GERECHTSHOF ̓s-HERTOGENBOSCH Afdeling civiel recht zaaknummer 200.187.324/01 arrest van 5 juni 2018 in de zaak van [appellant] , wonende te [woonplaats] , appellant, verder: [appellant] , advocaat: mr. G.G.J. van Kooten te Veldhoven, tegen: 1 [geïntimeerde 1] , wonende te [woonplaats] ,
- [geïntimeerde 2] , wonende te [woonplaats] , geïntimeerden, verder: [geïntimeerde 1] en [geïntimeerde 2] , advocaat: mr. A.B. Noordhof te Eindhoven, als vervolg op de tussenarresten van dit hof van 4 april 2017, 25 juli 2017, 12 december 2017 en 20 maart 2018 in het hoger beroep van het door de kantonrechter van de rechtbank Oost-Brabant, zittingsplaats Eindhoven, onder zaaknummer 4324340/rolnummer 15/8257 tussen partijen gewezen vonnis van 26 november
- 15Het verdere verloop van het geding Het verdere verloop van de procedure blijkt uit: het tussenarrest van 20 maart 2018; de akte van [appellant] van 3 april 2018; de antwoordakte van [geïntimeerde 1] en [geïntimeerde 2] van 1 mei
- Partijen hebben arrest gevraagd. 16De verdere beoordeling 16.1 Bij tussenarrest van 20 maart 2018 heeft het hof de zaak naar de rol verwezen voor akte aan de zijde van appellant met het in dat tussenarrest onder 13.4 vermelde doel. Daarin is vermeld dat het hof aanneemt dat [appellant] schriftelijk pleidooi wenst, maar dat hij niet vermeldt of zijn wederpartij, overeenkomstig het procesreglement, hiermee instemt. Het hof heeft [appellant] in de gelegenheid gesteld hierover uitsluitsel te geven. 16.2 Naar aanleiding hiervan heeft [appellant] laten weten dat het gaat om een eenparig verzoek om schriftelijk pleidooi. [geïntimeerde 1] en [geïntimeerde 2] hebben bij antwoordakte laten weten hiermee in te stemmen. Het hof zal de zaak naar de rol verwijzen voor schriftelijk pleidooi. 16.3 In het tussenarrest van 20 maart 2018 heeft het hof onder 13.4 tevens vermeld dat [geïntimeerde 1] en [geïntimeerde 2] bij hun antwoordakte de ontbrekende aangifte IB over 2013 dienen over te leggen. Dit hebben zij, zonder enige toelichting, opnieuw nagelaten. Het hof draagt hen op de ontbrekende aangifte IB over 2013 bij hun pleitnota over te leggen en dit stuk op voorhand, binnen twee weken na dit arrest, aan de wederpartij toe te sturen. 16.4 Het hof zal iedere verdere beslissing aanhouden. 17De uitspraak Het hof: bepaalt dat schriftelijk pleidooi zal plaatsvinden op de rol van dinsdag 17 juli 2018; draagt [geïntimeerde 1] en [geïntimeerde 2] op de aangifte IB over 2013 binnen twee weken na heden aan de wederpartij toe te sturen; houdt iedere verdere beslissing aan. Dit arrest is gewezen door mrs. B.A. Meulenbroek, I.B.N. Keizer en M.G.W.M. Stienissen en in het openbaar uitgesproken door de rolraadsheer op 5 juni
- griffier rolraadsheer