GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH Afdeling civiel recht zaaknummer 200.239.269/01 arrest van 17 juli 2018 gewezen in het incident tot voeging ex artikel 222 Rv in de zaak van [Retail Real Estate] Retail Real Estate B.V., gevestigd te [vestigingsplaats] , appellante in de hoofdzaak, eiseres in het incident, hierna aan te duiden als: [Retail Real Estate] , advocaat: mr. A. Teune te Harderwijk, tegen 1 [geïntimeerde 1] ,wonende te [woonplaats] ,
- DPZ Holding B.V.,gevestigd te [vestigingsplaats] , geïntimeerden in de hoofdzaak, verweerders in het incident, hierna aan te duiden als: [geïntimeerde 1] en DPZ, advocaat: mr. R.R.E. Nobus te Terneuzen, op het bij exploot van dagvaarding van 7 mei 2018 ingeleide hoger beroep van het vonnis van de kantonrechter van de rechtbank Zeeland-West-Brabant, zittingsplaats Middelburg, van 14 februari 2018, gewezen tussen [Retail Real Estate] als eiseres en [geïntimeerde 1] en DPZ als gedaagden. 1Het geding in eerste aanleg (zaak-/rolnummer 6230361 / 17-3667) Voor het geding in eerste aanleg verwijst het hof naar voormeld vonnis en naar het daaraan voorafgaande tussenvonnis van 13 september
- 2Het geding in hoger beroep Het verloop van de procedure blijkt uit: de dagvaarding in hoger beroep; de incidentele conclusie tot voeging van zaken van [Retail Real Estate] ; het antwoord in het incident van [geïntimeerde 1] en DPZ. Het hof heeft daarna een datum bepaald voor arrest in het incident.
- De beoordeling In het incident 3.
- De vordering van [Retail Real Estate] strekt tot voeging van de onderhavige procedure met de bij dit hof onder zaaknummer 200.237.251/01 aanhangige procedure tussen [Retail Real Estate] als appellante en [geïntimeerde 1] en DPZ als geïntimeerden. Ter onderbouwing van haar vordering stelt [Retail Real Estate] kort gezegd dat beide procedures inhoudelijk verknocht zijn en dat zij daarom op grond van artikel 353 lid 1 juncto 222 lid 1 juncto 220 lid 2 Rv gerechtigd is voeging te vorderen. 3.
- [geïntimeerde 1] en DPZ hebben geen bezwaar tegen de gevorderde voeging wegens verknochtheid. 3.
- Omdat beide procedures aanhangig zijn tussen dezelfde partijen en betrekking hebben op hetzelfde onderwerp, is naar het oordeel van het hof sprake van verknochtheid. Nu verder [geïntimeerde 1] en DPZ geen bezwaar hebben tegen de gevorderde voeging, zal de incidentele vordering tot voeging worden toegewezen. Wellicht ten overvloede overweegt het hof dat de vorderingen, ondanks de formele voeging, hun zelfstandigheid behouden (HR 21 november 1997, ECLI:NL:HR:1997:ZC2500) en wordt de partij in de ene zaak niet automatisch partij in de andere zaak (HR 21 mei 1999, ECLI:NL:HR:1999:ZC2904). Dat betekent dat partijen door vermelding van de zaaknummers steeds duidelijk moeten maken op welke procedure hun memories en/of akten betrekking hebben. 3.
- Omdat geen van partijen als de in het ongelijk gestelde partij kan worden beschouwd, zullen de proceskosten tussen partijen worden gecompenseerd in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt. In de hoofdzaak 3.
- De zaak wordt naar de rol verwezen voor memorie van grieven. Iedere verdere beslissing wordt aangehouden. 4De beslissing Het hof: in het incident: beveelt de voeging van de onderhavige zaak met zaaknummer 200.239.269/01 met de bij dit hof aanhangige zaak met zaaknummer 200.237.251/01 tussen [Retail Real Estate] als appellante en [geïntimeerde 1] en DPZ als geïntimeerden; compenseert de proceskosten van het incident tussen partijen in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt; in de hoofdzaak: verwijst de zaak naar de rol van 14 augustus 2018 voor memorie van grieven; houdt iedere verdere beslissing aan. Dit arrest is gewezen door mrs. S.M.A.M. Venhuizen, O.G.H. Milar en J.M.H. Schoenmakers en is in het openbaar uitgesproken door de rolraadsheer op 17 juli
- griffier rolraadsheer