GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH Afdeling strafrecht Bijzondere zaak, nummer: 000270-18 Raadkamernummer 1e aanleg: 17/2295 Beschikking in hoger beroep op verzoek schadevergoeding ex artikel 591a van het Wetboek van Strafvordering Beschikking op het hoger beroep, ingesteld tegen de beschikking van de rechtbank Limburg van 30 januari 2018 onder Rk-nummer 17/2295, gegeven op het verzoek van: [betrokkene] geboren op [geboortedatum] te dezer zake domicilie kiezende te Ruys de Beerenbroucklaan 12 (6411 GB Heerlen), ten kantore van mr. B.M.A. Jegers, advocaat te Heerlen. Het verzoek strekt tot toekenning van een vergoeding uit 's Rijks kas ter zake van de kosten voor het opstellen en indienen van het verzoekschrift ex artikel 591a van het Wetboek van Strafvordering alsmede de behandeling daarvan in hoger beroep. Het hoger beroep De officier van justitie heeft tijdig tegen genoemde beschikking hoger beroep ingesteld. Het onderzoek van de zaak Het hoger beroep is op 18 juni 2018 door de raadkamer van dit hof in het openbaar behandeld. Het hof heeft kennis genomen van de conclusie van de advocaat-generaal en van hetgeen door de waarnemend advocaat van [betrokkene], mr. K. Wöltgens, naar voren is gebracht. [betrokkene] is, hoewel behoorlijk opgeroepen, niet verschenen. De advocaat-generaal heeft zich op het standpunt gesteld dat zich niet de situatie voordoet als bedoeld in art. 591a van het Wetboek van Strafvordering, nu de zaak is geëindigd met een Halt (plus)-straf en niet geëindigd is zonder oplegging van een straf of maatregel of zonder dat toepassing is gegeven aan artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht. Primair stelt de advocaat-generaal zich op het standpunt dat verzoeker niet-ontvankelijk dient te worden verklaard. Subsidiair is de advocaat-generaal van mening dat de vergoeding van de schade niet billijk is. [betrokkene] heeft zich schuldig gemaakt aan een diefstal in vereniging en hij heeft voor dit strafbare feit de Halt-straf geaccepteerd en afgerond. De beschikking dient te worden vernietigd en het verzoek dient te worden afgewezen. De beoordeling De rechtbank Limburg heeft bij beschikking d.d. 30 januari 2018 aan verzoeker een vergoeding toegekend van € 1.372,
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.