GERECHTSHOF ‘s-HERTOGENBOSCH Afdeling civiel recht zaaknummer 200.176.677/01 arrest van 4 december 2018 in de zaak van [werknemer] , wonende te [woonplaats] , appellant, hierna aan te duiden als [werknemer] , advocaat: mr. E.H.J.M. Dohmen te Roermond, tegen [werkgever] , gevestigd te [vestigingsplaats] , geïntimeerde, hierna aan te duiden als [werkgever] , advocaat: mr. R.C. Breuls te Geleen, als vervolg op de door het hof gewezen tussenarresten van 4 oktober 2016 en 12 december 2017 in het hoger beroep van het door de kantonrechter van de rechtbank Limburg, zittingsplaats Roermond, onder zaaknummer 2625403/ CV EXPL 13-13474 gewezen vonnis van 1 april
- 8Het tussenarrest van 12 december 2017 8.
- Bij genoemd arrest heeft het hof bepaald dat er een deskundigenonderzoek zal worden verricht door prof. dr. [orthopedisch chirurg] , orthopedisch chirurg, mw. [arbeidsdeskundige] , arbeidsdeskundige en mr. [verzekeringsarts] , verzekeringsarts. 8.
- Verder is bepaald dat [werkgever] wordt belast met de helft van genoemd voorschot van € 21.078,20, derhalve € 10.539,10 en dat het voorschot van [werknemer] , nu aan deze partij een toevoeging is verleend, voorlopig ten laste van ’s Rijks kas komt. De termijn van inzending van het eerste rapport is bepaald op drie maanden nadat de griffier de ontvangst van het voorschot heeft bericht. Iedere verdere beslissing is aangehouden.
- Het verdere verloop van de procedure en de verdere beoordeling voor zover het de kosten van het deskundigenonderzoek betreft 9.
- [werkgever] heeft op 27 december 2017 het voorschot van € 10.539,10 op de aangegeven wijze voldaan. 9.
- Deskundige [verzekeringsarts] heeft bij brief van 7 november 2018 aan de griffier van het hof bericht dat zij voor de totale behandeling van het dossier (inclusief haar reactie op de rapportages van de orthopedisch chirurg en de verzekeringsarts) verwacht dat nog 10 uur benodigd zijn. Zij verzoekt om een aanvullend voorschot van € 2.389,75 inclusief btw. 9.
- Op 12 november 2018 heeft de griffier van het hof de brief van de deskundige doorgezonden aan de advocaten van partijen en partijen in de gelegenheid gesteld uiterlijk 26 november 2018 te reageren. 9.
- Mr. Dohmen heeft bij brief van 14 november 2018 namens [werknemer] gereageerd en maakt bezwaar tegen de voorgestelde verhoging. Mr. Breuls heeft bij brief van 20 november 2018 namens [werkgever] gereageerd en refereert zich aan het oordeel van het hof. 9.
- Volgens [werknemer] heeft de arbeidsdeskundige onvoldoende inzichtelijk gemaakt waarom de werkzaamheden niet zouden kunnen vallen binnen de eerder opgegeven raming en zijn de door haar gebezigde woorden ‘gezien de ontwikkelingen in deze zaak’ hiertoe niet toereikend en oncontroleerbaar. Het hof verwerpt dit bezwaar. Tussen partijen is onenigheid ontstaan over de wijze waarop de deskundige het onderzoek wilde uitvoeren. Hierover heeft een uitvoerige correspondentie plaatsgevonden tussen partijen en de deskundige. Dat was niet voorzienbaar bij het aanvaarden van de opdracht door de deskundige. Het hof zal dus bepalen dat een aanvulling op het voorschot dient te worden voldaan. Het hof zal dienovereenkomstig beslissen zoals in het dictum is bepaald. 9.
- Iedere verdere beslissing zal worden aangehouden. 10De uitspraak Het hof: bepaalt dat voor de kosten van de deskundige een aanvullend voorschot dient te worden voldaan van € 2.389,75 inclusief btw; bepaalt dat elk van partijen wordt belast met de helft van genoemd aanvullend voorschot, derhalve € 1.194,88; bepaalt dat [werkgever] laatstgenoemd bedrag zal overmaken na ontvangst van de nota met betaalinstructies die door het Landelijk Dienstencentrum voor de Rechtspraak zal worden verzonden; bepaalt dat het voorschot van [werknemer] , nu aan deze partij een toevoeging is verleend, voorlopig ten laste van ’s Rijks kas komt; bepaalt dat deskundige [verzekeringsarts] het onderzoek verder zal voortzetten nadat de griffier heeft bericht dat het aanvullend voorschot is ontvangen; verzoekt de deskundige, indien haar kosten het aanvullend voorschot te boven mochten gaan, het hof daarover tijdig in te lichten; bepaalt de termijn waarbinnen het schriftelijk, ondertekend bericht ter griffie van dit hof (postbus 70583, 5201 CZ 's-Hertogenbosch) moet worden ingeleverd nader op 26 februari 2019; bepaalt dat de griffier van dit hof een afschrift van dit arrest aan de deskundige [verzekeringsarts] zal toezenden; houdt iedere verdere beslissing aan. Dit arrest is gewezen door mrs. C.E.L.M. Smeenk-van der Weijden, M. van Ham en E.J. Wervelman en in het openbaar uitgesproken door de rolraadsheer op 4 december
- griffier rolraadsheer