GERECHTSHOF 's-HERTOGENBOSCH Afdeling civiel recht Uitspraak : 27 september 2018 Zaaknummer : 200.243.989/01 Zaaknummer 1e aanleg : C/03/250899 / JE RK 18-1243 in de zaak in hoger beroep van: [de moeder] , in haar hoedanigheid van wettelijk vertegenwoordiger van de hierna te noemen [de minderjarige] , wonende te [woonplaats] , hierna te noemen: de moeder, en [de minderjarige] , thans opgenomen en verblijvende in de accommodatie voor gesloten jeugdhulp van Juzt (Luna) te [verblijfplaats] (Noord-Brabant), hierna te noemen: [de minderjarige] , appellanten, advocaat: mr. F.M. van Venrooij-Nieuwenhuis, tegen Stichting Bureau Jeugdzorg Limburg, gevestigd te [vestigingsplaats] , verweerster, hierna te noemen: de gecertificeerde instelling (de GI). In zijn hoedanigheid als omschreven in artikel 810 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering is in de procedure gekend: de Raad voor de Kinderbescherming, vestiging [vestigingsplaats] , hierna te noemen: de raad. 1Het geding in eerste aanleg Het hof verwijst naar de beschikking van de rechtbank Limburg, zittingsplaats Maastricht, van 21 juni 2018. 2Het geding in hoger beroep 2.1. Bij beroepschrift met producties, ingekomen ter griffie op 10 augustus 2018, hebben de moeder en [de minderjarige] , zoals toegelicht ter zitting, het hof verzocht voormelde beschikking (gedeeltelijk) te vernietigen en opnieuw rechtdoende bij beschikking, voor zoveel mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, te bepalen dat de machtiging uithuisplaatsing wordt beperkt tot de periode juni 2018 tot en met augustus 2018 totdat [de minderjarige] in september 2018 een opleiding kan volgen, althans een zodanige beslissing te nemen als het hof juist acht. 2.2. Op 4 september 2018 is van de zijde van de GI ingekomen een verweerschrift met bijlagen. 2.3. De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 6 september 2018. Bij die gelegenheid zijn gehoord: - de moeder en [de minderjarige] , bijgestaan door mr. Van Venrooij-Nieuwenhuis; - de GI, vertegenwoordigd door de gezinsvoogd [vertegenwoordiger van de GI] . 2.3.1. Namens de raad is, hoewel behoorlijk opgeroepen, geen vertegenwoordiger ter zitting verschenen. 2.4. Het hof heeft voorts kennisgenomen van het V1-formulier, met als bijlagen de processtukken uit de eerste aanleg, van de advocaat van de moeder en [de minderjarige] d.d. 9 augustus 2018. 3De beoordeling 3.1. Uit de moeder is - voor zover hier van belang - op [geboortedatum] 2002 te [geboorteplaats] [de minderjarige] geboren. De moeder oefent het gezag uit over [de minderjarige] . 3.2. Bij beschikking van de rechtbank Limburg, zittingsplaats Maastricht, van 14 november 2016 is [de minderjarige] onder toezicht gesteld van de GI. Deze ondertoezichtstelling is bij beschikking van diezelfde rechtbank van 2 november 2017 verlengd tot 14 november 2018. 3.3. Bij beschikking van de rechtbank Limburg, zittingsplaats Maastricht, van 4 december 2016 is een spoedmachtiging gesloten jeugdhulp verleend en bij beschikking van 19 december 2016 is een machtiging gesloten jeugdhulp tot 19 juni 2017 verleend. Daarna zijn bij beschikkingen van 15 juni 2017 en 11 september 2017 machtigingen gesloten jeugdhulp verleend respectievelijk van 19 juni 2017 tot 19 september 2017 en van 19 september 2017 tot 14 november 2017. 3.4. Bij beschikking van de rechtbank Limburg, zittingsplaats Maastricht, van 2 november 2017 is aan de GI machtiging verleend tot uithuisplaatsing van [de minderjarige] in een accommodatie zorgaanbieder 24 uurs, met ingang van 14 november 2017 tot uiterlijk 14 november 2018. Op basis van deze beschikking verbleef [de minderjarige] vanaf november 2017 in een open behandelgroep (Polaris) van Juzt. 3.5. Bij de bestreden beschikking van 21 juni 2018 heeft de rechtbank op verzoek van de GI een machtiging gesloten jeugdhulp verleend ten aanzien van [de minderjarige] met ingang van 21 juni 2018 tot uiterlijk 14 november 2018. Sinds 27 juni 2018 verblijft [de minderjarige] in een gesloten groep (Luna) van Juzt. 3.6. De moeder en [de minderjarige] kunnen zich met de bestreden beschikking niet verenigen en zij zijn hiervan in hoger beroep gekomen. 3.6.1. De moeder en [de minderjarige] voeren in het beroepschrift - kort samengevat - het volgende aan. De noodzakelijke hulpverlening is, anders dan beloofd, niet op gang gekomen. Ook de GI heeft geconstateerd dat er onvoldoende hulpverlening is geboden. [de minderjarige] is inmiddels 16 jaar, heeft geen passende therapie en heeft weinig perspectief. Hij is nu weer gesloten geplaatst omdat er te weinig veranderd is. Dat is echter geen argument voor een gesloten plaatsing, maar een herhaling van zetten waarvan niet (alleen) [de minderjarige] een verwijt is te maken. Ten onrechte wordt geoordeeld dat de plaatsing van [de minderjarige] in een open groep niet haalbaar is. Voorbij wordt gegaan aan het feit dat [de minderjarige] wel degelijk vooruit is gegaan en al wat meer inzicht heeft in zijn functioneren. Het heeft de voorkeur van [de minderjarige] om een kappersopleiding te volgen. Hij wil een schooldiploma halen waarmee hij kan doorstromen naar de door hem gewenste (vervolg)opleiding. Verder wil hij de mogelijkheid krijgen een bijbaantje te gaan vervullen. [de minderjarige] ziet in dat hij nog veel moet leren voordat hij zelfstandig kan gaan wonen, maar hij staat hier voor open. Hij is meer praktisch ingesteld. Daarom wil hij, in plaats van een onduidelijke therapie die niet aanslaat, een therapie waarmee hij inzicht kan verkrijgen in zijn functioneren, maar dan op een manier die hij begrijpt en waarmee hij wat kan. [de minderjarige] heeft verder het idee dat hij uit onmacht is teruggeplaatst naar een gesloten setting. Er wordt niets gedaan met zijn concrete doelen en hij wordt afgerekend op het verleden. Hij ontkent dat hij recentelijk drugs heeft gebruikt. De redenen voor de aanvankelijke gesloten plaatsing zijn inmiddels gewijzigd. Het kan niet zo zijn dat de GI voor een gesloten plaatsing kiest omdat de hulpverlening (nog) niet de resultaten heeft geboekt waar men op had gehoopt. Dit is niet alleen aan [de minderjarige] te wijten. [de minderjarige] wil weer het perspectief krijgen om een kappersopleiding te volgen en/of het vereiste diploma te halen. Aangezien het schooljaar in september 2018 van start gaat, zou het dan een goed moment zijn om hem weer wat meer vrijheid toe te kennen. In de tussentijd kan hij laten zien dat zijn plannen serieus zijn en concreet. 3.6.2. Ter zitting van het hof heeft [de minderjarige] daaraan het volgende toegevoegd. Hij erkent dat de gesloten plaatsing hem heeft doen inzien dat zijn gedrag - in de voorliggende periode toen hij in een open setting verbleef - niet goed was; hij heeft inzicht gekregen in wat hij wil bereiken in zijn leven. Hij gaat vanaf het begin van het schooljaar 2018-2019 hele dagen naar school en is nagenoeg voor 100% tijdens de lessen aanwezig geweest. [de minderjarige] denkt dat hij zich, met hulp van zijn mentor, alsnog kan aanmelden voor een kappersopleiding. Er is, na een periode van weglopen van de gesloten groep in de zomer van 2018, een verbetering ingetreden, reden waarom de duur van de gesloten plaatsing moet worden ingekort. De zorg op de groep bij Juzt is niet optimaal; ook is het er erg druk. [de minderjarige] wil, al dan niet op basis van een voorwaardelijke machtiging, overgeplaatst worden naar een open groep om te laten zien dat hij met de daar geboden vrijheid om kan gaan en een goed contact met zijn moeder kan onderhouden. [de minderjarige] voelt dat hij het vertrouwen heeft van de gedragswetenschapper, temeer nu hij al één dag en vervolgens één nacht op verlof bij de moeder is geweest en dit zal worden uitgebreid naar een weekend. [de minderjarige] heeft verder verklaard dat hij gemotiveerd is om mee te werken, ook aan de door de GI voorgestelde therapieën. De inmiddels gestarte therapie “In beweging kan je leren” verloopt volgens hem goed. 3.6.3. De moeder heeft ter zitting van het hof benadrukt dat zij versteld staat van de recente veranderingen die zij ziet bij [de minderjarige] . Hoewel zij nog enige vrees heeft dat deze positieve wending van tijdelijke duur is, gelooft zij in hem. De gesloten plaatsing was volgens de moeder nodig om [de minderjarige] tot inzicht te laten komen. Zij gunt hem echter een niet-gesloten plaatsing en stelt voor om een plaatsing in een fasehuis te overwegen. Het is de wens van de moeder dat [de minderjarige] uiteindelijk weer bij haar komt wonen. 3.7.1. De GI voert in het verweerschrift - kort samengevat - het volgende aan. De maatregel van de gesloten plaatsing is nodig geweest om [de minderjarige] te begrenzen en hem bescherming te bieden. De periode van de open plaatsing van 14 november 2017 tot eind juni 2018 werd gekenmerkt door het niet accepteren van gezag door [de minderjarige] , geen vertrouwen hebben in volwassenen, stelselmatig schoolverzuim, nachten lang weglopen, verblijven bij voor de moeder en de gezinsvoogd onbekende volwassenen, het niet goed verlopen van de weekenden bij de moeder, leugens, roken en het gebruiken van grote hoeveelheden alcoholische drank. Tevens bestond er bij de zorginstelling een vermoeden van het gebruik van harddrugs door [de minderjarige] . Daarbij komt dat [de minderjarige] alle verantwoordelijkheid van zich afschoof en deze bij anderen legde. [de minderjarige] heeft recent aangegeven dat hij nu begrijpt waarom de keuze voor een gesloten plaatsing nodig was. Sinds hij (na zijn weglopen) terug is op Luna, toont hij inzicht en verantwoordelijkheid. [de minderjarige] heeft voor het eerst uitgesproken dat hij het zijn moeder niet gemakkelijk heeft gemaakt, hij erkent nu dat hij zelf een aandeel heeft gehad in hoe de zaken zijn gelopen en hij heeft inmiddels duidelijke doelen voor ogen. 3.7.2. Ter zitting van het hof heeft de gezinsvoogd opgemerkt dat deze positieve verandering in het gedrag van [de minderjarige] nog pril is en zij eerst wil zien dat een en ander bij [de minderjarige] beklijft. Een eventuele terugval moet worden vermeden. De therapie “In beweging kan je leren” verloopt goed. De gezinsvoogd verwacht echter dat de in september 2018 te starten EMDR-therapie de nodige emoties kan losmaken bij [de minderjarige] . Het is de vraag of men op een open groep díe maatregelen kan nemen die in dat geval voor [de minderjarige] nodig zijn. De gezinsvoogd acht het van belang dat er nu bij [de minderjarige] een goede basis wordt gelegd voor de toekomst. Er wordt momenteel vanuit school meegedacht over de vervolgopleiding voor [de minderjarige] en zijn vakkenpakket is recentelijk uitgebreid. Gezien hetgeen [de minderjarige] nu aan kwalificaties heeft, is het de vraag of hij bij aanvang van het huidige schooljaar had kunnen overstappen naar de kappersopleiding, aldus de gezinsvoogd. 3.8. Het hof overweegt het volgende. 3.8.1. Op grond van het bepaalde in artikel 6.1.2 lid 1 Jeugdwet (Jw) kan de rechter op verzoek een machtiging verlenen om een jeugdige in een gesloten accommodatie te doen opnemen en te doen verblijven. Gelet op artikel 6.1.2 lid 2 Jw staat ter beoordeling of voor [de minderjarige] jeugdhulp noodzakelijk is in verband met ernstige opgroei- of opvoedingsproblemen die zijn ontwikkeling naar volwassenheid ernstig belemmeren, en de opneming en het verblijf noodzakelijk zijn om te voorkomen dat [de minderjarige] zich aan deze jeugdhulp onttrekt of daaraan door anderen wordt onttrokken. 3.8.2. Een machtiging voor een jeugdige onder de achttien jaar kan op grond van artikel 6.1.2 lid 3 Jw bovendien slechts worden verleend indien (
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.