GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH Afdeling civiel recht zaaknummer 200.184.305/01 arrest van 23 januari 2018 in de zaak van [de vennootschap 1] , gevestigd en kantoorhoudende te [vestigings- en kantoorplaats] , appellante, hierna aan te duiden als [de vennootschap 1] , advocaat: mr. A.M. Rottier te ‘s-Hertogenbosch, tegen [de vennootschap 2] , gevestigd te [vestigingsplaats] , geïntimeerde, hierna aan te duiden als [de vennootschap 2] , advocaat: mr. B. Nijman te Wageningen, als vervolg op het door het hof gewezen tussenarrest van 8 maart 2016 in het hoger beroep van het door de rechtbank Limburg, zittingsplaats Roermond onder zaaknummer C/04/122297/HA ZA 13-122 gewezen vonnis van 22 juli 2015. Als vervolg op voormeld tussenarrest zullen de hoofdstukken hierna worden doorgenummerd. 5Het geding in eerste aanleg (zaak-/rolnummer C/04/122297/HA ZA 13-122) Voor het geding in eerste aanleg verwijst het hof naar voormeld vonnis. 6Het geding in hoger beroep Het verloop van de procedure blijkt uit: - het tussenarrest van 8 maart 2016 waarbij het hof een comparitie na aanbrengen heeft gelast; - het proces-verbaal van comparitie van 21 april 2016; de memorie van grieven met producties; de memorie van antwoord. Het hof heeft daarna een datum voor arrest bepaald. Het hof doet recht op bovenvermelde stukken en de stukken van de eerste aanleg. De raadsheer-commissaris ten overstaan van wie de comparitie na aanbrengen van 21 april 2016 heeft plaatsgevonden, heeft om organisatorische redenen niet aan het wijzen van dit arrest kunnen meewerken. Hetgeen de Hoge Raad heeft overwogen in zijn arrest van 31 oktober 2014, ECLI:NL:HR:2014:3076, staat daar niet aan in de weg. De partijen hebben immers pas na de comparitie na aanbrengen de in artikel 347 lid 1 Rv bedoelde conclusies met hun standpunten genomen. Het onderhavige arrest is dus niet direct op de comparitie na aanbrengen gevolgd. Daar komt bij dat de comparitie na aanbrengen niet was gericht op het verkrijgen van inlichtingen, maar enkel was bedoeld om een regeling te beproeven. 7De beoordeling 7.1. Het hof gaat uit van de navolgende door de rechtbank vastgestelde feiten. 7.1.1. [de vennootschap 2] houdt zich bezig met de handel in en het vervoer van varkens. 7.1.2. [de vennootschap 1] heeft een agrarisch bedrijf waarin varkens worden gehouden. 7.1.3. In november 2012 hebben partijen een overeenkomst gesloten op grond waarvan: a. [de vennootschap 1] 916 biggen heeft gekocht van [de vennootschap 2] ; b. [de vennootschap 2] een partij biggen, die eigenlijk voor [de vennootschap 1] was bestemd, heeft afgenomen van een vermeerderaar bij wie [de vennootschap 1] laatst genoemde biggen had gekocht. [de vennootschap 2] heeft laatst genoemde biggen opgehaald bij de vermeerderaar en deze voor de met [de vennootschap 1] overeengekomen prijs voor export verkocht. 7.1.4. Op 14 november 2012 heeft [de vennootschap 2] 916 biggen, die [de vennootschap 2] via Select Porc B.V. had betrokken van vermeerderaar [vermeerderaar] te [vestigingsplaats] , geleverd aan [de vennootschap 1] : - 448 biggen op de locatie aan de [adres 1] , te [vestigingsplaats] ; - 468 biggen op de locatie aan de [adres 2] te [vestigingsplaats] . 7.1.5. Bij e-mail van 16 november 2012 (productie 3 bij conclusie van antwoord in conventie, tevens van eis in reconventie) bericht [de vennootschap 1] aan [de vennootschap 2] : “Zoals reeds aangegeven aan [medewerker van de vennootschap 2] zit er al behoorlijk wat hoest op biggen met lossen. Ook behoorlijk wat oorbijt. [verkoper] heeft bij verkoop aangegeven dat bij aantal biggen puntjes van oren iets aangevreten zouden zijn, maar dat dit na opleg wel over zal gaan. Hoop dat dit waar is, uit voorzorg geven we biggen 2x daags wat hooi als afleiding. Verder 3x beer,2x navelbreuk en 3x dik gewricht. In overleg met [medewerker van de vennootschap 2] vangen we biggen 5 dagen op met hoogste dosering trimsulfa. Graag ontvang ik nog 2 vervoersdocumenten waarop vermeerderaar aangeeft dat biggen minimaal ikb-waardig zijn, liefst ook gs, en vermeerderaar vult welke entingen biggen gehad hebben en op welke leeftijd. Verder graag aangeven of biggen bij vermeerderaar al medicijn hebben gehad zoja, welk medicijn.” 7.1.6. [de vennootschap 2] heeft de door [de vennootschap 1] ontvangen biggen, na verrekening van het mindergewicht en correctie op de prijs voor 8 biggen in verband met bij de levering geconstateerde gebreken, aan [de vennootschap 1] in rekening gebracht. [de vennootschap 1] heeft de aan haar toegezonden factuur van 21 november 2012 (productie 1 bij dagvaarding) ter hoogte van € 46.155,10 ter zake de levering van de biggen onbetaald gelaten. 7.1.7. De ziekte van Glässer is een ernstige aandoening die wordt veroorzaakt door een bacterie haemophylis parasuis. 7.1.8. Bij e-mail van 3 december 2012 (productie 4 bij dagvaarding) heeft [de vennootschap 1] [de vennootschap 2] aansprakelijk gesteld voor schade: “We hebben van uw medewerker, [verkoper] kwaliteitsbiggen gekocht die 100% gezond en geënt tegen circo+ mycoplasma zouden zijn en goed op zouden starten, Bij lossen zat er al vrij veel hoest op en heb dit nog dezelfde dag per sms aan uw medewerker, [medewerker van de vennootschap 2] gemeld. In overleg met [medewerker van de vennootschap 2] hebben we de biggen 5 dagen opgevangen 5 dagen hoogste dosering trimsulfa. Bovenstaande hebben we op 16 november ook nog per e-mail gemeld aan [e-mailadres] . Omdat de hoest tijdens deze 5 dagen erger was geworden, hebben we ze aansluitend ook nog 5 dagen gekuurd met doxy. Dit hebben we op 18 november per mail aan [medewerker van de vennootschap 2] gemeld. Omdat er ook al een aantal slijters bij kwamen, hebben op 28 november uit laten voeren op 5 slijters. Conclusie van dierenarts: Bij alle biggen onderworpen aan sectie verklevingen van borstvlies en buikvlies. Bij 2 biggen ook hartzakverkleving. Dit proces is dus al enige tijd aan de gang en aangezien de biggen in een schone stal zijn opgelegd die 3 maanden heeft leeggestaan moet de besmetting met de biggen ingekomen zijn. Hoest bij opleg wijst hier ook op. Omdat de biggen niet voldoen aan de overeengekomen gezondheidseisen zijn jullie in gebreke betreffende de levering van deze biggen. Daarom stellen we jullie aansprakelijk voor alle schade die ons bedrijf ondervindt door de levering van deze biggen en zullen we onze betalingsverplichting betreffende deze factuur opschorten totdat duidelijk is wat de door ons geleden en nog te leiden schade is.” 7.1.9. [de vennootschap 1] heeft een visitebrief/logboekformulier van dierenarts [dierenarts 1] , die [de vennootschap 1] op 28 november 2012 heeft bezocht, overgelegd (productie 5 bij conclusie van antwoord in conventie, tevens van eis in reconventie) waarin is opgenomen: “Verslag: Klinische inspectie ok. 168 biggen herkomstbedrijf [herkomstbedrijf] : [nummer] . Opleg 14-11-2012 in stal gescheiden van andere biggen. Stal heeft 3 maanden leeggestaan na schoonmaken en ontsmetten. Wegens hoest al bij opleg, gekuurd met trim-sulfa gedurende 5 dagen. Dit gaf weinig verbetering, hoest bleef Daarna nog 5 dagen gekuurd met doxy. Dit gaf wel verbetering maar nu de biggen 4 dagen van de antibiotica af zijn wordt de hoest weer erger en komen er ook slijters tussen. De dieren met buikslag zijn individueel nog eens behandeld met florkem (2x met 48 uur tussen) en voreen. 3 biggen geëuthanaseerd voor sectie. Big 1: #verkleving van hartzakje #verkleving van tong aan borstkas #longontsteking voornamelijk ter hoogte van de topkwabben met tevens diverse abcessen in de long #veel fibrine in de buikholte Big 2: #onderste neusschelpen aangetast #ontstekingshaarden verspreid over de hele long met diverse abcessen (+1-1cm) idem verspreid over de hele long #long is licht verkleefd met de borstkas Big 3. #dit was een oploper (dikke buik) #long is licht verkleefd met de borstkas #verkleving van hartzakje #in de buikholte diverse verklevingen: dikke darm verkleefd aan buikvlies en dunne darm verkleefd aan dikke darm Conclusie: bij alle biggen onderworpen aan sectie verklevingen van borstvlies en buikvlies. Bij 2 biggen ook hartzakverkleving. Dit proces is dus al enige tijd aan de gang en aangezien de biggen in een schone stal zijn opgelegd die 3 maanden heeft leeggestaan moet de besmetting met de biggen meegekomen zijn. Hoest bij opleg wijst hier ook.” 7.1.10. Bij e-mail van 4 december 2012 (productie 2 bij conclusie van antwoord in conventie, tevens van eis in reconventie) bericht dierenarts [dierenarts 1] aan [de vennootschap 1] : “Kweek op Glasser is lastig en na behandelen bijna onmogelijk. Sektiebeeld wees wel duidelijk in richting streptokok/glasser. Het feit dat ze begonnen zijn met enten zegt natuurlijk voldoende.” 7.1.11. [de vennootschap 1] heeft een visitebrief/logboekformulier van dierenarts [dierenarts 1] , die [de vennootschap 1] op 10 januari 2013 heeft bezocht, overgelegd (productie 11 bij conclusie van antwoord in conventie, tevens van eis in reconventie) waarin is opgenomen: “Verslag: Bevindingen-advies Klinische inspectie ok. stal 1: [vermeerderaar] koppels doen het op dit moment redelijk. Enkele zaken vallen op: -Uniformiteit is slecht, veel biggen die 15-20kg te licht zijn (in elk hok 1-3 dieren,), bleek en lang in het haar -Nog steeds meerdere dieren met dikke gewrichten, een enkele met buikslag Dit is het gevolg van de longproblemen gedurende de eerste weken na opleg. Beeld van H.parasuis (chronische letsels) -sterk verhoogd medicijngebruik stal 2+3: andere herkomsten geen problemen” 7.1.12. [de vennootschap 2] heeft krachtens verlof van de voorzieningenrechter van deze rechtbank van 4 april 2013 conservatoir beslag doen leggen onder ING Bank NV. 7.2. In de onderhavige procedure vordert [de vennootschap 2] in conventie, zoals de rechtbank in haar beroepen vonnis onder 3.1. heeft weergegeven, zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad [de vennootschap 1] te veroordelen: 1. tot betaling van a. een hoofdsom van € 46.155,l0 b. € 1.788,- aan buitengerechtelijke kosten; c. de wettelijke handelsrente over a. en b. vanaf 25 maart 2013; 2. in de proceskosten, de kosten van het gelegde beslag en de nakosten, voor zover deze noodzakelijk zijn, met de wettelijke rente daarover vanaf de veertiende dag na dagtekening dit vonnis. 7.2.1. [de vennootschap 2] legt, zoals de rechtbank in 3.2. overweegt, aan haar vordering ten grondslag dat [de vennootschap 1] jegens haar toerekenbaar tekort is geschoten in de nakoming van haar betalingsverplichting voortvloeiend uit de tussen partijen gesloten overeenkomst ter zake de levering van biggen. [de vennootschap 2] stelt dat zij uit hoofde van onbetaald gelaten facturen een bedrag van in totaal € 46.155,10 van [de vennootschap 1] te vorderen heeft, maar dat zij, ondanks aanmaningen en ingebrekestelling, geen betaling heeft verkregen. Daarnaast maakt [de vennootschap 2] aanspraak op vergoeding van wettelijke handelsrente en buitengerechtelijke kosten. 7.3. [de vennootschap 1] vordert in reconventie, zoals weergegeven in het vonnis waarvan beroep onder 3.5., voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad: a.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.