest van strafbare afpersing. Het hof stelt vast dat [verdachte] [aangever 11] heeft gedwongen om telefoonabonnementen af te sluiten, nadat [medeverdachte 4] hem had benaderd met de vraag of hij geld wilde verdienen. [verdachte] heeft [medeverdachte 4] vervolgens rondgereden en verplicht meerdere telefoonabonnementen af te sluiten. Dat van het vrijwillig afsluiten van telefoonabonnementen geen sprake was volgt uit voornoemde bewijsmiddelen. Het betoog dat geen sprake is van afpersing omdat [aangever 11] niet enkel vanwege de gestelde bedreiging telefoonabonnementen heeft afgesloten en de mobiele telefoons heeft afgegeven faalt; het hof is van oordeel dat onvoldoende aannemelijk is geworden dat [aangever 11] tot afgifte was overgegaan indien van de uitgeoefende dwang geen sprake was geweest. Het hof is van oordeel van voldoende bewijs aanwezig is om tot een bewezenverklaring te komen van medeplegen van afpersing. Nu uit het voorgaande niet blijkt dat [aangever 11] door middel van de in de tenlastelegging genoemde oplichtingsmiddelen is bewogen tot afgifte van de bij de afgesloten abonnementen behorende mobiele telefoons wordt verdachte in zoverre vrijgesproken. Aangever [aangever 12] (incident 10) [aangever 12] heeft verklaard (pg. 1208 e.v.) dat hij op 19 juni 2013 werd gebeld door [medeverdachte 2] (het hof begrijpt: medeverdachte [medeverdachte 2] ) met de vraag of hij geld wilde verdienen en daarvoor naar het Erasmusplein kon komen. [aangever 12] ging naar het betreffende plein en stapte daar in een driedeurs auto. De bestuurder (naar uit de verklaring van [medeverdachte 2] blijkt: verdachte [verdachte] ) begon te rijden en vertelde [aangever 12] dat hij telefoonabonnementen moest afsluiten. Toen [aangever 12] vertelde dat hij dat niet wilde zei de bestuurder dat [aangever 12] dan een schuld bij hem zou hebben van € 600, omdat de bestuurder al had betaald om bij het afsluiten van die abonnementen gebruik te mogen maken van bepaalde adressen. Als [aangever 12] geen abonnementen zou afsluiten, zou de bestuurder het geld bij hem thuis komen halen. Ook zag [aangever 12] een knuppel in de auto liggen; hij was bang dat hem daarmee iets zou worden aangedaan. [aangever 12] voelde zich geïntimideerd. [aangever 12] ging met [medeverdachte 2] naar een de [winkel B] om een abonnement af te sluiten. Nadat [aangever 12] een abonnement had afgesloten, moest [aangever 12] het tasje van de telefoonwinkel aan de bestuurder geven. De bestuurder reed daarna naar een parkeerplaats toe waar een jongen, [medeverdachte 4] (het hof begrijpt: de verdachte) instapte. Die jongen liep met [aangever 12] mee naar een winkel van [winkel C] waar [aangever 12] een abonnement afsloot; de jongen bleef buiten wachten. Daarna moest [aangever 12] nog een abonnement afsluiten bij [winkel H] . [medeverdachte 2] liep met [aangever 12] mee en [aangever 12] sloot nog een abonnement af. Daarna moest [aangever 12] nog naar een winkel van de [winkel D] . [medeverdachte 2] liep met [aangever 12] mee, maar bleef op een afstand van de winkel wachten. [aangever 12] is toen niet naar binnen gegaan maar naar huis gerend. [aangever 12] ging weg omdat [medeverdachte 2] hem op dat moment een beetje ‘losliet’ (pg. 1220). [medeverdachte 2] heeft bevestigd dat hij met [aangever 12] is meegelopen naar de telefoonwinkel en dat hij zich kan voorstellen dat [aangever 12] zich onder druk gezet voelde toen hij in de driedeursauto zat en nergens naartoe kon. Het hof is van oordeel dat er in het bijzonder gelet op de aard en de duur van de tewerkstelling – voor zover daarvan al kan worden gesproken –, de beperkingen die zij voor de betrokkene meebrengt en het economisch voordeel dat daarmee door de tewerksteller wordt behaald, in dit geval geen sprake is van uitbuiting. De activiteiten van [aangever 12] zijn beperkt gebleven tot het afsluiten van 3 telefoonabonnementen binnen een tijdsbestek van 1 dag, terwijl van daadwerkelijke beperkingen in de vrijheid van [aangever 12] geen sprake is. De bij de afgesloten abonnementen behorende telefoons werden ingenomen door [verdachte] . Uit het dossier lijkt te volgen dat [verdachte] geld betaalde aan personen die nieuwe slachtoffers zouden regelen, maar het hof is van oordeel dat, bezien in het licht van hetgeen hiervoor is overwogen, die enkele omstandigheid onvoldoende is om aan te nemen dat sprake is van mensenhandel. Het hof heeft daarbij tevens in aanmerking genomen dat ook uit de overige omstandigheden niet valt af te leiden dat sprake is van uitbuiting. Nu het afsluiten van abonnementen door [aangever 12] niet gebeurde onder omstandigheden waarbij uitbuiting kan worden verondersteld, kan dat handelen niet worden bewezen als mensenhandel. De verdachte dient daarom in zoverre te worden vrijgesproken. Het hof is van oordeel dat uit de hiervoor genoemde bewijsmiddelen volgt dat [verdachte] zich schuldig heeft gemaakt aan het medeplegen van afpersing van [aangever 12] door bedreiging met geweld. Uit de door [aangever 12] afgelegde verklaring volgt dat de bestuurder van de auto (naar later bleek: [verdachte] ) [aangever 12] heeft bedreigd met geweld door te zeggen dat [aangever 12] , als hij n

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.